Enig artikel:
De gemeenteraad keurt het volgende agendapunt toe aan de openbare agenda bij hoogdringendheid: “Weg- en rioleringswerken en aanleg fietspaden Oostmalsesteenweg (project 22.210B “Aansluiting Viersel deel Ranst” en RAN3004) - lastvoorwaarden en plaatsingswijze - goedkeuring".
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 17 november 2025 goed.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Christel Engelen Fons Huysmans Katlijn Hofmans Mieke Van Rompaey Christel Meeus Tine Muyshondt Bart Goris Kevin Helsen Ludo Janssens Gunter Michiels Roel Vermeesch Kurt Stabel Fernand Bossaerts Tim Peeters Jörg Welz Zoe Helsen Kris Wouters Guido Wittocx Johan De Ryck Leen Baeten Luc Redig Kurt De Belder Annelies Creten aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Art. 1:
De gemeenteraad keurt het deel van het OCMW van de aanpassing december 2025 van het meerjarenplan 2025 van gemeente en OCMW Ranst zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed.
Art. 2:
De gemeenteraad stelt het deel van de gemeente van de aanpassing december 2025 van het meerjarenplan 2025 van gemeente en OCMW Ranst vast.
Deze goedkeuring stelt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vast.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Gunter Michiels Christel Meeus Katlijn Hofmans Christel Engelen Tine Muyshondt Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Ludo Janssens Fernand Bossaerts Bart Goris Kevin Helsen Tim Peeters Roel Vermeesch Kurt Stabel Leen Baeten Kris Wouters Jörg Welz Johan De Ryck Guido Wittocx Zoe Helsen Annelies Creten Kurt De Belder Luc Redig aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Art. 1:
De gemeenteraad neemt kennis van de goedkeuring van de raad voor maatschappelijk welzijn van 15 december 2025 van het gedeelte OCMW van het meerjarenplan 2026 - 2031 zoals opgenomen in bijlage en keurt het integraal goed.
Art. 2:
De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026 - 2031 zoals opgenomen in bijlage in zijn geheel vast.
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt de toelage van € 2.855.104 aan de politiezone Zara goed voor het dienstjaar 2026.
Art. 1:
De gemeenteraad vestigt een aanvullende belasting op de personenbelasting ten laste van de rijksinwoners voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2:
De belasting wordt vastgesteld op 6,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3:
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen geschieden door het toedoen van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en deze belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Art. 4:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Kevin Helsen Katlijn Hofmans Gunter Michiels Tine Muyshondt Fernand Bossaerts Kurt De Belder Mieke Van Rompaey Bart Goris Christel Meeus Ludo Janssens Annelies Creten Roel Vermeesch Luc Redig Fons Huysmans Tim Peeters Christel Engelen Kurt Stabel Jörg Welz Guido Wittocx Zoe Helsen Kris Wouters Johan De Ryck Leen Baeten aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Art. 1:
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:
Categorie | Waarde aanslagjaar | Toelichting |
BASIS | 750,00 | Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner of gelijk aan dan €1.250,00 |
CATEGORIE 1 | 825,00 | Opcentiemen voor percelen – categorie 1: belastbaar KI tussen* €1.251,00 en €5.000,00 |
CATEGORIE 2 | 900,00 | Opcentiemen voor percelen – categorie 2: belastbaar KI groter of gelijk aan €5.000,00 |
* “tussen” X en Y wordt geïnterpreteerd als : groter of gelijk aan X en kleiner dan Y
Art. 2
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fernand Bossaerts Gunter Michiels Bart Goris Tine Muyshondt Christel Meeus Fons Huysmans Tim Peeters Kurt Stabel Mieke Van Rompaey Roel Vermeesch Christel Engelen Kevin Helsen Katlijn Hofmans Ludo Janssens Kris Wouters Jörg Welz Johan De Ryck Zoe Helsen Leen Baeten Guido Wittocx Kurt De Belder Annelies Creten Luc Redig aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Art. 1: Algemeen
De gemeenteraad vestigt een belasting die wordt gekoppeld aan omgevingsvergunningen voor bijkomende wooneenheden en kavels voor woningbouw die het woonverdichtingspotentieel van een perceel doen toenemen, en dit voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
De belasting is van toepassing op omgevingsvergunningen afgeleverd vanaf 1 januari 2026.
Art. 2: Definities
§1. Bijkomende kavel: een grond of perceel waarop ingevolge een vergunning verleend na 31 december 2025 een woning kan gebouwd worden via verkavelen, notariële splitsing of door een wijziging van een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan waardoor een grond de bestemming krijgt waar een nieuwe woning kan gebouwd worden.
§2. Bijkomende wooneenheid: een wooneenheid die bijkomend vergund wordt ten opzichte van een op 31 december 2025 reeds vergunde wooneenheid.
Als bijkomende wooneenheid wordt niet beschouwd:
- een wooneenheid waarvan de bouw vergund wordt op een kavel of kavels die reeds deel uitmaakt(en) van een omgevingsvergunning die onder het toepassingsgebied van deze belasting viel en die past binnen het in de betrokken verkavelingsvoorschriften voorziene aantal wooneenheden;
- een eerste wooneenheid waarvan de bouw vergund wordt op een vrijliggend perceel langs een voldoende uitgeruste weg;
- een bijkomende wooneenheid die onder de definitie van zorgwonen valt (zoals bedoeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
§3. Verkavelen: een grond vrijwillig verdelen via een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of via een notariële splitsing in twee of meer kavels, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies.
§4. Wooneenheid: elke eenheid in een gebouw die ontworpen of aangepast is om afzonderlijk te worden gebruikt en die minstens over de volgende woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren: een woon- of verblijfsruimte in combinatie met een toilet, een douche of bad en een keuken of kitchenette.
Art. 3: Belastingplichtige
De belastingplichtige is de aanvrager van een verleende omgevingsvergunning voor bijkomende wooneenheden of kavels voor woningbouw die het woonverdichtingspotentieel verhogen op de in de vergunning betrokken percelen. Het betreft hier zowel de omgevingsvergunningen voor het realiseren van bijkomende wooneenheden en/of woningbouwpercelen, als voor verkavelingen en/of verkavelingswijzigingen.
Art 4: Vrijstellingen
Sociale huisvestingsmaatschappijen zijn vrijgesteld voor wat betreft de bijkomende wooneenheden en kavels die kaderen in de uitvoering van hun wettelijke opdracht.
Vrijgesteld zijn bijkomende kavels en/of wooneenheden begrepen in de omgevingsvergunningsaanvraag waarvan 20% of meer van de zullen dienen voor de realisatie van sociale huisvesting op voorwaarde dat de omgevingsvergunningsaanvrager bij zijn aanvraag een overeenkomst met een sociale huisvestingsmaatschappij en/of sociaal verhuurkantoor toevoegt met een duur van minstens 18 jaar.
Art. 5: Vaststelling van het bedrag
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt:
- bij een woningdichtheid tot en met 15 woningen/ha: € 250 per strekkende meter van de totale perceelbreedte(s) langs de rooilijn, enkel gemeten langs de zijde van de voorgevel van de nieuwe bebouwing
- bij een woningdichtheid groter dan 15 woningen/ha: € 350 per strekkende meter van de totale perceelbreedte(s) langs de rooilijn, enkel gemeten langs de zijde van de voorgevel van de nieuwe bebouwing
Art. 6: Invordering en geschillen
De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het betreft een contantbelasting die wordt ingevorderd via factuur wanneer de omgevingsvergunning wordt verleend. De belasting dient betaald te worden binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Wanneer de contantbelasting niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt zij een kohierbelasting en krijgt zij alle kenmerken daarvan.
Art. 7: Relatie met stedenbouwkundige lasten
De toepassing van voorliggend belastingreglement sluit niet uit dat de gemeente bij de omgevingsvergunning een last oplegt zoals bedoeld in artikel 75 van het Omgevingsvergunningendecreet.
Art. 8: Terugbetaling
De belasting kan terugbetaald worden wanneer de belastingplichtige aantoont dat de omgevingsvergunning vervallen is, dan wel door het bevoegde orgaan definitief is geweigerd, ingetrokken of vernietigd.
De terugbetaling kan schriftelijk worden aangevraagd bij de gemeente Ranst, dienst financiën, Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Ranst, of via meldingsformulier op www.ranst.be.
De aanvraag moet vergezeld zijn van de bewijsstukken die het verval, de vernietiging, intrekking of definitieve weigering aantonen.
Een weigering die alsnog wordt omgezet in vergunning, maakt de belasting opnieuw verschuldigd.
Art. 9: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326 tot en met 335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Mieke Van Rompaey Bart Goris Luc Redig Roel Vermeesch Tine Muyshondt Kevin Helsen Annelies Creten Fons Huysmans Kurt Stabel Gunter Michiels Katlijn Hofmans Christel Meeus Kurt De Belder Fernand Bossaerts Ludo Janssens Christel Engelen Tim Peeters Johan De Ryck Zoe Helsen Kris Wouters Jörg Welz Leen Baeten Guido Wittocx aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Hoofdstuk I ― Algemeen
Art.1:Algemene bepaling en begrippen
§1. De gemeenteraad voert met voorliggend reglement een register en belasting in voor leegstaande woningen en gebouwen, en dit voor de periode van 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2031 .
§2. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, 3°, boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen of afgeleverde of gedane omgevingsvergunning of melding in de zin van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;
Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
HoofdstukII―Registratie/indicaties
Art.2: Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
een lijst “leegstaande gebouwen”;
een lijst “leegstaande woningen”.
Een woning die reeds opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.
§2. In elke lijst worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :
Art.3:Inventarisatie van leegstand
§1. Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de registratie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.
§2. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§4. De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
- het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
- het ontbreken van een aangifte van een tweede verblijf;
- het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
- het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
- een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
- het vermoeden van domiciliefraude;
- het vermoeden dat de woning/gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;
- de onmogelijkheid om het gebouw en woning te betreden;
- onafgewerkte, vernielde en/of deels gesloopte elementen aan het gebouw/woning;
- neergelaten rolluiken;
- uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus of ontbrekende brievenbus
- namen en opschriften verwijzen niet naar huidige eigenaars, bewoners of gebruikers van het pand
- niemand valt aan te treffen in de woning of het gebouw, zelfs niet na herhaalde pogingen om aan te bellen of te kloppen aan de deur of pogingen om contact te leggen op het adres van de woning of het gebouw.
- aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;
- getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent
Art.4: Kennisgeving van de inventarisatie
De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris. Bij gebrek aan officiële woonplaats kan de beveiligde zending gebeuren aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht, en bij gebrek daaraan aan het te inventariseren pand.
De kennisgeving bevat:
- De administratieve akte die het beschrijvend verslag omvat;
- Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.
Art.5:Beroep tegen opname
§1. Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art. 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
- de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4. Het beroepschrift is niet ontvankelijk:
- als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;
- als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, zoals bedoeld in art. 1, 12°. van dit reglement of;
- als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5. Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.
§8. Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§9. De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing over de opname in het leegstandsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.
Art.6:Schrappinguithetgemeentelijke register
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt in overeenstemming met de functie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.
§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
- de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister.
§3. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in art. 5.
Art.7: Melding van overdracht
De houder van het zakelijk recht van een in het leegstandsregister opgenomen goed is verplicht om elke kandidaat-kopervoorafteinformerenoverdeopnameinhetleegstandsregistervaneenwoningof gebouw dat hij wil verkopen.
Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht. Hij moet minimaal vermelden:
- de datum van de overdracht;
- de naam en het adres van de nieuwe verkrijger(s);
- de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris;
- de coördinaten van het betrokken onroerend goed.
Hoofdstuk III― Bepalingen over de belasting
Art.8: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§1. Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden van opname verstrijkt.
Art.9: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Art.10: Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
- € 1.500 voor een gebouw
- € 1.500 voor een woning
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:
- € 3.000 voor een gebouw
- € 3.000 voor een woning
Indien het gebouw of de woning een derde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:
- € 4.500 voor een gebouw
- € 4.500 voor een woning
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herberekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
§2. Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het leegstandsregister.
Art.11: Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de inventarisatiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 11 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:
Art. 12: Inkohiering
Debelastingwordtingevorderdbijwegevaneenkohierdatvastgesteldenuitvoerbaarverklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art.13: Betalingstermijn
Debelastingmoetbetaaldwordenbinnendetweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.
Art. 14: Bezwaar
De heffingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Hoofdstuk IV ― Slotbepalingen
Art. 15: Inwerkingtreding en uitvoering
§1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.
§2. Het aangepaste belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 17 april 2023, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
§3. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Art 16: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Tine Muyshondt Bart Goris Christel Meeus Annelies Creten Katlijn Hofmans Fernand Bossaerts Mieke Van Rompaey Kurt Stabel Kevin Helsen Tim Peeters Gunter Michiels Roel Vermeesch Christel Engelen Luc Redig Ludo Janssens Fons Huysmans Kurt De Belder Johan De Ryck Guido Wittocx Leen Baeten Zoe Helsen Jörg Welz Kris Wouters aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Hoofdstuk I ― Algemeen
Art. 1: Algemene bepaling en begrippen
§1. De gemeenteraad voert met voorliggend reglement een register en belasting in voor verwaarloosde woningen en gebouwen, en dit voor de periode van 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2031 .
§2. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, 3°, boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
HoofdstukII―Registratie/indicaties
Art.2: Register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De administratie houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.
§2. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :
§3. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Art.3:Inventarisatie van de verwaarlozing
§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarlozing belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
§2. Een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning wordt opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen aan de hand van een genummerde administratieve akte. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum.
§3. De verwaarlozing van een woning of een gebouw wordt vastgesteld aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten. De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in positieve noch in negatieve zin. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.
Art. 4: Kennisgeving van de inventarisatie
De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Bij gebrek aan officiële woonplaats kan de beveiligde zending gebeuren aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht, en bij gebrek daaraan aan het te inventariseren pand.
De kennisgeving bevat:
- De genummerde administratieve akte;
- Het technisch verslag;
- Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;
- Informatie met betrekking tot de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;
- Informatie met betrekking tot de mogelijkheid tot schrapping uit het register.
Art.5:Beroep tegen opname
§1. Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art. 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
- de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4. Het beroepschrift is niet ontvankelijk:
- als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;
- als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, zoals bedoeld in art. 1, 10°. van dit reglement of;
- als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5. Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.
§8. Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing.
§9. De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing over de opname in het verwaarlozingsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.
Art.6:Schrappinguithetgemeentelijke register van verwaarloosdewoningen en gebouwen
§1. Een woning wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in art. 3, 12 punten of meer zouden opleveren.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
- de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§3. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§4. De administratie neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§5. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§6. Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in art. 5.
Art.7: Melding van overdracht
De houder van het zakelijk recht van een in het verwaarlozingsregister opgenomen goed is verplicht om elke kandidaat-kopervoorafteinformerenoverdeopnameinhetverwaarlozingsregistervaneenwoningof gebouw dat hij wil verkopen.
Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht. Hij moet minimaal vermelden:
- de datum van de overdracht;
- de naam en het adres van de nieuwe verkrijger(s);
- de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris;
- de coördinaten van het betrokken onroerend goed.
HoofdstukIII ― Bepalingen over de belasting
Art. 8: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register.
Zolang het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning niet uit het gemeentelijk register is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden van opname verstrijkt.
Art.9: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Art.10: Tarief enberekening van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
- € 1.500 voor een gebouw;
- € 1.500 voor een woning.
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:
- € 3.000 voor een gebouw;
- € 3.000 voor een woning.
Indien het gebouw of de woning een derde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat bedraagt de belasting:
- € 4.500 voor een gebouw;
- € 4.500 voor een woning.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herberekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
§2. Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het verwaarlozingsregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het verwaarlozingsregister.
Art. 11:Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de inventarisatiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 11 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2. Van de belasting op verwaarlozing zijn vrijgesteld:
Art. 12: Inkohiering
Debelastingwordtingevorderdbijwegevaneenkohierdatvastgesteldenuitvoerbaarverklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art.13: Belastingstermijn
Debelastingmoetbetaaldwordenbinnendetweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.
Art. 14: Bezwaar
De heffingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen)
Hoofdstuk IV ― Slotbepalingen
Art. 15: Inwerkingtreding en uitvoering
§1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
§2. Het aangepaste belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 17 april 2023, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
§3. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Art 16: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Ludo Janssens Christel Engelen Katlijn Hofmans Kevin Helsen Roel Vermeesch Kurt Stabel Annelies Creten Gunter Michiels Fons Huysmans Luc Redig Bart Goris Mieke Van Rompaey Fernand Bossaerts Christel Meeus Tim Peeters Kurt De Belder Tine Muyshondt Jörg Welz Kris Wouters Johan De Ryck Guido Wittocx Zoe Helsen Leen Baeten aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Art. 1: Algemeen
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn van zes jaar eindigend op 31 december 2031 heft de gemeenteraad overeenkomstig voorliggend reglement een belasting op het niet correct aansluiten op de riolering in functie van de scheiding van hemelwater en afvalwater.
Art. 2: Beoogde situatie
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het gebouw, waarvoor op 1 januari van het aanslagjaar wordt vastgesteld dat:
Art. 3: Belastingplichtige
§1. De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het belastbaar goed.
§2. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of van vruchtgebruik bestaat, is respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
§3. Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.
Art. 4: Procedure
§1. De overtreder zal alvorens hij belast wordt schriftelijk gevraagd worden om zich binnen een redelijke termijn van drie maanden in orde te stellen met de toepasselijke wetgeving en opgelegde voorwaarden.
§2. Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar stelt per 1 januari van elk aanslagjaar het volgende vast, nadat de termijn van drie maanden waarvan sprake in §1 verstreken is:
- het ontbreken van een verplicht keuringsattest privéwaterafvoer
- het ontbreken van een conform keuringsattest privéwaterafvoer
- de ontvangst van een melding van de rioolbeheerder dat een nieuwe of gewijzigde rioolaansluiting illegaal werd uitgevoerd
- het ontbreken van een goed werkende IBA
De belasting wordt als volgt berekend:
- Voor de eerste twaalf maanden na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van € 100 per begonnen maand,
- Vanaf de dertiende maand na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van € 200 per begonnen maand.
