Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het aangepaste subsidiereglement voor infrastructuurwerken voor verenigingen in Ranst in de periode 2021-2025 goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het subsidiereglement infrastructuurwerken voor verenigingen in Ranst van 16 december 2019

 

Juridisch kader:

Artikel 40, §3, 41, 2° en 23 en 286-288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Deze reglementen hebben onder meer betrekking op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente. Het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en het bepalen van straffen en administratieve sancties bij de overtreding van die reglementen kan niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd. De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor de vaststelling van subsidiereglementen

De burgemeester maakt de reglementen en de verordeningen van de gemeenteraad, van het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester

De bekendmaking van de lijst van de besluiten, vermeld in artikel 285, en van de besluiten, vermeld in artikel 286, gebeurt binnen tien dagen nadat ze genomen zijn, met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt. Voor de besluiten bevat de bekendmaking ook de datum waarop ze zijn aangenomen. De webtoepassing van de gemeente vermeldt de wijze waarop het publiek inzage kan krijgen in de besluiten die op de lijst zijn vermeld, en vermeldt ook de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid, vermeld in artikel 326. Als de toezichthoudende overheid een besluit heeft vernietigd, wordt ook van die vernietiging melding gemaakt.

De reglementen en verordeningen, vermeld in artikel 286, § 1, 1° en 2°, en de reglementen, vermeld in artikel 286, § 2, 1° en 2°, treden in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan, tenzij het anders bepaald is.

 

Adviezen:

In zijn vergadering van 22 februari 2021 adviseert de themaraad infrastructuursubsidies om volgende aanpassingen aan het reglement te doen:

-          In artikel 2 de bepaling toevoegen dat aan een vereniging per jaar slechts voor 1 dossier subsidie kan toegekend worden op dit reglement. Dit om te voorkomen dat het volledige beschikbare subsidiebudget wordt opgebruikt door een zeer klein aantal verenigingen.

-          In artikel 3 § 1 aanpassen als volgt: 'Voor investeringen van minimum € 2.500 en maximum € 50.000 verleent de gemeente een toelage van maximum 50% van de uiteindelijke kosten met een maximum van € 12.500'. Nu staat er dat dossiers van maximaal € 25.000 in aanmerking komen. Dit betekent dat er momenteel een zeer groot verschil is tussen een dossier van € 25.000 dat een subsidie van € 12.500 kan krijgen en een dossier van € 25.001 dat momenteel enkel in aanmerking komt voor een borgstelling. De voorgestelde wijziging voorziet zo in een ruime overgangszone waarbij de maximumsubsidie nog kan aangevraagd worden.

 

Bijkomende motivering:

Het college van burgemeester en schepenen gaat volledig akkoord met de adviezen van de themaraad en wil zelfs verder gaan door het voorgestelde maximum van € 50.000 helemaal weg te laten vallen. Dit biedt een volledige oplossing voor het probleem dat verenigingen aan een grensbedrag komen waarbij een bijkomende kost van € 1 betekent dat er geen subsidies meer kunnen ontvangen worden.

 

Financiële gevolgen:

Omschrijving:

Subsidies infrastructuurwerken Ranstse verenigingen voor de periode 2021-2025

Actie:

Subsidiëren van verenigingen en particulieren die mensen samenbrengen

Ramingnummer:

RA001056

Uitgave:

€ 30.000

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Toepassingsgebied - voorwaarden waaraan de vereniging moet voldoen

§1. Uitsluitend verenigingen die erkend zijn door het gemeentebestuur van Ranst komen in aanmerking.

§2. De vereniging moet een vereniging zonder winstoogmerk zijn in de zin van de wet van 27 juni 1921 op het tijdstip van aanvraag of vallen onder de koepel van een vereniging zonder winstoogmerk.

§3. De vereniging die een aanvraag indient moet bereid zijn alle gevraagde toelichtingen te verstrekken met betrekking tot de vereniging of het project.

§4. De verenigingen moeten bij aanvraag van een borgstelling een sluitend financieel plan kunnen voorleggen voor een periode van minstens 5 jaar.

§5. Er kan geen aanvraag worden ingediend door verenigingen die nog een openstaande schuld hebben bij de gemeente.

