Annelies Creten Alix Lorquet Jörg Welz Katlijn Hofmans Gunter Michiels Bart Goris Johan De Ryck Kevin Helsen Christel Engelen Zoe Helsen Kris Wouters Ludo Janssens Kurt Stabel Sonja De Pooter Tim Peeters Fons Huysmans Christel Meeus Roel Vermeesch Kurt De Belder Lucas Verbeeck Tine Muyshondt Leen Baeten Guido Wittocx Fernand Bossaerts Mieke Van Rompaey Annelies Creten Jörg Welz Katlijn Hofmans Gunter Michiels Bart Goris Johan De Ryck Kevin Helsen Christel Engelen Zoe Helsen Kris Wouters Ludo Janssens Kurt Stabel Sonja De Pooter Tim Peeters Fons Huysmans Christel Meeus Roel Vermeesch Kurt De Belder Lucas Verbeeck Tine Muyshondt Leen Baeten Guido Wittocx Fernand Bossaerts Mieke Van Rompaey Katlijn Hofmans Mieke Van Rompaey Tine Muyshondt Jörg Welz Sonja De Pooter Bart Goris Fons Huysmans Ludo Janssens Kurt Stabel Gunter Michiels Christel Engelen Tim Peeters Leen Baeten Kris Wouters Johan De Ryck Fernand Bossaerts Zoe Helsen Guido Wittocx Lucas Verbeeck Roel Vermeesch Christel Meeus Kevin Helsen Annelies Creten Kurt De Belder aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Omschrijving:
Niet-goedkeuring rooilijnen voor de onsluitingswegen van de verkaveling van het perceel tussen Vaartstraat-Laarstraat-Zakstraat in 2520 Ranst.
Motivering:
Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:
Op 29 september 2023 diende Bart Palmers een verkavelingsaanvraag in voor een grond gelegen aan Laarstraat-Vaartstraat-Zakstraat in 2520 Ranst.
Het perceel is kadastraal gekend als: afdeling 1, sectie B, perceelnummers 379L8, 371N, 371R, 373E, 374C, 375C, 378A, 379A10, 379D, 379D13 en 379N4.
Het dossiernummer in het omgevingsloket is OMV_2023129709.
De grond wordt verdeeld in 54 loten.
Om deze verkaveling te realiseren is de aanleg van een nieuwe straat noodzakelijk. In het ontwerp wordt het stratentracé en de gratis grondafstand voorgesteld.
Op 18 december 2023 keurde de gemeenteraad het ontworpen rooilijnplan goed.
Op 8 februari 2024 werd de vergunning voorwaardelijk verleend door het college van burgemeester en schepenen.
Er werden in het omgevingsloket nieuwe projectinhoudversies opgeladen op 31 mei 2024, 12 juli 2024 en 25 september 2024.
Op 26 september 2024 werd de vergunning voorwaardelijk verleend door de deputatie van de provincie Antwerpen
De verkavelingsvergunning werd op 13 november 2025 door de Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigd.
Er werd in het omgevingsloket een nieuwe projectinhoudversie opgeladen op 23 februari 2026, met een aangepast rooilijnplan.
Op 10 maart 2026 riep de deputatie van de provincie Antwerpen de gemeenteraad op om een nieuwe beslissing te nemen over het aangepaste stratentracé binnen de 60 dagen, voor 8 mei 2026.
Juridisch kader:
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (“Decreet lokaal bestuur”)
En in het bijzonder volgende bepalingen:
Artikel 2, §2, lid 2 van het Decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenten de bevoegdheden uitoefenen die hen door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.
Artikel 41, 9° en 11° van het Decreet lokaal bestuur bepalen dat de gemeenteraad bevoegd is voor beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt, alsook voor de daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b).
Het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen (“Gemeentewegendecreet”)
En in het bijzonder volgende bepalingen:
De artikels 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet omschrijven de doelstellingen van het decreet en de principes voor wijzigingen aan het wegennet.
Artikel 8 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat niemand een gemeenteweg kan aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad.
Artikel 11 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat gemeenten de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond.
Artikel 12, §2, lid 1 van het Gemeentewegendecreet omschrijft de voorwaarden waaronder de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een verkaveling.
Artikel 13, §5 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat de gemeenteraad kan beslissen om grondstroken met betrekking tot dewelke de gemeente al dertig jaar bezitshandelingen stelt waaruit duidelijk haar wil blijkt om er eigenaar van te worden, zonder financiële vergoeding of toepassing van minder- en meerwaarden op te nemen in het openbaar domein.