De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was.
Deze belasting geldt onverminderd de kosten die worden aangerekend voor de keuring, controle, aanpassingswerken en eventuele aansluitingsvergoedingen.
§3. Indien de controle wordt geweigerd door de betrokken eigenaar, wordt er vanuit gegaan dat de eigenaar niet in orde is met onderhavig reglement en wordt de belasting geheven.
§4. De belasting blijft verschuldigd zolang de eigenaar geen conform keuringsattest bezorgt aan het gemeentebestuur.
Art. 5: Vrijstellingen
§1. Aanvraag vrijstelling
De aanvraag voor een vrijstelling van de belasting moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen 30 dagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, via beveiligde zending.
De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hierna in dit reglement beschreven, dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2. Vrijstelling voor een nieuwe eigenaar zoals bedoeld in artikel 3.
De nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van de belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte.
§3. Vrijstelling voor gebouwen volledig gelegen binnen een onteigeningsplan
De eigenaar, zoals bedoeld in artikel 3, van woningen en/of gebouwen die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.
Art. 6: Inning
De belasting wordt jaarlijks ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De kohierbelasting moet worden betaald binnen een periode van twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 7: Bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 45 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger.
Art. 8: Inwerkingtreding en bekendmaking
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031, en wordt bekendgemaakt conform het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Een eensluidend afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan de rioolbeheerder Water-link en de VMM.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Katlijn Hofmans Bart Goris Fernand Bossaerts Christel Engelen Christel Meeus Tine Muyshondt Kevin Helsen Kurt Stabel Ludo Janssens Tim Peeters Gunter Michiels Mieke Van Rompaey Kurt De Belder Annelies Creten Roel Vermeesch Fons Huysmans Luc Redig Kris Wouters Zoe Helsen Johan De Ryck Leen Baeten Jörg Welz Guido Wittocx aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 6 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Art. 1: Voorwerp
Er wordt vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente Ranst.
De belasting is verschuldigd telkenmale er een huis-aan-huis verspreiding van reclamedrukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt.
Art. 2: Definities
§1. Onder reclamedrukwerk wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, en die erop gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.
§2. Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.
§3. Onder huis-aan-huis verspreiding wordt verstaan het systematisch achterlaten van het drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.
Art. 3: Belastingbedrag
De belasting wordt vastgesteld op € 0,03 per exemplaar met een minimum van € 150 per verspreiding.
Art. 4: Vrijstellingen
De volgende publicaties zijn van de belasting vrijgesteld:
- publicaties van publiekrechtelijke rechtspersonen
- publicaties van socioculturele en sportverenigingen
- publicaties kleiner of gelijk aan A4 met maximum 4 bladzijden
Art. 5: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever.
Indien de verantwoordelijke uitgever niet gekend is of indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting solidair in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler van het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product.
Indien de verantwoordelijke uitgever een natuurlijk persoon is met als adresgegevens de maatschappelijke zetel of vestigingszetel van een rechtspersoon, wordt de rechtspersoon geacht de verantwoordelijke uitgever te zijn.
Art. 6: Aangifteplicht
De belastingplichtigen zijn er toe gehouden aangifte te doen van de belastbare elementen. De belastingplichtigen dienen binnen de 15 dagen na elk verstreken kwartaal aangifte te doen van de verspreiding van het reclamedrukwerk of daarmee gelijkgesteld product in het desbetreffende kwartaal. Dit betekent voor verdelingen in het 1ste kwartaal dus uiterlijk op 15 april, verdelingen in het tweede kwartaal dus 15 juli, verdelingen in het derde kwartaal dus 15 oktober en verdelingen in het vierde kwartaal dus 15 januari van het volgende jaar.
Deze aangifte zal vergezeld zijn van een specimen van het te verspreiden drukwerk of daarmee gelijkgesteld product en vermeldt de oplage en de datum van de verspreiding.
Art. 7: Ambtshalve inkohiering
§1. Bij gebrek van aangifte binnen de gestelde termijn zoals opgenomen in artikel 6 of in geval van onjuiste of onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting van ambtswege ingekohierd overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.
§2. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag ten bedrage van 100% van de verschuldigde belasting.
Art. 8: Invorderingsprocedure
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 9: Bezwaarprocedure
De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelasting en latere wijzigingen.
Art. 10: Inwerkingtreding
Het aangepaste belastingreglement op de verspreiding van reclame goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 oktober 2024 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026, en vervangen door bovenstaand belastingreglement voor een periode die start op 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 11: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Kurt Stabel Kurt De Belder Christel Engelen Tim Peeters Tine Muyshondt Katlijn Hofmans Christel Meeus Luc Redig Gunter Michiels Fernand Bossaerts Fons Huysmans Annelies Creten Ludo Janssens Kevin Helsen Mieke Van Rompaey Bart Goris Roel Vermeesch Zoe Helsen Kris Wouters Leen Baeten Guido Wittocx Johan De Ryck Jörg Welz aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Art. 1: Belastbare grondslag, belastingplichtige en tarieven
§1. Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de motoren gebruikt voor nijverheids-, landbouw- en handelsdoeleinden, evenals op deze gebruikt door de beoefenaars van vrije beroepen, en dit ten laste van de natuurlijke personen of rechtspersonen en feitelijke verenigingen of vennootschappen die houder zijn van deze in of buiten werking zijnde motoren, waarvan zij al dan niet eigenaar zijn.
§2. De belasting slaat op alle motoren, ongeacht de gebruikte energie waarmee deze aangedreven worden. De belasting betreft enkel de motoren die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente Ranst gevestigd zijn.
De belasting is verschuldigd ongeacht of de motoren voor de exploitatie van de inrichting of van haar bijgebouwen worden gebruikt. Dienen als bijgebouw van een inrichting beschouwd te worden, iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is. Wanneer, hetzij een inrichting, hetzij een zoals hierboven bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met één of meer bijgebouwen, of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd, indien hetzij de inrichting zelf, hetzij het voornaamste bijgebouw in de gemeente gevestigd is.
§3. De belasting bedraagt € 12,50 per eenheid en per breuk van kilowatt voor het totaal motorvermogen van minder dan 100 kilowatt en € 18,50 per eenheid en per breuk van kilowatt voor de schijf van het totaal motorvermogen gelijk aan of hoger dan 100 kilowatt.
De aanslag bedraagt minimaal € 25 .
De belasting wordt berekend op grond van de belastbare (gebruikte) motorenkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Zij wordt berekend per maand en elk gedeelte ervan wordt voor een volledige maand geteld. Indien een motor evenwel tijdens dezelfde maand belastbaar is in verschillende gemeenten, is de belasting verschuldigd aan de gemeente met het grootst aantal dagen gebruik. Is dit aantal gelijk, dan wordt de belasting evenredig per halve maand verdeeld.
Een motor die voor de eerste maal in werking wordt gesteld, is belastbaar vanaf de volgende maand.
§4. Nieuwe vestigingen die motoren voor een eerste keer in gebruik nemen, dienen deze motoren aan te geven in het lopend dienstjaar en zullen een eerste keer belast worden in het lopend dienstjaar te rekenen vanaf de maand volgend op de in dienst name.
Vestigingen die hun bedrijvigheid stopzetten in de loop van een lopend dienstjaar zullen voor dat kalenderjaar niet meer belast worden. Deze dienen binnen de maand na stopzetting het gemeentebestuur hiervan op de hoogte te brengen.
Art. 2: Hydraulische toestellen
De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in gemeen overleg tussen de belanghebbende en het gemeentebestuur. Het staat de belanghebbende vrij in geval van onenigheid, een tegenexpertise uit te lokken.
Art. 3: Tractoren, terreinvoertuigen, trekkers, nijverheidsvoertuigen, locomotieven en nijverheidsmachines
De tractoren, terreinvoertuigen (zoals autobussen, auto’s en dergelijke die enkel voor intern gebruik op het terrein benut worden), trekkers, nijverheidsvoertuigen (zoals asfalteermachines, rupskranen, pletwalsen, bulldozers graafmachines, laadschoppen en zonder dat deze opsomming limitatief is), locomotieven, nijverheidsmachines (zoals mobiele compressoren, trilplaten, ladderliften en zonder dat deze opsomming limitatief is) worden belast volgens volgende tabel:
Cilinderinhoud van de motoren op diesel, benzine of gas: kW
- van 0 cm³ tot 499 cm³ = 2
- van 500 cm³ tot 2 499 cm³ = 7
- van 2 500 cm³ tot 4 999 cm³ = 15
- van 5 000 cm³ tot 7 499 cm³ = 22
- van 7 500 cm³ tot 9 999 cm³ = 29
- van 10 000 cm³ tot onbeperkt = 37
Art. 4: vorkheftrucks, reachtrucks, stackers en straddle carriers
De vorkheftrucks, reachtrucks, stackers en straddle carriers worden belast volgens hun maximaal hefvermogen zoals vermeld in volgende tabel:
Maximaal hefvermogen: kW
- van 0 kg tot 999 kg = 5
- van 1 000 kg tot 1 999 kg = 8
- van 2 000 kg tot 5 999 kg = 15
- van 6 000 kg tot 19 999 kg = 20
- van 20 000 kg tot 29 999 kg = 25
- van 30 000 kg tot 44 999 kg = 30
- van 45 000 kg tot onbeperkt = 40
Art. 5: Vrijstellingen
§1. Van de belasting zijn vrijgesteld:
- de motor die heel het onmiddellijk voorafgaande jaar niet werd gebruikt; deze non-activiteit moet blijken uit desbetreffende, om de drie maanden te hernieuwen, schriftelijke berichten aan het gemeentebestuur, zoals voorzien bij artikel 7. Wat het eerste jaar van de belastingheffing aangaat, is het bewijs van de non-activiteit evenwel met alle mogelijke rechtsmiddelen te leveren
- de motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld en voor zo ver deze voertuigen dienen voor het vervoer van personen of goederen over de openbare weg.
- de motor van een draagbaar en tegelijk handbediend toestel
- de motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met dat benodigd voor het drijven van een generator
- de door perslucht aangedreven motor
- de motoren die gebruikt worden voor het afvoeren van overtollig water
- de motoren van vaartuigen dienende voor transport van goederen
- de reservemotor, i.e. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn tewerkstelling niet als gevolg heeft dat de productie van de betrokken inrichting verhoogd wordt; de reservemotor kan aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren
- de wisselmotor, i.e. deze die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als de andere die hij tijdelijk moet vervangen; de wisselmotor kan aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren
- motoren die instaan voor de brandveiligheid (zoals sprinklermotoren, compressor om brandluiken te bedienen, enz. …)
- de motoren die instaan voor hygiënische ventilatie (vb. dampkap in een frituur, afzuiging in garages aan uitlaten, afzuiging voor lasdampen bij het lassen). Motoren die gebruikt worden voor het conditioneren van arbeidsruimtes zijn wel belastbaar .
§2. Elke belastingplichtige geniet een vrijstelling tot 50 kilowatt. Indien het totale motorvermogen kleiner dan of gelijk is aan 50 kilowatt, is dat vermogen volledig vrijgesteld van zowel de belasting, als van de aangifteplicht.
Art. 6: Aangifte
Voor totale motorvermogens kleiner of gelijk aan 50 kilowatt, geldt er geen aangifteplicht. Wanneer het totale vermogen meer dan 50 kilowatt bedraagt, geldt er aangifteplicht en moet de belastingplichtige ook het vrijgestelde gedeelte van het totale vermogen aangeven.
De belastingplichtige met aangifteplicht moet voor 30 april van het aanslagjaar aangifte doen door middel van het formulier dat hem door het gemeentebestuur wordt toegestuurd. De belastingplichtige die het formulier niet zou ontvangen hebben, moet deze aangifte spontaan doen, en dit eveneens voor 30 april van het aanslagjaar.
Art. 7: Belastingvermindering bij verdwijning, buiten gebruik stellen of tijdelijk stilleggen
§1. De verdwijning of het definitief buiten gebruik stellen in de loop van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar van een belastbare motor brengt een belastingvermindering mee. Deze vermindering gaat in vanaf de maand volgend op het bericht, gezonden aan het gemeentebestuur, betreffende de verdwijning of het buiten gebruik stellen.
§2. Het stilleggen van een ononderbroken tijdvak gelijk aan of groter dan een maand, met uitzondering van de jaarlijkse verplichte vakantieperiode, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden dat het toestel gedurende het jaar voorafgaand aan het belastingjaar ononderbroken buiten werking is geweest. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag op vier weken of één week werk na vier weken inactiviteit in de bedrijven die met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.
Om deze evenredige vermindering te kunnen genieten, moet de belanghebbende aan het gemeentebestuur een schriftelijk bericht gegeven hebben van de dag waarop de motor stilligt en van de dag waarop hij terug in werking wordt gesteld. Een ontvangstbewijs zal aan de belanghebbende worden afgeleverd. Dit bericht moet om de drie maand hernieuwd worden. De vermindering van belasting geldt vanaf de maand af volgend op deze wederinwerkingstelling. De berichtgeving is van substantiële aard en op straf van verval voorgeschreven. Wat het eerste jaar van de belastingheffing aangaat, is het bewijs van tijdelijke non-activiteit of van de definitieve buitengebruikstelling nochtans met alle mogelijke rechtsmiddelen te leveren. Indien vastgesteld wordt dat de motor werkt voor het geven van het bericht van wederinwerkingstelling, zal geen vermindering toegestaan worden, hoelang de stillegging ook heeft geduurd.
Art. 8: Berekening op basis van maximumkwartuurvermogen
§1. Wanneer de installaties van een nijverheidsbedrijf voorzien zijn van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen, waarvan de opnemingen maandelijks door de leveranciers van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan en bovendien het bedrijf belast werd op grond van het bepaalde in de artikelen 1 tot 7 gedurende de periode van tenminste twee jaar, wordt het bedrag der belastingen betreffende de volgende dienstjaren, op verzoek van de exploitant, vastgesteld op basis van een belastbaar vermogen bepaald in functie van de variatie, van het ene tot het andere jaar, van het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens. Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingsjaar op grond van het bepaalde in artikel 1 tot 7 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar, deze verhouding wordt “verhoudingsfactor” genoemd. Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor. De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de kwartuurvermogens van een jaar niet meer dan 20% verschilt van die van het refertejaar, d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor. Bedraagt het verschil meer dan 20% dan telt het bestuur de belastbare elementen teneinde een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen. Het jaar volgend op dat waarin de 20% wordt overschreden, wordt het bedrijf belast op basis van deze nieuwe telling van de belastbare elementen.
§2. Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moeten de exploitanten, voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen, welke in zijn installaties werden opgenomen tijdens het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan hij om toepassing van deze bepalingen verzoekt; hij moet er zich voorts toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave der maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen van het belastingjaar te voegen en het bestuur toe te laten te allen tijde de in zijn installaties gedane metingen van het maximumkwartuurvermogen, vermeld op de facturen van elektrische energie, te controleren. De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag verkiest, verbindt zich door zijn keuze voor een tijdvak van vijf jaar. Behoudens verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van het tijdvak, wordt dit stilzwijgend verlengd voor een nieuw tijdvak van vijf jaar.
§3. Voor bedrijven die reeds voor de ingangsdatum van dit reglement opteerden voor de berekening op basis van de maximumkwartuurvermogens wordt bij aanvang van dit reglement opnieuw de verhouding berekend tussen het vermogen, dat voor het jaar voorafgaand aan de ingangsdatum op grond van het bepaalde in artikel 1 tot 7 belastbaar is en het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar. Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met deze verhoudingsfactor.
Art. 9:Ambtshalve vestiging en verhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte zoals vermeld in artikel 6, voor 30 april van het aanslagjaar, of bij onjuiste, onvolledige, of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
§3. De overeenkomstig dit artikel ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag ten bedrage van 10% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding en 50% van de verschuldigde belasting bij elke volgende overtreding.
Art 10: Invordering en geschillen
§1. De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
§2. De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelasting.
Art 11: Slotbepalingen
§1. Het belastingreglement op motoren zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 15 januari 2024 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vervangen door voorliggend belastingreglement.
§2. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Gunter Michiels Katlijn Hofmans Luc Redig Ludo Janssens Mieke Van Rompaey Roel Vermeesch Tim Peeters Tine Muyshondt Kurt Stabel Kevin Helsen Christel Engelen Annelies Creten Kurt De Belder Christel Meeus Fernand Bossaerts Bart Goris Fons Huysmans Jörg Welz Zoe Helsen Johan De Ryck Guido Wittocx Kris Wouters Leen Baeten aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Art. 1: Voorwerp, inwerkingtreding en duur
§1. De gemeenteraad voert middels onderhavig reglement een retributie in voor het privatief gebruik van het openbaar domein of de (berm van de) openbare weg voor werken, verhuisactiviteiten, horecaterrassen, het uitstallen handelswaren en ambulante handel en kermisactiviteiten buiten de openbare markten en openbare kermissen.
Onder privatief gebruik moet onder meer worden verstaan, gebruik dat niet kadert in volgende werken en activiteiten:
- Werken van openbaar nut en werken en activiteiten van een openbaar bestuur of openbare instelling.
- Bouwwerken waarvan de gemeente, het OCMW, de Brandweer Zone Rand of de politiezone ZARA bouwheer is.
- Werken uitgevoerd door of in opdracht van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestigingsmaatschappijen.
- Evenementen en feestelijkheden georganiseerd door het lokaal bestuur of toegestaan door het college van burgemeester en schepenen gedurende de goedgekeurde data. Ambulante handel en kermisactiviteiten die toevallig gedurende zulke evenementen en feestelijkheden doorgaan, genieten hierdoor echter geen vrijstelling.
§2. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.
§3. Dit reglement doet geen afbreuk aan de bepalingen uit het gemeentelijk politiereglement over de inname van het openbaar domein, die steeds gerespecteerd moeten worden.
