Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement op de belasting op motoren goed voor de aanslagjaren 2026-2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraad keurde op 16 december 2019 het belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op motoren voor de aanslagjaren 2020-2025.

De gemeenteraad keurde op 15 januari 2024 het gewijzigde belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op motoren voor de aanslagjaren 2020-2025, waarbij het vorige reglement vanaf die datum werd opgeheven.

Voormeld reglement loopt af op 31 december 2025. Voorgesteld wordt met voorliggend besluit een nieuw reglement aan te nemen inzake de belasting op motoren.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd. Het is redelijk verantwoord om een belasting te heffen op de motoren gebruikt voor nijverheids-, landbouw- en handelsdoeleinden, en door de beoefenaars van vrije beroepen.

Om billijkheidsredenen wordt er middels een aantal vrijstellingen rekening gehouden met het daadwerkelijk betrokken zijn van de belaste motoren in de bedrijfsuitoefening. Een aantal belastingverminderingen staan toe rekening te houden met een eventuele verminderde activiteit van belaste motoren.

Ten opzichte van het vorige belastingreglement wordt een bijkomende vrijstelling redelijk geacht tot 50 kilowatt. Indien het totale motorvermogen kleiner dan of gelijk is aan 50 kilowatt, is dat vermogen volledig vrijgesteld van zowel de belasting, als van de aangifteplicht. Wanneer het totale vermogen meer dan 50 kilowatt bedraagt, geldt er aangifteplicht en moet de belastingplichtige ook het vrijgestelde gedeelte van het totale vermogen aangeven.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Inning belasting op motoren

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000024

Inkomst:

€ 429.115/jaar

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan De Ryck (N-VA) verwijst naar de vorige legislatuur waarbij de huidige meerderheid deze belasting niet meer relevant vond. Het idee om fiscale elementen te gebruiken om gedragsverandering te bevorderen en milieuvriendelijke keuzes te stimuleren zover zijn we hier nog niet. Er werd de toenmalige meerderheid een gebrek aan visie verweten en deze belasting te definiëren als een achterhaalde belasting.” Merkwaardig volgens het gemeenteraadslid dat deze belasting opnieuw wordt weerhouden.

Ten opzichte van het vorige belastingreglement wordt er enkel een volledig vrijstelling van zowel de belasting, als van de aangifteplicht tot 50 kilowatt ingevoerd. Volgens het gemeenteraadslid is dit beperkt aangezien de belasting op motoren met 15% daalt terwijl diezelfde belastingplichtigen hun opcentiemen op de onroerende voorheffing met 42% zien stijgen. Vandaar dat de N-VA fractie zal tegenstemmen.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1: Belastbare grondslag, belastingplichtige en tarieven

§1. Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031  een belasting gevestigd op de motoren gebruikt voor nijverheids-, landbouw- en handelsdoeleinden, evenals op deze gebruikt door de beoefenaars van vrije beroepen, en dit ten laste van de natuurlijke personen of rechtspersonen en feitelijke verenigingen of vennootschappen die houder zijn van deze in of buiten werking zijnde motoren, waarvan zij al dan niet eigenaar zijn.

§2. De belasting slaat op alle motoren, ongeacht de gebruikte energie waarmee deze aangedreven worden. De belasting betreft enkel de motoren die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente Ranst gevestigd zijn.

De belasting is verschuldigd ongeacht of de motoren voor de exploitatie van de inrichting of van haar bijgebouwen worden gebruikt. Dienen als bijgebouw van een inrichting beschouwd te worden, iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is. Wanneer, hetzij een inrichting, hetzij een zoals hierboven bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met één of meer bijgebouwen, of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd, indien hetzij de inrichting zelf, hetzij het voornaamste bijgebouw in de gemeente gevestigd is.

§3. De belasting bedraagt € 12,50 per eenheid en per breuk van kilowatt voor het totaal motorvermogen van minder dan 100 kilowatt en € 18,50 per eenheid en per breuk van kilowatt voor de schijf van het totaal motorvermogen gelijk aan of hoger dan 100 kilowatt.

De aanslag bedraagt minimaal € 25 .

De belasting wordt berekend op grond van de belastbare (gebruikte) motorenkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Zij wordt berekend per maand en elk gedeelte ervan wordt voor een volledige maand geteld. Indien een motor evenwel tijdens dezelfde maand belastbaar is in verschillende gemeenten, is de belasting verschuldigd aan de gemeente met het grootst aantal dagen gebruik. Is dit aantal gelijk, dan wordt de belasting evenredig per halve maand verdeeld.

Een motor die voor de eerste maal in werking wordt gesteld, is belastbaar vanaf de volgende maand.

