Omschrijving:
De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voor de opheffing van gemeenteweg Verbindingsstraat Spoorweglei - Hutveld definitief vast.
Motivering:
Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:
Dit besluit beoogt de definitieve vaststelling van het ontwerp-rooilijnplan opgesteld naar aanleiding van de opheffing van volgende gemeenteweg: Verbindingsstraat Spoorweglei - Hutveld, bij Ministerieel Besluit goedgekeurd op 12 maart 1984.
Bijgevoegd ontwerpplan bevat de actuele en toekomstige rooilijn, de kadastrale vermelding van sectie, nummers en oppervlakte van de getroffen percelen en onroerende goederen, de namen van de eigenaars, de eventuele achteruitbouwstrook en waardevermeerderingen- en verminderingen, alsook nutsleidingen die op private grond zullen komen te liggen.
Na voorlopige vaststelling volgt de aankondiging en mededeling van het openbaar onderzoek, waarbij het ontwerp-rooilijnplan en voorliggend besluit gedurende dertig dagen beschikbaar worden gemaakt voor inzage bij de gemeentelijke diensten en op de website. Eventuele adviezen, opmerkingen en bezwaren worden verzameld en verwerkt met het oog op de definitieve vastlegging van de rooilijn binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek.
De gemeenteraad stelde de opheffing van de rooilijn voorlopig vast op 22 juni 2026.
Het openbaar onderzoek liep van 20 juli 2026 tot en met 18 augustus 2026.
Juridisch kader:
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (“Decreet lokaal bestuur”)
En in het bijzonder volgende bepalingen:
Artikel 2, §2, lid 2 van het Decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenten de bevoegdheden uitoefenen die hen door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.
Artikel 41, 9° en 11° van het Decreet lokaal bestuur bepalen dat de gemeenteraad bevoegd is voor beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt, alsook voor de daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b).
Artikel 3, 4, 8, 11, 13§5, 17-19, 24;25 en 29 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen (“Gemeentewegendecreet”)
De artikels 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet omschrijven de doelstellingen van het decreet en de principes voor wijzigingen aan het wegennet.
Artikel 8 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat niemand een gemeenteweg kan aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad.
Artikel 11 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat gemeenten de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond en volgens de procedure bepaald in de artikels 16 tot 19 van hetzelfde decreet.
Artikel 13, §5 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat de gemeenteraad kan beslissen om grondstroken met betrekking tot dewelke de gemeente al dertig jaar bezitshandelingen stelt waaruit duidelijk haar wil blijkt om er eigenaar van te worden, zonder financiële vergoeding of toepassing van minder- en meerwaarden op te nemen in het openbaar domein.
De artikels 17 tot 19 van het Gemeentewegendecreet omschrijven de rol van het college van burgemeester en schepenen in de voorbereiding van rooilijnplannen, de elementen die een rooilijnplan moet bevatten, het verloop van de procedure van voorlopige en definitieve vastlegging door de gemeenteraad, alsook de organisatie van het openbaar onderzoek door het college van burgemeester en schepenen en de wijze van publicatie en kennisgeving van de beslissing en het rooilijnplan.
De artikels 24 en 25 van het Gemeentewegendecreet bevatten bepalingen over de beroepsprocedure tegen het besluit tot definitieve vaststelling van een rooilijn of opheffing van een gemeenteweg.
Artikel 28 van het Gemeentewegendecreet bevat principes voor de vaststelling van minder- en meerwaarden die ontstaan bij de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, alsook de uitoefening van tegenspraak en de mogelijkheid voor de gemeenteraad om de betrokken principes uit te werken in een reglement of kader. Eveneens bepaalt het artikel dat de regeling rond minder- en meerwaarden geen afbreuk doet aan de mogelijkheid van opname in het openbaar domein van artikel 13, § 5 en van het opleggen van de last van kosteloze grondafstand uit artikel 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Artikelen 31, 31/1 en 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (“Omgevingsvergunningendecreet”)
Atikelen 31 en 31/1 van het Omgevingsvergunningendecreet bevatten nadere bepalingen over de gemeenteraadsbeslissing in gevallen waarbij een omgevingsvergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing omvat van een gemeenteweg, en met betrekking tot de mogelijkheid, wijze en termijn om tegen dit besluit een georganiseerd administratief beroep in te stellen bij de Vlaamse Regering in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing.