Art. 2: Gebruik van het openbaar domein naar aanleiding van private (ver)bouwwerken of verhuisactiviteiten
§1. Een retributie is verschuldigd voor het plaatsen van vaste en mobiele constructies op het openbaar domein naar aanleiding van private werken en verhuisactiviteiten en wordt met name berekend op basis van de omvang en de impact van het gebruik en de duur van de werken en activiteiten die aanleiding hebben gegeven tot het gebruik.
Onder vaste en mobiele constructies moet onder meer verstaan worden: schutsels, stellingen, kranen, containers, betonbakken, bouwmaterialen, bouwafval, werktuigen en voertuigen.
§2. Als het verkeer niet onderbroken wordt, bedraagt de retributie € 0,65 per m² per begonnen dag vanaf de derde kalenderdag van de werken of de verhuisactiviteiten, met een minimum van € 15.
§3. Als het verkeer onderbroken wordt, bedraagt de retributie € 100 per begonnen dag vanaf de eerste dag.
§4. Een onderbreking van minder dan 24 uur gedurende de periode van de werken of activiteiten, geeft nooit aanleiding tot een verminderd aantal aangerekende dagen.
Een aanpassing van de aangevraagde dagen of vierkante meters achteraf geeft nooit aanleiding tot terugbetaling aangezien de gemeente rekening heeft moeten houden met de privatieve ingebruikname over de hele periode.
Op het vorige lid kan alleen een uitzondering worden toegestaan omwille van billijkheidsoverwegingen in uitzonderlijke omstandigheden.
§5. De tarieven vermeld in dit artikel gelden onder voorbehoud van de aanpassingen aan de tarieven door het college van burgemeester en schepenen in het kader van de delegatie vermeld in artikel 6.
Art. 3: Gebruik van het openbaar domein voor het plaatsen van horecaterrassen en het uitstallen van handelswaren
§1. De retributie is verschuldigd voor:
- het plaatsen van terrassen, tafels, stoelen, banken … en andere meubels en aanhorigheden bij of aan een horecagelegenheid
- het uitstallen of aanprijzen van handelswaren door middel van constructies en elementen aangebracht bij of aan de handelszaak met afmetingen van minstens 1m² en een hoogte van minstens 2,5 m.
§2. Een terras of constructie voor het uitstallen van handelswaren mag de gevelbreedte van het horeca- of handelspand niet overschrijden. Er moet tevens te allen tijde een strook van 1,5m voor voetgangers worden vrijgehouden.
§3. De tarieven zijn afhankelijk van de in de aanvraag gespecificeerde periode:
- Zomertarief (m.b.t. periode 1 april tot en met 31 oktober): € 5 per begonnen m²,
- Wintertarief (m.b.t. periode 1 november tot en met 31 maart): € 5 per begonnen m²,
- Jaartarief (voor een heel kalenderjaar): €7,5 per begonnen m²
§4. De retributie is verschuldigd per aanvraag.
Een aanpassing van de aangevraagde vierkante meters achteraf geeft nooit aanleiding tot terugbetaling aangezien de gemeente rekening heeft moeten houden met de privatieve ingebruikname over de hele oppervlakte.
Op het vorige lid kan alleen een uitzondering worden toegestaan omwille van billijkheidsoverwegingen in uitzonderlijke omstandigheden.
§5. Constructies moeten afgebroken zijn ten laatste op het einde van de dag na afloop van de aangevraagde en goedgekeurde periode.
§6. De tarieven vermeld in dit artikel gelden onder voorbehoud van de aanpassingen aan de tarieven door het college van burgemeester en schepenen in het kader van de delegatie vermeld in artikel 6.
Art. 4: Gebruik van het openbaar domein voor het uitoefenen van ambulante handel of kermisactiviteiten
§1. De retributie is verschuldigd voor een standplaats op het openbaar domein of langs de openbare weg met het oog op het uitoefenen van ambulante handel of kermisactiviteiten zoals bedoeld in het reglement van 15 december 2025 betreffende de ambulante handel en kermisactiviteiten op openbaar domein buiten de openbare markten en kermissen.
§2. Een standplaats heeft een maximale oppervlakte van 20m².
§3. De retributie voor een zogenaamde standplaats ‘van dag tot dag’ bedraagt € 25 per standplaats per begonnen dag. De aanvraag heeft betrekking op een aantal voorafbepaalde dagen.
§4. De retributie voor een abonnementsplaats bedraagt jaarlijks € 250 per standplaats. Elke aanvraag heeft betrekking op het wekelijks gebruik gedurende een heel kalenderjaar van één standplaats op een voorafbepaalde weekdag.
§5. De retributie is verschuldigd per aanvraag.
Een vermindering van de aangevraagde data of vierkante meters achteraf geeft nooit aanleiding tot terugbetaling aangezien de gemeente rekening heeft moeten houden met de privatieve ingebruikname over de hele oppervlakte en periode.
Op het vorige lid kan alleen een uitzondering worden toegestaan omwille van billijkheidsoverwegingen in bijzondere omstandigheden.
§6. De retributie is niet verschuldigd bij toegelaten occasionele, niet-beroepsmatige aanbieding of uitstalling van producten of diensten met een niet-commercieel karakter met het oog op de verkoop zoals bedoeld in de laatste lid van artikel 6 van het reglement van 15 december 2025 betreffende de ambulante handel en kermisactiviteiten op openbaar domein buiten de openbare markten en kermissen.
§7. De tarieven vermeld in dit artikel gelden onder voorbehoud van latere aanpassingen door het college van burgemeester en schepenen in het kader van de delegatie vermeld in artikel 6.
Art. 5: Aanvraag toelating en betaling
§1. Voor de aanvang van het beoogd gebruik van het openbaar domein of de openbare weg moet een aanvraag voor toelating van de burgemeester worden bekomen.
De aanvraag moet worden ingediend via de gemeentelijke website:
- Voor het gebruik in functie van werken, verhuisactiviteiten, horecaterrassen of het uitstallen handelswaren: https://www.ranst.be/inname-openbaar-domein.
- Voor het gebruik in functie van ambulante handel en kermisactiviteiten: https://www.ranst.be/ambulante-handel.
De aanvraag moet gebeuren binnen volgende termijnen voorafgaand aan de beoogde start van het gebruik:
- Drie weken in functie van alle types van gebruik behalve voor verhuisactiviteiten en het plaatsing van een container
- Vijf dagen in functie van verhuisactiviteiten en plaatsing van een container
Als de aanvraag niet tijdig gebeurt, komt de tijdige aflevering van de eventuele signalisatievergunning in gedrang. Zonder signalisatievergunning mogen met name werken en verhuisactiviteiten op het openbaar domein niet van start gaan.
§2. De betaling van de verschuldigde bedragen moet bij bevestiging van de aanvraag gebeuren.
Elke toelating geldt onder voorbehoud van betaling van de retributie en vervalt automatisch bij niet-betaling.
§3. Wanneer het onmogelijk is om de aanvraag en/of alle bijbehorende documenten in te dienen via de gemeentelijke website, gelden volgende contactgegevens:
- Voor werken, verhuisactiviteiten, horecaterrassen of het uitstallen handelswaren:
● Email: omgeving@ranst.be
● Post: Gemeente Ranst, t.a.v. Omgeving, Gustaaf Peetersstraat 7 2520 Broechem
● Afgifte ter plekke tijdens de openingsuren (zie https://www.ranst.be/dienst-omgeving): Onthaal Omgeving, Van den Nestlaan 110, 2025 Broechem
- Voor ambulante handel en kermisactiviteiten buiten de openbare markten en kermissen:
● Email: secretariaat@ranst.be
● Post: Gemeente Ranst, t.a.v. Secretariaat, Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Broechem
● Afgifte ter plekke tijdens de openingsuren (zie https://www.ranst.be/dienst-secretariaat): Onthaal (t.a.v. secretariaat), Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Broechem
Als indieningsdatum geldt de datum van ontvangst van de email, de postdatum of een afgiftebewijs dat ter plekke zelf door de aanvrager wordt opgevraagd.
§4. Met gegevens die verstrekt worden naar aanleiding van de aanvraag wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.
Art. 6: Delegatie aan het college van burgemeester en schepenen
De gemeenteraad geeft een delegatie aan het college van burgemeester en schepenen om de tarieven vermeld in de artikels 2 tot en met 4 aan te passen.
Art. 7: Bestuurlijk toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen toezicht zoals bedoeld in de artikelen 330-334 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Annelies Creten Luc Redig Gunter Michiels Mieke Van Rompaey Kevin Helsen Kurt De Belder Christel Engelen Ludo Janssens Kurt Stabel Tim Peeters Roel Vermeesch Katlijn Hofmans Christel Meeus Fernand Bossaerts Bart Goris Tine Muyshondt Leen Baeten Kris Wouters Jörg Welz Johan De Ryck Zoe Helsen Guido Wittocx aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 6 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Art. 1: Ter beschikkingstelling van de gemeentelijke aansluitingskast
De gemeenteraad stelt voorliggend retributiereglement vast met het oog op de terbeschikkingstelling aan kermisuitbaters, organisatoren van openluchtevenementen (markt, kerstmarkt, concert, feest, …) en ambulante handelaars van een vaste gemeentelijke aansluitkast voor elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied. De kermisuitbaters, de organisatoren van openluchtevenementen en de ambulante handelaars mogen deze kast niet voor andere doeleinden en ook niet ten behoeve van derden aanwenden.
De burgemeester dient vooraf zijn toestemming te geven voor elke toegang tot een gemeentelijke aansluitkast.
Art. 2: Aansluiting aanvragen
§1. Kermisuitbaters richten hun aanvraag voor toegang tot de gemeentelijke aansluitkast aan de burgemeester. Hierbij bezorgen zij volgende gegevens aan de burgemeester:
- naam + voornaam / adres / telefoonnummer / e-mailadres van de kermisuitbater
- deelgemeente van Ranst (Broechem – Emblem – Oelegem – Ranst)
- datum van de kermis
- benaming en aard van de kermisattractie
- vermogen van de opstelling in kVA
- type aansluiting: éénfasig of driefasig
De kermisuitbater kan voor alle inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente.
§2. Voor de organisatie van openluchtevenementen richt de kandidaat energiegebruiker een aanvraag voor toegang tot de gemeentelijke aansluitkast aan de burgemeester, dit minstens 30 kalenderdagen voor het betrokken evenement.
Hij bezorgt hiervoor een aanvraag per brief of per e-mail gericht aan het college van burgemeester en schepenen.
Volgende gegevens dienen te worden overgemaakt:
- identiteit / adres / telefoonnummer / e-mailadres van de aanvrager
- situering en doel van het gebruik van de aansluitkast
- situering (adres)
- opgesteld vermogen
- éénfasig of driefasig
- tijdstip en periode van gebruik (aantal dagen)
De kandidaat energiegebruiker kan voor alle inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente.
De burgemeester deelt binnen 10 kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag zijn beslissing mede aan de vereniging of organisatie.
§3. Ambulante handelaars dienen bij hun aanvraag tot toelating voor ambulante handel op het aanvraagformulier aan te duiden of zij gebruik wensen te maken van een aansluitkast voor elektriciteit. Het gebruik van een aansluitkast is enkel mogelijk als er op de toegelaten standplaats een aansluitkast aanwezig is.
De kandidaat energiegebruiker kan voor alle inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente.
Art. 3: Tarieven
§1. De kermisuitbater, de organisator van het openluchtevenement of de ambulante handelaar dient een retributie te betalen voor het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast. De retributie is forfaitair vastgelegd in volgende tabel en gaat uit van het gevraagd vermogen in kVA en het type van de aansluiting (éénfasig of driefasig):
Tarieven éénfasig | per kermisweekend/evenement | dagprijs ambulante handelaar |
van 1 kVA tot 4 kVA | € 63 | € 60 |
van 4 kVA tot 8 kVA | € 70 | € 65 |
Tarieven driefasig | per kermisweekend/evenement | dagprijs ambulante handelaar |
van 1 kVA tot 4 kVA | € 93 | € 90 |
van 4 kVA tot 8 kVA | € 108 | € 100 |
van 8 kVA tot 12 kVA | € 118 | € 110 |
van 12 kVA tot 16 kVA | € 129 | € 120 |
van 16 kVA tot 20 kVA | € 143 | € 130 |
§2. De kermisuitbater en de organisator van het openluchtevenement dient de retributie binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst van de factuur te betalen aan de gemeente Ranst.
§3. De retributie voor de ambulante handelaar zal ineens gefactureerd worden bij de factuur van de standplaats. De factuur dient binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst te worden betaald aan de gemeente Ranst.
§4. De gemeenteraad vertrouwt de vaststelling van de tarieven toe aan het college van burgemeester en schepenen. De tarieven vermeld onder §1 gelden dus onder voorbehoud van latere aanpassingen door het college van burgemeester en schepen, waarbij de tarieven steeds in verhouding zullen blijven tot de verstrekte dienst.
Art. 4: Toegang en veiligheid
§1. De gemeentelijke afgevaardigde zet de installatie in dienst (er is een automaat per stopcontact) op voorwaarde dat de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar een geldig attest voorlegt inzake de jaarlijkse keuring van zijn binneninstallatie (zie ook verder).
De gemeentelijke afgevaardigde wijst aan de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar het stopcontact (nummer) / de stopcontacten (nummers) / stroomkring op de gemeentelijke aansluitkast aan waartoe deze toegang bekomt en noteert de gegevens met het oog op de controle tijdens het gebruik van de kast. De gemeentelijke aansluitkast moet te allen tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor de gemeentelijke afgevaardigde, zodat het toezicht steeds mogelijk is.
§2. Aansluitkabel van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar:
Met het oog op het aftakken van de eigen installatie levert de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar een soepele kabel met versterkte buitenmantel volgens NBN C32-131 H07RN-F (CTFB-N) van een aan het installatievermogen aangepaste geleiderdoorsnede en voorzien van de overeenkomende industriële EN 60309-1 / en 60309-2 stekker, nl. minimum 5 G 6 met stekker 32 A of minimum 5 G 10 met stekker 63 A.
Voor éénfasige toepassingen moet H07RN-F (CTFB-N) kabel 3 G 6 of 3 G 10 worden gebruikt met tweepolige stekker met aarding EN 60309-1 / EN 60309-2.
Op het uiteinde van de kabel is de naam aangebracht van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar.
§3. Aarding:
Wat de terbeschikkingstelling van de aarding betreft, geldt het volgende principe:
Indien voor de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar omwille van het regelmatig karakter een vaste gemeentelijke aansluitkast voorzien is, wordt de aarding ter beschikking gesteld van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar. In dit geval moet de kabel die gebruikt wordt voor de verbinding met de gemeentelijke aansluitkast uitgerust zijn met een groen/gele geleider.
Indien het om een plaats gaat met occasioneel karakter, moet de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar op eigen kosten een aarding plaatsen. In dit geval moet hij de aarding laten controleren door een erkend organisme. De aansluiting zal slechts na de controle kunnen worden uitgevoerd. Een aansluitkabel die een groen/gele geleider bevat, mag niet aangesloten worden op de aarding van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar.
De kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar zal bij iedere aansluiting van zijn verbindingskabel op de gemeentelijke aansluitkast de continuïteit van de aardgeleider controleren. De verbinding van de aardgeleider met het verdeelbord van de installatie van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar moet op een correcte wijze worden uitgevoerd.
§4. Automatische differentieelschakelaar:
Overeenkomstig artikel 97.02 van het AREI moeten de beschermingsgeleiders, welke ook de voedingswijze is, met uitzondering van zeer lage voedingsspanning, verbonden zijn met een aardelektrode, waarvan de spreidingsweerstand niet groter is dan 500 Ohm.
Alle stroombanen van de installaties van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar, met uitzondering van deze, gevoed op zeer lage veiligheidsspanning, moeten ten minste beschermd zijn door een automatische differentieelschakelaar waarvan de aanspreekstroom niet groter is dan 100 mA of door een beschermingsinrichting tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking met een gelijkwaardige veiligheid. De test van de automatische differentieelschakelaars zoals voorzien in artikel 85.12 van het AREI dient door de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar te worden uitgevoerd onmiddellijk na de verbinding van de stekker in de gemeentelijke aansluitkast. De test moet uitwijzen dat de voeding werkelijk onderbroken wordt.
Ieder verslag van een erkend keuringsorganisme moet de aanwezigheid van deze differentieelschakelaar vermelden.
§5. Jaarlijkse keuring:
De aarding en de differentieelschakelaar(s) van de installatie van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar dienen jaarlijks te worden gekeurd door een erkend keuringsorganisme.
De gemeentelijke afgevaardigde heeft elk moment het recht om het attest inzake jaarlijkse keuring in te zien.
Indien de gemeentelijke afgevaardigde oordeelt dat de bepalingen van het AREI worden overtreden en / of dat de veiligheid in het gedrang komt, heeft hij de bevoegdheid om alle verdere toegang onmiddellijk te weigeren. In geval van twijfel kan hij een beroep doen op de know-how van de distributienetbeheerder.
Elke onrechtmatige toegang of onderverhuring zal gerechtelijk worden vervolgd.
Art. 5: Aansprakelijkheid
De gemeente stelt naar best vermogen de aangeboden energie ter beschikking via de beschikbare aansluitkasten. Nochtans kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld voor onderbrekingen en dient zij in dit geval noch een schadevergoeding noch een vermindering van de gebruiksvergoeding toe te staan.
De kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar dient de nodige schikkingen te treffen om iedere oorzaak van beschadiging te vermijden. Hij is aansprakelijk voor alle schade die hij door onoordeelkundig gebruik aan de gemeentelijke aansluitkast veroorzaakt. Hij dient de gemeentelijke afgevaardigde onmiddellijk op de hoogte te stellen van elke beschadiging, afwijking of elke niet-conformiteit aan de wettelijke voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen.
De kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar dient verzekerd te zijn voor de schade die hij door het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast aan deze kast en aan derden kan veroorzaken.
Art. 6: Betwisting
Ingeval van betwisting tussen de gemeente en de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar is het de meest gerede partij die het geschil aanhangig maakt bij het vredegerecht of de bevoegde rechtbank van het gerechtelijk arrondissement van de gemeente.
Art. 7: Inwerkingtreding
Het reglement betreffende het ter beschikking stellen van elektriciteit op kermissen en openluchtevenementen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door voorliggend reglement van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 8: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Fernand Bossaerts Katlijn Hofmans Christel Engelen Tim Peeters Bart Goris Christel Meeus Roel Vermeesch Kurt Stabel Kevin Helsen Ludo Janssens Tine Muyshondt Gunter Michiels Mieke Van Rompaey Johan De Ryck Zoe Helsen Luc Redig Annelies Creten Jörg Welz Guido Wittocx Leen Baeten Kurt De Belder Kris Wouters aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 9 Goedgekeurd
Titel I: Voorwerp, lokalen en specificaties
Art. 1: Voorwerp
De gemeenteraad keurt voorliggend retributiereglement voor het gebruik en de verhuur van de zalen in Den Boomgaard, de terreinen en loods van domein De Moervelden, de refters van de gemeentelijke scholen, de vergaderlokalen van de bibliotheek, de Allierse kapel en de sportinfrastructuur goed.
Dit retributiereglement geldt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 2: Lokalen
Een retributie wordt gevestigd op volgende lokalen:
- Het gemeenschapscentrum ‘Den Boomgaard’, Antwerpsesteenweg 43 te Ranst/Broechem omvattende de evenementenhal, de polyvalente zaal en 2 vergaderzalen
- Domein Moervelden, Bistweg 11 te Ranst/Broechem, omvattende 3 verschillende zones:
● Zone A: loods en grasveld 1
● Zone B: grasveld 2
● Zone C: parking 1
● Zone D: parking 2
- De refters van de gemeentelijke scholen, omvattende
● de refter en keuken van de Knipoog, Schoolstraat 17, Ranst
● de refter en keuken van de Sleutel, Lostraat 51, Broechem
● de refter en keuken van de Driehoek, Schildesteenweg 12, Oelegem
- De lokalen in de hoofdbibliotheek van Ranst, Gasthuisstraat 17 te Ranst, omvattende de Lokalen Jozef Simons en Jules Persyn.
- Het lokaal in de bibliotheek van Emblem, Dorpstraat 14F01, omvattende lokaal Jozef De Voght
- De Allierse kapel, Liersesteenweg 127 te Emblem, omvattende een open ruimte bestaande uit het éénbeukig schip van de kapel en een achterliggende keuken met twee toiletten, bijkeuken en stookruimte.
- De sporthal, Antwerpsesteenweg 45 te Ranst/Broechem, omvattende de sportzaal met drie afzonderlijke units en een parketzaal.
- De turnzalen van de gemeentelijke scholen, namelijk
● De Knipoog, Schoolstraat 17 te Ranst
● De Sleutel, Lostraat 51 te Broechem
● De Driehoek, Schildesteenweg 12 te Oelegem
Art. 3: Specificaties
§1. Voor Den Boomgaard gelden volgende specificaties
- De evenementenhal (800m² met een bezettingscapaciteit van 850 personen zittend en 1.700 personen staand) met vast en verplaatsbaar podium, scheidingsgordijn, toog, drie loges, industriële keuken, foyer, sanitaire voorzieningen en bergruimten.
- De polyvalente zaal (222m² met een bezettingscapaciteit van 120 personen zittend en 220 personen staand) met bijbehorende vestiaire, ingerichte keuken, sanitaire voorzieningen, bergruimte en toog.
- Twee vergaderzalen (63m², maximaal 30 personen) met toog, frigo en koffiemachine.
§2. Voor het domein Moervelden zijn er deelzones. Deze staan aangegeven op een grondplan.
- Zone A: loods en grasveld 1 (totaal ± 26.800 m2).
- Zone B: grasveld 2 (totaal ± 14.500 m2)
- Zone C: parking 1 (totaal ± 3.600 m2)
- Zone D: parking 2 (totaal ± 2.750 m²
Er zijn geen sanitaire voorzieningen ter plaatse.
§3. Voor de refters van de gemeentelijke scholen gelden volgende specificaties:
- De refter en keuken van de Knipoog, Ranst (maximaal 240 personen)
- De refter en keuken van de Sleutel, Broechem (maximaal 180 personen)
- De refter en keuken van de Driehoek, Oelegem (maximaal 180 personen)
§4. Voor de lokalen in de bibliotheek van Ranst en Emblem gelden volgende specificaties:
- Lokalen Jozef Simons (maximaal 25 personen) en Jules Persyn in Ranst (maximaal 40 personen)
- Lokaal Jozef De Voght in Emblem (maximaal 10 personen)
§5. Voor de Allierse kapel wordt het volgende gespecificeerd:
- De expositieruimte bevindt zich in het schip van de kapel (niet voorbij de koorafsluiting).
- Er is in totaal 28 lopende meter ophangmogelijkheid (met verlichting) met een capaciteit van maximaal 50 kilogram per lopende meter en een aantal verplaatsbare sokkels.
Titel II: Bepalingen inzake huurperiodes en huurders
Art 4. Huurperiodes
§1. Voor Den Boomgaard gelden volgende nadere bepalingen inzake de huurperiodes:
- Maandag, dinsdag, woensdag en donderdag zijn weekdagen, vrijdag, zaterdag en zondag zijn weekenddagen. Een feestdag en de dag voor een feestdag worden gelijkgesteld met een weekenddag.
- De evenementenhal en de polyvalente zaal worden verhuurd per dag (of veelvoud), elke dag van de week.
- De vergaderzalen worden verhuurd per dagdeel, elke dag van de week. Bij overschrijding van het afgesproken dagdeel wordt een bijkomend dagdeel volledig aangerekend.
● Dagdeel 1 vangt aan om 8u en eindigt om 12u30.
● Dagdeel 2 vangt aan om 12u30 en eindigt om 18u.
● Dagdeel 3 vangt aan om 18u en eindigt om 24u.
§2. Voor domein Moervelden gelden volgende specificaties inzake huurperiodes:
- De loods en zones van domein Moervelden worden verhuurd per dag (of veelvoud).
- Maandag, dinsdag, woensdag en donderdag zijn weekdagen, vrijdag, zaterdag en zondag zijn weekenddagen. Een feestdag en de dag voor een feestdag worden gelijkgesteld met een weekenddag
- Het domein kan aangevraagd worden per dag en per zone met een maximum van 14 opeenvolgende dagen.
- Er is een beperking van maximaal twee circussen per jaar.
§3. Het volgende geldt voor de huurperiodes met betrekking tot de refters van de gemeentelijke scholen:
- De refters en keuken worden verhuurd per dagdeel op de dagen dat zij niet in gebruik zijn door de gemeentelijke scholen of door het gemeentebestuur van Ranst.
- Tijdens schooldagen zijn de refters gedurende dagdeel één en twee uitsluitend ter beschikking van de gemeentelijke scholen. Schooldagen zijn lesdagen en dagen waarop de scholen buitenschoolse activiteiten organiseren.
- Volgende dagdelen worden onderscheiden:
● Dagdeel één vangt aan om 8u en eindigt om 12u30.
● Dagdeel twee vangt aan om 12u30 en eindigt om 18u.
● Dagdeel drie vangt aan om 18u en eindigt om 24u.
- Bij overschrijding van het afgesproken dagdeel wordt een bijkomend dagdeel volledig aangerekend.
§4. Voor de lokalen in de bibliotheek van Ranst en Emblem gelden volgende zaken met betrekking tot de huurperiodes:
- De vergaderzalen worden verhuurd per dagdeel, elke dag van de week.
- Volgende dagdelen worden onderscheiden:
● Dagdeel één vangt aan om 8u en eindigt om 12u30.
● Dagdeel twee vangt aan om 12u30 en eindigt om 18u.
● Dagdeel drie vangt aan om 18u en eindigt om 24u.
- Bij overschrijding van het afgesproken dagdeel wordt een bijkomend dagdeel volledig aangerekend.
§5. De Allierse kapel wordt verhuurd per week, telkens van woensdag tot dinsdag, en met een maximum van vier opeenvolgende weken.
De gebruiker haalt de sleutel op bij de cultuurdienst en brengt deze na de tentoonstelling ook terug naar daar. De gebruiker maakt hierover duidelijke afspraken met de cultuurdienst.
§6. De sporthal en parketzaal is toegankelijk van 9:00 tot 23:00 uur op weekdagen en van 9:00 tot 22:00 uur in het weekend.
De sporthal wordt geopend dertig minuten voor het gereserveerde tijdstip en sluit uiterlijk dertig minuten na de laatste reservatie.
§7. De turnzalen zijn toegankelijk van 17:00 tot 23:00 uur op weekdagen en van 9:00 tot 22:00 uur in het weekend.
Art 5. Categorieën en beperkingen inzake huurders
§1. Voor een aantal van de faciliteiten worden categorieën van huurders gehanteerd.
§2. Voor Den Boomgaard gaat het om volgende categorieën
- Categorie 0:
● Gemeente- en OCMW-ambtenaren (in het kader van hun functie) en gemeentelijke en OCMW-diensten.
● Gemeentelijke raden, zijnde de raden die door de gemeente of het OCMW zijn ingericht (voor initiatieven door de raden zelf georganiseerd)
● Publieke of semi-publieke instanties die diensten verlenen aan de inwoners van de gemeente Ranst (Politiezone Zara, Brandweer Zone Rand, …)
● Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten tijdens de schooluren);
● Het Rode Kruis voor de inzameling van bloed;
● Het Rode Kruis Ranst-Lier-Zandhoven voor de driejaarlijkse huldiging van de bloedgevers.
- Categorie A:
● Elke erkende vereniging van Ranst
● Niet-erkende verenigingen met zetel in Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten
● Vzw's met zetel in Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten
● Inwoners van de gemeente Ranst die in eigen naam een niet-commerciële activiteit inrichten
● Niet-gemeentelijke overheidsdiensten die een werking in de gemeente ontplooien (het opvangcentrum voor asielzoekers Broechem, …)
● Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten buiten de schooluren).
- Categorie B:
● Bedrijven met zetel in Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten
● Niet-erkende verenigingen met zetel in Ranst die een commerciële activiteit inrichten
● Sociaal-culturele vzw’s met zetel in Ranst die een commerciële activiteit inrichten
● Inwoners van de gemeente Ranst die in eigen naam een commerciële activiteit inrichten
● Sociaal-culturele verenigingen met zetel buiten Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten
● Sociaal-culturele vzw's met zetel buiten Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten
● Gemeentelijke diensten, instellingen en organisaties van buiten Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten
- Categorie C: Alle andere gebruikers.
Onder 'commerciële activiteit' wordt elke activiteit gerekend:
- die niet voor alle aanwezigen gratis toegankelijk is.
- waarbij goederen verkocht of verhandeld worden, met uitzondering van voedingswaren en
drankartikelen die ter plaatse geconsumeerd worden.
§3. Voor Domein Moervelden gelden volgende categorieën van huurders:
- Categorie 0:
● Gemeente- en OCMW-ambtenaren (in het kader van hun functie) en gemeentelijke en OCMW-diensten
● Gemeentelijke raden, zijnde de raden die door de gemeente of het OCMW zijn ingericht (voor initiatieven door de raden zelf georganiseerd)
● Publieke of semi-publieke instanties die diensten verlenen aan de inwoners van de gemeente Ranst (Politiezone Zara, Brandweer Zone Rand, …)
● Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten tijdens de schooluren)
- Categorie A:
● Elke erkende vereniging van Ranst
● Erkende circussen
- Categorie B: Particulieren, niet-erkende verenigingen van Ranst en verenigingen van buiten Ranst die per uitzondering van college van burgemeester en schepenen een toelating krijgen.
§4. De refters van de gemeentelijke scholen worden enkel ter beschikking gesteld van volgende gebruikers:
- Erkende Ranstse verenigingen
- Het Rode Kruis voor de inzameling van bloed
- De personeelsleden en raadsleden van de gemeente en het OCMW van Ranst ter gelegenheid van hun zilveren huwelijksjubileum, hun pensionering, hun overlijden of het overlijden van een gezinslid, een communiefeest of lentefeest van leerlingen die naar de betreffende school gaan.
- Verenigingen van binnen en buiten de gemeente met een caritatief doel
- Verenigingen of instelling uit de gemeente Ranst die vorming geven aan kinderen van 12 jaar of jonger
- Organisaties die dactylo-cursussen geven voor lagere schoolkinderen
De refters van de gemeentelijke scholen mogen niet gebruikt worden voor het geven van fuiven.
Het college van burgemeester en schepenen kan in uitzonderlijke omstandigheden en mits degelijke motivering de refters ter beschikking stellen van andere personen, verenigingen of instellingen van de gemeente Ranst.
§5. Voor de lokalen in de bibliotheek van Ranst en Emblem worden volgende categorieën van huurders onderscheiden:
- Categorie A: Elke erkende vereniging van Ranst.
- Categorie B: Alle andere gebruikers.
De lokalen in de bibliotheken mogen enkel gebruikt worden voor vergaderingen of culturele activiteiten
§6. De tentoonstellingsruimte van de Allierse kapel is in eerste instantie gericht op lokale kunstenaars en socioculturele verenigingen uit Ranst en op de beeld- en podiumacademie van Lier.
Volgende categorieën van huurders worden onderscheiden:
- Categorie 0:
● Gemeentelijke en OCMW-diensten
● Gemeentelijke raden, zijnde de raden die door de gemeente of het OCMW zijn ingericht (voor initiatieven door de raden zelf georganiseerd)
● Publieke of semi-publieke instanties die diensten verlenen aan de inwoners van de gemeente Ranst ( Politiezone Zara, Brandweer Zone Rand, ...)
● Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten tijdens de schooluren);
- Categorie A:
● Elke erkende vereniging van Ranst
● Inwoners van de gemeente Ranst
● Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten buiten de schooluren)
- Categorie B: Alle andere gebruikers
Titel III: Retributiebedragen en betalingsmodaliteiten
Art 6. Bedragen en betalingen Den Boomgaard
§1. Voor Den Boomgaard worden gebruikers die tot de gebruikerscategorie 0 behoren, vrijgesteld van retributie.
In onderstaande tarieven voor de evenementenhal en de polyvalente zaal is een gebruik van de zaal van 13 uren voorzien. Deze 13 uren omvatten het klaarzetten van de zaal, de activiteit zelf en het opruimen van de zaal. Voor elk bijkomend uur moet door de gebruiker uit de gebruikerscategorieën A, B en C een bijkomend bedrag van € 30 (37,50) per uur worden betaald. Met uitzondering van meerdaagse activiteiten moet de zaal ten laatste om 04.00 uur de dag nadat de huur startte, ontruimd zijn.
In de retributie zijn gebruik van alle aanwezig en beschikbaar materiaal inbegrepen.
Volgende retributiebedragen gelden:
- Voor het gebruik van de evenementenhal:
Evenementenhal | Categorie A | Categorie B | Categorie C |
Weekdag | € 435 | € 935 | € 1.500 |
Weekenddag | € 560 | € 1.375 | € 2.190 |
- Voor de polyvalente zaal (met bijbehorende vestiaire, ingerichte keuken, sanitaire voorzieningen, bergruimte en toog):
Polyvalente zaal | Categorie A | Categorie B | Categorie C |
Weekdag | € 185 | € 310 | € 440 |
Weekenddag | € 250 | € 375 | € 625 |
- Voor het gebruik van de evenementenhal of polyvalente zaal door een erkende vereniging van Ranst voor een repetitie voorafgaand aan één of meerdere voorstellingen in het centrum, geldt het uitzonderlijke tarief van € 35 per uur op voorwaarde dat:
● de repetitie maximaal veertien dagen voorafgaand aan de voorstelling(en) plaatsvindt;
● de infrastructuur niet door een andere gebruiker voor andere doeleinden wordt aangevraagd;
● geen inkomgeld wordt gevraagd, geen drank wordt geschonken, geen gebruik wordt gemaakt van de keuken en geen publiek wordt toegelaten;
● de repetitie niet langer dan 4 uren in beslag neemt;
● het aantal repetities beperkt blijft tot maximum 2 per voorstelling.
- Voor de vergaderzalen gelden volgende tarieven
Vergaderzaal en seniorenlokaal | Categorie A | Categorie B | Categorie C |
Dagdeel 1 | € 35 | € 50 | € 65 |
Dagdeel 2 | € 35 | € 50 | € 65 |
Dagdeel 3 | € 35 | € 50 | € 65 |
§2. Voor de evenementenhal en de polyvalente zaal gelden volgende waarborgsommen:
Waarborg | Categorie A | Categorie B | Categorie C |
Evenementenhal | € 625 | € 625 | € 625 |
Polyvalente zaal | € 375 | € 375 | € 375 |
De gebruikerscategorie 0 wordt vrijgesteld van het betalen van een waarborgsom.
Voor het gebruik van de vergaderzaal en het seniorenlokaal moet geen waarborgsom betaald worden.
Voor het gebruik van éénzelfde zaal gedurende twee of meer opeenvolgende dagen moet slechts één keer de geldende waarborgsom worden betaald.
De gebruiker die een zaal voor verschillende data huurt, kan aan de administratie vragen om slechts eenmaal de waarborg te moeten storten. Terugstorting kan in dat geval enkel op schriftelijke vraag van de gebruiker.
De waarborgsom wordt na de activiteit terugbetaald aan de gebruiker, tenzij een schadegeval of ernstige tekortkoming werd vastgesteld. Ook bijkomende uren, restafval en de wasserij van de gebruikte hoezen zullen verrekend worden via de waarborg.
