Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement goed voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen voor de periode 2026 - 2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 21 december 2020 met de goedkeuring van het belastingreglement op de leegstand.

Het besluit van de gemeenteraad van 17 april 2023 met de aanpassing van het belastingreglement op de leegstand.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

De Vlaamse Codex Wonen van 2021

Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De gemeentelijke financiën noodzaken het heffen van diverse belastingen. Hierbij wordt een redelijke en evenredige belastingdruk nagestreefd. Het is in dat kader redelijk om een belasting te vestigen op leegstaande woningen en gebouwen. In bijkomende orde draagt de belasting bij aan de rol die de gemeente middels de Vlaamse Codex Wonen van 2021 heeft gekregen als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. Bovendien is het wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium optimaal benut wordt. De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente is maatschappelijk onwenselijk. Woningen en gebouwen die lang leeg staan zorgen vaak ook voor hinder en overlast in de buurt. Het wordt voor veel burgers ook moeilijker een woning te verwerven. Een nevendoel van de belasting is dan ook het activeren van woningen activeren om te kunnen dienen als hoofdverblijfplaats.

De Vlaamse Codex Wonen geeft aan de Vlaamse gemeenten de mogelijkheid om daartoe een register van leegstaande woningen en gebouwen bij te houden. Een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgelegd. De opsporing en vaststelling van de leegstand van gebouwen en woningen wordt uitgevoerd door het college van burgemeester en schepenen. Het reglement is volledig gebaseerd op de Vlaamse regelgeving. Het eerste reglement voor de vaststelling van de leegstand werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 18 oktober 2010.

De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal meer een effect hebben wanneer de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk belast wordt. De vrijstellingen van belasting die in dit reglement opgenomen zijn, zijn billijk, houden rekening met bijzondere omstandigheden waarmee men in bepaalde situaties geconfronteerd wordt, en sluiten het beste aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Inning van de belasting op leegstand

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000027

Inkomst:

€ 105.000 / jaar

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Aanvraagformulier voor de vrijstelling van belasting op leegstaande gebouwen en woningen.

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan De Ryck (N-VA) verklaart dat de belasting verhoogd wordt van €1.000 naar €1.500, €2.000 naar  €3.000 en €3.000 naar €4.500. De totale belasting bedraagt €630.000 euro wat een verhoging inhoudt €212.698. Daarom gaat de N-VA fractie tegenstemmen.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Hoofdstuk I ― Algemeen

 

Art.1:Algemene bepaling en begrippen

§1. De gemeenteraad voert met voorliggend reglement een register en belasting in voor leegstaande woningen en gebouwen, en dit voor de periode van 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2031 .

§2. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, 3°, boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

  1. Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris;
  2. Bezwaar-/beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
  3. Beveiligde zending: Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1.    een aangetekend schrijven;
    2.   een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  1. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  2. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven;
  3. Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen of afgeleverde of gedane omgevingsvergunning of melding in de zin van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;

  1. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie, die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
  2. Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in boek 2, artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  3. Leegstand bij nieuwbouw:

Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

  1. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
  2. Woning: een goed vermeld in Art. 1.3 §1, eerste lid, 66° van boek 1 Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  3. Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    1.    de volle eigendom,
    2.   het recht van opstal of van erfpacht
    3.    het vruchtgebruik.

 

HoofdstukIIRegistratie/indicaties

 

Art.2: Leegstandsregister

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

een lijst “leegstaande gebouwen”;

een lijst “leegstaande woningen”.

Een woning die reeds opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.

§2. In elke lijst worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :

  1. het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
  2. de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
  3. de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht;
  4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
  5. de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

 

Art.3:Inventarisatie van leegstand

§1. Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de registratie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.

§2. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.