Deze wetgeving is in dit dossier niet van toepassing.
Artikel 75 van het Omgevingsvergunningendecreet omschrijft de mogelijkheid voor de bevoegde overheid om aan een omgevingsvergunning lasten te verbinden, alsook de verplichting om de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, integraal op te nemen in de vergunning.
Deze wetgeving is in dit dossier niet van toepassing.
De gemeenteraadsbeslissing van 16 oktober 2023 ter goedkeuring van het reglement minder- en meerwaarden en het reglement waarborg bij bepaalde lasten in natura
En in het bijzonder de artikelen 1 en 2, die voornoemde reglementen bevatten, alsook de collegebesluiten die uitvoering geven aan artikel 3.
Adviezen:
Op 13 juli 2026 werd advies gevraagd aan de deputatie van de Provincie Antwerpen; het advies werd ontvangen op 10 augustus 2026 en was gunstig.
Op 25 juni 2026 werd advies gevraagd aan het departement Mobiliteit en Openbare Werken; er werd geen advies verleend.
Bezwaren:
Er werden 2 bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Het eerste bezwaar gaat samengevat over:
- De woning en het perceel werden destijds ontworpen en ingericht rekening houdend met de voorziene verbindingsweg.
- Het perceel heeft een afgeschuinde hoek die werd opgelegd in functie van de toekomstige weg, waardoor zij blijvende nadelen ervaren.
- De opheffing zou kunnen leiden tot verlies van zicht, een verminderde verkeersveiligheid aan de uitrit en verlies van open ruimte wanneer aanpalende percelen later worden bebouwd.
- Er zou onvoldoende onderzoek zijn gebeurd naar de mogelijke waardevermindering van hun eigendom.
- De gemeente zou de opheffing nastreven met het oog op toekomstige bebouwing van de betrokken gronden en had daarom een geïntegreerde procedure moeten volgen.
- Het besluit zou onvoldoende zorgvuldig gemotiveerd zijn.
Beoordeling bezwaarschrift 1:
- Oorspronkelijke aanleg van de gemeenteweg
De gemeenteraad heeft vastgesteld dat de voorziene verbindingsweg sinds de goedkeuring ervan in 1984 nooit werd gerealiseerd, geen zichtbaar tracé heeft en geen publieke functie vervult.
Het feit dat bepaalde eigenaars hun eigendom destijds hebben ontwikkeld rekening houdend met een geplande weg, doet geen afbreuk aan de huidige beoordeling van het nut en de noodzaak van de gemeenteweg overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet. De beoordeling dient immers te gebeuren op basis van de actuele ruimtelijke en mobiliteitscontext.
Het bezwaar wordt op dit punt niet gevolgd.
- Verkeersveiligheid en zichtbaarheid aan de uitrit
De aangehaalde bezorgdheden hebben betrekking op mogelijke toekomstige ontwikkelingen op aanpalende percelen. De opheffing van de gemeenteweg creëert op zich geen nieuwe verkeerssituatie en wijzigt evenmin de bestaande ontsluitingsstructuur van de Spoorweglei.
Eventuele toekomstige bouwprojecten zullen afzonderlijk moeten worden beoordeeld binnen een eventuele omgevingsvergunningsprocedure, waarbij onder meer aspecten van verkeersveiligheid, goede ruimtelijke ordening en aanvaardbare inrichting worden onderzocht.
Het bezwaar wordt op dit punt niet gevolgd.
- Waardevermindering
De bezwaarindiener voert een mogelijke waardevermindering aan, maar legt geen objectieve gegevens of deskundigenverslag voor waaruit een concrete waardevermindering blijkt.
De gemeenteraad heeft voorlopig vastgesteld dat geen bestaande publieke functie verdwijnt en dat geen waardevermindering werd vastgesteld.