§3. Naargelang het tijdstip van de laattijdige annulering, is volgend percentage van de retributie verschuldigd als annuleringsvergoeding:
Annuleringsvergoeding | Categorie A | Categorie B | Categorie C |
Tot minder dan 1 maand vooraf | 100% | 100% | 100% |
Van 1 tot minder dan 3 maanden vooraf | 50% | 50% | 50% |
Van 3 tot minder dan 4 maanden vooraf | 35% | 35% | 35% |
Meer dan 4 maanden vooraf | € 65 | € 65 | € 65 |
De gebruikerscategorie 0 wordt vrijgesteld van het betalen van een annuleringsvergoeding.
In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht zal de zaak aan het oordeel van het college van burgemeester en schepenen worden voorgelegd.
Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum, op voorwaarde dat er nog een datum vrij is.
§4. Volgende betalingsmodaliteiten gelden:
- De waarborg moet worden betaald bij de reservatie. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de waarborg gestort werd. Na afloop van de activiteit wordt er een afrekening opgemaakt waarbij de waarborg verrekend wordt. Als de waarborg de bijkomende kosten niet dekt, moet de huurder het tekort bijbetalen. In het andere geval wordt het saldo teruggestort op de rekening die in de klantaccount werd opgegeven.
- De retributie moet uiterlijk twee weken vóór de aanvang van het evenement ontvangen zijn door het gemeentebestuur. Bij gebrek aan betaling veertien dagen voor het evenement kan dit door de gemeente als zijnde geannuleerd worden beschouwd en zal een annuleringsvergoeding worden aangerekend. De betaalde waarborg kan aangewend worden als annuleringsvergoeding. Het evenement kan dan niet plaatsvinden.
- Voor de vergaderzalen dient de betaling te gebeuren bij de reservatie.
Art. 7. Bedragen en betalingen domein Moervelden
§1. De gebruikers die tot de gebruikerscategorie 0 behoren, worden vrijgesteld van retributie.
Voor het gebruik van de verschillende zones gelden volgende tarieven:
Vergoeding gebruik Moervelden | Zone A | Zone B, C en D |
Weekdag Categorie A | € 35 | € 15 |
Categorie B | € 70 | € 30 |
Weekenddag Categorie A | € 95 | € 15 |
Categorie B | € 190 | € 30 |
Indien vastgesteld wordt dat de gebruiker toch niet gehuurde zones in gebruik neemt, dan wordt voor deze zones het vijfvoud van de huurprijs aangerekend.
§2. Enkel in zone A is er de mogelijkheid om gebruik te maken van de nutsvoorzieningen. In de retributie is 2 m³ water en 80 kWh elektriciteit inbegrepen. Indien het energieverbruik hoger is dan wordt een meerprijs in rekening gebracht à rato van € 7,50 per begonnen m³ en € 0,625 per begonnen kWh, vermeerderd met € 25 administratieve kost. De meterstanden worden uitgelezen door de bevoegde ambtenaar.
§3. Uitzonderlijk kunnen de verschillende zones van Domein Moervelden gratis ter beschikking gesteld worden aan erkende Ranstse verenigingen als de betreffende zone de week voor de activiteit nog vrij is en bij specifieke klimatologische of sanitaire omstandigheden. De verdere modaliteiten worden bepaald door het college van burgemeester en schepenen vanuit hun bevoegdheid voor het beheer van gemeentelijke inrichtingen.
§4. Annulering door de gebruiker kan tot twee weken voor het evenement mits het betalen van de helft van de retributie. Bij annulering in de laatste twee weken voor de gebruiksdatum is de volledige retributie verschuldigd.
Bij terugbetaling in geval van annulering wordt steeds een minimum administratieve kost van € 65 afgehouden van het terug te betalen bedrag. Bedragen lager dan € 65 worden niet terugbetaald
Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum mits er nog een datum vrij is.
§5. In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht, zal de zaak worden beslist door het college van burgemeester en schepenen.
§6. Bij vrijstelling van retributie, geldt ook vrijstelling van het betalen van een annuleringsvergoeding.
§7. Het college van burgemeester en schepenen heeft het recht om de verleende toelating voor het gebruik te allen tijde te wijzigen of in te trekken, mits heirkracht kan ingeroepen worden. Hiervoor kan de aanvrager geen aanspraak maken op een schadevergoeding.
§8.De retributie dient uiterlijk voor aanvang van het evenement te worden betaald. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de retributie gestort werd.
Art. 8. Bedragen en betalingen refters gemeentelijke scholen
§1. Volgende bedragen gelden voor de refters van de gemeentelijke scholen:
- Voor de refters van de gemeentescholen van Broechem en Oelegem, inclusief het gebruik van de keuken geldt ene bedrag van € 50 per dagdeel.
- Voor de refter en keuken van Ranst: € 65 per dagdeel.
§2. Diensten en raden van het gemeentebestuur Ranst en OCMW Ranst zijn vrijgesteld van retributie evenals het Rode Kruis voor het houden van een bloedinzameling en de parochies voor parochiale activiteiten in het kader van de eerste communie.
§3. Een eventuele annulering van de boeking wordt schriftelijk gemeld door de gebruiker.
Bij annulering langer dan twee weken voor de gebruiksdatum moet de helft van de voorziene retributie voor het gebruik van de lokalen betaald worden.
Bij annulering in de laatste twee weken voor de gebruiksdatum is de volledige retributie verschuldigd.
Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum voor zover er nog een datum vrij is.
§4. In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht, zal de zaak worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
§5. Bij vrijstelling van retributie, geldt ook vrijstelling van het betalen van een annuleringsvergoeding.
§6. De retributie dient uiterlijk voor aanvang van het evenement te worden betaald. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de retributie gestort werd.
Art. 9: Bedragen en betalingen lokalen bibliotheek Ranst en Emblem
§1. Volgende bedragen gelden voor de lokalen in bibliotheek van Ranst en Emblem
- Voor erkende Ranstse verenigingen: € 12,50 per dagdeel en per lokaal.
- Voor alle andere gebruikers: € 25 per dagdeel en per lokaal.
§2. Diensten en raden van het gemeentebestuur Ranst en OCMW Ranst zijn vrijgesteld van retributie
§3. Een eventuele annulering van de boeking wordt schriftelijk gemeld door de gebruiker.
Bij annulering langer dan twee weken voor de gebruiksdatum moet de helft van de voorziene retributie voor het gebruik van de lokalen betaald worden.
Bij annulering in de laatste twee weken voor de gebruiksdatum is de volledige retributie vereist.
Bij vrijstelling van retributie, geldt ook vrijstelling van het betalen van een annuleringsvergoeding.
In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht, zal de zaak worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
§4. Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum voor zover er nog een datum vrij is.
§5. De retributie dient uiterlijk voor aanvang van het evenement te worden betaald. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de retributie gestort werd.
Artikel 10. Bedragen en betalingen Allierse kapel
§1. De bedragen worden als volgt bepaald voor wat de Allierse kapel betreft:
- De gebruikers in categorie 0 zijn vrijgesteld van het betalen van een retributie
- De gebruikers in categorie A betalen € 150 per week
- De gebruikers in categorie B betalen € 300 per week.
§2. In de retributie is 30 m³ gas en 30 kWh elektriciteit inbegrepen. Indien het energieverbruik hoger is dan wordt een meerprijs in rekening gebracht à rato van € 3,75 per begonnen m³ en € 0,625 per begonnen kWh. De meterstanden worden uitgelezen door de bevoegde ambtenaar.
§3. Een eventuele annulering van de boeking wordt schriftelijk gemeld door de gebruiker.
In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht, zal de zaak
worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
De huurprijs wordt niet teruggestort indien de tentoonstelling wordt afgelast door de gebruiker.
Bij vrijstelling van retributie, geldt ook vrijstelling van het betalen van een annuleringsvergoeding.
§4. Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum indien er nog een datum vrij is.
§5. De retributie dient uiterlijk voor aanvang van het evenement te worden betaald. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de retributie gestort werd.
Art. 11: Bedragen en betalingen sporthal en turnzalen
§1. Volgende bedragen gelden voor de sporthal en turnzalen:
Infrastructuur | Erkende verenigingen /inwoners (Ranst) | Niet-erkend / niet-inwoners |
commercieel | jeugd, G-sport, senioren (erkend) |
Sporthal (volledig) | €18,75/u | €37,5/u | €75/u | €9/u |
1 terrein (1/3 zaal) | €6,25/u | €12,5/u | €25/u | €3/u |
Sportmanifestatie (8u–17u) | €125/dag | €250/dag | €500/dag | €75/dag |
Parketzaal | €6,25/u | €12,5/u | €25/u | €3/u |
Turnzalen | €6,25/u | €12,5/u | €25/u | €3/u |
Beachvolley | Gratis | Gratis | Gratis | Gratis |
Het commerciële tarief geldt voor gebruikers met winstoogmerk of zakelijk doel, bepaald op basis van BTW- of KBO-nummer. Vzw’s zijn hiervan uitgezonderd.
§2. Volgende gebruikers zijn vrijgesteld van betaling van de retributie:
- Gemeentelijke diensten (inclusief OCMW, politie en adviesraden) voor dienstactiviteiten en vormingen
- Scholen (vrij en gemeentelijk) tijdens de lesuren, op voorwaarde dat deze tijdig aangevraagd wordt (voor 1 september).
§3. Volgende aspecten gelden met betrekking tot annulering:
- Annuleren tot twee dagen vóór de activiteit: gratis
- Annuleren binnen de twee dagen: volledige huurprijs wordt aangerekend
- Zonder annulering niet opdagen: verdubbelde retributie wordt aangerekend
Bij overmacht beslist de sportdienst of er alsnog kosten worden aangerekend
Bij competitiewedstrijden gelden geen kosten bij forfait van de tegenstander of afgelasting door een erkende federatie, voor zover er een attest wordt bezorgd binnen vijf kalenderdagen
§4. Een gebruiker kan een optie nemen op een tijdslot, die 5 dagen geldig blijft. Indien de optie binnen deze periode niet wordt bevestigd, vervalt ze automatisch zonder verdere verwittiging.
§5. Volgende bepalingen gelden voor de betaling:
- Vaste gebruikers betalen zodra uren zijn toegekend; niet-gebruikte uren worden aangerekend tenzij tijdig geannuleerd. Betaling gebeurt per trimester.
- Indien niet tijdig betaald, kan de toegang tot de infrastructuur geweigerd worden.
- Occasionele gebruikers betalen bij reservatie. De reservatie is pas definitief na ontvangst van de betaling.
- Betaling gebeurt bij voorkeur online.
Titel IV: Algemene en specifieke voorwaarden
Art. 12: Algemene voorwaarden voor elke locatie, met uitzondering van de sport- en turnzalen
§1. Alle reservaties dienen te gebeuren via de website reservaties.ranst.be
Elke reservatie is pas definitief na betaling van de waarborg of de retributie.
De aanvraag kan gedurende een periode van twee weken als optie worden vastgehouden zonder aanrekening van waarborg/retributie. Indien binnen deze termijn geen reactie wordt ontvangen, wordt de aanvraag automatisch geannuleerd. De aanvrager wordt hiervan via het boekingssysteem verwittigd.
§2. De betaling van de retributie moet minimaal twee weken vóór de aanvang van het gebruik van het lokaal kunnen aangetoond worden.
Lokalen kunnen maximaal één jaar op voorhand aangevraagd worden, met uitzondering van domein Moervelden waar gebruikers van categorie A het terrein en/of de loods maximaal twee jaar en minimaal 40 dagen voor de activiteit kunnen aanvragen
§3. De aanvragen worden behandeld in volgorde van ontvangst
§4. Het gebruik van een lokaal op een wijze die niet conform is met de aanvraag zal leiden tot onmiddellijke stopzetting van het gebruik van het lokaal. In deze omstandigheden zal de retributie verhoogd worden met een forfaitair bedrag van € 125.
Indien de gebruiker zich niet aan de voorgeschreven reglementen heeft gehouden, kan het college van burgemeester en schepenen de gebruiker uitsluiten van het huren van de lokalen.
§5. De kosten voor verwarming en elektriciteit zijn inbegrepen in de retributie met uitzondering van domein Moervelden en Allierse kapel (zie de betreffende bepalingen met betrekking tot de retributiebedragen).
Bij de huur van de lokalen is ook het gebruik van het sanitair inbegrepen, met uitzondering van domein Moervelden waar geen sanitair voorzien is.
§6. De schoonmaak gebeurt door de gemeente Ranst na afloop van de activiteit. In geval van meerdaags gebruik dient de gebruiker zelf in te staan voor de tussentijdse schoonmaak.
Per activiteit is de afvoer van restafval en papier inbegrepen in de prijs.
§7. Wie een openbaar evenement (met muziek, film, theater, ...) organiseert, moet auteursrechten (sabam) betalen. Dat geldt ook voor privé-evenementen, met uitzondering van feesten waarop uitsluitend familieleden worden uitgenodigd. Meer informatie over auteursrechten vind je op de website van Unisono. Let op: doe je aanvraag ten laatste vijf dagen op voorhand.
Ook moet men een billijke vergoeding betalen aan de uitvoerders en producenten van muziekstukken. Het gemeentebestuur betaalt voor de gemeentelijke zalen een jaartarief voor de billijke vergoeding, waardoor de huurder geen billijke vergoeding meer moet betalen.
§8. De brandverzekering voor de gebouwen waarin de te huren lokalen zich bevinden wordt afgesloten door de gemeente.
De aanvrager bevestigt dat hij een verzekering heeft of zal afsluiten om eventuele contractuele materiële schade te dekken aan het lokaal/de lokalen, alsook om diens buitencontractuele aansprakelijkheid te waarborgen als organisator van de activiteit.
§9. Een ruimte die ter beschikking wordt gesteld, verkeert voor de activiteit in goede staat. Indien er toch schade is aan de ruimte dient dit voor de activiteit door de gebruiker gemeld te worden. De gebruiker kan verantwoordelijk gesteld worden voor elke niet vooraf gemelde beschadiging die er na de activiteit aan de ruimte of het materiaal wordt vastgesteld. De eventuele schade moet door de gebruiker vergoed worden.
§10. Na elke activiteit moet de ter beschikking gestelde ruimte door de gebruiker worden achtergelaten in de toestand dat deze ontvangen werd. De stoelen en tafels worden door de gebruiker afgekuist en op hun plaats gezet. De gebruikte glazen e.d. moeten afgewassen, afgedroogd en op hun plaats gezet worden. Ook het sanitair wordt netjes achtergelaten.
§11. Een ter beschikking gesteld lokaal mag onder geen beding onderverhuurd worden.
§12. De gebruiker zal steeds vrije doorgang verschaffen aan gemeentepersoneel in werkopdracht. In uitzonderlijke omstandigheden kan het gemeentebestuur zonder schadevergoeding de lokalen opeisen en eventuele reservaties teniet doen. De betaalde retributies worden in dat geval automatisch teruggestort.
§13. In alle gebouwen geldt een algemeen rookverbod.
§14.Honden of andere dieren worden niet toegelaten met uitzondering van blindengeleide honden.
§15. Het gemeentebestuur kan niet verantwoordelijke gesteld worden voor gebeurlijke ongevallen.
Art. 13: Specifieke voorwaarden Den Boomgaard
§1. De gebruikte dranken zijn verplicht ter plaatse af te nemen.
De gebruiker van het gemeenschapscentrum die eigen wijn(en), schuimwijn(en), champagne(s), sterke dranken en gedestilleerde dranken in het centrum binnenbrengt en/of consumeert, dient dit ten minste twee weken voor de activiteit te melden aan de bevoegde ambtenaar. Hiervoor moet de klant een vergoeding per verbruikte fles betalen aan de concessionaris van het gemeenschapscentrum als compensatie voor de gederfde inkomsten.
Voor het binnenbrengen en/of consumeren van volgende dranken betaalt de gebruiker een vergoeding:
- eigen wijn(en) en/of schuimwijn(en)van : € 2,5 (excl. btw) per verbruikte fles.
- eigen Champagne(s), sterke dranken en/of gedestilleerde dranken : € 1 (excl. btw) per verbruikte fles.
Bij niet-naleving van deze bepaling kan door de concessionaris een forfaitaire vergoeding van € 150 (excl. btw) aangerekend worden bovenop de voorziene tarieven per fles.
§2. Voorafgaande ingebruikname voor klaarzetten of afbouw:
Op uitdrukkelijke vraag van de gebruiker kan de zaal vóór of na aanvang van de contractueel vastgelegde gebruiksperiode worden klaargezet of afgebouwd op voorwaarde dat:
- de zaal op dat ogenblik beschikbaar is. Deze regeling kan ten vroegste drie weken en ten laatste één week voor de activiteit worden toegestaan;
- de bevoegde ambtenaar hiertoe uitdrukkelijk de toestemming verleent;
- de gebruiker een vergoeding betaalt van € 35 per uur dat de zaal in gebruik wordt genomen voor het klaarzetten of afbouwen met een minimum van € 105.
§3. Op uitdrukkelijke vraag van de gebruiker kan de concessionaris van het gemeenschapscentrum of diens aangestelde(n) bepaalde diensten aan de gebruiker leveren. Daarbij gelden volgende tarieven: per persoon, per uur, excl. BTW
Opbouw / Afbouw DAG |
|
|
|
|
| 32,96 |
Opbouw / Afbouw NACHT* |
|
|
|
|
| 39,55 |
Vestiaire DAG |
|
|
|
|
| 32,96 |
Vestiaire NACHT* |
|
|
|
|
| 39,55 |
WC-dame DAG |
|
|
|
|
| 32,96 |
WC-dame NACHT* |
|
|
|
|
| 39,55 |
Bar / Bediening DAG |
|
|
|
|
| 36,91 |
Bar / Bediening NACHT* |
|
|
|
|
| 44,30 |
*Vanaf 22 uur tot 6 uur
§4. In het geval de gebruiker bijkomend werk voor de concessionaris veroorzaakt door het niet naleven van het huishoudelijk reglement, zal de concessionaris deze bijkomende uren, vermeerderd met een forfaitaire vergoeding, aan de gebruiker aanrekenen. Volgende tarieven zijn in dat geval van toepassing:
- werkuren: € 35 (excl. btw) per persoon en per uur.
