Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement goed voor de registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen voor de periode 2026 - 2031.

 

Motivering:

Relevantevoorgeschiedenis,feitenencontext:

Het besluit van de gemeenteraad van 28 juni 2021 met de goedkeuring van het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen.

Hetbesluitvandegemeenteraadvan17 april 2023metdeaanpassingvanhet belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Juridischkader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomendemotivering:

De gemeentelijke financiën noodzaken het heffen van diverse belastingen. Hierbij wordt een redelijke en evenredige belastingdruk nagestreefd. Het is in dat kader redelijk om een belasting te vestigen op leegstaande woningen en gebouwen. In bijkomende orde draagt de belasting bij aan de rol die de gemeente middels de Vlaamse Codex Wonen van 2021 heeft gekregen als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. Bovendien is het wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium optimaal benut wordt. De verwaarlozing van woningen en gebouwen in de gemeente is maatschappelijk onwenselijk. Woningen en gebouwen die verwaarloosd worden, zorgen vaak ook voor verloedering, hinder en overlast in de leef- en woonomgeving.

De Vlaamse Codex Wonen geeft aan de Vlaamse gemeenten de mogelijkheid om daartoe een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden. Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen is overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig is opgeheven.

Een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van verwaarlozing en de procedure tot vaststelling van de verwaarlozing worden vastgelegd. De opsporing en vaststelling van deverwaarlozing van gebouwen en woningen wordt uitgevoerd door het college van burgemeester en schepenen. Het reglement is volledig gebaseerd op de Vlaamse regelgeving. Het eerste reglement voor de vaststelling en belasting van de verwaarlozing werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 25 februari 2021.

De strijd tegen verwaarloosde woningen en gebouwen zal meer effect hebben wanneer de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk belast wordt.

De vrijstellingen van belasting die in dit reglement opgenomen zijn, zijn billijk, houden rekening met bijzondere omstandigheden waarmee men in bepaalde situaties geconfronteerd wordt, en sluiten het beste aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Financiëlegevolgen:

 

Omschrijving:

Belastingopverwaarloosdewoningenengebouwen

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000992

Inkomst:

26.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

nietvan toepassing

 

Bijlagen:

Model van het technisch verslag van vaststelling verwaarlozing;

Aanvraagformulier voor de vrijstelling van belasting op verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan de Ryck (N-VA) verklaart dat de belasting opnieuw verhoogd wordt naar analogie met de leegstaande gebouwen. Daarom gaat de N-VA fractie tegenstemmen.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Hoofdstuk I ― Algemeen

 

Art. 1: Algemene bepaling en begrippen

§1. De gemeenteraad voert met voorliggend reglement een register en belasting in voor verwaarloosde woningen en gebouwen, en dit voor de periode van 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2031 .

§2. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, 3°, boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

  1. Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris;
  2. Bezwaar-/beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
  3. Beveiligde zending: Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1.    een aangetekend schrijven;
    2.   een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  1. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  2. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in Boek 2, Deel 2, Titel 4 van de Vlaamse Codex Wonen;
  3. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het verwaarlozingsregister wordt ingeschreven;
  4. Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
  5. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
  6. Woning: een goed vermeld in Art. 1.3 §1, eerste lid, 66° van boek 1 Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  7. Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    1.    de volle eigendom;
    2.   het recht van opstal of van erfpacht;
    3.    het vruchtgebruik.

 

HoofdstukIIRegistratie/indicaties

 

Art.2: Register van verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. De administratie houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.

§2. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :

  1. het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
  2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of gebouw;
  3. de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht;
  4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
  5. de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

§3. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Art.3:Inventarisatie van de verwaarlozing

§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarlozing belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.

§2. Een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning wordt opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen aan de hand van een genummerde administratieve akte. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum.

§3. De verwaarlozing van een woning of een gebouw wordt vastgesteld aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten. De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in positieve noch in negatieve zin. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.

 

Art. 4: Kennisgeving van de inventarisatie

De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Bij gebrek aan officiële woonplaats kan de beveiligde zending gebeuren aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht, en bij gebrek daaraan aan het te inventariseren pand.

De kennisgeving bevat:

-          De genummerde administratieve akte;

-          Het technisch verslag;

-          Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;

-          Informatie met betrekking tot de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;

-          Informatie met betrekking tot de mogelijkheid tot schrapping uit het register.

 

Art.5:Beroep tegen opname

§1. Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art. 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

-          de identiteit en het adres van de indiener;

-          de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

-          de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

§4. Het beroepschrift is niet ontvankelijk:

-          als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;

-          als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, zoals bedoeld in art. 1, 10°. van dit reglement of;

-          als het beroepschrift niet is ondertekend.

§5. Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.

§8. Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing.

§9. De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing over de opname in het verwaarlozingsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.

 

Art.6:Schrappinguithetgemeentelijke register van verwaarloosdewoningen en gebouwen

§1. Een woning wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in art. 3, 12 punten of meer zouden opleveren.

§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

-          de identiteit en het adres van de indiener;

-          de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

-          de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§3. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§4. De administratie neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

§5. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§6. Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in art. 5.

 

Art.7: Melding van overdracht

De houder van het zakelijk recht van een in het verwaarlozingsregister opgenomen goed is verplicht om elke kandidaat-kopervoorafteinformerenoverdeopnameinhetverwaarlozingsregistervaneenwoningof gebouw dat hij wil verkopen.

Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht. Hij moet minimaal vermelden:

-          de datum van de overdracht;

-          de naam en het adres van de nieuwe verkrijger(s);

-          de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris;

-          de coördinaten van het betrokken onroerend goed.

 

HoofdstukIII ― Bepalingen over de belasting

 

Art. 8: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register.

Zolang het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning niet uit het gemeentelijk register is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden van opname verstrijkt.

 

Art.9: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

 

Art.10: Tarief enberekening van de belasting

§1. De belasting bedraagt:

-          € 1.500 voor een gebouw;

-          € 1.500 voor een woning.

Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:

-          € 3.000 voor een gebouw;

-          € 3.000 voor een woning.

Indien het gebouw of de woning een derde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat bedraagt de belasting:

-          € 4.500 voor een gebouw;

-          € 4.500 voor een woning.

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herberekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

§2. Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het verwaarlozingsregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het verwaarlozingsregister.

 

Art. 11:Vrijstellingen

§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de inventarisatiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 11 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

§2. Van de belasting op verwaarlozing zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht;
  2. de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning of het gebouw is aangeduid als te onteigenen goed;
  3. de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
  4. de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  5. de woning of het gebouw gerenoveerd of gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
  6. de woning of het gebouw gesloopt of gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een sloop of totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar;
  7. de woningen of de gebouwen die een eigenaar om efficiëntieredenen in een groter sociaal project met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximum 5 opeenvolgende jaren worden verkregen, op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont in het project.

 

Art. 12: Inkohiering

Debelastingwordtingevorderdbijwegevaneenkohierdatvastgesteldenuitvoerbaarverklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art.13: Belastingstermijn

Debelastingmoetbetaaldwordenbinnendetweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.

 

Art. 14: Bezwaar

De heffingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen)

 

Hoofdstuk IV ― Slotbepalingen

 

Art. 15: Inwerkingtreding en uitvoering

§1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

§2. Het aangepaste belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 17 april 2023, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

§3. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

 

Art 16: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.