Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist over de definitie van dagelijks bestuur en de voorwaarden inzake de visumplicht.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 16 december 2019 stelde de raad voor maatschappelijk welzijn het begrip dagelijks bestuur vast, alsook de categorieën van verrichtingen die uitgesloten zijn van de visumverplichting.

Voorgesteld wordt om voormeld reglement op te heffen vanaf 1 januari 2026 en vanaf die datum te vervangen door voorliggend reglement over het begrip dagelijks bestuur, de voorwaarden inzake de visumplicht en de delegatie aan het vast bureau van toetreding tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders.

 

Juridisch kader:

Art. 78, lid 2, 9° en 10° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het definiëren van het begrip ‘dagelijks bestuur’ is een exclusieve  bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn en bepaalt de gevallen waarin het vast bureau bevoegd is voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten buiten diegene waarin de raad deze bevoegdheden nominatief aan het vast bureau heeft toevertrouwd en buiten de dwingende en onvoorziene omstandigheden bedoeld in artikel 84, §4 van het decreet lokaal bestuur.

Art. 78, lid 1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.

Art. 266 en 273 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.

De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle uitoefent. De raad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.

Art. 99 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

De volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:

1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;

2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;

4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;

5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;

6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.

Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.

In afwijking van het eerste lid, 3°, kunnen de aanstellingen van één jaar of meer in de volgende gevallen wel uitgesloten worden van de visumverplichting:

1° een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

2° een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

De artikels 285, §2, 1°; 286, §2, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De voorzitter van het vast bureau publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de raad voor maatschappelijk welzijn bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de raad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Adviezen:

De financieel directeur wnd. adviseert positief over de in dit besluit voorgestelde nadere voorwaarden waaronder de controle in het kader van het visum wordt uitgeoefend, alsook over de voorgestelde categorieën van verrichtingen die worden uitgesloten van de visumplicht.

 

Stemverklaring:

Het drempelbedrag om een uitgave eerst voor te leggen aan de gemeenteraad wordt voor exploitatie uitgaven verhoogd van €75.000 naar €140.000 en voor de investeringsuitgaven wordt het bedrag verdrievoudigd van €50.000 naar €140.000.

Alle uitgaven lager dan 140.000 euro worden beschouwd als zogenaamd “dagelijks bestuur” zonder dat de gemeenteraad hierover inspraak heeft. Op die manier wordt de gemeenteraad buitenspel gezet. De controle functie die de gemeenteraadsleden hebben wordt verder uitgehold. Vandaar de tegenstem.

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

9 tegen: Luc Redig (Groen), Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Annelies Creten (Groen), Zoe Helsen (N-VA), Kris Wouters (N-VA) en Kurt De Belder (Groen)

 

Art. 1:

De raad voor maatschappelijk welzijn neemt met ingang van 1 januari 2026 voorliggend reglement aan over de invulling van het begrip dagelijks bestuur, de voorwaarden en uitzonderingen inzake de visumplicht en de delegatie van de toetreding tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders.

 

Art. 2:

Ongeacht of zij een uitgave beogen op het exploitatiebudget of het investeringsbudget, behoren overheidsopdrachten tot het “dagelijks bestuur” wanneer zij geraamd en geplaatst worden voor een bedrag gelijk aan of onder het drempelbedrag exclusief btw voor plaatsing van leveringen en diensten middels onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking zoals bedoeld in artikel 90, lid 1, 1° van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.

Het in het vorige lid bedoelde bedrag evolueert automatisch mee naar aanleiding van de periodieke herziening door de bevoegde overheden. Voor de periode 2026-2027 bedraagt de drempel € 140.000 excl. btw.

Opdrachten worden geraamd aan de hand van de ramingsregels voor overheidsopdrachten.

Wanneer het gunningsbedrag onverwacht boven de drempel landt, kan enkel gegund worden nadat de raad de plaatsingswijze en de lastvoorwaarden heeft bevestigd.

 

Art. 3:

Voor financiële verbintenissen met uitgaande netto-kasstroom wordt tijdig - bij voorkeur twee weken voor het agenderen van de beslissing - visum gevraagd aan de financieel directeur. De stukken van het dossier worden vanaf de aanvraag ter beschikking gesteld van de financieel directeur .

Volgende financiële verbintenissen met uitgaande netto-kasstroom worden vrijgesteld van de visumplicht:

  1. De aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van minder dan één jaar.

Contracten van onbepaalde duur of vervangingscontracten zonder specifieke duurtijd worden gelijkgesteld met een aanstelling van meer dan één jaar.

Bij opeenvolgende contracten voor dezelfde persoon wordt de totale duur in aanmerking genomen.

  1. Aanstellingen in het kader van artikel 60, §7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  2. Tewerkstelling voor maximaal vier jaar ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan vermeld in punt 2, in het kader van de opdrachten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
  3. Uitgaven met betrekking tot het recht op maatschappelijke integratie, in het bijzonder het toekennen van een leefloon of een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie.
  4. Verbintenissen waarvan het bedrag niet hoger is dan dertigduizend euro.
  5. Verbintenissen van onbepaalde duur waarvan het jaarlijkse bedrag niet hoger is dan vijftienduizend euro.
  6. Investeringssubsidies waarvan het bedrag niet hoger is dan tienduizend euro.

Het bedrag bedoeld in punt 5 is steeds het drempelbedrag excl. btw voor overheidsopdrachten van beperkte waarde bedoeld in artikel 92 van de Wet van 2016 inzake overheidsopdrachten. De raming van de opdracht gebeurt aan de hand van de ramingsregels voor overheidsopdrachten en evolueert automatisch mee met de aanpassing van het drempelbedrag door de bevoegde overheden, doch steeds binnen een vork van 30.000 euro tot het decretale maximum, vandaag 50.000 euro. Het bedrag bedoeld in punt 6 bedraagt steeds de helft van het bedrag bedoeld in punt 5.

 

Art. 4:

De raad voor maatschappelijk welzijn vertrouwt de bevoegdheid om toe te treden tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders toe aan het vast bureau.

De afname van de raamovereenkomsten blijft onderworpen aan de regels inzake dagelijks bestuur.

 

Art. 5:

Voorliggend reglement heft vanaf haar inwerkingtreding op 1 januari 2026 het reglement op van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2019 over het begrip dagelijks bestuur en de vaststelling van welke categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur uitgesloten zijn van de visumverplichting.

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.