Enig artikel:
De gemeenteraad keurt het volgende agendapunt toe aan de openbare agenda bij hoogdringendheid: “Creat services dv - agenda en mandaat algemene vergadering 16 december 2025 - goedkeuring".
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 20 oktober 2025 goed.
Art. 1:
De gemeenteraad neemt kennis van de dagorde van de algemene vergadering van Cipal dv die zal gehouden worden op digitale wijze evenals van alle daarbij horende documenten.
Art. 2:
§1. De gemeenteraad mandateert de vertegenwoordiger op de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Cipal dv van 18 december 2025 om alle agendapunten goed te keuren of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de gemeentelijke vertegenwoordiger gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
§2. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de dienstverlenende vereniging Cipal dv.
Art. 1:
De gemeenteraad neemt kennis van de dagorde van de buitengewone algemene vergadering van Igean dienstverlening die zal gehouden worden in de burelen van Igean, gelegen aan de Doornaardstraat 60 te Wommelgem op 17 december om 19 uur evenals van alle daarbij horende documenten en keurt op basis hiervan de agendapunten goed.
Art. 2:
§1. De gemeenteraad mandateert de vertegenwoordiger op de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Igean dienstverlening van 19 uur om alle agendapunten goed te keuren of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de gemeentelijke vertegenwoordiger gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
§2. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de dienstverlenende vereniging Igean dienstverlening
Art. 1:
De gemeenteraad neemt kennis van de dagorde van de buitengewone algemene vergadering van Igean milieu en veiligheid die zal gehouden worden in de burelen van Igean, gelegen aan de Doornaardstraat 60 te Wommelgem op 17 december 2025 om 19 uur evenals van alle daarbij horende documenten.
Art. 2:
§1. De gemeenteraad mandateert de vertegenwoordiger op de algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging Igean milieu en veiligheid van 17 december 2025 om alle agendapunten goed te keuren of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de gemeentelijke vertegenwoordiger gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
§2. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de opdrachthoudende vereniging Igean milieu en veiligheid
Enig artikel:
De gemeenteraad neemt kennis van het verdelingsplan van Pipda waarbij de gemeente Ranst 4 A-aandelen van de stad Antwerpen krijgt toegekend tegen de prijs van 2,5 euro per A-aandeel.
Art. 1:
De gemeenteraad neemt kennis van de dagorde van de algemene vergadering op afstand van Pidpa van vrijdag 19 december 2025 om 11.30 uur evenals van alle daarbij horende documenten.
Art. 2:
§1. De gemeenteraad mandateert de vertegenwoordiger op de algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging Pidpa van 19 december 2025 om alle agendapunten goed te keuren of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de gemeentelijke vertegenwoordiger gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
§2. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de opdrachthoudende vereniging Pidpa
Enig artikel:
De gemeenteraad besluit om de bevoegdheid met betrekking tot de goedkeuring, afkeuring of wijziging van een verwerkersovereenkomst in het kader van de GDPR te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Leen Baeten Christel Meeus Katlijn Hofmans Zoe Helsen Johan De Ryck Tim Peeters Kurt Stabel Fernand Bossaerts Bart Goris Annelies Creten Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Jörg Welz Guido Wittocx Ludo Janssens Sonja De Pooter Roel Vermeesch Lucas Verbeeck Kevin Helsen Christel Engelen Wim Van der Schoot Kris Wouters Luc Redig Kurt De Belder Fons Huysmans Tine Muyshondt Leen Baeten Christel Meeus Katlijn Hofmans Zoe Helsen Johan De Ryck Tim Peeters Kurt Stabel Fernand Bossaerts Bart Goris Annelies Creten Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Jörg Welz Guido Wittocx Ludo Janssens Sonja De Pooter Roel Vermeesch Lucas Verbeeck Kevin Helsen Christel Engelen Kris Wouters Luc Redig Kurt De Belder Fons Huysmans Tine Muyshondt Roel Vermeesch Tim Peeters Christel Meeus Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Tine Muyshondt Ludo Janssens Katlijn Hofmans Fons Huysmans Bart Goris Fernand Bossaerts Kevin Helsen Sonja De Pooter Christel Engelen Kurt Stabel Guido Wittocx Jörg Welz Lucas Verbeeck Kris Wouters Zoe Helsen Johan De Ryck Leen Baeten Kurt De Belder Annelies Creten Luc Redig aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Art. 1:
§1. De gemeenteraad stelt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie vast op volgende activiteiten en producten in het kader van de werking van de gemeentelijke lagere en basisscholen:
● Drankenverkoop
● Verkoop van voedingswaren
● Abonnementen, boeken, tijdschriften, schrijfgerief, nieuwjaarsbrieven
● Busvervoer
● Zwembeurten en huur zwemgerief
● Turngerief
● Uitstappen
● Bos-, zee-, sport- en muzische klassen
● Schoolfoto’s
● Middagtoezicht
§2. Deze retributie is verschuldigd door alle deelnemers aan de in §1 genoemde activiteiten uitgezonderd de organisatoren en door alle afnemers van de in §1 genoemde producten.
§3. De gemeenteraad machtigt het college van burgemeester en schepenen tot heffing en verleent delegatie aan het college van burgemeester en schepenen om de tarieven van de retributie te bepalen.
De tarieven dienen redelijk en in verhouding tot de dienstverlening te zijn.
De delegatie aan het college van burgemeester en schepenen is beperkt tot een bedrag van € 500.
Art. 2:
§1. De gemeenteraad stelt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie vast op volgende activiteiten en producten in het kader van de werking van de afdeling Vrije Tijd:
● Inkom- en inschrijvingsgelden
● Drankenverkoop
● Verkoop van voedingswaren
● Tarieven voor boeken, brochures, folders en gadgets
§2. Deze retributie is verschuldigd door alle deelnemers aan de in §1 genoemde activiteiten uitgezonderd de organisatoren en door alle afnemers van de in §1 genoemde producten.
§3. De gemeenteraad machtigt het college van burgemeester en schepenen tot heffing en verleent delegatie aan het college van burgemeester en schepenen om de tarieven van de retributie te bepalen.
De tarieven dienen redelijk en in verhouding tot de dienstverlening te zijn.
De delegatie aan het college van burgemeester en schepenen is beperkt tot een bedrag van € 500.
Art. 3:
De inning van de retributie kan zowel contant gebeuren als via overschrijving in functie van de praktische mogelijkheden.
Art. 4:
Bij niet-betaling kan het college van burgemeester en schepenen de dienst waarvoor de retributie werd geheven opschorten.
Art. 5:
Het gemeenteraadsbesluit over de machtiging tot het vaststellen van retributies aan het college van burgemeester en schepenen en de voorwaarden van 18 november 2019 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Art. 6:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt de bijdrage van € 223.261 als investeringstoelage en de bijdrage van € 796.390 als exploitatiebijdrage goed voor de hulpverleningszone Rand voor het dienstjaar 2026.
Art. 1: Belasting op opgraving of verplaatsen van de urne met as
§1. De gemeenteraad heft voor de aanslagjaren 2026-2031 een belasting op de ontgraving van lijken en de verplaatsing van urnen met as op de gemeentelijke begraafplaatsen te Ranst.
§2. De belasting wordt vastgesteld op 300 euro per ontgraving of per verplaatsing van een urn met as.
§3. De belasting wordt niet toegepast voor:
- de ontgravingen uitgevoerd op last van de rechterlijke macht
- de ontgravingen van lijken of de verplaatsing van de urnen met de as, uitgevoerd op initiatief van de gemeente in het kader van de overbrenging van de stoffelijke resten van een concessie, die wordt beëindigd bij het sluiten van een begraafplaats, naar een concessie op de nieuwe begraafplaats.
§4. De belasting is verschuldigd door de persoon die de aanvraag tot ontgraving van de lijkkisten of verplaatsing van de urnen met as aanvraagt.
Art. 2: Belasting op verstrooiing van de as van personen vreemd aan de gemeente Ranst
§1. De gemeenteraad heft voor de aanslagjaren 2026-2031 een belasting op de verstrooiing van de as van personen die niet op het grondgebied van de gemeente Ranst overleden of er dood aangetroffen zijn en die daarenboven niet hun laatste hoofdverblijfplaats hadden in de gemeente Ranst.
§2. De belasting wordt vastgesteld op € 150 per verstrooiing van de as.
§3. Worden vrijgesteld van deze belasting:
- personen die langer in Ranst hebben gewoond dan elders, waardoor hun verankering met de gemeente aangetoond wordt.
- personen die minder dan vijf jaar voor het overlijden verhuisd zijn, op voorwaarde dat Ranst effectief de vorige woonplaats was.
- personen die, nadat ze in Ranst woonden, ingeschreven zijn in een rusthuis buiten de gemeente.
§4. De belasting is verschuldigd door de persoon die vraagt om de asverstrooiing uit te voeren.
Art.3:
De belasting is een contant belasting en verschuldigd na ontvangst van de factuur.
Art.4:
De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De gemeente stelt via haar website een formulier ter beschikking dat gebruikt kan worden voor het indienen van een bezwaar (https://www.ranst.be/bezwaargemeentebelasting).
Art.5:
§1. Voorliggend belastingreglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026, en geldt tot en met 31 december 2031.
§2. De volgende besluiten worden opgeheven vanaf 1 januari 2026:
- Het besluit van de gemeenteraad van 18 november 2019 houdende het reglement met betrekking tot de belasting op de opgraving of verplaatsen van de urn met as voor de aanslagjaren 2020-2025;
- Het besluit van de gemeenteraad van 18 november 2019 houdende het reglement met betrekking tot de belasting op de lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente Ranst voor de aanslagjaren 2020-2025.
Art. 6:
Voorliggend reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikelen 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Art. 1:
Met ingang van 1 januari 2026 en gedurende een termijn eindigend op 31 december 2031, worden de tarieven voor grafconcessies, columbariumconcessies, urnenveldconcessies, sterretjesweiden en asplaatjes bij verstrooiing op de gemeentelijke begraafplaats als volgt bepaald:
- Grafconcessies voor 30 jaar voor twee personen:
● Voor inwoners van Ranst: € 300 per m² (= € 675)
● Voor niet-inwoners van Ranst: € 500 per m² ( = € 1125)
- Columbariumconcessie voor 30 jaar voor twee personen:
● Voor inwoners van Ranst: € 650
● Voor niet-inwoners van Ranst: € 850
- Urnenveldconcessie voor 30 jaar voor twee personen:
● Voor inwoners van Ranst: € 650
● Voor niet-inwoners van Ranst: € 850
- Grafconcessie kinderen voor 30 jaar:
● Voor inwoners van Ranst: gratis
● Voor niet-inwoners van Ranst: gratis
- Sterretjesweide voor 30 jaar:
● Voor inwoners van Ranst: gratis per sterretje
● Voor niet-inwoners van Ranst: gratis per sterretje
- Asplaatje bij verstrooiing:
● Voor inwoners van Ranst: € 35
● Voor niet-inwoners van Ranst: € 50
Art. 2:
Met ingang van 1 januari 2026 en gedurende een termijn eindigend op 31 december 2031, gelden volgende tarieven voor de hernieuwing van de graf, columbarium-, urnenveldconcessies en sterretjesweiden:
- hernieuwing grafconcessies voor 15 jaar voor twee personen:
● Voor inwoners van Ranst: € 150 per m² (= € 337,50)
● Voor niet-inwoners van Ranst: € 250 per m² ( = € 562,50)
- hernieuwing columbariumconcessie voor 15 jaar voor twee personen:
● Voor inwoners van Ranst: € 325
● Voor niet-inwoners van Ranst: € 425
- hernieuwing urnenveldconcessie voor 15 jaar voor twee personen:
● Voor inwoners van Ranst: € 325
● Voor niet-inwoners van Ranst: € 425
- hernieuwing grafconcessie kinderen voor 30 jaar:
● voor inwoners van Ranst: gratis
● voor niet-inwoners van Ranst: gratis
- hernieuwing Sterretjesweide voor 15 jaar:
● Voor inwoners van Ranst: gratis
● Voor niet-inwoners van Ranst: gratis
Art. 3:
Het tarief “voor inwoners van Ranst “ zoals vermeld in de artikels 1 en 2, geldt wanneer de concessie wordt verleend voor overleden personen die:
- hun laatste hoofdverblijfplaats hadden op het grondgebied van de gemeente
- op het ogenblik van het overlijden ingeschreven zijn in een instelling, rust- of verzorgingstehuis maar waarvan de vorige hoofdverblijfplaats de gemeente Ranst was.