- bijkomende vergoeding: € 250 (excl. btw) voor de evenementenhal en € 175(excl. btw) voor de polyvalente zaal.
- Indien in overtreding van het huishoudelijk reglement toch confetti of papiersnippers worden gebruikt, dan wordt hiervoor een forfaitair bedrag van € 600 aangerekend aan de gebruiker.
§5. Indien na afloop van een activiteit blijkt dat de normale schoonmaak niet volstaat om de zaal in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, zal de concessionaris de kostprijs voor een eventuele bijkomende schoonmaakbeurt aan de gebruiker aanrekenen. Volgende tarieven zijn in dat geval van toepassing:
voor de evenementenhal (zonder keuken): € 175 (excl. btw.)
voor de keuken van de evenementenhal: € 65 (excl. btw.)
voor de polyvalente zaal: € 65 (excl. btw.)
Art. 14: Specifieke voorwaarden Domein Moervelden
§1. Voor evenementen op het domein dient ook een evenementenformulier te worden ingediend.
§2. Bij het huren van de loods kan de gebruiker aan het begin van de gehuurde periode een sleutel bekomen na afspraak met de bevoegde ambtenaar. De sleutel wordt de laatste dag van de gehuurde periode terug afgeleverd in Den Boomgaard. Per dag dat de sleutel te laat wordt teruggebracht wordt € 30 aangerekend.
Vanaf dat men een week te laat is wordt de sleutel als verloren beschouwd. Bij verlies van de sleutel worden de kosten voor het vervangen van de sloten waarop de sleutel past en voor de nieuwe sleutels aangerekend aan de gebruiker.
§3. Het gemeentebestuur wil, op momenten dat het Domein Moervelden een week voor de activiteit nog vrij is, de Ranstse erkende verenigingen voor activiteiten in het kader van hun dagelijkse werking de kans bieden om kosteloos het domein te gebruiken bij specifieke klimatologische of sanitaire omstandigheden. De verdere modaliteiten worden bepaald door het college van burgemeester en schepenen vanuit hun bevoegdheid voor het beheer van gemeentelijke inrichtingen.
§4. De aanvraag door niet erkende verenigingen uit Ranst, particulieren en clubs en verenigingen van buiten de gemeente Ranst voor de organisatie van voornamelijk outdoor kan enkel door het college van burgemeester en schepenen worden goedgekeurd indien het een meerwaarde brengt voor de (uitstraling van de) gemeente Ranst en geen onoverkomelijke hinder met zich mee brengt voor de omwonenden en de uitbaters van de zomerbar. Elke aanvraag zal in dit kader overwogen worden.
Het college behoudt zich het recht voor om de organisatie van activiteiten door verenigingen van buiten Ranst te weigeren en neemt steeds de eindbeslissing.
Art. 15: Specifieke voorwaarden refters van de gemeentelijke scholen
Als men de refter van een school huurt, mag ook de speelplaats gebruikt worden, inclusief de op de speelplaats aanwezige materialen. Eventuele schade moet spontaan door de gebruiker gemeld en vergoed worden. Alle materialen moeten na gebruik opnieuw op hun plaats gezet worden.
Na afspraak met de schooldirectie kan de gebruiker een sleutel van het lokaal bekomen. Hij moet tekenen voor ontvangst.
Na het gebruik van het lokaal worden de lichten gedoofd en wordt het gebouw door de gebruiker afgesloten. De sleutel wordt zo spoedig mogelijk terug bezorgd. Bij verlies van de sleutel worden de kosten voor het vervangen van de sloten waarop de sleutel paste en voor de nieuwe sleutels aangerekend aan de gebruiker.
Art. 16: Specifieke voorwaarden lokalen bibliotheek Ranst en Emblem
Na afspraak met het bibliotheekpersoneel kan de gebruiker een sleutel van het lokaal bekomen. Hij moet tekenen voor ontvangst.
Na het gebruik van het lokaal worden de lichten gedoofd en wordt het gebouw door de gebruiker afgesloten. De sleutel wordt zo spoedig mogelijk terug bezorgd. Bij verlies van de sleutel worden de kosten voor het vervangen van de sloten waarop de sleutel paste en voor de nieuwe sleutels aangerekend aan de gebruiker.
Art. 17: Specifieke voorwaarden Allierse kapel
§1. De kapel is een beschermd monument, de gebruiker moet erover waken dat er op geen enkele manier schade wordt aangebracht aan en rond het gebouw of de kunstvoorwerpen die in het interieur staan (preekstoel, kruisweg, altaar….). Indien er schade wordt vastgesteld, kan deze aangerekend worden. Iedere schade die naar aanleiding van de activiteit wordt veroorzaakt, moet onmiddellijk aan de cultuurdienst worden gesignaleerd.
§2. Het gemeentebestuur van Ranst is niet aansprakelijk voor gebeurlijke ongevallen, schade aan kunstwerken of diefstallen, het uitvallen of onderbreken van de elektrische verlichting, verwarming of welke nutsvoorziening dan ook waardoor de tentoonstelling kan worden gehinderd.
§3. De gebruiker staat in voor het opstellen, onderhoud en het afhalen van de werken. Er mag enkel gebruik gemaakt worden van het aanwezige ophangsysteem. Er wordt geen muurkauwgom, kneedgom, plakband of nagels in/op de muren toegelaten. Er wordt geen bijkomende verlichting aangebracht en er mogen geen aanpassingen aan het gebouw gebeuren. Er mogen wel sokkels gebruikt worden.
§4. De verhuurder staat niet in voor de verzekering van de werken.
§5. De inhoud/aard van de tentoongestelde werken mag niet onnodig kwetsend (bv. racistisch, seksistisch) zijn. Artistieke vrijheid staat steeds voorop maar in geval van twijfel beslist het bestuur.
§6. De gebruiker staat zelf in voor de promotie van de tentoonstelling.
§7. De organisator mag een vernissage organiseren. Deze kan enkel plaatsvinden in de exporuimte. De gebruiker staat zelf in voor de organisatie. De gebruiker staat in voor het opruimen en netjes achterlaten van de ruimte na afloop.
§8. Over de toelating tot gebruik van de Kapel wordt beslist door de cultuurdienst. Bij betwisting wordt de beslissing voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
§9. De gebruiker kan de sleutel van de expositieruimte na afspraak afhalen in GC Den Boomgaard, Antwerpsesteenweg 43, 2520 Ranst, 03 206 09 20.
§10. De gebruiker staat in voor de permanentie in de expositieruimte tijdens de openingsuren van de Kapel. De openingsuren mogen zelf door de gebruiker bepaald worden. De gebruiker is verantwoordelijk voor het correct afsluiten van de Kapel bij het verlaten van de site. De gebruiker schakelt alle apparaten en verwarming uit, dooft de lichten en sluit de ramen en deuren.
De gebruiker moet de vaat doen en de vuilniszakken met vuilnis meenemen. Indien de ruimte niet netjes blijkt te zijn, zal door de gemeente een poetsfirma worden aangesteld om de kapel te poetsen. De kosten hiervan worden in dat geval integraal doorgerekend aan de gebruiker.
Het gebruik van elektrische ovens, baktoestellen en verwarming is enkel toegelaten in de achterliggende keuken. Het binnenbrengen van toestellen op gas is verboden.
§11. De gemeente Ranst kan op elk moment controle uitoefenen en heeft dan ook te allen tijde het volledige toegangsrecht tot de Kapel.
Art. 18. Specifieke voorwaarden sporthal en turnzalen
§1. Alle aanvragen verlopen via het online reservatiesysteem reservaties.ranst.be.
§2. Aanvragen voor jaarverhuur zijn mogelijk van 1 april tot en met 15 april van het lopende sportseizoen. Volgende specifieke bepalingen gelden:
- Aanvragen die na 15 april worden ingediend, worden pas behandeld na de tijdige aanvragen.
- Gemeentelijke activiteiten worden – indien mogelijk – vóór 15 april ingepland.
- Scholen dienen hun reservaties uiterlijk op 1 september door te geven.
- Het definitieve jaar-gebruikersschema zal goedgekeurd worden door het college van burgemeester en schepenen.
- Bij de opmaak van het jaarschema geldt onderstaande voorrangsvolgorde:
● Gemeentelijke activiteiten
● Scholen tijdens de lesuren
● Verenigingen die het voorbije jaar dezelfde uren gebruikten
● Erkende verenigingen uit Ranst
§3. Na goedkeuring van het jaar-gebruikersschema kunnen losse gebruikers de vrije uren reserveren.
Alle aanvragen tot losse verhuur moeten minimum twee dagen voor de datum van reservatie gebeuren.De aanvraag kan enkel betrekking hebben op het huidige sportjaar vanaf 1 augustus tot en met 30 juni.
Betaling gebeurt vooraf online.
Bij overmacht, gemeentelijke activiteiten of noodzakelijke onderhouds- of herstellingswerken kan de gemeente een reservatie annuleren. Waar mogelijk wordt een alternatieve gemeentelijke infrastructuur aangeboden aan een gelijk of lager tarief.
§4. Het betreden van de sportinfrastructuur gebeurt op eigen risico.
Elke handeling als sporter of toeschouwer valt onder de verantwoordelijkheid van de bezoeker. Het gemeentebestuur is niet aansprakelijk voor ongevallen, diefstal of schade.
§5. Kleedkamers zijn beschikbaar vanaf 30 minuten voor aanvang van de activiteit. Douches en kleedkamers moeten uiterlijk 30 minuten na het einde van de activiteit verlaten worden.
Ze dienen proper achtergelaten te worden en afval moet gesorteerd worden in de juiste vuilbakken.
§6. Lessen en sportactiviteiten worden begeleid door deskundigen.
De lesgever of verantwoordelijke mag de zaal en kleedkamers pas verlaten nadat alle deelnemers vertrokken zijn.
§7. De gebruikers zorgen voor netheid en orde en verzekeren meer bepaald dat:
- Al het gebruikte materiaal na afloop wordt opgeborgen
- Het terrein netjes achterblijft
- Afval correct gesorteerd wordt
- Toezicht gebeurt door het aanwezige personeel.
§8. Toegang tot de toestellenruimte is enkel toegestaan voor het halen en opbergen van sportmateriaal.
Materialen moeten gedragen of verrold worden, niet gesleept. Trainers begeleiden hierbij de jongeren.
§9. De huurtijd moet strikt gerespecteerd worden. Opstellen en opruimen behoren tot de huurtijd zodat de volgende gebruiker op tijd kan starten.
§10. Kinderen jonger dan 10 jaar zijn enkel toegelaten onder begeleiding van een volwassene, behalve als ze deelnemen aan een club- of ploegactiviteit.
§11. Volgende gedragingen zijn niet toegestaan:
- Personen die dronken of onbetamelijk zijn, wordt de toegang geweigerd.
- Glas, warme dranken en alcohol zijn verboden in sportzalen en kleedkamers.
- Dieren zijn verboden, behalve assistentiehonden.
- Enkel geschikt schoeisel is toegestaan; fietsen, skeelers en andere vervoersmiddelen zijn verboden in de zalen.
- Het is verboden te roken aan de ingang van de sportaccommodaties en binnen in de sportaccommodaties.
§12. Bij verlies van een sleutel of toegangsbadge wordt een kost van €30 aangerekend.
§13. Aanwijzingen van het aanwezige personeel dienen strikt opgevolgd te worden.
Titel V. Slotbepalingen
Art. 19: Inwerkingtreding
§1. Dit retributiereglement treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.
§2.Het retributiereglement voor de verhuur van de refters van de gemeentelijke scholen en van de vergaderlokalen van de bibliotheek, goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 november 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Het aangepaste retributiereglement op het gebruik van de vrijetijdsinfrastructuur van de gemeente Ranst, goedgekeurd op de gemeenteraad van 19 december 2022, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Art.20: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
Art. 1: Toepassingsgebied
§1. De gemeenteraad vestigt vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een gemeentelijke retributie voor de uitvoering van werken door het gemeentebestuur voor derden.
§2. Onder de uitvoering van werken voor derden wordt in toepassing van dit reglement begrepen:
- allerlei werken op het openbaar domein aangevraagd door derden
- ondersteuning bij de uitleen van gemeentelijke materialen buiten de gemeentegrenzen
- het opruimen van afval in geval van sluikstorten tenzij deze werken aanleiding geven tot de toepassing van een andere gemeentevordering of wanneer ze het gevolg is van de uitvoering van een overeenkomst
- verwijderen van overhangend groen, aanplantingen en afsluitingen afkomstig van private percelen
- verwijderen van constructies die zonder vergunning geplaatst werden op openbaar domein
Art. 2: Werken op aanvraag en bij uitleen materialen
De retributie voor het uitvoeren van werken op het openbaar domein en de ondersteuning bij de uitleen van gemeentelijke materialen buiten de gemeentegrenzen is verschuldigd door de rechtspersoon of natuurlijk persoon die de uitvoering van de werken of de ontlening van materialen aanvraagt.
Art. 3: Het opruimen van sluikstorten
§1. Onder sluikstorten wordt verstaan: afvalstoffen achterlaten, opslaan of storten op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen op een wijze die niet overeenstemt met het materialendecreet en zijn uitvoeringsbesluit VLAREMA, de relevante bepalingen van de gemeentelijke politieverordening en andere wettelijke bepalingen.
§2. Onder afvalstoffen wordt verstaan: elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Hieronder wordt verstaan, zowel klein afval (hondenpoep, flessen, blikken, papier en dergelijk) als groot afval.
§3. De retributie op het ambtshalve opruimen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente is verschuldigd door de sluikstorter, de hiervoor aansprakelijke (rechts)persoon of de eigenaar van de afvalstoffen.
Art. 4. Overhangend groen en constructies op openbaar domein
Na aanmaning van de eigenaar(s) per brief en vervolgens aangetekend schrijven wordt de technische dienst of een aannemer aangesteld door het gemeentebestuur ingezet voor het verwijderen van:
- overhangend groen (aanplantingen en hagen) en afsluitingen afkomstig van private percelen
- constructies die zonder vergunning geplaatst werden op openbaar domein
De retributie voor het verwijderen van overhangend groen, aanplantingen en afsluitingen afkomstig van private percelen, en van constructies die zonder vergunning geplaatst werden op openbaar domein, is verschuldigd door de rechtspersoon of natuurlijk persoon die verantwoordelijk is voor het plaatsen of het niet zelf verwijderen van voormelde voorwerpen.
Art. 5: Bedrag van de retributie
§1. De retributie voor de uitvoering van werken, het opruimen van sluikstorten en het verwijderen van overhangend groen, afsluitingen of andere onterecht geplaatste constructies op openbaar domein wordt als volgt vastgesteld:
- € 50 per arbeidsuur zonder gebruik van machines
- € 60 per arbeidsuur met gebruik van kleine machines
- € 95 per arbeidsuur met gebruik van grote machines
§2. Onder grote machines wordt begrepen: hakselaar, vrachtwagen, kraan, tractor, bermmaaier, grasmaaier.
§3. De kost van gehuurde machines en de afvoer van afval wordt aan de derde aangerekend aan de door het gemeentebestuur verschuldigde kostprijs.
§4. Alle kosten gemaakt door een door de gemeente aangestelde aannemer zullen aan de derde doorgerekend worden.
§5. Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten en het verwijderen van overhangend groen, afsluitingen of andere onterecht geplaatste constructies op openbaar domein wordt het factuurbedrag van deze derde, vermeerderd met een administratieve kost van € 100.
§6. Deze tarieven gelden onder voorbehoud van de uitoefening van de overeenkomstig artikel 7 aan het college van burgemeester en schepenen toevertrouwde bevoegdheid om de tarieven aan te passen.
Art. 6: Betaling van de retributie
§1. Voor de uitvoering van allerlei werken en ondersteuning bij de uitleen van gemeentelijke materialen buiten de gemeentegrenzen ontvang en betaalt de aanvrager van de werken voor de aanvang van de werken een factuur op basis van een kostenraming.
Na uitvoering van de werken worden de effectieve kosten nagerekend. Indien deze afwijken van de kostenraming, volgt er een bijkomende factuur of creditnota.
Indien er op voorhand geen kostenraming kan opgemaakt worden, moet de retributie betaald worden na beëindiging van de werken of de opdracht.
§2. Voor het opruimen van sluikstorten, het verwijderen van (overhangend) groen, afsluitingen en andere constructies op openbaar domein, wordt de retributie na ontvangst van een factuur betaald door middel van overschrijving op de bankrekening van de gemeente Ranst.
Art. 7: Delegatie met betrekking tot de tarieven
De gemeenteraad vertrouwt aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid toe om de tarieven vermeld in voorliggend reglement aan te passen. Zij blijven evenwel in verhouding staan tot de betrokken diensten.
Art.8: Slotbepalingen
§1. Het besluit van de gemeenteraad van 22 mei 2023 met de goedkeuring van de aanpassingen aan het reglement voor de uitvoering van werken wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven, en vervangen voor bovenstaand reglement voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
§2. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
TITEL 1: Dienstreglement openbare bibliotheken Ranst en Bibburen
Art. 1: Algemeen
Bibburen is een interlokale vereniging. Ze bestaat uit de bibliotheken van de deelnemende gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en Zoersel.
Iedere bibliotheekbezoeker is onderworpen aan de bepalingen van dit reglement. Gedetailleerde informatie over tarieven en huishoudelijke afspraken zijn te vinden op de website van de bibliotheek.
Art. 2: Toegankelijkheid
De bibliotheken zijn voor iedereen vrij toegankelijk. Iedere bibliotheekbezoeker is vrij om gratis alle aanwezige materialen en informatiebronnen te raadplegen.
Art. 3: Lid worden
Iedereen die woonachtig is in een gemeente dat deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen kan gratis lid worden van de bibliotheek op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of verblijfsdocument.
Kinderen jonger dan 12 jaar die lid willen worden van de bibliotheek hebben de toestemming nodig van een ouder of voogd.