Artikel 28 van het Gemeentewegendecreet bevat principes voor de vaststelling van minder- en meerwaarden die ontstaan bij de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, alsook de uitoefening van tegenspraak en de mogelijkheid voor de gemeenteraad om de betrokken principes uit te werken in een reglement of kader. Eveneens bepaalt het artikel dat de regeling rond minder- en meerwaarden geen afbreuk doet aan de mogelijkheid van opname in het openbaar domein van artikel 13, § 5 en van het opleggen van de last van kosteloze grondafstand uit artikel 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (“Omgevingsvergunningendecreet”)
En in het bijzonder volgende bepalingen:
De artikels 31 en 31/1 van het Omgevingsvergunningendecreet bevatten nadere bepalingen over de gemeenteraadsbeslissing in gevallen waarbij een omgevingsvergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing omvat van een gemeenteweg, en met betrekking tot de mogelijkheid, wijze en termijn om tegen dit besluit een georganiseerd administratief beroep in te stellen bij de Vlaamse Regering in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing.
Artikel 75 van het Omgevingsvergunningendecreet omschrijft de mogelijkheid voor de bevoegde overheid om aan een omgevingsvergunning lasten te verbinden, alsook de verplichting om de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, integraal op te nemen in de vergunning.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
En meerbepaald artikel 47, dat bepaalt dat de gemeenteraad bij een beslissing bedoeld in artikel 31 van het Omgevingsvergunningenbesluit daarbij kennis neemt van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek en dat de gemeente de beslissing uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting naargelang het geval ter beschikking stelt van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie of het bevoegde bestuur.
De gemeenteraadsbeslissing van 16 oktober 2023 ter goedkeuring van het reglement minder- en meerwaarden en het reglement waarborg bij bepaalde lasten in natura
En in het bijzonder de artikelen 1 en 2, die voornoemde reglementen bevatten, alsook de collegebesluiten die uitvoering geven aan artikel 3.
Adviezen:
Brandweerzone Rand gaf op 15 november 2023 een gunstig advies.
Pidpa gaf op 26 oktober 2023 een voorwaardelijk gunstig advies. De verkavelaar moet instaan voor de kosten van de netuitbreiding.
Wyre gaf op 28 november 2023 een voorwaardelijk gunstig advies. De verkavelaar moet instaan voor de kosten van de netuitbreiding.
Er werd in eerste aanleg een openbaar onderzoek gehouden van 7 oktober 2023 tot en met 5 november 2023. Er werden 416 bezwaarschriften ingediend waarvan 6 positieve en 410 negatieve.
De bezwaren gaan voornamelijk over de ruimtelijke aspecten van het project - waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is. Er werden slechts enkele bezwaren ingediend die handelen over de al dan niet goede ligging van de voorziene rooilijnen. Zij kunnen worden samengevat als volgt:
- de toegangsweg is te smal
- er is geen goed opmetingsplan om de rooilijnen te kunnen goedkeuren
Er werd een nieuw openbaar onderzoek gehouden van 13 maart 2026 tot en met 11 april 2026. Er werden 458 tijdige (en 1 laattijdige) bezwaarschriften ingediend. De bezwaren gaan voornamelijk over de ruimtelijke aspecten van het project - waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is - en dus niet over de al dan niet goede ligging van de voorziene rooilijnen.
De enige bezwaren die handelen over het rooilijnplan kunnen worden samengevat als volgt:
- Door de te smalle toegangswegen is de veiligheid niet gegarandeerd voor trage weggebruikers.
- Door de te smalle toegangswegen is de veiligheid niet gegarandeerd bij calamiteiten.
- Door de aanleg van een parallelweg met de bestaande Zakstraat wordt er onnodig verhard en wordt er ook geen rekening gehouden met de mogelijkheid tot verdere ontwikkeling van de percelen rechts van de Zakstraat.
Bijkomende motivering:
De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelt dat de gemeenteraadsbeslissing van 18 december 2023 inzake de zaak van de wegen niet als rechtsgeldige grondslag kan dienen voor de vergunning.
Op basis van artikel 159 van de Grondwet zijn rechtscolleges immers verplicht om bestuurshandelingen die onwettig zijn, buiten toepassing te laten. In dit geval stelt de Raad vast dat de beslissing van de gemeenteraad gebreken vertoont, in het bijzonder doordat de aspecten inzake verkeersveiligheid en ontsluiting niet afdoende en zorgvuldig werden beoordeeld, essentiële aandachtspunten werden doorgeschoven zonder eigen inhoudelijke beoordeling en bepaalde voorwaarden juridisch niet correct of niet uitvoerbaar zijn.