- langer in Ranst hebben gewoond dan elders, waardoor verankering met de gemeente aangetoond wordt.
- minder dan vijf jaar geleden verhuisd zijn uit de gemeente, en waarbij de vorige woonplaats wel degelijk Ranst was.
In de overige gevallen geldt het tarief "voor niet-inwoners van Ranst".
Art. 4:
De hernieuwing van de concessie moet altijd schriftelijk aangevraagd worden, ook indien het gaat om een kosteloze verlenging.
Art. 5:
De betaling van de bedragen gebeurt na ontvangst van de factuur. De facturen worden verstuurd naar de aanvrager vermeld op het aanvraagformulier. De bestelling van het asplaatje zal pas gebeuren na ontvangst van het verschuldigde bedrag.
Art. 6:
Het retributiereglement voor grafconcessies, columbariumconcessies, urnenveldconcessies, sterretjesweiden en asplaatjes bij verstrooiing goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 november 2019 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door voorliggend reglement voor een periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 7:
Voorliggend reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht zoals bepaald in de artikelen 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Leen Baeten Christel Meeus Katlijn Hofmans Zoe Helsen Johan De Ryck Tim Peeters Kurt Stabel Fernand Bossaerts Bart Goris Annelies Creten Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Jörg Welz Guido Wittocx Ludo Janssens Sonja De Pooter Roel Vermeesch Lucas Verbeeck Kevin Helsen Christel Engelen Wim Van der Schoot Kris Wouters Luc Redig Kurt De Belder Fons Huysmans Tine Muyshondt Leen Baeten Christel Meeus Katlijn Hofmans Zoe Helsen Johan De Ryck Tim Peeters Kurt Stabel Fernand Bossaerts Bart Goris Annelies Creten Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Jörg Welz Guido Wittocx Ludo Janssens Sonja De Pooter Roel Vermeesch Lucas Verbeeck Kevin Helsen Christel Engelen Kris Wouters Luc Redig Kurt De Belder Fons Huysmans Tine Muyshondt Roel Vermeesch Tim Peeters Christel Engelen Tine Muyshondt Kurt De Belder Christel Meeus Fons Huysmans Annelies Creten Fernand Bossaerts Kevin Helsen Katlijn Hofmans Luc Redig Gunter Michiels Sonja De Pooter Bart Goris Ludo Janssens Mieke Van Rompaey Kurt Stabel Lucas Verbeeck Leen Baeten Zoe Helsen Kris Wouters Jörg Welz Johan De Ryck Guido Wittocx aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Art. 1:
De gemeenteraad vestigt een retributie op diverse administratieve prestaties voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 2: Omgevingsvergunning:
§1. De retributie is verschuldigd door diegene die een stuk, vergunning, toelating of inlichting vraagt. Het betreft hier zowel de aanvragen tot het afleveren van verkavelingsvergunningen en omgevingsvergunningen als de aktename van meldingen. Het dossier kan ook bestaan uit de vraag tot het wijzigen van een verkaveling of het omzetten van een milieuvergunning voor 20 jaar naar een permanente omgevingsvergunning, de bekendmaking van het verstrijken van elke geldigheidsperiode van 20 jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur of de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit. Het dossier kan ook bestaan uit de vraag naar bijkomende rechten op een eigendom.
§2. Het bedrag van de retributie voor omgevingsvergunningsaanvragen wordt vastgesteld als volgt:
a) € 0 per dossier met één particuliere woongelegenheid indien het dossier voor stedenbouwkundige handelingen (of gemengd) digitaal wordt ingediend
b) € 50 per dossier dat analoog wordt ingediend en wordt gedigitaliseerd met medewerking van de gemeentelijke dienst
c) € 200 per woongelegenheid per dossier gaande over twee of meer woongelegenheden
d) € 200 per dossier per lot in de verkaveling(swijziging)
e) € 200 per dossier voor inrichtingen klasse 1 of 2 als de gemeente de vergunningverlenende overheid is
f) € 200 per dossier voor socio-economische vergunningen
g) € 250 per regularisatiedossier
h) € 250 per dossier voor het bijstellen van opgelegde voorwaarden
i) € 500 voor de aanvraag tot het houden van een projectvergadering
j) € 500 voor de aanvraag tot een vrijgavebesluit van woonreservegebieden door de gemeenteraad
k) € 500 voor de afschaffing of wijziging van een officiële buurtweg of voetweg
l) € 5.000 euro voor de aanvraag voor een planologisch attest
m) voor het organiseren van een openbaar onderzoek in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag, een verkavelingsaanvraag of een ander dossier afgehandeld door de dienst Omgeving: de kosten van de aangetekende zendingen en de eventuele publicatiekosten
§3. De bedragen uit §2 worden gecumuleerd indien van toepassing.
§4. Voor stedenbouwkundige inlichtingen via VIP-loket: €100 per opzoeking per perceel, exclusief de kosten die worden aangerekend voor het gebruik van het loket
§5. De betaling gebeurt per factuur. De retributie dient te worden betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Art. 3: Conformiteitsonderzoek:
§1. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het conformiteitsonderzoek.
§2. De retributie wordt vastgesteld op:
In kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest: € 200
In kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren: € 200
In kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure: € 200
Voor een conformiteitsonderzoek van een kamerwoning: een basisbedrag van €200 verhoogd met € 50 per kamer met een maximum van € 350
Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
§3. Van deze retributie wordt vrijgesteld:
De woonmaatschappij De Voorkempen (omwille van het lopende afsprakenkader om een gratis conformiteitsattest af te leveren bij het inhuren van een woning op de private huurmarkt).
§4. De betaling gebeurt per factuur. De retributie dient te worden betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Art. 4: Voornaamswijziging
§1. De gemeenteraad vestigt een retributie op het wijzigen van een voornaam.
Het basisbedrag van de retributie wordt vastgesteld op € 50
Volgende aanvragen tot voornaamswijziging zijn vrijgesteld van retributie:
- personen van vreemde nationaliteit die een verklaring tot verkrijging van de Belgische nationaliteit hebben ingediend en geen voorna(a)m(en) hebben, zijn vrijgesteld van enige retributie om dat te verhelpen
- transgenders
De retributie voor alle tweede of daaropvolgende aanvragen tot voornaamswijziging, wordt gevestigd op € 1.000
§2. De retributie is verschuldigd door de aanvrager of de wettelijk vertegenwoordiger bij minderjarigen, van de wijziging aan de voornaam.
§3. De betaling gebeurt per factuur. Het verschuldigde bedrag dient te worden betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur. De procedure voornaamswijziging wordt pas gestart na ontvangst van het te betalen bedrag.
Art. 5: Afgifte van administratieve stukken:
§1. Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt :
1. Voor Belgische identiteitskaarten:
a. Gratis voor de eerste afgifte aan kinderen vanaf 12 jaar
b. €5 voor de afgifte aan personen vanaf 13 jaar, vermeerderd met de kosten aangerekend door de federale overheid en in voorkomend geval verhoogd met de kosten aangerekend bij keuze van een spoedprocedure.
2. Voor de identiteitskaarten of verblijfsvergunningen aan vreemdelingen:
€ 5 voor de afgifte aan personen vanaf 12 jaar, vermeerderd met de kosten aangerekend door de federale overheid en in voorkomend geval verhoogd met de kosten aangerekend bij keuze van een spoedprocedure.
3. Voor het elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen, Kids-ID :
De kostprijs aangerekend door de Federale Overheid vermeerderd met in voorkomend geval de kosten aangerekend door Group 4 bij keuze van een spoedprocedure.
4. Voor de paspoorten en reisdocumenten voor vreemdelingen:
€ 5 voor elk nieuw paspoort vanaf de leeftijd van 18 jaar, verhoogd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid en in voorkomend geval verhoogd met de aangerekende kosten voor een spoedprocedure.
5. Voor rijbewijzen:
a.De kostprijs aangerekend door de Federale Overheid voor voorlopige rijbewijzen in bankkaartmodel
b. Gratis voor rijbewijzen uitgereikt in toepassing van het artikel 21, §3 van het Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs
c. €5 voor elk rijbewijs in bankkaartmodel dat afgeleverd wordt vermeerderd met de kosten aangerekend door de federale overheid
6. Attesten immatriculatie:
a.€ 5 voor elk nieuw attest van immatriculatie of duplicaat dat afgeleverd wordt
b. gratis voor de verlenging
7. Trouwboekje:
€ 20 voor een duplicaat van het trouwboekje
8. Het vernieuwen, verlengen of vervangen van de elektronische A-kaart:
€ 10 bovenop de standaard retributie die geldt voor de vernieuwing, verlenging of vervanging van de andere verblijfstitels. De retributie wordt bij vernieuwing, verlenging of vervanging geïnd, maar kan maar één keer per jaar geïnd worden.
9. Voor opzoekingen in het rijksregister: € 5 per opzoeking
10. Voor genealogische opzoekingen: € 10 per opzoeking
§2. De retributie is niet toepasselijk op de afgifte van stukken die krachtens een wet, koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen zijn. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van paspoorten, belaste gemeenten ambtshalve toekomen krachtens de wet op de consulaire en kanselarijrechten.
§3.De retributie moet contant betaald worden bij aanvraag van het administratief stuk. Bij niet betaling zal het administratieve stuk niet aangevraagd of gemaakt worden.
Art. 6: Genealogische onderzoeken
§1. Definitie
Het opzoeken, inkijken van de openbare registers burgerlijke stand en bevolkingsregister kan enkel na het maken van een afspraak. Het ontlenen van registers is niet mogelijk.
§2. Registratie
Elke bezoeker schrijft zich in in het register met vermelding van de geraadpleegde boeken. De gewenste boeken zullen door een medewerker ter beschikking gesteld worden op voorwaarde dat ze een openbaar karakter hebben. Na gebruik brengt de bezoeker de boeken terug naar de medewerker.
§3. Beschadigingen
Het is verboden de registers te beschadigen. Indien er toch stukken beschadigd worden en deze beschadiging werd niet vooraf gemeld aan de medewerker kan er een schadevergoeding gevraagd van € 125 per beschreven of beschadigd bladzijde
§4. Reproductie
Openbare stukken mogen gereproduceerd worden via het overschrijven, ingeven op pc, laptop, ipad, ..., fotograferen zonder bijkomend licht of video-opnames.
Het maken van fotokopieën, het inscannen of het afdrukken van digitale documenten kan gebeuren door een medewerker.