 

Art. 2: Toepassingsgebied - investeringen die in aanmerking komen

§1. Investeringen als gevolg van het kopen, bouwen, verbouwen, renoveren of uitvoeren van verbeteringswerken aan de lokalen van de vereniging gelegen in Ranst;

§2. Investeringen als gevolg van het aankopen, renoveren of aanleggen van sportvelden gelegen in Ranst.

§3. Enkel investeringen die onroerend of onroerend door bestemming zijn, komen in aanmerking.

§4. Het moet gaan om een duurzame investering die ten goede komt aan de inwoners van de gemeente en ze dient een meerwaarde te betekenen voor het aanbod inzake infrastructuur in de gemeente.

§5. De werken mogen pas gestart worden na de toekenning van de subsidie of borgstelling.

§6. De werken moeten aanvangen binnen de 6 maanden nadat het project is goedgekeurd door het gemeentebestuur. Het einde van de werken moet voorzien zijn binnen de 24 maanden na goedkeuring.

§7. Enkel investeringen die gebeuren op terreinen of aan gebouwen die eigendom zijn van de gemeente of indien dit niet het geval is, waarvan de vereniging bij de aanvraag schriftelijke garanties §8. Aan een vereniging kan per jaar slechts voor 1 investeringsdossier subsidie toegekend worden op dit reglement.

§9. Verenigingen die een nominatieve subsidie ontvangen voor het onderhoud van hun terreinen, kunnen voor deze werken geen subsidie aanvragen via dit reglement.

 

Art. 3: Uitbetaling toelage

§1. Voor investeringen van minimum € 2.500 verleent de gemeente een toelage van maximum 50% van de uiteindelijke kosten met een maximum van € 12.500. Deze toelagen vallen binnen de perken van het door de gemeenteraad goedgekeurde budget, zoals opgenomen in de toelichting bij het budget onder het punt ‘een overzicht, per beleidsveld, van de te verstrekken werkings- en investeringssubsidies’ .

§2. De dossiers worden behandeld in de volgorde dat de volledige aanvragen binnenkomen bij het gemeentebestuur.

§3. De betrokken raad geeft advies aan het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de aanvragen die in aanmerking komen voor betoelaging. De uiteindelijke beslissing tot betoelaging ligt in de handen van het college van burgemeester en schepenen.

§4. Bij de gemotiveerde aanvraag moeten minstens twee offertes gevoegd worden van erkende aannemers. Indien de vereniging zelf met eigen vaklui de werken uitvoert, dan dienen twee offertes te worden voorgelegd van leveranciers die de nodige materialen kunnen leveren.

§5. De helft van de toegekende toelage voor het goedgekeurde project kan op verzoek van de vereniging worden uitgekeerd na voorlegging van een deelfactuur van de aannemer of factuur voor levering van bouwmaterialen. Nadat het project voltooid is, wordt het tweede deel van de toelage toegekend. Dit tweede deel wordt berekend op basis van de bijkomende facturen en vult het eerste deel aan tot het vooropgestelde bedrag bereikt is. De uitbetaalde toelage kan nooit hoger zijn dan het initieel toegekende bedrag. Als het gefactureerde bedrag lager ligt dan het geraamde bedrag, zal de toelage evenredig verminderen.

§6. Bij eventuele financiële moeilijkheden kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om voortijdig het tweede deel uit te keren.

§7. Indien na 24 maanden slechts een gedeelte van de werken werd uitgevoerd of de vereniging heeft geen bijkomende facturen -zoals bepaald in artikel 3 §7- voorgelegd, dan vervalt het recht op bijkomende subsidie. Het bestuur heeft dan bovendien het recht om het reeds uitgekeerde bedrag geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.

 

Art. 4: Borgstelling

§1. Voor investeringen boven de € 25.000 kan de gemeente zich borg stellen voor een lening die de vereniging aangaat bij een financiële instelling.

§2. De aanvraag tot het bekomen van een gemeentelijke borgstelling wordt schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en schepenen en omvat minstens volgende stukken:

-          statuten van de vzw

-          leden van de Raad van Bestuur

-          balans en resultatenrekening van het laatste boekjaar

-          plannen -indien van toepassing- en lastenboek

-          voorstelling van het project met een toelichting van de voordelen die het project heeft voor de inwoners van de gemeente

-          volledige kostenraming van het project

-          opgave van de manier waarop deze kosten gefinancierd gaan worden

-          sluitend financieel meerjarenplan voor een periode van 5 jaar waarin rekening wordt gehouden met de aan de investering verbonden rente-, afschrijvings- en onderhoudslasten

-          beslissing van de Raad van Bestuur/algemene ledenvergadering waaruit blijkt dat iedereen akkoord is met de uitvoering van de investering, de financiering en het opgestelde meerjarenplan.