Hierdoor voldoet de beslissing niet aan de vereisten van zorgvuldige besluitvorming en draagkrachtige motivering. Om die reden wordt de gemeenteraadsbeslissing niet vernietigd als zodanig, maar wel buiten toepassing gelaten, wat betekent dat zij in deze procedure geen rechtsgevolgen kan hebben en niet kan worden aangewend ter ondersteuning van de verleende omgevingsvergunning.
De beoordeling van het voorgestelde wegenistracé moet gebeuren in het licht van de principes van het Gemeentewegendecreet, in het bijzonder de vereisten inzake verkeersveiligheid, duurzaamheid en een duidelijke meerwaarde voor het gemeentelijk wegennet.
Uit het arrest blijkt dat de aanleg en inrichting van de wegenis onvoldoende zorgvuldig werden onderzocht en gemotiveerd, in het bijzonder wat betreft de verkeersveiligheid en de concrete impact van de ontsluiting. De Raad stelde expliciet dat elementen zoals zichtbaarheid, conflictpunten en de positie van zachte weggebruikers niet afdoende waren beoordeeld. Deze tekortkoming raakt de kern van de beoordeling van een wegenistracé, aangezien net de veilige inrichting van het openbaar domein een essentiële voorwaarde vormt voor de aanvaardbaarheid ervan.
Op basis van artikel 31 van het omgevingsvergunningsdecreet dient de gemeenteraad een beslissing te nemen over de aanleg, wijziging of opheffing van gemeentewegen. Bij deze beoordeling moet de gemeenteraad rekening houden met de bepalingen van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, in het bijzonder:
- Artikel 3, dat de doelstellingen van het gemeentewegennet vastlegt;
- Artikel 4, dat de algemene principes en beoordelingscriteria bepaalt.
De gemeenteraad beschikt hierbij over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid maar moet worden uitgeoefend binnen de grenzen van de voornoemde decretale bepalingen en met een afdoende, draagkrachtige motivering.
Artikel 3 vereist dat het gemeentelijk wegennet wordt ontwikkeld met het oog op een samenhangend, functioneel, veilig en duurzaam netwerk, afgestemd op de ruimtelijke context.
De gemeenteraad stelt vast dat in het voorliggende aangepaste dossier op dit punt geen wezenlijke bijkomende analyse of onderbouwing wordt aangereikt, waardoor deze fundamentele kritiek van de raad voor vergunningsbetwistingen onverminderd overeind blijft in het nieuwe wegenisdossier.
- De voorgestelde wegenis vervult hoofdzakelijk een interne ontsluitingsfunctie voor een privaat verkavelingsproject van circa 52 wooneenheden met bijkomende parkeervoorzieningen;
- De nieuwe wegenstructuur biedt geen aantoonbare meerwaarde voor de globale samenhang of doorwaadbaarheid van het gemeentelijk wegennet;
- Er worden geen structurele verbindingen gerealiseerd die het netwerk versterken (bv. doorsteken, functionele verbindingen voor zachte mobiliteit).
Er wordt opnieuw niet aangetoond dat het tracé bijdraagt aan de doorwaadbaarheid, de connectiviteit of de uitbouw van een logisch en veilig netwerk voor alle weggebruikers. Hieruit volgt dat de aanvraag niet bijdraagt aan de realisatie van een samenhangend en functioneel gemeentelijk wegennet, zoals vereist door artikel 3.
Daarnaast stelt de gemeenteraad vast dat:
- De voorgestelde inrichting sterk afhankelijk is van complexe technische randvoorwaarden inzake waterhuishouding (infiltratie, buffering, grondwaterstanden)
- De robuustheid en duurzaamheid van het openbaar domein hierdoor onvoldoende gegarandeerd zijn.
Bijgevolg wordt ook niet voldaan aan de doelstelling van een duurzaam en toekomstbestendig wegennet.
Artikel 4 bepaalt dat bij de beoordeling onder meer rekening moet worden gehouden met:
het STOP-principe (prioriteit voor stappers en trappers), een zuinig en multifunctioneel ruimtegebruik en de kwaliteit en veiligheid van de inrichting van het openbaar domein.
De gemeenteraad stelt vast dat:
- STOP-principe
De wegenis primair is ontworpen als autogerichte ontsluitingsstructuur voor de verkaveling, waarbij de zachte weggebruiker geen structurerende rol krijgt in het netwerk en er geen bovenlokale of wijkoverschrijdende verbindingen voor actieve weggebruikers worden gerealiseerd. Hierdoor wordt het STOP-principe onvoldoende gerespecteerd.