Art. 7:
§1 Voorliggend retributiereglement voor de afgifte van administratieve stukken treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
§2 Het retributiereglement voor de afgifte van diverse administratieve stukken goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2019 en de aangepaste versies goedgekeurd op de gemeenteraden van 20 januari 2020, 20 september 2021 en 27 mei 2024 worden opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Art. 1: Geboortepremie
Het gemeentebestuur van Ranst verleent aan de moeder die ingeschreven staat in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister, een geboortepremie van € 75 vanaf het eerste kind.
Art. 2: Voorwaarden
§1. Alle kinderen geboren of ten volle geadopteerd komen in aanmerking voor het toekennen van de premie.
§2. Kinderen waarvoor een akte van vertoning van een levenloos kind moet worden opgemaakt, overeenkomstig artikel 58 van het Oud Burgerlijk Wetboek en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 1 hiervoor, komen eveneens in aanmerking voor het bekomen van deze premie.
Art. 3: Uitbetaling
§1. De premie wordt ambtshalve uitbetaald binnen het per dienstjaar goedgekeurde krediet.
§2. Indien het gemeentebestuur het aanvraagformulier niet ontvangen heeft binnen een termijn van drie maanden, zal de geboortepremie niet meer uitbetaald worden.
Art. 4: Inwerkingtreding
Het subsidiereglement voor de toekenning van een geboortepremie van 18 november 2019 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door het bovenstaande reglement vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 5: Algemeen bestuurlijk toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Art. 1:
De gemeenteraad beslist om toe te treden tot de raamovereenkomst via Creat Services dv. voor het het verwerken van fysiek aangeleverde uitgaande post , middels het bestek ALL-22-009 die door de aankoopcentrale gegund is aan Postalia Belgium NV (merknaam EasyPost) - Drève Gustave Fache 1, 7700 Moeskroen.
Art. 2:
De gemeenteraad keurt goed dat effectieve bestellingen worden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.
Leen Baeten Christel Meeus Katlijn Hofmans Zoe Helsen Johan De Ryck Tim Peeters Kurt Stabel Fernand Bossaerts Bart Goris Annelies Creten Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Jörg Welz Guido Wittocx Ludo Janssens Sonja De Pooter Roel Vermeesch Lucas Verbeeck Kevin Helsen Christel Engelen Wim Van der Schoot Kris Wouters Luc Redig Kurt De Belder Fons Huysmans Tine Muyshondt Leen Baeten Christel Meeus Katlijn Hofmans Zoe Helsen Johan De Ryck Tim Peeters Kurt Stabel Fernand Bossaerts Bart Goris Annelies Creten Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Jörg Welz Guido Wittocx Ludo Janssens Sonja De Pooter Roel Vermeesch Lucas Verbeeck Kevin Helsen Christel Engelen Kris Wouters Luc Redig Kurt De Belder Fons Huysmans Tine Muyshondt Fernand Bossaerts Christel Engelen Katlijn Hofmans Kurt Stabel Ludo Janssens Fons Huysmans Kevin Helsen Gunter Michiels Christel Meeus Roel Vermeesch Mieke Van Rompaey Bart Goris Tim Peeters Sonja De Pooter Tine Muyshondt Zoe Helsen Luc Redig Kurt De Belder Annelies Creten Jörg Welz Leen Baeten Johan De Ryck Guido Wittocx Kris Wouters Lucas Verbeeck aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 10 Goedgekeurd
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt de wijziging, door onvoorziene omstandigheden, van de overheidsopdracht onderhoudswerken buurtwegen 2023 perceel 2 goed voor een aanvullend maximum bedrag van 180.828,13 euro inclusief BTW.
Enig artikel:
De gemeenteraad verdaagt het punt naar een volgende zitting.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement van het beheerscomité van Bibburen goed.
Art. 2:
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst van de interlokale vereniging Bibburen goed.
Art. 1:
Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2023 over de toekenning van sociale voordelen wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026 en vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vervangen door het reglement sociaal voordeel zoals in bijlage.
Art. 2:
Deze verordening valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 3:
Dit reglement zal ter kennis gebracht worden van de inrichtende machten van de onderwijsinstellingen voor lager onderwijs van het gesubsidieerd vrij onderwijs te Ranst.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt voorliggend reglement inzake subsidies voor de jeugd goed.
TITEL 1: Werkingssubsidie voor de jeugdverenigingen
Artikel 1: algemeen
§1. Het college van burgemeester en schepenen gaat over tot de betoelaging van de erkende Ranstse jeugdverenigingen op basis van de toegekende puntentotalen en binnen de voorziene kredieten in het budget volgens de normen en voorwaarden die hierna worden vastgesteld.
§2. Het bedrag dat verdeeld wordt onder de jeugdhuizen, wordt bekomen door het begrote subsidiebedrag te delen door het aantal aanvaarde aanvragen en vervolgens het quotiënt te vermenigvuldigen met het aantal jeugdhuizen dat een aanvaarde subsidieaanvraag indiende. Het resterende bedrag wordt verdeeld onder de jeugdbewegingen.
Artikel 2: definities
In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis:
- Lid van een jeugdvereniging: Iemand wordt als lid van een jeugdvereniging beschouwd, wanneer hij opgenomen is in de verzekeringspolis van de vereniging en in de ledenlijst van de vereniging
- Jeugdvereniging: De overkoepelende benaming voor jeugdbewegingen en jeugdhuizen
- Jeugdbeweging: Alle groeperingen die een aanbod aanreiken georganiseerd door en voor kinderen en jongeren.
- Jeugdhuis: Locatie of organisatie die een ontmoetings-, experimenteer- of ontspanningsruimte aanbiedt voor jongeren.
Artikel 3: subsidiëring jeugdbewegingen
De toelagen worden verdeeld volgens een puntensysteem.
De punten worden toegekend per werkjaar van 1 september tot en met 31 augustus aan de hand van de volgende normen:
Basissubsidie (=1/2 van het subsidiebedrag voor jeugdbewegingen):
Ledenaantal |
Per lid | 1 punt |
Begeleiding |
Per begeleider zonder attest begeleider | 2 punten |
Per begeleider in het jaar dat hij vorming volgde die leidt tot een attest (hoofd) animator | 3 punten |
Per begeleider met attest animator | 4 punten |
Per begeleider met een attest hoofdanimator of instructeur | 5 punten |
Per begeleider met een geldig EHBO-attest | 2 punten extra |
Aanvullende subsidie (=1/2 van het subsidiebedrag voor jeugdbewegingen) op basis van het aantal actieve weken per jaar: per werkjaar worden de weken opgeteld waarin een activiteit binnen de jeugdbeweging wordt georganiseerd.
Per actieve week met leden | 5 punten |
Uitgave van een (digitaal) ledenblad (inclusief kampboekje) Een exemplaar van al deze ledenbladen moeten aan het einde van het werkjaar aan de jeugddienst ter controle bezorgd worden. Hierna worden zij door de jeugddienst overgemaakt aan het gemeentelijke documentatiecentrum. | 10 punten |
Per actie om de drempel voor kansengroepen te verlagen | 5 punten |
Kamp: per deelnemend lid per kampdag Enkel voor zomerkampen met een minimum duurtijd van 4 dagen en een maximum van 15 aaneensluitende dagen (voor- en nawacht op kamp zijn inbegrepen) | 1 punt
|
Je site en sociale media zijn up to date met correcte gegevens en informatie. We spreken op de eerste jeugdraad een deadline af voor je site in orde te hebben. | 3 punten |
Artikel 4: subsidiëring jeugdhuizen
De toelagen worden verdeeld volgens een puntensysteem.
Subsidie voor begeleiding ( =1/2 van het subsidiebedrag voor jeugdhuizen):
per vaste vrijwilliger/ lid van een tapgroep | 1 punt |
per lid van de raad van bestuur (max. 15 personen) | 2 punten |
Je site en sociale media zijn up to date met correcte gegevens en informatie. We spreken op de eerste jeugdraad een deadline af voor je site in orde te hebben. | 4 punten |
Aanvullende subsidie (=1/2 van het subsidiebedrag voor jeugdhuizen):
Per openingsuur op weekbasis | 1 punt |
Per activiteit van sociaal-culturele aard | 10 punten |
Per fuif in eigen organisatie | 5 punten |
Per deskundige buitenstaander (vb workshopbegeleider) per niet-commerciële activiteit waarbij hij betrokken is | 3 punten |
Uitgave van een (digitaal) ledenblad Een exemplaar van al deze ledenbladen moeten aan het einde van het werkjaar aan de jeugddienst ter controle bezorgd worden. Hierna worden zij door de jeugddienst overgemaakt aan het gemeentelijke documentatiecentrum. | 10 punten |
Per actie om de drempel voor kansengroepen te verlagen | 3 punten |
TITEL 2: Subsidiereglement voor de vorming van de jeugd
Artikel 5: definitie
§1. Vormingssubsidie wordt verleend aan jongeren die een vorming jeugdwerk volgen.
Deze subsidie kan wordt toegekend aan wie een vorming volgt die zich richt op het begeleiden van kinderen en jongeren en als dusdanig erkend is door de Vlaamse Gemeenschap als kadervorming. Vorming die georganiseerd wordt door een provinciebestuur is eveneens subsidieerbaar.
§2. Jongeren van 15 tot en met 25 jaar kunnen in aanmerking komen voor deze subsidie indien zij als begeleider betrokken zijn bij een Ranstse erkende jeugdvereniging of bij een jeugdwerking ingericht door het gemeentebestuur. Indien niet woonachtig in de gemeente mag er geen aanvraag tot terugbetaling zijn gedaan in de eigen gemeente.
Artikel 6: vormingssubsidie
De vormingssubsidie bedraagt maximum 75% van het betaalde vormingsgeld.
De minimumkost voor een vorming om in aanmerking te komen voor een vormingssubsidie is € 25 met een plafond van € 125.
Wanneer de beschikbare kredieten ontoereikend zijn wordt het percentage (75%) verminderd voor alle begunstigden van het betrokken jaar, zodat ze evenredig verdeeld worden.
Wanneer er na uitbetaling van de vormingssubsidies nog budget overblijft, wordt het resterende bedrag op 30 juni van het lopende jaar overgedragen naar de werkingssubsidie.
Artikel 7: aanvraagprocedure
De aanvragen tot het bekomen van de subsidie dienen ten laatste op 1 maart van het jaar volgend op het jaar dat de vorming is gevolgd, overgemaakt te worden aan de jeugddienst door middel van een kopie van het attest of van een bewijs van de inrichters van de gevolgde vorming. Hierop is eveneens het bedrag van het betaalde vormingsgeld vermeld, evenals de plaats en data, waarop de vorming heeft plaatsgevonden en het onderwerp van de vorming.
TITEL 3: Onderhoudssubsidie
Artikel 8: definitie
De onderhoudssubsidie is een financiële tegemoetkoming van het gemeentebestuur aan de erkende Ranstse jeugdverenigingen voor de door hen genomen onderhoudsmaatregelen.
Artikel 9: Subsidiëring jeugdverenigingen onderhoudssubsidie
Subsidie te verdelen over alle jeugdverenigingen
| 5 punten |
| 2 punten |
| 2 punten |
| 3 punten |
5. De nodige controles zijn uitgevoerd zodat het lokaal in veilige staat is om leden te ontvangen | 3 punten |
Artikel 10: Onderhoudssubsidie
§ 1. De subsidie wordt bepaald door het totale begrote bedrag te delen door het totaal aantal erkende jeugdverenigingen die in het voorgaande jaar bovenstaande punten behaald hebben.
