Omschrijving:
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het participatie- en inspraakreglement goed.
Motivering:
Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:
Het bestuur van de gemeente en het OCMW van Ranst wil in de periode 2026-2031 inzetten op inspraak en participatie van bij de start van het besluitvormingsproces.
Het gemeentebestuur probeert een zo open mogelijk beleid te voeren. Informatie en inspraak spelen hierbij een zeer belangrijke rol. Dit gebeurt door de inwoners in te lichten via de diverse gemeentelijke informatiekanalen.
Daarnaast is er ook het inspraakbeleid waarmee het gemeentebestuur zijn inwoners de mogelijkheid geeft hun stem te laten meeklinken in de gemeentelijke besluitvorming. Door deze aanpak willen we betere keuzes maken en een groter draagvlak creëren bij onze inwoners. Samen met de inwoners van Ranst willen we nadenken over de richting die Ranst moet uitgaan, op weg naar 2031. De inbreng van de bevolking is voor het bestuur een belangrijke leidraad. Het Decreet Lokaal Bestuur heeft meer vrijheid gegeven aan de lokale besturen om geëngageerde burgers te kunnen betrekken bij de lokale beleidsvoering via burgerparticipatie.
Sommige adviesraden blijven verplicht als adviesraad. In onze gemeente zijn ook een aantal andere raden actief, die het contact tussen de burger en het gemeentebestuur bevorderen:
- Jeugdraad
- Lokaal overleg Kinderopvang (LOK)
- Gecoro
- Themaraad erfgoed
- Gemeentelijke raad voor ontwikkelingssamenwerking
- Jumelagecomité
- Themaraad toerisme
- Seniorenraad
- Verenigingenkoepel
- Dorpsteams
- Mobiliteitsraad
- Gezondheidsraad
- ...
Juridisch kader:
Art. 2, §1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers en verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden.
Ze betrekken de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid en zorgen voor openheid van bestuur.
Artikel 304, §§1, 2 en 4 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn voert een beleid op het vlak van de betrokkenheid en de inspraak van de burgers of van de doelgroepen, met inbegrip van een regeling over het recht van de inwoners om voorstellen en vragen op de agenda van de gemeenteraad te zetten.
Overeenkomstig artikel 28 van de Grondwet, heeft iedereen het recht verzoekschriften in te dienen bij de organen van de gemeente en bij de organen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan ook andere initiatieven nemen om de inspraak van de burgers te bevorderen.
Artikel 304, §5, lid 2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt bij reglement de wijze waarop concreet vorm gegeven wordt aan de inspraak, vermeld in paragraaf 1, 2 en 4, voor het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en zijn organen.
Artikel 78, lid 1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
Artikel 8 tot en met 12 en 31-32 van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn zoals goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 20 januari 2025
Deze artikelen beschrijven de informatie ten aanzien van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en het publiek en de mogelijkheid om verzoekschriften in te dienen.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 december 2022 met de goedkeuring van het reglement van de klachtenbehandeling.
De artikels 285, §2, 1°; 286, §2, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
De voorzitter van het vast bureau publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de raad voor maatschappelijk welzijn bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Bijkomende motivering:
Het bestuur wil duidelijkheid scheppen over hoe burgers kunnen participeren aan het beleid. Daarbij wil het bestuur nogmaals benadrukken dat de permanente inzet van de huidige participanten sterk wordt geapprecieerd en dat de nieuwe organisatie ervoor moet zorgen dat nog meer mensen worden betrokken bij de werking van onze gemeente.
Het bestuur tracht inspraak en participatie van de inwoners te versterken door op verschillende manieren en op diverse thema's in te zetten en daarbij de inwoners zo veel mogelijk te betrekken.
Het vast bureau kan tevens zowel over algemene thema's als over specifieke dossiers inspraakvergaderingen, bewonersbevragingen, enquêtes en andere vormen van niet-structurele inspraak organiseren.
Besluit met eenparigheid van stemmen:
Art. 1: Algemene bepaling
Dit reglement geeft nadere invulling aan een aantal vormen van inspraak, betrokkenheid en participatie vanwege de burgers en doelgroepen ten aanzien van het beleid, de besluitvorming en de dienstverlening.
Deze regeling is welteverstaan niet beperkend bedoeld: naast de inspraakvormen die in dit reglement uitdrukkelijk worden benoemd, zal het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) steeds ook nog op andere manieren zijn belanghebbenden kunnen informeren, consulteren en betrekken.
Art. 2: Agenderingsrecht
§1. Inwoners kunnen een gezamenlijk verzoek richten tot het vast bureau om een punt op de raad voor maatschappelijk welzijn te agenderen over de beleidsvoering of dienstverlening van het OCMW.
Het verzoek wordt schriftelijk opgesteld en voldoet aan volgende voorschriften:
- Het verzoek wordt ondertekend door minstens honderd inwoners ouder dan zestien jaar, waarvan de namen, voornamen en geboortedata worden vermeld.
- Het verzoek wordt vergezeld van een gemotiveerde nota die de concrete voorstellen en vragen over de beoogde beleidsvoering of dienstverlening nader toelicht.
- Het verzoek vermeldt de gegevens van de inwoner die als contactpersoon zal dienen voor het bestuur en de administratie. Deze persoon is tevens diegene die het punt ter plekke zal toelichten aan de raad voor maatschappelijk welzijn. Dit is normaal gezien, maar niet noodzakelijk de eerste ondertekenaar, hierbij eventueel bijgestaan door de tweede ondertekenaar of een expert die geïdentificeerd wordt in het verzoek.