Het bezwaar geeft geen aanleiding tot wijziging van het dossier.
- Vermeende toekomstige bebouwing en geïntegreerde procedure
De voorliggende procedure betreft uitsluitend de opheffing van een gemeenteweg overeenkomstig het Gemeentewegendecreet. Er ligt geen omgevingsvergunningsaanvraag voor die de aanleg, wijziging of opheffing van een gemeenteweg omvat.
De loutere mogelijkheid dat gronden in de toekomst zouden worden ontwikkeld, verplicht de gemeente niet om reeds vandaag een geïntegreerde procedure te volgen. Een eventuele toekomstige vergunningsaanvraag zal volgens de op dat moment toepasselijke regelgeving worden beoordeeld.
Het bezwaar wordt niet gevolgd.
- Zorgvuldigheid van het onderzoek
De motivering van de voorlopige vaststelling omvat een onderzoek naar het behoud van de gemeenteweg, de mogelijkheid tot verplaatsing ervan en de gevolgen van een eventuele opheffing. Daarbij werd vastgesteld dat de betrokken weg nooit werd aangelegd, geen openbaar gebruik kent, geen verkeerskundige functie vervult en dat de omgeving reeds voldoende wordt ontsloten via de bestaande gemeentewegen. Daarnaast werd geoordeeld dat het behoud of de verplaatsing van de weg niet wenselijk is. Gelet op deze vaststellingen beschikt de gemeenteraad over voldoende feitelijke en juridische motieven om de opheffing te overwegen.
Het bezwaar wordt niet gevolgd.
Conclusie bezwaarschrift 1
Het bezwaarschrift geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbesluit of het rooilijnplan.
Bezwaarschrift 2 gaat samengevat over:
- Verzetten zich niet principieel tegen de opheffing.
- Vragen een duidelijke motivering overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet.
- Stellen vragen over de gevolgde procedure en de inhoud van het plan.
- Oefenen uitdrukkelijk hun voorkeursrecht als aangelande uit overeenkomstig artikel 29 van het Gemeentewegendecreet.
- Vragen om kennisgeving van de definitieve beslissing en inzage in het dossier met het oog op de verwerving van de grond.
Beoordeling bezwaarschrift 2:
- Motivering van de opheffing
De motivering van de voorlopige vaststelling omvat een onderzoek naar het behoud van de gemeenteweg, de mogelijkheid tot verplaatsing ervan en de gevolgen van een eventuele opheffing. Daarbij werd vastgesteld dat de betrokken weg nooit werd aangelegd, geen openbaar gebruik kent, geen verkeerskundige functie vervult en dat de omgeving reeds voldoende wordt ontsloten via de bestaande gemeentewegen. Daarnaast werd geoordeeld dat het behoud of de verplaatsing van de weg niet wenselijk is. Gelet op deze vaststellingen beschikt de gemeenteraad over voldoende feitelijke en juridische motieven om de opheffing te overwegen.
Het bezwaar wordt niet gevolgd.
- Inhoud van het plan
Het besluit tot opheffing van een gemeenteweg tot opheffen of wijzigen van een gemeenteweg bevat een grafisch plan waarop minstens de volgende elementen zijn aangeduid:
1° de op te heffen rooilijn, het op te heffen rooilijnplan of het desbetreffende deel daarvan;
2° de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen;
3° de naam van de eigenaars van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn.
In voorkomend geval bevat het grafisch plan de volgende aanvullende elementen:
1° een berekening van de eventuele waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de opheffing van de gemeenteweg overeenkomstig artikel 28;
2° de nutsleidingen die als gevolg van de opheffing van de gemeenteweg op private eigendom zullen liggen;
3° de op te heffen achteruitbouwstroken.
Op het plan zijn al deze elementen aanwezig, het bezwaar is niet gegrond.
- Voorkeursrecht van artikel 29 Gemeentewegendecreet
De uitoefening van het voorkeursrecht wordt voor kennisname aangenomen. Een eventuele verkoop of overdracht van delen van de opgeheven gemeenteweg zal gebeuren overeenkomstig artikel 29 van het Gemeentewegendecreet na de definitieve besluitvorming.