§ 2. Bij een overtreding van bovenstaande punten 1,2 of 3 krijgt de vereniging een waarschuwing. Bij een derde overtreding wordt de subsidie voor dat jaar ingetrokken.
§ 3. De jeugdverenigingen tonen de naleving van de bovenstaande punten als volgt aan. De naleving van punt 1 wordt door de jeugddienst opgevolgd. Wanneer er klachten worden ontvangen, wordt hierover gecommuniceerd met de betrokken jeugdvereniging. Er wordt een datum vastgelegd waarop de vastgestelde tekortkomingen in orde moeten zijn, waarna een controle plaatsvindt door de jeugddienst. Indien bij een plaatsbezoek spontaan wordt vastgesteld dat het lokaal niet in orde is, wordt dezelfde werkwijze gevolgd. Voor punt 2 bezorgt de vereniging voorbeelden van de ondernomen acties en voegen ze bewijsstukken toe, zoals bijvoorbeeld een factuur of rekening waaruit blijkt dat er duurzame keuzes werden gemaakt. Voor de beoordeling van punt 3 en punt 5 worden de ingevulde controlefiches toegevoegd. Punt 4 wordt aangetoond door het bezorgen van de contactgegevens van de ouderbegeleiding, samen met een overzicht van de taken en ondersteuning die deze ouderbegeleiding biedt aan de jeugdvereniging.
Artikel 11:
Het college van burgemeester en schepenen gaat over tot de uitbetaling van de onderhoudssubsidie aan de Ranstse erkende jeugdverenigingen. Dit binnen de perken van het budget.
TITEL 4: Kampvervoer
Artikel 12: definities
Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:
- de vereniging: elke vereniging van Ranst die erkend is conform de bepalingen van het reglement ter erkenningen van verenigingen met een jeugdwerking, inclusief jeugdverenigingen
- vervoerssubsidie: een gemeentelijke subsidie om onkosten van vervoer van materiaal, die verband houden met de organisatie van het kamp, te vergoeden;
Artikel 13: vervoersubsidies
§1. Binnen de perken van het jaarlijks in het gemeentelijk exploitatiebudget voorziene krediet, hebben de verenigingen die een kamp organiseren, recht op vervoerssubsidies.
§2. Het jaarlijks in het gemeentelijke exploitatiebudget voorziene budget voor vervoerssubsidies wordt benut voor de terugbetaling van de effectieve factuurbedragen van de aanvragen, en dit voor zover het voorziene budget dit toelaat. De terugbetaling gebeurt maximaal tot het bedrag vermeld in de goedgekeurde offerte. Indien één of meerdere facturen hoger blijken te zijn dan de ingediende offertes, wordt na ontvangst van alle facturen nagegaan of de totale terugbetaling nog binnen het beschikbare budget past. Indien het beschikbare budget echter niet volstaat, wordt het gedeelte dat de offertebedragen overschrijdt pro rata verdeeld over de verenigingen waarvan de factuur hoger uitviel dan de offerte. Indien reeds op basis van de ingediende offertes blijkt dat het totale budget wordt overschreden, wordt het volledige beschikbare budget pro rata verdeeld over alle erkende aanvragen.
§3. De kampplaats moet gelegen zijn binnen een geografische cirkel met Ranst als middelpunt en met een maximum straal van 450 kilometer.
§4. Het kamp moet een minimum duurtijd van vier dagen hebben.
Artikel 14: aanvraag procedure
§1. Een erkende jeugdvereniging of vereniging met jeugdwerking kan slechts één aanvraag indienen per kamp met een maximum van één aanvraag per kalenderjaar.
§2. De aanvraag moet uiterlijk 2 maanden voorafgaand aan het kamp van het lopende kalenderjaar worden ingediend bij de jeugddienst.
§3. Bij de aanvraag van een subsidie voor kampvervoer dienen de volgende gegevens gevoegd te worden:
tijdstip van het kamp
plaats van het kamp
duur van het kamp
offerte van het vervoer
§4. Minimaal één maand voorafgaand aan het kamp beslist het college van burgemeester en schepenen over de toekenning van de subsidie aan de hand van de offerte voor een rechtsgeldige aanvraag.
§5. Op expliciete vraag kan het college van burgemeester en schepenen na de goedkeuring van de aanvraag 50% van de subsidie uitkeren als voorschot.
§6. Het saldo wordt uitbetaald na voorlegging van de facturen van het vervoer. De uitgekeerde tussenkomst kan nooit groter zijn dan de werkelijk betaalde vervoerskosten.
Artikel 15:
Het college van burgemeester en schepenen is gemachtigd om alle onderzoeken in te stellen of te laten instellen om controle uit te oefenen op de aanvragen voor vervoersubsidie, waarvoor een subsidie toegekend is.
Het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens kan aanleiding geven tot terugvordering door het gemeentebestuur van het geheel of een deel van de toegekende subsidie, of door uitsluiting van verdere subsidiëring.
Art. 2
§1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en geldt tot 31 december 2031.
§2. Het subsidiereglement voor de jeugdverenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 19 december 2022 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Art. 3:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Art. 1: Uit te lenen en ter beschikking gestelde materialen
Het gemeentebestuur kan materiële voorzieningen en diensten ter beschikking stellen van elke Ranstse vereniging, socio-culturele groep of initiatief voor inwoners van Ranst, dienend voor manifestaties in Ranst. De materialen worden niet ter beschikking gesteld voor privé-feesten en voor activiteiten waarbij (een deel van) de winst uitgekeerd wordt aan een persoon of een bedrijf. De voor bruikleen in aanmerking komende materialen zijn in het online aanvraagformulier opgenomen. Deze lijst kan steeds aangevuld en gewijzigd worden door het college van burgemeester en schepenen in functie van de omstandigheden.
Art. 2: Aanvragen
§1. De aanvragen moeten gebeuren via het in artikel 1 genoemde online aanvraagformulier.
§2. De aanvragen worden in volgorde van ontvangst behandeld.
§3. De aanvragen van niet-gemeentelijke diensten kunnen ten vroegste 12 maanden en ten laatste 1 maand voor het evenement ingediend worden. Deze aanvragen kunnen ingewilligd worden als de materialen voorhanden zijn en als de ontlening praktisch haalbaar is.
§4. De vastlegging is pas definitief na bevestiging door de uitleendienst.
§5. De beslissing wordt meegedeeld aan de aanvrager.
Art. 3: Bevestiging aanvraag
De aanvraag wordt 6 maanden voor datum van het evenement bevestigd.
Bij meer aanvragen dan beschikbaar materiaal worden volgende voorrangsregels gehanteerd:
Art. 4: Uitleenperiode
De terbeschikkingstelling gebeurt steeds voor de duur van de activiteit, met een maximum van 7 opeenvolgende dagen. Uitzonderingen kunnen enkel, na het indienen van een gemotiveerde reden, toegestaan worden door de uitleendienst.
Art. 5: Annuleringen
Bij annulering en/of wijziging binnen de maand voor het evenement kan een administratieve kost aangerekend worden.
Art. 6: Logistieke verdeling materialen
Op het online aanvraagformulier zijn de materialen ondergebracht als volgt:
- materialen die door de ontlener zelf af te halen en terug te brengen zijn, daarvoor moet hij een afspraak maken met de gemeentelijke magazijnen. De materialen worden nagekeken samen met de magazijnier op volledigheid en schade.
- materialen die door gemeentelijke diensten worden gebracht en opgehaald. Dit gebeurt tijdens de diensturen. De plaats van de levering wordt afgesproken met de verantwoordelijke van de gemeente. Na de manifestatie zet de vereniging het materiaal bijeen op de afgesproken plaats, volgens de instructies van de verantwoordelijke van de gemeente. Bij ophaling worden de materialen gecontroleerd op volledigheid en schade.
Art. 7: Podiumwagen
Bij de uitleen van de podiumwagen aan andere openbare besturen worden er kosten aangerekend conform artikel 7 van het retributiereglement voor de uitvoering van werken, bij de opbouw en afbraak van de podiumwagen is er verplicht een werknemer van de technische dienst aanwezig.
Art. 8: Herbruikbare bekers
§1. Het gemeentebestuur beschikt over bekers van 25 cl PC (polycarbonaat). De ontlener verbindt er zich toe aan het publiek kenbaar te maken dat het om herbruikbare bekers gaat die terug ingeleverd moeten worden. Hij zet daartoe een inzamelsysteem op.
§2. De bekers en de opbergbakken moeten door de ontlener, na afspraak, afgehaald en teruggebracht worden.
§3. De bekers en/of opbergbakken worden gereinigd en gedroogd terug binnen gebracht volgens de meegegeven instructies.
§4. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de ontlener het geleende materiaal in goede staat af te leveren. Bij verlies of beschadiging wordt de volgende kostprijs aangerekend:
- € 2 per beker
- € 60 per opbergbak
- € 20 per deksel/handvat
- € 75 indien de bekers en/of opbergbakken niet correct (nat, vuil,…) teruggebracht worden na een verwittiging.
Art. 9: Plichten en verantwoordelijkheden van de ontleners
§1. De ontlener is verantwoordelijk voor het ontleende materiaal vanaf het ogenblik van de levering ter plaatse of de afhaling tot op het ogenblik van de afhaling bij de ontlener ter plaatse of de terugbezorging aan het bestuur. Indien de ontlener gebreken vaststelt bij levering of afhaling dient hij dit onmiddellijk te melden via evenementen@ranst.be.
§2. Het is de ontlener niet toegelaten het materiaal zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitleendienst aan derden over te dragen. Indien zulks wordt geconstateerd kan het college van burgemeester en schepenen beslissen de ontlener in de toekomst uit te sluiten van het ontlenen of ter beschikking stellen van materiaal en het reeds ontleende materiaal direct terug te vorderen.
§3. De ontlener dient zorg te dragen voor het ontleende materiaal als een goede huisvader en al het mogelijke te doen om beschadiging, verlies en diefstal te voorkomen.
§4. De eenvoudige aanvaarding van het materiaal zal als erkenning van deze verantwoordelijkheden beschouwd worden en als bevestiging dat de materialen in goede staat verkeren bij ontvangst. Elke klacht achteraf wordt geweigerd.
§5. De ontlener mag geen reparaties of wijzigingen aan het materiaal uitvoeren of laten uitvoeren zonder uitdrukkelijke toestemming van de gemeente.
§6. In het bijzonder voor de audiovisuele materialen is de ontlener verplicht om zich op de hoogte te stellen van het correct gebruik ervan. De schriftelijke gebruiksaanwijzingen die een essentieel onderdeel uitmaken van het audiovisueel materiaal dienen strikt nageleefd te worden.
§7. Alle materialen dienen gereinigd te worden alvorens ze terug worden opgehaald.
Specifiek voor vuilbakken:
Deze zijn geledigd en gereinigd bij ophaling. Indien niet, zullen de stort- en reinigingskosten volgens het retributiereglement voor de uitvoering van werken worden aangerekend.
Art. 10: Schade of verlies
§1. Bij beschadiging, verlies, diefstal of nalatigheid wordt de volledige schade gefactureerd aan de ontlener. Hieruit voortvloeiende werkuren zullen gefactureerd worden conform het retributiereglement voor de uitvoering van werken.
§2. Herstellingskosten voortkomende uit het veelvuldig gebruik en sleet van het materiaal, vallen ten laste van het gemeentebestuur.
§3. Zo lang een aanvrager een openstaande schuld heeft bij de gemeente, worden geen ontleningen toegestaan.