§4. Nieuwe vestigingen die motoren voor een eerste keer in gebruik nemen, dienen deze motoren aan te geven in het lopend dienstjaar en zullen een eerste keer belast worden in het lopend dienstjaar te rekenen vanaf de maand volgend op de in dienst name.

Vestigingen die hun bedrijvigheid stopzetten in de loop van een lopend dienstjaar zullen voor dat kalenderjaar niet meer belast worden. Deze dienen binnen de maand na stopzetting het gemeentebestuur hiervan op de hoogte te brengen.

 

Art. 2: Hydraulische toestellen

De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in gemeen overleg tussen de belanghebbende en het gemeentebestuur. Het staat de belanghebbende vrij in geval van onenigheid, een tegenexpertise uit te lokken.

 

Art. 3:  Tractoren, terreinvoertuigen, trekkers, nijverheidsvoertuigen, locomotieven en nijverheidsmachines

De tractoren, terreinvoertuigen (zoals autobussen, auto’s en dergelijke die enkel voor intern gebruik op het terrein benut worden), trekkers, nijverheidsvoertuigen (zoals asfalteermachines, rupskranen, pletwalsen, bulldozers graafmachines, laadschoppen en zonder dat deze opsomming limitatief is), locomotieven, nijverheidsmachines (zoals mobiele compressoren, trilplaten, ladderliften en zonder dat deze opsomming limitatief is) worden belast volgens volgende tabel:

Cilinderinhoud van de motoren op diesel, benzine of gas: kW

-          van 0 cm³ tot 499 cm³ = 2

-          van 500 cm³ tot 2 499 cm³ = 7

-          van 2 500 cm³ tot 4 999 cm³ = 15

-          van 5 000 cm³ tot 7 499 cm³ = 22

-          van 7 500 cm³ tot 9 999 cm³ = 29

-          van 10 000 cm³ tot onbeperkt = 37

 

Art. 4: vorkheftrucks, reachtrucks, stackers en straddle carriers

De vorkheftrucks, reachtrucks, stackers en straddle carriers worden belast volgens hun maximaal hefvermogen zoals vermeld in volgende tabel:

Maximaal hefvermogen: kW

-          van 0 kg tot 999 kg = 5

-          van 1 000 kg tot 1 999 kg = 8

-          van 2 000 kg tot 5 999 kg = 15

-          van 6 000 kg tot 19 999 kg = 20

-          van 20 000 kg tot 29 999 kg = 25

-          van 30 000 kg tot 44 999 kg = 30

-          van 45 000 kg tot onbeperkt = 40

 

Art. 5: Vrijstellingen

§1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

-          de motor die heel het onmiddellijk voorafgaande jaar niet werd gebruikt; deze non-activiteit moet blijken uit desbetreffende, om de drie maanden te hernieuwen, schriftelijke berichten aan het gemeentebestuur, zoals voorzien bij artikel 7. Wat het eerste jaar van de belastingheffing aangaat, is het bewijs van de non-activiteit evenwel met alle mogelijke rechtsmiddelen te leveren

-          de motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld en voor zo ver deze voertuigen dienen voor het vervoer van personen of goederen over de openbare weg.

-          de motor van een draagbaar en tegelijk handbediend toestel

-          de motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met dat benodigd voor het drijven van een generator

-          de door perslucht aangedreven motor

-          de motoren die gebruikt worden voor het afvoeren van overtollig water

-          de motoren van vaartuigen dienende voor transport van goederen

-          de reservemotor, i.e. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn tewerkstelling niet als gevolg heeft dat de productie van de betrokken inrichting verhoogd wordt; de reservemotor kan aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren

-          de wisselmotor, i.e. deze die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als de andere die hij tijdelijk moet vervangen; de wisselmotor kan aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren

-          motoren die instaan voor de brandveiligheid (zoals sprinklermotoren, compressor om brandluiken te bedienen, enz. …)

-          de motoren die instaan voor hygiënische ventilatie (vb.  dampkap in een frituur, afzuiging in garages aan uitlaten, afzuiging voor lasdampen bij het lassen). Motoren die gebruikt worden voor het conditioneren van arbeidsruimtes zijn  wel belastbaar .

§2. Elke belastingplichtige geniet een vrijstelling tot 50 kilowatt. Indien het totale motorvermogen kleiner dan of gelijk is aan 50 kilowatt, is dat vermogen volledig vrijgesteld van zowel de belasting, als van de aangifteplicht.

 

Art. 6: Aangifte

Voor totale motorvermogens kleiner of gelijk aan 50 kilowatt, geldt er geen aangifteplicht. Wanneer het totale vermogen meer dan 50 kilowatt bedraagt,  geldt er aangifteplicht en moet de belastingplichtige  ook het vrijgestelde gedeelte van het totale vermogen aangeven.