Akte te nemen van het verzoek, de geldende wetgeving zal worden gevolgd bij een latere verkoop.
- Kennisgeving en dossierinzage
De gemeente zal de decretale kennisgevingsverplichtingen naleven. Verzoeken inzake openbaarheid van bestuur worden behandeld overeenkomstig het Bestuursdecreet.De verkoop van de grond is geen onderdeel van de lopende procedure.
Het bezwaar heeft geen aanleiding tot wijziging van het dossier.
Conclusie bezwaarschrift 2
Het bezwaarschrift bevat hoofdzakelijk procedurele opmerkingen en een verklaring betreffende het voorkeursrecht. Deze geven geen aanleiding tot wijziging van de beslissing tot opheffing van de gemeenteweg.
Bijkomende motivering:
Het Gemeentewegendecreet vereist dat bij een afschaffing van een gemeenteweg eerst wordt nagegaan of het behoud ervan mogelijk en wenselijk is.
Uit het dossier en het rooilijnplan blijkt dat de voorziene “verbindingsstraat Spoorweglei – Hutveld”:
- nooit effectief werd aangelegd of gerealiseerd op het terrein;
- geen fysiek waarneembaar tracé heeft en niet toegankelijk is voor het publiek;
- geen functionele rol vervult binnen het huidige wegennet;
- gelegen is op percelen die reeds in gebruik zijn als private eigendom of bebouwd.
Verder wordt vastgesteld dat de weg in de feiten nooit heeft bestaan, waardoor ook geen sprake is van een bestaande publieke functie of gebruik.
De gemeenteraad stelt vast dat het behoud van deze gemeenteweg geen enkel mobiliteitsmatig, ruimtelijk of maatschappelijk nut dient.
In tweede instantie dient onderzocht te worden of de gemeenteweg op een andere locatie kan worden ingericht.
De gemeenteraad stelt vast dat het oorspronkelijke tracé versnipperd ligt over meerdere kadastrale percelen, namelijk de percelen gekend als 4de afdeling, sectie C, perceelnummer 223 P5, 223Y 3, 197 K4, 197 I4, 197 M4 en 223 D4.
Een eventuele verplaatsing zou leiden tot: ingrepen in bestaande eigendomsstructuren, mogelijk onteigeningen zonder aantoonbare noodzaak, bijkomende ruimtelijke en financiële lasten.
De omgeving is reeds voldoende ontsloten via bestaande gemeentewegen, met name de Spoorweglei en het Hutveld.
De oorspronkelijke doelstelling van de verbinding is achterhaald en ruimtelijk niet meer relevant.
Aangezien behoud en verplaatsing niet aangewezen zijn, is afschaffing de logische en proportionele maatregel.
De weg is louter planmatig aanwezig, maar werd nooit gerealiseerd.
Door de afschaffing wordt er rechtszekerheid gecreëerd naar de eigenaars van de betrokken percelen, de planologische beperkingen verdwijnen en efficiënt grondbeheer wordt mogelijk.
De impact van de afschaffing van de gemeenteweg op derden is nihil aangezien er geen bestaand gebruik wordt geschaad en er geen waardevermindering werd vastgesteld.
Daarnaast beschikt de gemeente reeds over een deel van de betrokken gronden en wenst zij deze te valoriseren. De afschaffing maakt dit mogelijk zonder afbreuk te doen aan enig openbaar belang.
De afschaffing kadert binnen een rationeel en zuinig ruimtegebruik en dient het algemeen belang door het vermijden van overbodige planologische lasten en het optimaliseren van gemeentelijke eigendommen.
Bijlagen:
- Ontwerp afschaffing rooilijnplan
- bezwaarschriften
- advies deputatie
Besluit met eenparigheid van stemmen:
Enig artikel:
De gemeenteraad stelt het bij dit besluit gevoegde ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voor de opheffing van gemeenteweg Verbindingsstraat Spoorweglei - Hutveld definitief vast.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.