§4. Openstaande schulden van aanvragers kunnen verrekend worden met eventuele gemeentelijke subsidies die aan de aanvrager worden toegewezen.
Art. 11: Aansprakelijkheid
Het gemeentebestuur kan in geen enkel geval aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen en andere schadelijke gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de ontleende materialen.
Art. 12: Schorsing van de dienstverlening
§1. Bij overtreding van dit reglement kan de betrokken ontlener uitgesloten worden van het gebruik van het uitgeleende materiaal.
§2. Het college van burgemeester en schepenen kan mits een duidelijke verantwoording beslissen dat gedurende een bepaalde periode of op een bepaald tijdstip de dienstverlening wordt geschorst omdat wegens dringende redenen voorrang moet worden gegeven aan gemeentelijke noodwendigheden i.v.m. de inrichting en de werking van de gemeentelijke diensten of gemeentelijke taakopdracht.
Art. 13: Slotbepaling
§1. Het reglement voor het uitlenen van gemeentelijke materialen geldt vanaf heden. Het retributiereglement voor het uitlenen van gemeentelijke materialen van 15 maart 2021 wordt vanaf heden opgeheven.
§2. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 1:
Dit reglement omvat logistieke en financiële ondersteuning voor buurtactiviteiten om de sociale samenhang in de buurt te vergroten. De buurtactiviteiten moeten concreet, zichtbaar, openbaar, open en toegankelijk zijn voor de buurtbewoners en duidelijk bekend gemaakt worden in de buurt en bij de beoogde doelgroepen. Privéactiviteiten, familiefeesten, commerciële activiteiten of activiteiten met een promotioneel karakter, schoolfeesten en activiteiten met een politiek of religieus karakter vallen niet onder dit reglement.
Art. 2:
Voor elke aanvraag dienen er minstens drie initiatiefnemers te zijn die op verschillende adressen wonen in de betrokken straat of buurt in Ranst. De activiteit moet erop gericht zijn om minstens 20 deelnemers uit de buurt samen te brengen.
Art. 3:
Via het e-loket op de gemeentelijke website kan tot 10 dagen voor de activiteit een subsidie worden aangevraagd via het daartoe bestemde aanvraagformulier ‘Plezant(e) buurten’. De subsidie mag maximaal 6 maand voor de activiteit worden aangevraagd.
Art. 4:
De aanvragen worden behandeld in volgorde van datum waarop de aanvragen worden ingediend.
Art. 5:
Elke buurt kan maximaal twee keer per kalenderjaar een subsidie ontvangen.
Art. 6:
De subsidies worden verleend binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde begrotingskredieten.
Art. 7:
Het budget van de subsidie wordt vastgesteld op maximum € 150. De subsidie wordt uitbetaald na voorlegging van facturen en kan nooit meer dan de effectieve kosten dekken. Deze documenten moeten ten laatste 30 dagen na de activiteit bij de dienst Evenementen worden ingediend. Bij overschrijding van de vermelde termijn vervalt het recht op de subsidie. De subsidie is niet cumuleerbaar met andere subsidies van het gemeentebestuur voor hetzelfde evenement. Bij betwisting wordt de aanvraag voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Art. 8:
De buurt dient na de activiteit netjes te worden achtergelaten en al het afval moet door de organisatoren verwijderd worden.
Art. 9:
Het reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 1:
§1. Worden onderworpen aan een jaarlijkse belasting, waarbij de door de gemeente gedane kosten worden teruggevorderd, de al dan niet aangelande eigendommen die gelegen zijn langs de openbare wegen of gedeelten van openbare wegen die moeten aangelegd, verbreed, rechtgetrokken of verlengd worden.
De belasting is van toepassing, ongeacht of er al dan niet inlijving van een particulier eigendom is geweest ingevolge afstand onder bezwarende titel, ruiling of onteigening.
§2.De belasting is niet van toepassing op de eigenaar die kosteloos de helft van het terrein heeft afgestaan, gelegen voor zijn eigendom en dat noodzakelijk is voor de aanleg, verbreding, rechttrekking of verlenging van de openbare weg. Deze helft moet in geen geval meer bedragen dan 12 m2 per lopende meter gevellengte langs de straat. Indien de eigenaar een perceel afstaat, wordt hij onderworpen voor het verschil.
§3.De belasting wordt vastgesteld op 50% van de som van de verhaalbare uitgaven, benevens de intresten. De duur van de terugbetaling wordt vastgesteld op 20 jaar.
Art. 2:
De terugvorderbare uitgaven zijn :
- kosten voor het opstellen van de plannen;
- de prijs der verwerving, hetzij onteigeningsvergoeding, hetzij van de aankoop in der minne van de terreinen welke in de zate van de weg werden opgenomen. Indien het terrein sedert meer dan 5 jaar aangekocht werd op het ogenblik dat de aankoopverrichtingen een einde nemen, wordt er rekening, gehouden niet met de aankoopprijs, doch met de huidige verkoopwaarde;
- de waarde van de terreinen welke door de gemeente werden afgestaan, of er ruiling geweest is of niet;
- de kosten der noodzakelijke akten, certificaten en getuigschriften.
- de kosten die gepaard gaan met de onteigeningen.
Van het bedrag der terugvorderbare uitgaven worden afgetrokken de waarde, volgens schatting, van de gebeurlijke overschotten van de vroegere weg.
Het bedrag der verhaalbare uitgaven wordt berekend op een maximum wegbreedte van 24 meter.
Art. 3:
De terugvorderbare uitgave die elke eigendom treft, is gelijk aan de eenheidsprijs per strekkende meter vermenigvuldigd met de lengte van het eigendom aan de straatzijde. De eenheidsprijs per strekkende meter wordt bekomen door 50 % van het geheel der verhaalbare uitgaven, benevens de schattingswaarde van de terreinen welke kosteloos worden afgestaan, te delen door de totale lengte der eigendommen aan de straatzijde. Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek, gevormd door twee openbare wegen, wordt de lengte ervan voor de helft aangerekend langs elke straatzijde.
Art. 4:
Wanneer er twee of meer eigendommen gelegen zijn binnen een zone welke zich langs weerszijde van de weg uitstrekken, over een diepte van 10 meter, dan wordt de belasting welke berekend wordt overeenkomstig artikel 3 verdeeld onder de betrokken eigenaars in verhouding tot de hun toebehorende oppervlakte binnen de betrokken strook.
Wanneer er een strook non aedificandi bestaat, wordt er geen rekening gehouden met de diepte van deze stroken voor de berekening van de diepte van 10 meter zoals bedoeld in het eerste lid.
Art. 5:
In de mate dat de stroken, bepaald in het voorafgaande artikel, elkaar dekken, kan een eigendom of een gedeelte van een eigendom niet tweemaal worden belast wegens grondverwervingen achtereenvolgens uitgevoerd aan twee verschillende wegen. Wanneer verwervingen gelijktijdig aan twee verschillende wegen uitgevoerd worden, geldt de vrijstelling voor de belasting welke verschuldigd is, voor de werken aan de weg waar de belasting het laagst is.
Dit artikel is niet van toepassing op de hoekterreinen.
Art. 6:
Het eigendom of gedeelte van een eigendom gelegen op de hoek van twee openbare wegen of twee gedeelten van de openbare weg en dat langs elk van deze wegen of gedeelten van de weg aan de straatzijde gelegen is wordt vrijgesteld:
indien de aankoopverrichtingen achtereenvolgens in de twee wegen uitgevoerd werden voor de verwezenlijking van verschillende ontwerpen voor de belasting die verschuldigd is voor de weg waar de verrichtingen in laatste instantie uitgevoerd;
indien de aankoopverrichtingen gelijktijdig in de twee wegen uitgevoerd werden : voor de belasting die verschuldigd is voor de weg waar de belasting op basis van de lengte van het eigendom het laagst is.
Deze bepaling is slechts van toepassing wanneer de assen van de wegen of gedeelten van openbare wegen tegenover het betrokken eigendom een hoek vormen van ten hoogste 120°.
Bovendien worden de door onderhavig artikel toegestane vrijstellingen slechts berekend op een maximale lengte van het eigendom van 20 meter langs elke weg of gedeelte van een weg. Deze vrijstelling is niet toepasselijk wanneer de belasting niet in de twee wegen of gedeelten van wegen werd ingevorderd.
Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek, wordt de lengte ervan voor de helft aangerekend langs elke straatzijde of gedeelte van een straatzijde.
De verkaveling of de wijziging van een eigendom brengt geen verandering in de bij onderhavig artikel bepaalde vrijstellingen.
Art. 7:
De jaarlijkse belasting omvat de jaarlijkse schijf van het terug te betalen kapitaal dat aangewend werd ter betaling der terugvorderbare uitgaven, vermeerderd met het bedrag van de intrest die op het niet-teruggestorte gedeelte moet worden betaald.
De jaarlijkse belastingen kunnen worden berekend onder de vorm van vaste jaarlijkse bedragen. De toe te passen rentevoet is die welke op het ogenblik dat de verrichtingen ten einde zijn, door de financiële markten gehanteerd wordt voor het toestaan aan de gemeente van leningen voor de financiering van werken van dezelfde aard als die welke aanleiding geven tot de belasting.
Art. 8:
De belastingplichtige kan te allen tijde het eigendom ontlasten van het bedrag der terugvorderbare uitgaven, die erop betrekking heeft door aan de gemeente het bedrag der nog niet eisbare schijven van het kapitaal te storten. De intrest is steeds verschuldigd voor het jaar tijdens hetwelk de betaling plaats heeft.
Art. 9:
De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door de eigenaar. Ingeval er een recht van opstal, een recht van erfpacht of een recht van vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, de erfpachter of de vruchtgebruiker, terwijl de eigenaar hoofdelijk mede de belasting verschuldigd is. Wanneer het eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen, waarop de verschillende eigenaars uitsluitend recht hebben dan wordt de belasting die betrekking heeft op het gebouw verdeeld onder hen in de verhouding van hun respectievelijk aandeel in de gemeenschappelijke gedeelten.
Ingeval van overgang van onroerende zakelijk rechten, wordt de nieuwe eigenaar belastingplichtig vanaf 1 januari volgend op de datum der akte die hem het recht toekent.
Art. 10:
Een bericht van het college van burgemeester en schepenen zal de datum bepalen waarop de grondverwervingen voltooid werden.
Art. 11:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. Worden ingekohierd, de schuldenaren, aangeduid zoals bepaald in artikel 9, ingevolge hun hoedanigheid van belastingplichtige op 1 januari van het belastingjaar, behoudens wat betreft de eerste annuïteit, welke ingevorderd wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 12.
Art. 12:
De eerste jaarlijkse schijf is verschuldigd door degene die op het ogenblik van de publicatie van het besluit van het college van burgemeester en schepenen waarvan sprake in artikel 10, eigenaar is van het beschouwde goed. Elke jaarlijkse schijf is eisbaar vanaf de ontvangst door de financieel beheerder van het uitvoerbaar verklaard kohier.
Art. 13:
De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Art. 14:
De belasting wordt uitgesteld in volgende gevallen :
voor de terreinen waarop het ingevolge een beslissing van de overheid niet toegelaten of niet mogelijk is te bouwen, ter zake worden de aaneenpalende terreinen die aan dezelfde eigenaar toebehoren als één geheel beschouwd. Wanneer de toestand om reden waarvan de belasting uitgesteld werd, geheel of gedeeltelijk een einde neemt voor het verstrijken van een periode van 20 jaar te rekenen vanaf het eerste belastingsdienstjaar, is de jaarlijkse belasting verschuldigd vanaf 1 januari hierop volgend. Indien bij het verstrijken der 20 jaren deze toestand nog geen einde genomen heeft, wordt het goed definitief vrijgesteld.
voor de niet-bebouwde eigendommen gelegen in de landelijke zone van de gemeente, zoals bepaald door de gemeenteraad.