De ouder(s) van een leerling die in schoolverband word(t)(en) ingeschreven word(t)en) door de school hiervan op de hoogte gesteld.
Personen vanaf 26 jaar die niet woonachtig zijn in een gemeente die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen, kunnen lid worden van de bibliotheek, maar betalen een jaarlijks lidgeld.
Gemeentepersoneel, leerkrachten, vrijwilligers en bewoners van zorginstellingen op het grondgebied van een gemeente van Bibburen zijn vrijgesteld van lidgeld.
Art. 4: Dienstverlening
§1. Lenen van materialen:
Materialen kunnen enkel door leden geleend worden met een geldige bibliotheekkaart of identiteitsbewijs.
Elk lid kan in elke gemeente van Bibburen 15 materialen gratis lenen voor een periode van 28 dagen. Voor specifieke collecties kunnen er restricties gelden.
Materialen die een leeftijdsaanduiding hebben, kunnen niet geleend worden door iemand met een jongere leeftijd.
In een bibliotheek met een zelfuitleensysteem is de lener verantwoordelijk voor het correct registreren van de materialen die hij of zij uitleent en inlevert.
De materialen kunnen door de lener op aanvraag of online via Mijn Bibliotheek, tweemaal worden verlengd met 28 dagen. Materialen die gereserveerd werden door een andere gebruiker, kunnen niet worden verlengd.
Voor elk materiaal dat de gratis uitleenperiode overschrijdt, wordt een boete per openingsdag aangerekend. Bij het overschrijden van de leentermijn met 7 dagen ontvangt de lener een herinneringsnota per e-mail of brief. Zeven dagen later volgt een tweede herinneringsnota per e-mail of brief. 28 dagen na het verstrijken van de uitleentermijn ontvangt de lener een materiaalvergoedingsnota waarin wordt gevraagd om de materialen te vergoeden. Indien deze materialen worden ingeleverd, vervalt de materiaalvergoedingskost en worden enkel het boetebedrag en een administratieve kost aangerekend.
Indien de lener de leentermijn met 56 dagen overschrijdt of een schuld van meer dan 10 euro heeft openstaan in één van de bibliotheken van Bibburen, wordt het lidmaatschap van alle bibliotheken van Bibburen automatisch geblokkeerd tot alle materialen zijn teruggebracht en de openstaande schuld is vereffend.
Een lener met een openstaand bedrag van minstens 5 euro die reeds 56 dagen openstaat, wordt hiervan per e-mail of brief verwittigd en krijgt 56 dagen hierna een 2de herinnering als het openstaande bedrag nog niet is vereffend.
112 dagen na het verstrijken van de uitleentermijn van een materiaal, wordt het materiaal afgeschreven bij de bibliotheek en wordt de schuldvordering verder opgevolgd door de betrokken instanties van de gemeente.
Bibliotheekmaterialen kunnen enkel worden teruggebracht in de gemeente waar ze werden geleend.
Wanneer de bibliotheek gesloten is, kan een lener materialen buiten de openingsuren inleveren als er een inleverbus aan het bibliotheekgebouw aanwezig is. De materialen worden pas bij de eerstvolgende opening van de bibliotheek door een bibliotheekmedewerker binnen genomen. Er kunnen eventuele kosten worden aangerekend voor het overschrijden van de leentermijn of de onvolledigheid of de beschadiging van ingeleverde materialen
§2. Reserveren van materialen:
De meeste bibliotheekmaterialen kunnen gratis worden gereserveerd. Een lid kan maximaal vijf reservaties op hetzelfde moment hebben openstaan. Het gevraagde materiaal blijft tien werkdagen beschikbaar en moet worden opgehaald op vertoon van de bibliotheekkaart of het identiteitsbewijs van de aanvrager.
Specifieke collectieonderdelen kunnen in sommige gevallen niet worden gereserveerd.
§3. Lenen uit andere bibliotheken:
De lener kan materialen uit andere bibliotheken in Vlaanderen aanvragen tegen een vergoeding. Het gevraagde materiaal blijft tien werkdagen beschikbaar en moet worden opgehaald op vertoon van de bibliotheekkaart of het identiteitsbewijs van de aanvrager.
§4. Dienstverlening op maat:
Voor dienstverlening op maat kunnen er afwijkende afspraken worden gemaakt met de leidinggevende van de bibliotheek.
Voor speciale doelgroepen gelden er afwijkende uitleenvoorwaarden:
- Leerkracht 30 materialen uitlenen voor 28 dagen
- Klas: 200 materialen uitlenen voor 56 dagen
- Instelling: 200 materialen uitlenen voor 56 dagen
§5.Wedstrijden:
Bij een wedstrijd met individuele winnaars die door de gemeenten van Bibburen gezamenlijk wordt georganiseerd, wordt een wedstrijdreglement opgesteld door de leidinggevenden van de bibliotheek. In het wedstrijdreglement worden minstens de algemene regels, de deelnemingsvoorwaarden en de prijsverdeling vermeld.
§6. Printen en kopiëren:
Het aanbod printers en fotokopieertoestellen verschilt per bibliotheek. Voor het afdrukken op papier wordt een vergoeding aangerekend.
Art. 5: Verantwoordelijkheid van de gebruiker
§1. Algemeen:
De bibliotheekkaart is persoonlijk, de naamdrager is verantwoordelijk voor het gebruik. De gebruiker moet het verlies van zijn kaart onmiddellijk melden. Bij verlies of diefstal van de bibliotheekkaart zonder melding aan de bibliotheek, blijft de lener verantwoordelijk voor eventueel misbruik door middel van de kaart.
Een nieuwe bibliotheekkaart kan aan de balie worden aangevraagd. Hiervoor betaalt de gebruiker een administratieve kost.
Een wijziging van adres- of contactgegevens moet door de gebruiker zo snel mogelijk worden gemeld aan de bibliotheek.
§2. Auteursrecht en kopieerrecht:
De bibliotheekgebruiker is volledig verantwoordelijk voor eventuele inbreuken of misbruiken tegen de wettelijke bepalingen inzake kopiëren, auteursrechten en gebruiksrechten.
§3. Aansprakelijkheid:
De bibliotheek kan niet verantwoordelijk worden gesteld indien het geleende materiaal niet bruikbaar is en kan evenmin verantwoordelijk worden gesteld voor schade aan apparatuur van de gebruiker of voor verlies van gegevens.
De bibliotheek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor beschadiging of diefstal van persoonlijke voorwerpen in de bibliotheek.
De bibliotheek kan niet verantwoordelijk worden gesteld als computers, printers of computertoepassingen, zoals het internet, tijdelijk niet beschikbaar zijn.
Het oneigenlijk gebruik van de ICT-apparatuur in de bibliotheek is verboden. Risico’s van gevolgschade kunnen nooit verhaald worden op de bibliotheek.
§4. Verlies of schade geleende materialen:
Bij verlies van of schade aan een geleend materiaal moet de lener dit vergoeden. Bibliotheekmaterialen waarvan de uitleentermijn met meer dan twee maanden is overschreden, worden als verloren beschouwd. De bibliotheek rekent hiervoor de aankoopprijs en eventuele verwerkingskosten van het materiaal aan. Voor materialen die niet meer verkrijgbaar zijn, bepaalt de leidinggevende van de bibliotheek de vergoeding.
Art. 6: Huishoudelijke afspraken
Iedere bibliotheek hanteert huishoudelijke afspraken om de goede sfeer, de veiligheid en het comfort van alle bezoekers en het bibliotheekpersoneel te garanderen. De huishoudelijke afspraken vindt u op de website van elke bibliotheek.
Art. 7: Bescherming privacy
De openbare bibliotheek hecht veel belang aan de bescherming van persoonsgegevens en handelt in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR). Bij inschrijving als lid van de bibliotheek worden persoonsgegevens opgenomen in het Bibliotheeksysteem, dat deel uitmaakt van de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek van Cultuurconnect, in opdracht van de Vlaamse overheid.
De volgende gegevens kunnen worden verwerkt: identificatiegegevens (zoals naam, adres, geboortedatum), contactgegevens, bibliotheekgegevens (zoals leenhistoriek, reserveringen, betalingsgegevens). Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor het beheer van het bibliotheeklidmaatschap, het uitlenen van materialen en communicatie met de lener.
De persoonsgegevens worden bewaard tot maximaal twee jaar na beëindiging van het lidmaatschap, tenzij er nog openstaande transacties of administratieve verplichtingen zijn. Het lid van de bibliotheek heeft steeds het recht om de eigen persoonsgegevens in te kijken, te corrigeren of te laten verwijderen, en kan voorkeuren voor het bewaren van de leenhistoriek zelf beheren via het Mijn Bibliotheek-profiel.
Art. 8: Uitsluiten van dienstverlening
Inbreuken op het dienstreglement kunnen worden bestraft met de onmiddellijke, tijdelijke of definitieve uitsluiting van de bibliotheek. De leidinggevende van de bibliotheek neemt daartoe de beslissing, indien mogelijk, nadat de gebruiker is gehoord. Alle onvoorziene gevallen worden behandeld door de leidinggevende van de bibliotheek.
Art. 9: Toepassingsgebied
Dit dienstreglement is van toepassing in alle bibliotheken die behoren tot de interlokale vereniging Bibburen.
De tekst werd op de daarvoor bevoegde raad of instantie van elke deelnemende gemeente van Bibburen goedgekeurd.
TITEL 2: Retributiereglement Bibliotheek Ranst
Art. 10: Tarieven:
Lidgeld voor inwoner +25 jaar woonachtig in een gemeente die geen deel uitmaakt van Bibburen: 5,00 euro per jaar
Boete overschrijden leentermijn: 0,20 euro per materiaal per openingsdag
Administratiekost voor aanmaning: 1,00 euro
Verzendingskost van aangetekende zending: posttarief
Vergoeding aanvragen andere bibliotheek: 5,00 euro + eventueel bijkomende kosten leverancier
Vergoeding afdruk A4 zwart-wit: 0.10 euro per pagina (recto)
Vergoeding afdruk A4 kleur: 0.5 euro per pagina (recto)
Vergoeding nieuwe bibliotheekkaart: 3,00 euro
TITEL 3: Slotbepalingen
Art. 11: Inwerkingtreding
§1. Dit dienst en retributiereglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
§2. Het dienstreglement van Bibburen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 september 2017, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
§3. Het retributiereglement van de bibliotheek, goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 november 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Art. 12: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein goed voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
Art. 1: Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Art. 2: Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Art. 3: Retributie voor dringende werken, aansluitingen, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Art. 4 : Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Art. 5: Termijn
Het retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
Art. 1: Tarieven afvalfracties op het recyclagepark
§1 Met ingang van 1 januari 2026 legt de gemeenteraad middels voorliggend reglement volgende retributies vast voor de aanvoer van volgende afvalstoffen op het recyclagepark:
Afvalfractie | tarieven (euro/kg) | |
Particulier, 2e verblijf, verenigingen, scholen, … | Bedrijven en zelfstandigen (KMO-tarief) | |
- grofvuil - gemengd bouw- en sloopafval - asbesthoudend afval | 0,35 | 0,35 |
- kalkplaten - cellenbeton - vlak glas - grond - zuiver steenpuin - hout | 0,05 | 0,12 |
- groenafval | 0,00 | 0,12 |
- piepschuim (zak 1.500 liter) | - | 6 euro/zak |
- plastic folie (zak 400 liter) | - | 5 euro/zak |
Art. 2: Gezinnen, bedrijven en zelfstandigen en mogelijke vrijstellingen
§1. Het bedrag van de retributies vermeld in artikel 1 is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van het recyclagepark voor de aanvoer van de in artikel 1 genoemde afvalstoffen.
§2. Voor elk gezin (alle personen die in het bevolkingsregister aan elkaar gekoppeld zijn via het ‘gezinshoofd’) zijn er volgende vrijstellingen van toepassing:
Vrijstellingen kunnen niet opgebouwd / overgedragen worden naar het volgende jaar.
§3. Bedrijven en zelfstandigen krijgen geen vrijstellingen. Er wordt maximaal 1.000 kg per dag per bedrijf en zelfstandige aanvaard. De afvalstoffen moeten gesorteerd naar het recyclagepark gebracht worden. Alleen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden aanvaard. Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn afvalstoffen die ontstaan zijn ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als van deze van de normale werking van een particuliere huishouding, en die omwille van de aard, de samenstelling en de hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.
Art. 3: Indexering tarieven
§1. Om ervoor te zorgen dat de retributies in redelijke verhouding tot de kostprijs blijven, zullen de retributies zoals vastgesteld in artikel 1 jaarlijks aangepast worden, rekening houdend met de recyclageparkindex.
§2. Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen, worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x.
Dit geeft volgende formule:
RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)
RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen.
§3. De drie kostensoorten volgen elk een eigen index:
1. Ophaalkosten
Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1
2. Exploitatiekosten
Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1
3. Personeelskosten
Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt
Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1
§4. De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1 juli in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1 juli 2027.
§5. De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op drie decimalen. Indien het vierde decimaal vijf of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien vier of lager, is er een afronding naar beneden.
§6. Voorafgaand aan de toepassing zal het resultaat van de index RI(x+1) telkens ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen van alle gemeenten van regio noord, uiterlijk op 15 mei van het jaar
Art. 4: Recipiënten aangeboden op het recyclagepark en bijhorende tarieven
§1. Naast de recipiënten zoals beschreven in artikel 1 worden volgende producten aangeboden op het recyclagepark volgens onderstaande retributies:
Recipiënten Bedrag
compostvat incl. beluchtingstok | € 50 |
beluchtingsstok | € 5 |
compostbak | € 140 |
aanbouwmodule compostbak | € 95 |
regenwaterton 310 liter | € 70 |
regenwaterton 510 liter | € 110 |
buisfolie voor asbestplaten | € 1 |
minibag van 150 liter voor asbestcementafval | € 1 |
zak compost 40 liter | € 5 |
zak potgrond 50 liter | € 8 |
vat voor medisch afval - landbouw 30 liter | € 20 |
vat voor medisch afval - landbouw 60 liter | € 30 |
§2. Voor bovenstaande producten is de jaarlijkse indexering zoals vastgesteld in artikel 3 niet van toepassing.
Art. 5: Mogelijke vrijstellingen van retributie voor gemeentelijke diensten, diensten van lokale openbare instellingen en erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang
§1. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Ranst worden vrijgesteld van de retributie.
§2. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Ranst en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen tevens vrijgesteld worden van de retributie. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over deze vrijstelling.
Art. 6: De betaling
De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met betaalkaarten. Bedrijven en zelfstandigen krijgen regelmatig een factuur voor de retributies die ze in de voorafgaande periode betaald hebben. Bij ontstentenis van betaling kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie middels dwangbevel ingevorderd worden.
Art. 7: Toegangskaarten tot recyclagepark
§1. De toegelaten gebruikers die niet beschikken over een elektronische identiteitskaart dienen zich te registreren op het recyclagepark en verwerven maximaal twee toegangskaarten per gezin om het recyclagepark te betreden. Voor elke toegangskaart wordt een retributie gevraagd van 8 euro met uitzondering van een defect van de toegangskaart dat niet te wijten is aan het verlies of misbruik door de gebruiker op voorwaarde dat de defecte kaart overhandigd wordt aan het recyclagepark.
§2. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Ranst worden vrijgesteld van de retributie voor de toegangskaart.
§3. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Ranst en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten verwerven eveneens één toegangskaart per vereniging conform de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over de toekenning.
Art. 8: Inwerkingtreding
Het besluit van de gemeenteraad van 15 februari 2021 met de goedkeuring van het retributiereglement voor de recipiënten op het containerpark wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door dit reglement voor de periode vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.
Art. 9: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Art. 1: Algemeen
De gemeenteraad voert met voorliggend reglement vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een aantal retributies in met betrekking tot de selectieve afvalinzameling.
Voor de toepassing van deze retributies wordt verstaan onder:
- diftar: “toepassing van gedifferentieerde tarieven zodat er betaald wordt in functie van het type en de hoeveelheid afval die wordt meegegeven”
- servicekost: “de maandelijkse servicekost zorgt ervoor dat elk aansluitpunt, dat afval kan aanbieden via (ondergrondse) containers, bijdraagt in een deel van de vaste kosten van de dienstverlening
- referentiepersoon: “de persoon in het bevolkingsregister die het huishouden vertegenwoordigt bij contacten met de overheid”
- aansluitpunt: “iedere entiteit (gebouw, constructie, appartement, woongelegenheid, infrastructuur, domein, openbaar gebouw en andere) op het grondgebied van de gemeente die geregistreerd is en als afvalproducent potentieel gebruik maakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake het inzamelen van afvalfracties”
- inhuizing: “registratie van een referentiepersoon op een adres in de gemeente”
- eID: “de elektronische identiteitskaart is een fysieke kaart met een ingebouwde chip die de identiteit van de houder elektronisch kan verifiëren”
- container: “het aan een aansluitpunt ter beschikking gestelde recipiënt voor de inzameling van afvalstoffen. De container is voorzien van een chip waardoor de identiteit van de aanbieder en het aantal aanbiedingen alsook de aangeboden hoeveelheid afval via een geautomatiseerd systeem kunnen worden geregistreerd”
- toegangskaart: “de digitale kaart met onbepaalde geldigheidsduur die ter beschikking wordt gesteld van een aansluitpunt en die de houder van de kaart toegang verleent tot een ondergrondse container of pop-up container”
- fractie: “specifiek type afval dat selectief ingezameld wordt bv. papier & karton”
Art. 2: Tarieven huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval
§1. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de inzameling van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. Een retributie voor de inzameling en verwerking van huisvuil en gft via het diftarsysteem en het gebruik van een papiercontainer.