§2. De initiatiefnemers kiezen de indieningswijze van hun verzoek. Wanneer zij niet opteren voor een aangetekende zending, vragen zij zelf om een schriftelijke ontvangstbevestiging, bijvoorbeeld per email of bij afgifte.
§3. Het vast bureau kijkt na of het verzoek regelmatig is en stelt een concrete datum van agendering voor. De behandeling ter zitting vindt plaats binnen een redelijke termijn - bij voorkeur binnen de twee maanden - onder meer rekening houdende met de inhoud van het verzoek, de beschikbare zittingsdata en de eventuele benodigde voorbereidingstijd. Er wordt een indicatie gegeven van de beschikbare tijd voor de toelichting ter zitting door de in het verzoek aangewezen persoon of personen.
Het vast bureau duidt een medewerker van het lokaal bestuur aan om de communicatie te voeren met de in het verzoek aangeduide contactpersoon, eventuele ontbrekende gegevens op te vragen en zo nodig in overleg te treden over de datum van agenderen en de duur van de toelichting.
§4. De raad voor maatschappelijk welzijn spreekt zich ter zitting uit over haar bevoegdheid ten aanzien van de inhoud van het verzoek, en over de mate en wijze waarin zij binnen haar bevoegdheden aan de verzoeken en vragen gevolg beoogt te geven.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan het vast bureau met respect voor de betrokken bevoegdheden belasten met de verdere opvolging en afhandeling.
Art. 3: Verzoekschriften
§1. Iedere burger heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de organen van de gemeente in te dienen.
Een verzoek is een vraag om iets te doen of te laten. Uit de tekst van het verzoekschrift moet de vraag duidelijk zijn.
De organen van de raad voor maatschappelijk welzijn, zijn de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau, de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, de voorzitter van het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst, de burgemeester, de algemeen directeur en elk ander orgaan van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat als overheid optreedt.
§2. De verzoekschriften worden aan het orgaan van het OCMW gericht tot wiens bevoegdheid de inhoud van het verzoek behoort. Komt een verzoekschrift niet bij het juiste orgaan aan, dan bezorgt dit orgaan het verzoek aan de juiste bestemmeling.
§3. Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de het OCMW behoort, zijn onontvankelijk. Verzoekschriften die duidelijk tot de bevoegdheid van de gemeente behoren, worden overgemaakt aan het bevoegde orgaan van de gemeente. De indiener wordt daarvan op de hoogte gebracht.
§4. Een schriftelijke vraag wordt niet als verzoekschrift beschouwd als:
1° de vraag onredelijk is of te vaag geformuleerd;
2° het louter een mening is en geen concreet verzoek;
3° de vraag anoniem, d.w.z. zonder vermelding van naam, voornaam en adres, werd ingediend;
4° het taalgebruik ervan beledigend is.
Het orgaan of de voorzitter van het orgaan maakt deze beoordeling. Hij kan de indiener om een nieuw geformuleerd verzoekschrift vragen dat wel aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet.
§5. Is het een verzoekschrift voor de raad van maatschappelijk welzijn, dan plaatst de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn indien het minstens 14 dagen vóór de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend, dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.
§6. De raad voor maatschappelijk welzijn kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar het vast bureau verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.
§7. De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meerdere personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door het betrokken orgaan van het OCMW op uitnodiging van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§8. Het betrokken orgaan van het OCMW verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.
§9. Het recht om verzoekschriften in te dienen wordt verder geregeld in het huishoudelijk reglement van de raad van maatschappelijk welzijn.
Art. 4: Meldingen en klachten
Via het gemeentelijk meldpunt kan eenieder meldingen of suggesties doen, vragen stellen of klachten indienen met betrekking tot de dienstverlening. De behandeling gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het klachtenreglement. Er wordt jaarlijks rapportering aan de raad van maatschappelijk welzijn voorzien.
Art. 5: Initiatieven die het vast bureau kan nemen
§1. De raad voor maatschappelijk welzijn delegeert de bevoegdheid om andere initiatieven te nemen om inspraak en participatie te bevorderen aan het vast bureau.
Deze bevoegdheid omvat initiatieven die niet beschouwd kunnen worden als raden en overlegstructuren die op regelmatige en systematische wijze het bestuur van het OCMW adviseren.
Het vast bureau kan zowel over algemene thema's als over specifieke dossiers inspraakvergaderingen, bewonersbevragingen, enquêtes en andere initiatieven organiseren.
§2. De praktische organisatie ervan gebeurt in functie van een maximaal bereik van de betrokken doelgroep(en). Zij worden goed geïnformeerd. Hun praktische modaliteiten (vorm, plaats, tijdstip, termijn,...) zijn voldoende laagdrempelig en burgervriendelijk.
§3. Alle betrokken inwoners krijgen de kans om deel te nemen.
§4. De resultaten dienen als input voor de besluitvorming van het bestuur.
§5. Openbare onderzoeken die voorgeschreven zijn door bijzondere regelgeving (bijv. inzake ruimtelijke ordening,...) worden georganiseerd overeenkomstig de bijzondere bepalingen daaromtrent.
Art. 6: Slotbepaling
Voorliggend reglement treedt in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan.
Vanaf inwerkingtreding van voorliggend reglement, wordt het reglement van 17 februari 2020 opgeheven.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.