Art. 15:
Aan de belastingplichtigen die de belasting in kapitaal hebben gekweten zullen de bedragen terugbetaald worden die ooit zouden moeten beschouwd worden als ten onrechte betaald tengevolge van opheffing of de niet-hernieuwing van het reglement of ten gevolge van de verlaging van de belastingvoeten. In dit laatste geval mag de terugbetaling slechts gebeuren in verhouding tot de vermindering van de belastingvoeten waarvan de belastingplichtigen die jaarlijks ingekohierd worden, zullen genieten.
Art. 16:
§1. Het huidige reglement is toepasselijk op de bewerkingen tot verwerving van de zate der openbare wegen waarvan de voltooiing gelegen is tijdens de jaren 2007 tot en met 2019.
§2. De bepalingen van de vroeger van kracht zijnde reglementen op de verhaalbelastingen blijven van kracht op de toestanden die tijdens hun heffingstermijn ontstonden.
Art. 17:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art 18:
§1. Bovenstaand reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
§2. Het belastingreglement op de verwerving van de wegbedding goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2019 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Art.1: Voorwerp
Erwordtvanaf1januari2026envooreentermijneindigendop31december2031een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Art.2: Definities
§1. Als tweede verblijf wordt beschouwd:
Elke woongelegenheid waarvan diegene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
§2. Wordt niet als tweede verblijf beschouwd:
- Gebouwen uitsluitend bestemd voor beroepsactiviteiten, die onderworpen zijn aan de belasting op bedrijfsruimten;
- Tenten, woonaanhangwagens en verplaatsbare caravans, tenzij deze ten minste zes maanden op eenzelfde locatie blijven staan voor bewoning;
- Leegstaande woongelegenheden waarvoor overtuigend bewijs wordt geleverd dat ze in het voorgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf zijn aangewend;
- Woongelegenheden die op de gewestelijke inventaris zijn opgenomen als ongeschikt en/of onbewoonbaar.
§3. De aangifteplichtige is degene die het tweede verblijf kan betrekken op 1 januari van het belastingjaar, hetzij als eigenaar, huurder of andere hoedanigheid. Bij vruchtgebruik, erfpacht of opstal is de aangifteplicht de verantwoordelijkheid van respectievelijk de vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder. In geval van mede-eigendom is elke mede-eigenaar aangifteplichtig voor zijn aandeel.
§4. Onder een beveiligde zending wordt verstaan:
- een aangetekend schrijven;
- een elektronisch aangetekende zending;
- een afgifte tegen ontvangstbewijs.
Art.3: Aangifteplicht
De aangifteplichtige dient een aangifteformulier in bij het gemeentebestuur bij het verwerven van een tweede verblijf of bij het eerste gebruik van een woongelegenheid als tweede verblijf zoals beschreven in art. 2 van dit reglement. De administratie stelt het formulier digitaal ter beschikking op de gemeentelijke website of biedt dit op verzoek van de aangifteplichtige aan op papier Uiterlijk twee maanden na ontvangst moet dit formulier ingevuld en ondertekend terugbezorgd worden. Op basis hiervan wordt het pand ingeschreven in het register van tweede verblijven.
Art.4: Indicaties van een tweede verblijf
Een woongelegenheid wordt beschouwd als tweede verblijf zoals bedoeld in art. 2 §1 en §2 van dit reglement wanneer één of meerdere van de volgende elementen aanwezig zijn:
- geen inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;
- de woning is afgewerkt;
- de woning is (deels) bemeubeld;
- de woning is aangesloten op nutsvoorzieningen;
- de woning beschikt over sanitaire voorzieningen;
- de woning is uitgerust om te eten en slapen;
- er is verbruik van gas en/of elektriciteit vastgesteld.
Art. 5: Ambtshalve opname
Bij gebrek aan tijdige of correcte aangifte wordt het pand ambtshalve opgenomen in het register van tweede verblijven, op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt. De opname wordt per beveiligde zending betekend aan de aangifteplichtige, met opgave van de motieven en bewijsstukken.
Art. 6: Betwistingen
§1. De aangifteplichtige kan binnen 30 dagen na betekening beroep aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en bevat:
- identiteit en adres van de indiener;
- de betrokken woning;
- bewijsstukken en een overzicht daarvan;
- motivering van het bezwaar. Alle middelen van gemeen recht zijn toegestaan, met uitzondering van de eed.
§2. De administratie onderzoekt in opdracht van het college de ontvankelijkheid. Het beroep is niet ontvankelijk indien:
- het te laat of niet conform werd ingediend;
- het niet uitgaat van een geldige aangifteplichtige;
- het niet ondertekend is.
§3. Bij ontvankelijkheid onderzoekt de administratie in opdracht van het college de gegrondheid van het bezwaar op basis van stukken en/of een feitenonderzoek. Bij weigering van toegang tot het pand wordt het bezwaar als ongegrond beschouwd.
§4. Het college doet uitspraak binnen 90 dagen na ontvangst van het bezwaar en bezorgt zijn beslissing per beveiligde zending.
§5. Bij een gegrond beroep of bij het uitblijven van een tijdige beslissing, vervalt de eerdere ambtshalve opname definitief.
Art. 7: Belastingsplichtige
De belasting is ondeelbaar en geldt voor het volledige kalenderjaar. Ze is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het belastingjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
De belasting blijft ook van toepassing wanneer het tweede verblijf:
- verhuurd wordt of
- tijdelijk niet wordt gebruikt of
- de eigenaar elders is ingeschreven
Bij vruchtgebruik, erfpacht of opstal is de belasting verschuldigd door de respectieve gerechtigden. De eigenaar blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling.
Art. 8: Belastingsbedrag
Hetjaarlijksebelastingbedrag wordtvastgesteldop€1.000pertweedeverblijf.
Art.9: Invordering en bezwaarprocedure
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Art. 10: Vrijstellingen
Het college van burgemeester en schepenen kan, op gemotiveerde aanvraag en met bijhorende bewijsstukken, een vrijstelling toekennen in onder meer volgende situaties:
- structurele renovatiewerken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd;
- recente eigendomsoverdracht waarbij het pand nog niet bewoond wordt.
Art.11: Slotbepalingen
§1. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
§2. Het belastingreglement op tweede verblijven goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2019 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
§3. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Art.1:
De gemeenteraad keurt de toetreding goed tot de overheidsopdracht het scheren van hagen, maaibeheer, eenvoudige boomzorg voor het jaar 2026 - 2029, geplaatst door Regionaal Landschap De Voorkempen middels het bestek LOB-Ranst. Deze opdracht heeft een looptijd van 1 jaar de opdracht kan 3 keer verlengd worden met een periode van 1 jaar waardoor een maximale looptijd van 4 jaar mogelijk is.
Art.2:
De kennisname van gunning is bevoegdheid voor college van burgemeester en schepenen. Waarbij effectieve bestellingen geplaatst zullen kunnen worden door het college van burgemeester en schepenen.
Enig artikel:
De gemeenteraad stelt de OVAM, als gewestelijk vaststeller, als gemeentelijke vaststeller aan, waarbij de personeelsleden aangeduid door de leidende ambtenaar van deze entiteit, een vaststellingsbevoegdheid krijgen voor de gemeentelijke administratieve sancties van gemeente Ranst voor de vaststelling van overtredingen op artikels 2.1.1.1, 2.1.3.1, 2.1.3.2, 2.1.5.1, 2.1.6.1 en 2.1.7.4 van het politiereglement.
Art.1:
De gemeenteraad keurt de toetreding tot de raamovereenkomst voor "conditiemetingen en energie-efficiëntiediensten" geplaatst door de aankoopcentrale Vlaams energiebedrijf, geplaatst met bestekreferentie EE_2025_0_048 goed.
Art.2:
De gemeenteraad keurt de toetreding tot de volgende percelen binnen de raamovereenkomst, voor "conditiemetingen en energie-efficiëntiediensten" goed:
- Conditiemetingen (Perceel 1);
- Advies verlening inzake energiemanagment = tweedelijnsadvies (Perceel 2) - directe toewijzing;
- Energie-efficiëntiediensten (Perceel 3) - mini-competitie.
Art. 3:
De gemeenteraad keurt de algemene voorwaarden en bijzondere voorwaarden opgesteld door het VEB en vervat in bijlage goed.
Art.4:
De gemeenteraad keurt goed dat effectieve bestellingen worden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.
Leen Baeten Christel Meeus Katlijn Hofmans Zoe Helsen Johan De Ryck Tim Peeters Kurt Stabel Fernand Bossaerts Bart Goris Annelies Creten Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Jörg Welz Guido Wittocx Ludo Janssens Sonja De Pooter Roel Vermeesch Lucas Verbeeck Kevin Helsen Christel Engelen Wim Van der Schoot Kris Wouters Luc Redig Kurt De Belder Fons Huysmans Tine Muyshondt Leen Baeten Christel Meeus Katlijn Hofmans Zoe Helsen Johan De Ryck Tim Peeters Kurt Stabel Fernand Bossaerts Bart Goris Annelies Creten Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Jörg Welz Guido Wittocx Ludo Janssens Sonja De Pooter Roel Vermeesch Lucas Verbeeck Kevin Helsen Christel Engelen Kris Wouters Luc Redig Kurt De Belder Fons Huysmans Tine Muyshondt Fons Huysmans Leen Baeten Tine Muyshondt Gunter Michiels Christel Meeus Zoe Helsen Christel Engelen Guido Wittocx Sonja De Pooter Mieke Van Rompaey Ludo Janssens Fernand Bossaerts Katlijn Hofmans Tim Peeters Kurt Stabel Roel Vermeesch Luc Redig Kevin Helsen Johan De Ryck Jörg Welz Bart Goris Lucas Verbeeck Kris Wouters Kurt De Belder Annelies Creten aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Art. 1: Context
Het gemeentebestuur van Ranst wilt de uitvoering stimuleren van werken die de klimaatopwarming tegen gaan (klimaatmitigatie), en van werken die de kwetsbaarheid van de menselijke en natuurlijke systemen voor de gevolgen van klimaatverandering verminderen (klimaatadaptatie). Hiervoor wordt een subsidie voorzien.
Art. 2: Doelgroep
De subsidie kan aangevraagd worden door particulieren en door erkende Ranstse verenigingen, voor bestaande woningen en bijhorende aanhorigheden, of voor lokalen van verenigingen en bijhorende aanhorigheden, op het grondgebied van Ranst.
De subsidieaanvrager is:
- de natuurlijke persoon die eigenaar of mede-eigenaar is, of
- het geheel van gewone mede-eigenaars, zoals bepaald in het burgerlijk wetboek
- een vereniging van mede-eigenaars, zoals bepaald in het burgerlijk wetboek
- een erkende Ranstse vereniging
Indien het woongebouw meerdere woningen omvat met verschillende eigenaars, kan de eigenaar de aanvraag indienen, als de overige eigenaars zich schriftelijk akkoord verklaren door het medeondertekenen van het aanvraagformulier.
Ook huurders komen in aanmerking om de subsidie aan te vragen, mits medeondertekening van het aanvraagformulier door de eigenaar(s).