§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

§4. De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

-          het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

-          het ontbreken van een aangifte van een tweede verblijf;

-          het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

-          het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

-          een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

-          het vermoeden van domiciliefraude;

-          het vermoeden dat de woning/gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;

-          de onmogelijkheid om het gebouw en woning te betreden;

-          onafgewerkte, vernielde en/of deels gesloopte elementen aan het gebouw/woning;

-          neergelaten rolluiken;

-          uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus of ontbrekende brievenbus

-          namen en opschriften verwijzen niet naar huidige eigenaars, bewoners of gebruikers van het pand

-          niemand valt aan te treffen in de woning of het gebouw, zelfs niet na herhaalde pogingen om aan te bellen of te kloppen aan de deur of pogingen om contact te leggen op het adres van de woning of het gebouw.

-          aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

-          getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent

 

Art.4: Kennisgeving van de inventarisatie

De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris. Bij gebrek aan officiële woonplaats kan de beveiligde zending gebeuren aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht, en bij gebrek daaraan aan het te inventariseren pand.

De kennisgeving bevat:

-          De administratieve akte die het beschrijvend verslag omvat;

-          Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.

 

Art.5:Beroep tegen opname

§1. Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art. 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

-          de identiteit en het adres van de indiener;

-          de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

-          de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister.

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

§4. Het beroepschrift is niet ontvankelijk:

-          als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;

-          als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, zoals bedoeld in art. 1, 12°. van dit reglement of;

-          als het beroepschrift niet is ondertekend.

§5. Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.

§8. Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

§9. De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing over de opname in het leegstandsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.

 

Art.6:Schrappinguithetgemeentelijke register

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt in overeenstemming met de functie.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.

§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

-          de identiteit en het adres van de indiener;

-          de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

-          de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister.

§3. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in art. 5.

 

Art.7: Melding van overdracht

De houder van het zakelijk recht van een in het leegstandsregister opgenomen goed is verplicht om elke kandidaat-kopervoorafteinformerenoverdeopnameinhetleegstandsregistervaneenwoningof gebouw dat hij wil verkopen.

Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht. Hij moet minimaal vermelden:

-          de datum van de overdracht;

-          de naam en het adres van de nieuwe verkrijger(s);

-          de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris;

-          de coördinaten van het betrokken onroerend goed.

 

Hoofdstuk III― Bepalingen over de belasting

 

Art.8: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

§1. Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden van opname verstrijkt.

 

Art.9: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

 

Art.10: Tarief van de belasting

§1. De belasting bedraagt:

-          € 1.500 voor een gebouw

-          € 1.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:

-          € 3.000 voor een gebouw

-          € 3.000 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een derde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:

-          € 4.500 voor een gebouw

-          € 4.500 voor een woning

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herberekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

§2. Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het leegstandsregister.

 

Art.11: Vrijstellingen

§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de inventarisatiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 11 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

§2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft, voor maximum 2 opeenvolgende jaren; en dit enkel voor de woning waar de houder van het zakelijk recht laatst verbleef voor zijn opname in de zorginstelling;
  2. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor maximum 2 opeenvolgende jaren;
  3. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht.
  4. de woning of het gebouw gelegen binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning of het gebouw is aangeduid als te onteigenen goed;
  5. de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
  6. de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  7. de woning of het gebouw onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden wegens een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;
  8. de woning of het gebouw gerenoveerd of gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
  9. de woning of het gebouw gesloopt of gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een sloop of totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar.
  10. de woningen of de gebouwen die een eigenaar om efficiëntieredenen in een groter sociaal project met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximum 5 opeenvolgende jaren worden verkregen, op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont in het project.

 

Art. 12: Inkohiering

Debelastingwordtingevorderdbijwegevaneenkohierdatvastgesteldenuitvoerbaarverklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art.13: Betalingstermijn

Debelastingmoetbetaaldwordenbinnendetweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.

 

Art. 14: Bezwaar

De heffingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Hoofdstuk IV ― Slotbepalingen

 

Art. 15: Inwerkingtreding en uitvoering

§1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.

§2. Het aangepaste belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 17 april 2023, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

§3. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

 

Art 16: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.