- Zuinig ruimtegebruik
De aanleg van nieuwe wegenis in een binnengebied leidt tot bijkomend ruimtebeslag en verharding, terwijl het projectgebied reeds wordt begrensd door bestaande wegen (Laarstraat, Vaartstraat, Zakstraat). De voorgestelde wegenis heeft hoofdzakelijk een private ontsluitingsfunctie en draagt niet bij tot een efficiënt gebruik van het openbaar domein.
Dit is niet verenigbaar met het principe van zuinig ruimtegebruik.
- Kwaliteit en klimaatbestendigheid
Uit het arrest bleek dat ook de effecten op de waterhuishouding en de afhankelijkheid van toekomstige infrastructuurwerken onvoldoende zeker en robuust waren onderbouwd. Hoewel in het nieuwe dossier bijkomende technische studies werden toegevoegd, blijven belangrijke onzekerheden bestaan. Zo is de werking van het systeem nog steeds deels afhankelijk van toekomstige rioleringsinfrastructuur en zijn de conclusies gebaseerd op modelleringen en aannames die niet volledig worden gedragen door langdurige en stabiele meetgegevens. Dit maakt dat de duurzaamheid en betrouwbaarheid van het voorgestelde wegenistracé op langere termijn niet afdoende kunnen worden gegarandeerd.
Het dossier bevestigt dat delen van het projectgebied (deels) gelegen zijn in (mogelijk) overstromingsgevoelig gebied en dat compenserende maatregelen noodzakelijk zijn. De werking van het systeem is afhankelijk van verdere metingen en aannames inzake grondwater en infiltratie.
Hieruit blijkt dat de voorgestelde inrichting niet intrinsiek robuust en klimaatbestendig is, wat strijdig is met de vereiste kwaliteit van het openbaar domein.
De gemeenteraad is van oordeel dat de voorgestelde aanleg van gemeentewegen niet voldoet aan de doelstellingen van artikel 3 van het Gemeentewegendecreet, aangezien geen sprake is van een versterking van een samenhangend, functioneel en duurzaam wegennet en niet verenigbaar is met de beoordelingsprincipes van artikel 4, gelet op:
het onvoldoende respecteren van het STOP-principe, het niet-zuinig ruimtegebruik en de ontoereikende waarborgen inzake kwaliteit en klimaatbestendigheid.
De gemeenteraad maakt hierbij gebruik van haar discretionaire bevoegdheid en oordeelt dat de voorgestelde wegenis niet aanvaardbaar is vanuit het algemeen belang.
Bijlagen:
- Schrijven van deputatie van de provincie Antwerpen van 10 maart 2026 aan de gemeenteraad op om een nieuwe beslissing te nemen over het stratentracé binnen de 60 dagen, voor 8 mei 2026.
- Ontwerpplan infrastructuur bestaand
- Ontwerpplan infrastructuur nieuw 1
- Ontwerpplan infrastructuur nieuw 2
- Ontwerpplan infrastructuur nieuw beplanting
- Bestek infrastructuur
- Hydraulische nota infrastructuur
- Raming infrastructuur
Besluit met:
22 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Sonja De Pooter (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Kevin Helsen (Pit), Guido Wittocx (N-VA), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Kris Wouters (N-VA), Ludo Janssens (Ons Ranst), Lucas Verbeeck (N-VA) en Roel Vermeesch (Pit)
2 onthoudingen: Annelies Creten (Groen) en Kurt De Belder (Groen)
Art. 1:
De gemeenteraad weigert de aanleg van de voorgestelde gemeentewegen zoals opgenomen in de verkavelingsaanvraag van Bart Palmers voor percelen gelegen aan Vaartstraat-Laarstraat-Zakstraat in 2520 Ranst, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B, perceelnummers 379L8, 371N, 371R, 373E, 374C, 375C, 378A, 379A10, 379D, 379D13 en 379N4.
Art. 2:
Deze beslissing maakt integraal deel uit van de beoordeling van de omgevingsvergunningsaanvraag overeenkomstig artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
Art. 3:
Deze beslissing over het aangepaste rooilijnplan van 23 februari 2026 vervangt integraal de beslissing van 18 december 2023 over het aanvankelijk ontworpen rooilijnplan.
Art. 4:
De deputatie van de provincie Antwerpen wordt van de beslissing op de hoogte gebracht.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.