Art. 3: Algemene bepalingen
§1. Cumuleerbaarheid
De aanvrager kan geen subsidie voor hetzelfde doel ontvangen via andere gemeentelijke kanalen.
Voor elk type uitgevoerd werk, zoals opgesomd in artikel 4, kan maximaal één keer een subsidie verkregen worden per woongebouw.
§2. Onderhoud
De aanvrager verbindt zich ertoe de uitgevoerde werken waarvoor een premie werd aangevraagd, goed te onderhouden.
Art. 4: Werken die in aanmerking komen voor de premie
Dit reglement heeft betrekking op volgende werken:
- Aanleg van een groendak
- Ontharden
Art. 5: Procedure
§1. Aanvraag
De aanvraag van de subsidie gebeurt met het voorgeschreven aanvraagformulier.
- Het aanvraagformulier is beschikbaar op de gemeentelijke website.
- De aanvraag kan ingediend worden via het elektronisch loket van de gemeente, tegen ontvangstbewijs afgeleverd worden, of via de post bezorgd worden bij de Dienst Omgeving
De aanvraag van de subsidie, inclusief de gevraagde bijlagen, moet ingediend worden binnen de 6 maanden na het einde van de werken.
§2. Toekenning
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de premie, op basis van het aanvraagdossier.
De subsidie kan enkel toegekend worden indien de betreffende maatregel niet verplicht wordt door bestaande wettelijke of reglementaire bepalingen.
Het besluit tot toekenning van de subsidie wordt overgemaakt aan de aanvrager binnen vier maanden na de aanvraag van de subsidie.
De uitbetaling van de subsidie zal gebeuren binnen één maand na de beslissing.
De gemeente betaalt de subsidie uit op het bankrekeningnummer dat werd meegedeeld op de aanvraag.
Art. 6: Bijzondere bepalingen voor de aanleg van een groendak
§1. Definitie
In dit reglement wordt verstaan onder:
Groendak: dak met lage begroeiing zoals mossen, vetplanten en kruiden. De opbouw bestaat over de gehele aangelegde oppervlakte minstens uit een wortelkerende laag, een drainagelaag, een substraatlaag en een vegetatielaag. Een volwaardig groendak heeft een wateropslagcapaciteit van minstens 15 liter/m² neerslag, een substraatdikte van 4 tot 20 cm en een gewicht tot 200 kg/m².
§2. Subsidie
De subsidie bedraagt € 20 per m² extensief groendak:
- Indien de kosten van het groendak lager zijn dan € 20/m², wordt de werkelijke kostprijs beschouwd als het subsidiebedrag.
- Alle aantoonbare kosten voor de aanleg van het groendak (dakbedekking, wortelwerende laag, drainagelaag, substraatlaag, vegetatielaag tot en met het bouwfysisch onderzoek van het dak) kunnen ingebracht worden.
§3. Voorwaarden
- De minimale oppervlakte van het groendak bedraagt 6 m²
- De plaatsing van het groendak moet beantwoorden aan de regels van goed vakmanschap.
- Indien werken moeten uitgevoerd worden om het dak te verstevigen, moet de aanvrager eerst een omgevingsvergunning bekomen.
Art. 7: Bijzondere bepalingen voor het ontharden van de tuin
§1. Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
- Verharding: een oppervlakte bestaand uit niet-waterdoorlatende materialen zoals niet-waterdoorlatende betonstraatstenen, tegels, asfalt, (gepolierd) beton, gefundeerd kunstgras, gebonden steenslagen, vaste vloerplaat van een gebouw,...
- Open verharding: een oppervlakte bestaand uit waterdoorlatende materialen zoals kiezel, keien, grastegels, waterdoorlatende betonstraatstenen,...
- Beplanting: wintervaste planten, hagen, struiken, bomen
§2. Bedrag
De subsidie voor het verwijderen van verharding bedraagt:
- gazon ter vervanging van een open verharding: € 5/m²;
- beplanting ter vervanging van open verharding: €10/m²;
- gazon ter vervanging van een verharding: €10/m²;
- beplanting ter vervanging van een verharding: €15/m².
De subsidie bedraagt maximaal € 1.500.
§3. Voorwaarden
- De opgebroken (open) verharding wordt vervangen door gazon, wintervaste planten, hagen, struiken en/of bomen. De aanplant van éénjarige beplantingen komt niet in aanmerking voor subsidie.
- De aanvrager dient de nieuwe aanplant minimaal gedurende 10 jaar in stand te houden. Afgestorven planten dienen vervangen te worden.
- Er wordt minimum 5 m² (open) verharding opgebroken.
- Het verwijderen van anti-worteldoek, boomschors, e.d. materialen komt niet in aanmerking voor subsidie.
Art. 8: Looptijd reglement
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en geldt tot 31 december 2031. Dit reglement vervangt het reglement van 28 juni 2021 dat wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Art. 9:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 1: Doel
Binnen de perken van de jaarlijks voorziene begrotingskredieten kan het gemeentebestuur subsidies verlenen aan gemeentelijk erkende natuurverenigingen voor de aankoop van ecologisch en/of landschappelijk waardevolle gronden binnen de gemeente Ranst met de bedoeling deze veilig te stellen, in te richten en te beheren als natuurgebied. De percelen mogen niet in agrarisch gebied gesitueerd zijn. Na de aankoop dient een natuurbeheerplan op het betreffende perceel opgemaakt te worden.
Art. 2: Subsidievoorwaarden
Elke natuurvereniging actief op het grondgebied van de gemeente Ranst, komt in aanmerking voor deze subsidie. De aankoop van de gronden wordt niet gesubsidieerd als deze verworven worden van een andere natuurvereniging.
Art. 3: - Aanvraagprocedure
De subsidieaanvraag voor de aankoop van gronden dient ingediend te worden bij het college van burgemeester en schepenen. De aanvraag via het aanvraagformulier moet vergezeld zijn van:
- een kopie van de aankoopakte waarin de bestemming en het gebruik van de verworven gronden uitdrukkelijk omschreven worden in de aankoopakte
- een afschrift van de geldende statuten van de vereniging.
Art. 4: Bedrag subsidie
De gemeentelijke subsidie bedraagt maximum 10 % van het gedeelte van de ongesubsidieerde aankoopprijs, exclusief de kosten voor de verwerving van de eigendom (bv. notariskosten, opmetingskosten,…). De bewijslast van de aankoopkosten ligt bij de aanvragende vereniging.
Art. 5: Vaststelling en uitbetaling subsidie
Binnen de zestig dagen na de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag, deelt het college van burgemeester en schepenen de aanvrager mee of de aankoop al dan niet voor subsidie in aanmerking komt en voor welk bedrag.
Op basis van het besluit van het college van burgemeester en schepenen wordt overgegaan tot de uitbetaling van de toelage. Het gemeentebestuur is geenszins intresten verschuldigd voor een eventuele laattijdige uitbetaling van de toelagen.
Art. 6: Verplichtingen van de subsidieverkrijger
De bestemming en het gebruik van de verworven gronden moeten uitdrukkelijk in de aankoopakte omschreven worden.
De gronden, waarvan de aankoop werd gesubsidieerd, mogen niet worden vervreemd, noch aan het gebruik en de bestemming als natuurgebied worden onttrokken binnen een termijn van 5 jaar na ontvangst van de subsidie.
De betoelaagde gronden moeten publiek toegankelijk worden, tenzij objectief kan worden aangetoond dat hierdoor (zeldzame) fauna of flora in het gedrang komen.
De vereniging deelt de naam van de verantwoordelijke van de gronden mee die door het openbaar bestuur en/of het publiek gecontacteerd kan worden indien er vragen zijn omtrent de diverse beheeraspecten van het gebied.
Art. 7: Betwisting en sancties
Bij niet-naleving van dit reglement, of in geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan het gemeentebestuur overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de verleende subsidie.
Art. 8: Inwerkingtreding
§1 Voorliggend subsidiereglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
§2 Het subsidiereglement aankoop natuurterreinen goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 september 2020 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Art. 9:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Art. 1: Algemene bepalingen:
Het college van burgemeester en schepenen gaat over tot betoelaging van de Ranstse seniorenverenigingen na advies van de raad voor senioren Ranst op basis van de toegekende puntentotalen en binnen de voorziene kredieten in het meerjarenplan.
Alleen de erkende plaatselijke verenigingen komen in aanmerking voor een toelage.
De verenigingen dienen hiertoe de volledig ingevulde en ondertekende subsidieaanvraag te richten aan de raad voor senioren Ranst.
De verenigingen moeten zich onderwerpen aan eventuele controlemaatregelen van de subsidiërende overheid of van een afvaardiging van de raad voor senioren.
Indien blijkt dat:
- de aangifte niet in overeenstemming is met de werkelijkheid
- de aanvrager de gevraagde inlichtingen niet tijdig verschaft of weigert ze te verschaffen
- het financieel verslag van voorgaand werkingsjaar niet is toegevoegd bij een subsidie van meer dan € 1.239
vervalt voor de desbetreffende vereniging het recht op subsidiëring voor het betrokken jaar.
Indien de vereniging nog openstaande schulden heeft bij de gemeente, dan worden deze in mindering gebracht op de uit te betalen subsidie.
Het college van burgemeester en schepenen houdt toezicht op de puntentoekenning door de raad voor senioren.
Art. 2: Directe subsidies
§1. Werkingssubsidies:
Dit is een financiële tegemoetkoming van het gemeentebestuur aan de erkende plaatselijke vereniging voor haar werking en activiteiten. De toelagen worden verleend volgens een puntensysteem.
De punten worden toegekend aan de hand van de volgende normen: 34% van de subsidie worden als volgt verdeeld voor leden, bestuursleden en bestuursvergaderingen:
Normen | % |
Het aantal aangesloten leden dat lidgeld betaalde voor het betrokken werkjaar. | 26% |
Het aantal actieve bestuursleden | 4% |
Het aantal bestuursvergaderingen. | 4% |
De overige 66% wordt als volgt verdeeld voor de activiteiten:
Activiteiten | % |
Vergaderingen voor alle leden. | 20% |
Bijeenkomsten van werkgroepen | 14% |
Socio-culturele activiteiten | 16% |
Vormingsactiviteiten | 16% |
- De punten worden toegekend op basis van de activiteiten van het voorbije werkjaar.
- Als bewijsstuk voor het aantal leden geldt ofwel een ledenlijst van het verbond ofwel het aantal leden dat lidgeld betaald heeft voor het betrokken werkjaar, zoals blijkt uit de boekhouding van de vereniging.
- Als bestuur wordt beschouwd: een dagelijks bestuur van 4 vaste leden (voorzitter, ondervoorzitter, secretaris en penningmeester). Bovendien mag per 12 leden een bijkomend bestuurslid (vrije functieverdeling) mee worden opgenomen voor de subsidieberekening.
- Eenzelfde activiteit mag slechts bij één subsidiecategorie in rekening worden gebracht.
- Voor socio-culturele activiteiten en voor vormingsactiviteiten zijn tenminste 12 deelnemers vereist.
- De verenigingen zullen een jaarplanning voorleggen.
§2. Huursubsidie lokalen voor seniorenverenigingen:
Dit is een financiële tegemoetkoming van het gemeentebestuur aan de erkende plaatselijke seniorenverenigingen voor de huur van lokalen die noodzakelijk zijn binnen de werking van de vereniging.