-          offertes van minstens 3 verschillende financiële instellingen voor het afsluiten van een lening rekening houdende met een klassieke borgstelling die daalt in functie van de aflossingen van de lening en akte van borgstelling

Het college heeft het recht in functie van het dossier bijkomende informatie op te vragen.

§3. De vereniging verbindt er zich toe de werken te realiseren in overeenstemming met het aan de gemeente voorgelegde plan en lastenboek. De vereniging dient op het moment van de ondertekening van de borgstelling te beschikken over de nodige vergunningen.

§4. De vereniging verbindt er zich toe de infrastructuur als een goed huisvader te onderhouden en te beheren. Ze draagt zorg voor de continuïteit van de exploitatie.

§5. De vereniging verbindt er zich toe de infrastructuur voor de volle nieuwbouwwaarde te verzekeren tegen brand, schade aan naburen, stormschade, sneeuwdrukschade en andere gebruikelijke risico’s en dit bij een in België erkende verzekeringsmaatschappij.

§6. Indien de vereniging eigendommen heeft, kan de gemeente hierop een hypotheek vestigen. De gemeente kan in dat geval een beroep doen op die hypothecaire waarborg indien ze wordt aangesproken in haar hoedanigheid van borg.

§7. Op de grond waarop de infrastructuur wordt gebouwd, noch op de infrastructuur zelf kan door de vereniging een hypotheek gevestigd worden in het voordeel van een andere schuldeiser dan de gemeente, tenzij de gemeente hiermee instemt.

§8. Het is de vereniging niet toegelaten, zonder voorafgaand akkoord van het college van burgemeester en schepenen, de opgerichte infrastructuur af te breken of te verbouwen.

§8. De vereniging verbindt er zich toe de afgevaardigden van de gemeente toe te laten de infrastructuur te bezoeken gedurende de ganse duur van de borgstelling.

§9 Een overschrijding van de vervaldag van de lening wordt meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen. Het college heeft het recht om één of meerdere afgevaardigden aan te stellen die kennis kunnen nemen van elk stuk dat betrekking heeft op de boekhouding van de vereniging.

§10. De vereniging moet in haar financieel beleid prioriteit geven aan het aflossen van de lening.

§11. De gemeentelijke waarborg kan nooit meer bedragen dan 80 procent van de geplande investeringen.

§12. De betrokken raad geeft advies aan het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de aanvragen. Het college van burgemeester en schepenen beslist uiteindelijk over de volledigheid van de aanvraag en over de toekenning van de borgstelling en over de modaliteiten ervan. Het college van burgemeester en schepenen heeft het recht een borgstelling te weigeren indien bv. het financieel plan als niet realistisch wordt beoordeeld of de omvang van het project niet in verhouding staat tot het maatschappelijk belang of ledenaantal.

§13. Na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen worden de burgemeester en de algemeen directeur belast met de ondertekening van de akte.

 

Art. 5:

Voor eenzelfde werk kan een toelage niet gecombineerd worden met een borgstelling.

 

Art. 6:

De gemeente heeft recht op informatie en financiële controle over de begroting en de rekeningen van de vereniging. De vereniging zal hiertoe de begroting van het lopende jaar, nadat ze is goedgekeurd door de VZW, overmaken aan de gemeente samen met de rekening van het afgelopen jaar. De stukken dienen ondertekend te zijn door twee leden van de raad van bestuur van de VZW, die gemachtigd zijn om de vereniging te verbinden. Voor verenigingen die een toelage ontvingen geldt dit voor het jaar van uitbetaling van de toelage. Voor verenigingen waarvoor de gemeente zich borg stelde geldt dit voor de volledige duurtijd van de borgstelling.

 

Art. 7:

Dit reglement treedt in voege vanaf heden en geldt tot 31 december 2025 en vervangt het reglement van 16 december 2019. Het subsidiereglement infrastructuurwerken voor verenigingen in Ranst van 16 december 2019 wordt opgeheven vanaf heden.

 

Art. 8:

Deze verordening valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.