De belastingplichtige met aangifteplicht moet voor 30 april van het aanslagjaar aangifte doen door middel van het formulier dat hem door het gemeentebestuur wordt toegestuurd. De belastingplichtige die het formulier niet zou ontvangen hebben, moet deze aangifte spontaan doen, en dit eveneens voor 30 april van het aanslagjaar.

 

Art. 7: Belastingvermindering bij verdwijning, buiten gebruik stellen of tijdelijk stilleggen

§1. De verdwijning of het definitief buiten gebruik stellen in de loop van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar van een belastbare motor brengt een belastingvermindering mee. Deze vermindering gaat in vanaf de maand volgend op het bericht, gezonden aan het gemeentebestuur, betreffende de verdwijning of het buiten gebruik stellen.

§2. Het stilleggen van een ononderbroken tijdvak gelijk aan of groter dan een maand, met uitzondering van de jaarlijkse verplichte vakantieperiode, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden dat het toestel gedurende het jaar voorafgaand aan het belastingjaar ononderbroken buiten werking is geweest. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag op vier weken of één week werk na vier weken inactiviteit in de bedrijven die met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.

Om deze evenredige vermindering te kunnen genieten, moet de belanghebbende aan het gemeentebestuur een schriftelijk bericht gegeven hebben van de dag waarop de motor stilligt en van de dag waarop hij terug in werking wordt gesteld. Een ontvangstbewijs zal aan de belanghebbende worden afgeleverd. Dit bericht moet om de drie maand hernieuwd worden. De vermindering van belasting geldt vanaf de maand af volgend op deze wederinwerkingstelling. De berichtgeving is van substantiële aard en op straf van verval voorgeschreven. Wat het eerste jaar van de belastingheffing aangaat, is het bewijs van tijdelijke non-activiteit of van de definitieve buitengebruikstelling nochtans met alle mogelijke rechtsmiddelen te leveren. Indien vastgesteld wordt dat de motor werkt voor het geven van het bericht van wederinwerkingstelling, zal geen vermindering toegestaan worden, hoelang de stillegging ook heeft geduurd.

 

Art. 8: Berekening op basis van maximumkwartuurvermogen

§1. Wanneer de installaties van een nijverheidsbedrijf voorzien zijn van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen, waarvan de opnemingen maandelijks door de leveranciers van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan en bovendien het bedrijf belast werd op grond van het bepaalde in de artikelen 1 tot 7 gedurende de periode van tenminste twee jaar, wordt het bedrag der belastingen betreffende de volgende dienstjaren, op verzoek van de exploitant, vastgesteld op basis van een belastbaar vermogen bepaald in functie van de variatie, van het ene tot het andere jaar, van het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens. Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingsjaar op grond van het bepaalde in artikel 1 tot 7 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar, deze verhouding wordt “verhoudingsfactor” genoemd. Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor. De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de kwartuurvermogens van een jaar niet meer dan 20% verschilt van die van het refertejaar, d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor. Bedraagt het verschil meer dan 20% dan telt het bestuur de belastbare elementen teneinde een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen. Het jaar volgend op dat waarin de 20% wordt overschreden, wordt het bedrijf belast op basis van deze nieuwe telling van de belastbare elementen.

§2. Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moeten de exploitanten, voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen, welke in zijn installaties werden opgenomen tijdens het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan hij om toepassing van deze bepalingen verzoekt; hij moet er zich voorts toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave der maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen van het belastingjaar te voegen en het bestuur toe te laten te allen tijde de in zijn installaties gedane metingen van het maximumkwartuurvermogen, vermeld op de facturen van elektrische energie, te controleren. De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag verkiest, verbindt zich door zijn keuze voor een tijdvak van vijf jaar. Behoudens verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van het tijdvak, wordt dit stilzwijgend verlengd voor een nieuw tijdvak van vijf jaar.

§3. Voor bedrijven die reeds voor de ingangsdatum van dit reglement opteerden voor de berekening op basis van de maximumkwartuurvermogens wordt bij aanvang van dit reglement opnieuw de verhouding berekend tussen het vermogen, dat voor het jaar voorafgaand aan de ingangsdatum op grond van het bepaalde in artikel 1 tot 7 belastbaar is en het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar. Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met deze verhoudingsfactor.

 

Art. 9:Ambtshalve vestiging en verhoging

§1. Bij gebrek aan aangifte zoals vermeld in artikel 6, voor 30 april van het aanslagjaar, of bij onjuiste, onvolledige, of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

§3. De overeenkomstig dit artikel ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag ten bedrage van 10% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding en 50% van de verschuldigde belasting bij elke volgende overtreding.

 

Art 10: Invordering en geschillen

§1. De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

§2. De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelasting.

 

Art 11: Slotbepalingen

§1. Het belastingreglement op motoren zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 15 januari 2024 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vervangen door voorliggend belastingreglement.

§2. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.