Verenigingen die niet beschikken over een eigen of gesubsidieerd lokaal dat voldoende groot is voor het inrichten van algemene ledenbijeenkomsten en daardoor verplicht zijn gebruik te maken van een gehuurd lokaal, kunnen deze huurbijdragen inbrengen voor subsidiëring.
De subsidie wordt toegekend op basis van :
- de huurprijs van lokalen voor algemene ledenbijeenkomsten in het voorbije werkjaar. De bewijzen worden afgeleverd samen met de bewijsstukken voor de werkingssubsidies en de subsidie wordt tegelijkertijd uitgekeerd. Voor het subsidiejaar 2020, betrekking hebbende op het werkjaar 2019, zullen deze bewijsstukken evenwel apart van de bewijsstukken voor de werkingssubsidies worden ingediend. De huurbijdragen worden bewezen door middel van facturen en een activiteitenagenda.
- Indien het begrote budget ontoereikend is voor de maximumsubsidie, zal deze procentueel verdeeld worden tussen alle rechthebbenden.
Art. 3: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031 en vervangt het reglement van 21 november 2022 dat wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Art. 4: Bestuurlijk toezicht
Dit reglement valt onder het onder het algemeen bestuurlijk toezicht zoals bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Art. 1: budget
Het college van burgemeester en schepenen gaat over tot de subsidiëring van de erkende Ranstse socio-culturele verenigingen binnen de perken van het krediet in het meerjarenplan.
Art. 2: Aanvraag van een subsidie
Aanvraagdossiers voor de subsidie voor socio-culturele verenigingen moeten uiterlijk op 1 mei ingediend worden bij de cultuurdienst. Met laattijdige aanvragen wordt geen rekening gehouden.
Er wordt via de website van de gemeente een digitaal formulier ter beschikking gesteld in het e-loket. Een ingevuld digitaal formulier moet de mailadressen bevatten van 2 bestuursleden met vermelding van naam en functie. Aan hen beiden wordt per mail de bevestiging van ontvangst van hun aanvraag met de opgegeven gegevens doorgestuurd.
Indien een vereniging niet bij machte is om het digitaal formulier in te vullen mag per uitzondering op papier een aanvraag worden ingediend. In dit geval wordt het formulier aangevraagd bij de cultuurdienst.
De cultuurdienst kan steeds bijkomende informatie opvragen.
Art. 3: Basissubsidie
Elke socio-culturele vereniging die recht heeft op een subsidie en die een subsidiedossier indient, ontvangt een basissubsidie ten bedrage van 20% van het begrote bedrag, gedeeld door het aantal gehonoreerde aanvragen. Na extern advies en binnen de perken van het goedgekeurde budget van de gemeente Ranst bepaalt het college van burgemeester en schepenen het bedrag van de subsidie.
Art. 4: Aanvullende subsidie
Op basis van de activiteiten die worden aangetoond in het jaarlijks in te dienen aanvraagdossier, kunnen de verenigingen die recht hebben op een subsidie een aanvullende subsidie ontvangen.
Voor de berekening daarvan wordt een puntensysteem gehanteerd. De punten worden berekend als volgt:
Criteria | Aantal | Punten |
Aantal leden met woonplaats in Ranst | minder dan 20 | 5 |
20-50 | 10 | |
>50 | 20 | |
Deelname aan de verenigingenkoepel (elk persoon kan op de verenigingenkoepel slechts 1 vereniging vertegenwoordigen) | per verenigingenkoepel | 8 |
Actief lidmaatschap gemeentelijke raden of werkgroepen | per lidmaatschap | 2 |
Repetitieve activiteiten (max. 10 punten per jaar) | per repetitieve activiteit | 1 |
Activiteiten voor leden | per activiteit met een maximum van 10 per jaar | 2 |
Activiteiten voor leden en niet-leden die tijdig voor opname in Ranst Info gemeld worden door ze in te voeren in de UiT-databank | per activiteit | 5 |
Indien het een eerste uitvoering betreft van een artistiek project | extra per project | 2 |
Indien een niet-repetitieve activiteit in samenwerking met 1 of meerdere door de gemeente Ranst erkende verenigingen wordt georganiseerd | extra per activiteit | 5 |
Eigen website |
| 5 |
Uitgifte van een ledenblad of actuele Facebookpagina |
| 5 |
Acties om de participatie van kansengroepen te bevorderen | per actie | 2 |
De puntwaarde wordt berekend door het beschikbare budget voor de aanvullende subsidie te delen door het totaal van de behaalde punten.
Art. 5: Betalingsmodaliteiten
De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
Indien blijkt dat:
- de aangifte niet in overeenstemming is met de werkelijkheid
- de aanvrager de gevraagde inlichtingen niet tijdig verschaft of weigert ze te verschaffen
- het financieel verslag van voorgaand werkingsjaar niet is toegevoegd bij een subsidie van meer dan € 1.239
vervalt voor de desbetreffende vereniging het recht op subsidiëring voor het betrokken jaar.
Indien de vereniging nog openstaande schulden heeft bij de gemeente, dan worden deze in mindering gebracht op de uit te betalen subsidie.
Art. 6:
Dit reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031 en vervangt het reglement van 15 maart 2021 dat wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Art. 7:
Deze verordening valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 1:
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende de goedkeuring van het projectsubsidiereglement wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vervangen door onderstaande bepalingen.
Art. 2:
Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor bijzondere projecten moet het project:
- Een eenmalig initiatief zijn of de eerste editie van een terugkerend initiatief zijn of een bestaande activiteit/project zijn dat dankzij een vernieuwend en bepalend extra element een uitzonderlijk karakter krijgt. Gewone herhalingen of loutere voortzettingen komen niet in aanmerking.
- Plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente Ranst
- Al dan niet tegen betaling, toegankelijk zijn voor alle belangstellenden
- Ontmoeting en betrokkenheid stimuleren of de gemeente Ranst in de kijker zetten
- Bekend gemaakt worden via de UiT-databank wanneer het een activiteit betreft, andere projecten moeten op een andere manier ruchtbaarheid krijgen
- Zich onderscheiden door een originele aanpak, een primeur zijn of een bijzondere meerwaarde bieden voor gemeente Ranst
Volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor subsidiëring via dit reglement:
- Projecten die een commercieel doel hebben
- Projecten die uitgevoerd worden voor de toekenning van de subsidie kan plaatsvinden
- Activiteiten waarbij louter vooraf opgenomen muziek wordt afgespeeld
- Infrastructuurwerken
Art. 3:
De projectsubsidie kan niet gecumuleerd worden met andere gemeentelijke subsidies voor eenzelfde project. Een gesubsidieerd project mag dus niet worden meegenomen bij de aanvraag van een werkingssubsidie. Bij samenwerking tussen twee of meerdere verenigingen aan één project, vallen alle samenwerkende verenigingen onder de hier vermelde beperking en wordt het subsidiebedrag eventueel verdeeld.
Elke subsidievrager kan op dit reglement per jaar maximaal één projectsubsidie bekomen.
Art. 4:
De dossiers worden behandeld in de volgorde waarin de volledige aanvragen binnenkomen bij het gemeentebestuur en tot het hiervoor voorziene budget is opgebruikt. Elke aanvraag wordt voorgelegd aan de dienst die bevoegd is voor het betrokken beleidsdomein. Deze dienst brengt advies uit over de aanvraag. Op basis van dit advies kent het college van burgemeester en schepenen de subsidie toe.
Art. 5:
Er zal bij de beoordeling van het dossier rekening gehouden worden met volgende inhoudelijke criteria:
- De inhoudelijke kwaliteit van het project
- De reikwijdte en de uitstraling
- De haalbaarheid van het project
Art. 6:
Aanvragen voor deze subsidie komen toe bij de afdeling Vrije Tijd. Deze wijst de aanvraag toe aan de meest geschikte dienst.
Het aanvraagdossier bestaat uit het ingevulde en ondertekende aanvraagformulier.
Het aanvraagformulier is te verkrijgen via de afdeling Vrije Tijd of via de website van de gemeente Ranst (www.ranst.be).
Indien een jongere van onder de 18 jaar een dossier indient, dan moet een van zijn ouders of de wettelijke voogd ondertekenen.
De gemeente kan steeds bijkomende informatie opvragen over de aanvrager, zijn werking en financiën.
Art. 7: Verdeling subsidie
aantal bereikte Ranstenaars | subsidie |
- 250 deelnemers | € 500 |
+ 250 deelnemers | € 1.000 |
De subsidie wordt onmiddellijk na de toekenning uitbetaald aan de aanvragende organisator.
Art. 8:
De organisator aan wie een projectsubsidie werd toegekend, verbindt zich ertoe om op al het promotiemateriaal (flyers, affiches, brochures, aankondiging op de website…) ter bekendmaking van het project het logo van de gemeente Ranst en de tekst “Met steun van het gemeentebestuur Ranst” te vermelden.
Art. 9:
Indien het project niet kan plaatsvinden of indien de gegevens vermeld in het aanvraagdossier na de toekenning van de subsidie substantieel wijzigen, dan dient de aanvragende organisator deze wijzigingen zo snel mogelijk mee te delen aan de afdeling Vrije Tijd.
Art. 10:
Uiterlijk drie maanden na afloop van het project en ten laatste een jaar na de toekenning van de subsidie wordt een naar waarheid ingevulde en ondertekende evaluatieverslag bezorgd aan de afdeling Vrije Tijd. Bij onjuiste, onvolledige of laattijdige dossiers, kan het college van burgemeester en schepenen overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van uitbetaalde subsidiebedragen.
Art. 11:
Betwistingen na beslissing in het kader van dit reglement, de toepassing ervan, evenals alle onvoorziene gevallen worden desgevallend eenmalig voor heroverweging voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen, mits duidelijke motivatie en het aanbrengen van nieuwe elementen in het dossier.
Art.12:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur .
Art. 1:
Het gemeentebestuur wenst steun toe te kennen aan het goede doel wanneer de gelegenheid zich voordoet op basis van de beschikbare kredieten voorzien in het budget en de meerjarenplanning.
Art. 2:
Een gedeelte of het volledige bedrag kan aan een goed doel gegeven worden. Een goed doel kan zowel een privaat, lokaal, provinciaal, gewestelijk, gemeenschaps- of een federaal initiatief zijn.
Art. 3:
Elk voorstel tot bestemming van de gelden kan overgemaakt worden aan het college van burgemeester en schepenen. Dit voorstel bevat een korte beschrijving van het goed doel, de initiatiefnemer, het voorstel tot toe te kennen bedrag en het rekeningnummer waarop het bedrag wordt overgeschreven.
Art. 4:
Het college van burgemeester en schepenen beslist over het toekennen en de grootte van het bedrag binnen de voorziene kredieten van het budget.
Art. 5:
§1 Voorliggend subsidiereglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
§2 Het subsidiereglement voor de goede doelen goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2019 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Art. 6:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht zoals bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met Gezondheidsmakers goed en machtigt de voorzitter van de gemeenteraad Roel Vermeesch en de algemeen directeur Wim Van der Schoot om de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Art. 1:
De gemeenteraad neemt kennis van de dagorde van de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Creat Services die zal gehouden worden op dinsdag 16 december 2025 om 14.30 uur in Flanders Expo, Maaltekouter 1, 9051 Gent evenals van alle daarbij horende documenten.
Art. 2:
§1. De gemeenteraad mandateert de vertegenwoordiger op de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Creat Services van 16 december 2025 om alle agendapunten goed te keuren of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de gemeentelijke vertegenwoordiger gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
§2. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de dienstverlenende vereniging Creat Services
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.