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en gepubliceerd op de website van Igean:
| 40 l | 120 l | 240 l |
servicekost huisvuil (€/maand) | 0,30 | 1,00 | 2,00 |
servicekost gft (€/maand) | 0,15 | 0,50 | - |
servicekost papier (€/maand) | - | 0,35 | 0,50 |
verwerking huisvuil (€/kg) | 0,35 | 0,35 | 0,35 |
verwerking gft (€/kg) | 0,15 | 0,15 | - |
lediging huisvuil (€/lediging) | 0,20 | 0,60 | 1,20 |
lediging gft (€/lediging) | 0,20 | 0,60 | - |
§2. De aanrekening van het gebruiksrecht gebeurt maandelijks. Bij een wisseling van volume in de loop van de maand, zal het maandelijkse bedrag voor het initiële volume aangerekend worden tot het einde van die maand. De volgende maand zal het maandbedrag van het nieuwe volume aangerekend worden.
§3. De retributie is hoofdelijk verschuldigd door volgende personen of instanties die deel uitmaken van een aansluitpunt:
- de referentiepersoon van elk gezin als zodanig ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister,
- de referentiepersoon van elk gezin die op het grondgebied van de gemeente om het even welke woning of woongelegenheid in gebruik heeft, hetzij tijdelijk, hetzij als tweede verblijf of zich het gebruik ervan voorbehoudt zonder nochtans ingeschreven te zijn in de bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister en die beroep doet op de dienstverlening,
- iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die als hoofd- en of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en die beroep doet op de dienstverlening,
- verenigingen, gemeenschapshuizen, openbare en semi-openbare instellingen, enz. die beroep doen op de dienstverlening.
Art. 3: Voorschotten, drempel- en minimumbedragen huishoudelijk en gelijkaardig bedrijfsafval
§1. De retributie huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval wordt betaald met voorschotten. In opdracht van de gemeente wordt er een uitnodiging tot betaling van een voorschot verstuurd. De huisvuilcontainer is verplicht voor elk huishouden, ongeacht of er ook effectief afval wordt aangeboden.
Elk betaald voorschot blijft verbonden aan het betrokken aansluitpunt dat beroep wenst te doen op de dienstverlening. Telkens een aansluitpunt beroep doet op de selectieve inzameling van huisvuil of gft, wordt het daarmee samenhangend bedrag van de retributies van het voorschot afgehouden.
§2. Wanneer het voorschot daalt onder het drempelbedrag, ontvangt het aansluitpunt een nieuwe uitnodiging tot betaling van een voorschot. Dit voorschot kan afwijken van het initiële voorschot en wordt berekend op het geraamde gebruik van de dienstverlening voor het volgende jaar. Het geraamde verbruik is gebaseerd op reële verbruik van het aansluitpunt van de afgelopen periode die minstens uit drie maanden bestaat.
§3. Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt, zal er geen dienstverlening meer zijn totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.
§4. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen zijn:
huisvuil | 40 l | 120 l | 240 l |
voorschotbedrag (€) | 30 | 50 | 80 |
drempelbedrag (€) | 6 | 8 | 12 |
minimumbedrag (€) | 1,5 | 3 | 5 |
gft | 40 l | 120 l |
voorschotbedrag (€) | 20 | 20 |
drempelbedrag (€) | 6 | 8 |
minimumbedrag (€) | 1,5 | 3 |
papier & karton | 120 l | 240 l |
voorschotbedrag (€) | 4 | 6 |
Voor de papiercontainers is geen drempel- of minimumbedrag van toepassing.
Als een aansluitpunt gebruik maakt van meerdere huisvuil- en/of gft- en/of papiercontainers, worden de voorschot-, drempel- en minimumbedragen samengeteld.
Art. 4: Tarief omruiling container
De retributie voor het plaatsen of wisselen van volume na 30 kalenderdagen na de inhuizing van een nieuw aansluitpunt, bedraagt € 15.
Art. 5: Tarief plaatsen slot en plaatsen wieltjes
De retributie voor het leveren en plaatsen van een kantelslot bedraagt € 25.
De retributie voor het leveren en plaatsen van een set van 2 wieltjes op een container van 40l bedraagt € 10.
De retributie voor het plaatsen of wisselen van volume en voor het leveren en plaatsen van een kantelslot wordt van het voorschot afgehouden onmiddellijk na de uitvoering van deze opdracht.
Art. 6: Eindafrekening aansluitpunt
Bij het beëindigen van de dienstverlening ontvangt het aansluitpunt een eindafrekening en wordt het eventueel overblijvend saldo van het voorschot terugbetaald.
Art. 7: Bijzondere gevallen aanbieding huisvuil
§1. Levering van containers bij niet-particulieren zoals scholen, verenigingen, tweede verblijven, gemeentelijke diensten, ... is mogelijk. Deze aanvragen worden in een aparte lijst doorgegeven aan IGEAN. De gemeentelijke diensten en -scholen krijgen geen aanrekening.
§2. Indien het aansluitpunt uitzonderlijk extra huisvuil heeft dat niet in de container past dan kan de bewoner maximaal drie aanvragen per jaar indienen om maximaal vier extra zakken naast de container aan te bieden conform de retributie zoals vastgelegd is in artikel 2. Deze huisvuilzakken, te voorzien door de inwoner zelf, hebben elk een volume dat in de huisvuilcontainer past. De aanvraag kan tot twee werkdagen voor de ophaling aangevraagd worden via het gratis nummer 03 350 08 14.
Art. 8: De blauwe pmd-zak
§1. De retributie van de pmd-zak met inhoud 30 liter moet in verhouding zijn met die van de 60 liter zakken, dit omdat de keuze voor het gebruik van de kleinere zak veelal te maken heeft met de behuizing van een inwoner.
§2. De gemeenteraad stelt de retributie vast op € 3 voor een rol van 20 pmd-zakken van 60 liter en op € 2 voor een rol van 20 pmd-zakken van 30 liter.
§3. De pmd-zakken worden verkocht via de gemeentelijke diensten en via handelaars die dit willen aanbieden aan hun klanten.
Art. 9: Huis-aan-huis inzameling van grofvuil en snoeihout op afroep
§1. Tot 1 week voor de ophaaldatum (vermeld op de ophaalkalender) kan een ophaling aangevraagd worden via www.mijnigean.be of telefonisch via 03 350 08 14 met vermelding van naam, adres, soort afval en hoeveelheid.
§2. De gemeenteraad stelt de retributie vast op € 0,35/kg conform het tarief op het recyclagepark en een forfait per ophaalbeurt van € 40 voor de ophaling aan huis van maximum 3 m³ grofvuil.
§3. De gemeenteraad stelt de retributie vast op een forfait per ophaalbeurt van € 45 voor de ophaling aan huis van maximum 3 m³ snoeihout.
§4. Het bedrag van de ophaling wordt verrekend via het diftar-saldo.
Art. 10: De verkoop van keukenafvalzakjes
§1. Het bedrag van de retributie is verschuldigd door eenieder die gebruik wenst te maken van de keukenafvalzakjes.
§2. Bedrijven en zelfstandigen betalen dezelfde retributie.
§3. De retributie bedraagt 6 euro per bundel van 80 keukenafvalzakjes van 8 liter.
§4. De betaling gebeurt ter plaatse bij afhaling.
§5. De papieren gft zakjes zullen verkocht worden in de verkooppunten van pmd-zakken.
Art. 11: Indexering tarieven
§1.De retributies, vermeld in artikel 2, worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. Het zo verkregen getal wordt naar boven afgerond op vier decimalen. De totale retributie zal bij elke afrekening afgerond worden op 2 decimalen.
Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x+1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is.
§2.Voor het grofvuil dat aan huis op afroep wordt opgehaald zoals bepaald in artikel 9, gebeurt een jaarlijkse aanpassing van het variabel tarief per kg volgens de recyclageparkindex.
Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x.
Dit geeft volgende formule:
RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)
RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen.
De drie kostensoorten volgen elk een eigen index:
1. Ophaalkosten
Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1
2. Exploitatiekosten
Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1
3. Personeelskosten
Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt
Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1
De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1.07 in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1 juli 2027.
De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op 3 decimalen. Indien het 4de decimaal 5 of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien 4 of lager is er een afronding naar beneden.
Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x +1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is.
Art. 12: Dwangbevel
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij dwangbevel rechtsvordering gebeuren.
Art. 13: Inwerkingtreding en duur
Het besluit van de gemeenteraad van 15 september 2025 met de goedkeuring van het retributiereglement voor de selectieve inzameling van huisvuil en gft met diftar, voor papier en karton, voor pmd en grofvuil, wordt opgeheven en vervangen door het bovenstaande reglement vanaf 1 januari 2026. Dit retributiereglement neemt een einde op 31 december 2031.
Art. 14: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Art. 1: Algemene bepalingen
§1. De gemeenteraad voert met ingang van 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2031 een subsidie in voor infrastructuurwerken van verenigingen.
Komen in aanmerking voor deze subsidies:
- verenigingen die erkend zijn door het gemeentebestuur van Ranst met uitzondering van deze die een vereniging hebben opgericht met als doel de infrastructuur van erkende verenigingen te beheren en onderhouden.
- verenigingen die opgericht zijn met als doel de infrastructuur van erkende verenigingen te beheren en onderhouden.
Erkende verenigingen die een vereniging hebben opgericht met als doel de infrastructuur van deze erkende verenigingen te beheren en onderhouden kunnen dus uitsluitend via deze speciaal opgerichte vereniging subsidies aanvragen.
§2. De vereniging moet een vereniging zonder winstoogmerk zijn in de zin van de wet van 27 juni 1921 op het tijdstip van aanvraag of vallen onder de koepel van een vereniging zonder winstoogmerk.
§3. De vereniging die een aanvraag indient moet bereid zijn alle gevraagde toelichtingen te verstrekken met betrekking tot de vereniging of het project.
§4. De verenigingen moeten bij aanvraag van een borgstelling een sluitend financieel plan kunnen voorleggen voor een periode van minstens vijf jaar.
§5. Er kan geen aanvraag worden ingediend door verenigingen die nog een openstaande schuld hebben bij de gemeente.
§6. Met gegevens die verstrekt worden in toepassing van dit reglement wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.
Art. 2: Voorwaarden inzake de aard van de investeringen en de werken
§1. Investeringen en werken, komen in aanmerking voor de subsidie onder de voorwaarden zoals omschreven in volgende paragrafen.
§2. Investeringen als gevolg van het kopen, bouwen, verbouwen, renoveren of uitvoeren van verbeteringswerken aan de lokalen van de vereniging gelegen in Ranst.
§3. Investeringen als gevolg van het aankopen, renoveren of aanleggen van sportvelden gelegen in Ranst.
§4. Enkel investeringen die onroerend of onroerend door bestemming zijn, komen in aanmerking.
§5. Het moet gaan om een duurzame investering die ten goede komt aan de inwoners van de gemeente en ze dient een meerwaarde te betekenen voor het aanbod inzake infrastructuur in de gemeente.
§6. De werken mogen pas gestart worden na de toekenning van de subsidie of borgstelling.
De werken moeten aanvangen binnen de 6 maanden nadat het project is goedgekeurd door het gemeentebestuur. Het einde van de werken moet voorzien zijn binnen de 24 maanden na goedkeuring.
§7. Enkel investeringen die gebeuren op terreinen of aan gebouwen die eigendom zijn van de gemeente of indien dit niet het geval is, waarvan de vereniging bij de aanvraag schriftelijke garanties kan voorleggen voor langdurig gebruik komen in aanmerking.
§8. Aan een erkende vereniging kan per jaar slechts voor één investeringsdossier subsidie toegekend worden op basis van dit reglement. Verenigingen die opgericht zijn met als doel de infrastructuur van erkende verenigingen te beheren en onderhouden, kunnen maximaal zoveel dossiers indienen als het aantal erkende verenigingen die zij vertegenwoordigen.
§9. Verenigingen die een nominatieve subsidie ontvangen voor het onderhoud van hun terreinen, kunnen voor deze werken geen subsidie aanvragen via dit reglement.
Art. 3: Uitbetaling toelage
§1. Erkende verenigingen krijgen voor investeringen van minimaal€ 2.500 een toelage van maximaal 50% van de uiteindelijke kosten met een maximum van € 12.500 per dossier. Verenigingen die opgericht zijn met als doel de infrastructuur van erkende verenigingen te beheren en onderhouden krijgen voor investeringen van minimaal € 2.500 een toelage van maximaal 50% van de uiteindelijke kosten met een maximum op jaarbasis van € 12.500 vermenigvuldigd met het aantal erkende verenigingen die ze vertegenwoordigen. Verenigingen in deze categorie hebben dus de keuze en kunnen ofwel opteren om één groot dossier in te dienen of verschillende kleinere binnen de grenzen van het maximum bedrag op jaarbasis en met als maximum aantal dossiers het aantal verenigingen die ze vertegenwoordigen.
Deze toelagen vallen binnen de perken van het door de gemeenteraad goedgekeurde budget, zoals opgenomen in de toelichting bij het budget onder het punt ‘een overzicht, per beleidsveld, van de te verstrekken werkings- en investeringssubsidies’.
§2. De dossiers worden behandeld in de volgorde dat de volledige aanvragen binnenkomen bij het gemeentebestuur.
§3. De betrokken raad geeft advies aan het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de aanvragen die in aanmerking komen voor betoelaging. De uiteindelijke beslissing tot betoelaging ligt in de handen van het college van burgemeester en schepenen.
§4. Bij de gemotiveerde aanvraag moeten minstens twee offertes gevoegd worden van erkende aannemers. Indien de vereniging zelf met eigen vaklui de werken uitvoert, dan dienen twee offertes te worden voorgelegd van leveranciers die de nodige materialen kunnen leveren.
§5. De helft van de toegekende toelage voor het goedgekeurde project kan op verzoek van de vereniging worden uitgekeerd na voorlegging van een deelfactuur van de aannemer of factuur voor levering van bouwmaterialen. Nadat het project voltooid is, wordt het tweede deel van de toelage toegekend. Dit tweede deel wordt berekend op basis van de bijkomende facturen en vult het eerste deel aan tot het vooropgestelde bedrag bereikt is. De uitbetaalde toelage kan nooit hoger zijn dan het initieel toegekende bedrag. Als het gefactureerde bedrag lager ligt dan het geraamde bedrag, zal de toelage evenredig verminderen.
§6. Bij eventuele financiële moeilijkheden kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om voortijdig het tweede deel uit te keren.
§7. Indien na 24 maanden slechts een gedeelte van de werken werd uitgevoerd of de vereniging heeft geen bijkomende facturen - zoals bedoeld in §5 - voorgelegd, dan vervalt het recht op bijkomende subsidie. Het bestuur heeft dan bovendien het recht om het reeds uitgekeerde bedrag geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
Art. 4: Borgstelling
§1. Voor investeringen boven € 25.000 kan de gemeente zich borg stellen voor een lening die de vereniging aangaat bij een financiële instelling.
§2. De aanvraag tot het bekomen van een gemeentelijke borgstelling wordt schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en schepenen en omvat minstens volgende stukken:
- statuten van de vzw
- leden van de Raad van Bestuur
- balans en resultatenrekening van het laatste boekjaar
- plannen -indien van toepassing- en lastenboek
- voorstelling van het project met een toelichting van de voordelen die het project heeft voor de inwoners van de gemeente
- volledige kostenraming van het project
- opgave van de manier waarop deze kosten gefinancierd gaan worden
- sluitend financieel meerjarenplan voor een periode van 5 jaar waarin rekening wordt gehouden met de aan de investering verbonden rente-, afschrijvings- en onderhoudslasten
- beslissing van de Raad van Bestuur/algemene ledenvergadering waaruit blijkt dat iedereen akkoord is met de uitvoering van de investering, de financiering en het opgestelde meerjarenplan.
- offertes van minstens drie verschillende financiële instellingen voor het afsluiten van een lening rekening houdende met een klassieke borgstelling die daalt in functie van de aflossingen van de lening en akte van borgstelling
Het college heeft het recht in functie van het dossier bijkomende informatie op te vragen.
§3. De vereniging verbindt er zich toe de werken te realiseren in overeenstemming met het aan de gemeente voorgelegde plan en lastenboek. De vereniging dient op het moment van de ondertekening van de borgstelling te beschikken over de nodige vergunningen.
§4. De vereniging verbindt er zich toe de infrastructuur als een goed huisvader te onderhouden en te beheren. Ze draagt zorg voor de continuïteit van de exploitatie.
§5. De vereniging verbindt er zich toe de infrastructuur voor de volle nieuwbouwwaarde te verzekeren tegen brand, schade aan naburen, stormschade, sneeuwdrukschade en andere gebruikelijke risico’s en dit bij een in België erkende verzekeringsmaatschappij.
§6. Indien de vereniging eigendommen heeft, kan de gemeente hierop een hypotheek vestigen. De gemeente kan in dat geval een beroep doen op die hypothecaire waarborg indien ze wordt aangesproken in haar hoedanigheid van borg.
§7. Op de grond waarop de infrastructuur wordt gebouwd, noch op de infrastructuur zelf kan door de vereniging een hypotheek gevestigd worden in het voordeel van een andere schuldeiser dan de gemeente, tenzij de gemeente hiermee instemt.
§8. Het is de vereniging niet toegelaten, zonder voorafgaand akkoord van het college van burgemeester en schepenen, de opgerichte infrastructuur af te breken of te verbouwen.
§9. De vereniging verbindt er zich toe de afgevaardigden van de gemeente toe te laten de infrastructuur te bezoeken gedurende de ganse duur van de borgstelling.
§10. Een overschrijding van de vervaldag van de lening wordt meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen. Het college heeft het recht om één of meerdere afgevaardigden aan te stellen die kennis kunnen nemen van elk stuk dat betrekking heeft op de boekhouding van de vereniging.
§11. De vereniging moet in haar financieel beleid prioriteit geven aan het aflossen van de lening.
§12. De gemeentelijke waarborg kan nooit meer bedragen dan 80 procent van de geplande investeringen.
§13. De betrokken raad geeft advies aan het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de aanvragen. Het college van burgemeester en schepenen beslist uiteindelijk over de volledigheid van de aanvraag en over de toekenning van de borgstelling en over de modaliteiten ervan. Het college van burgemeester en schepenen heeft het recht een borgstelling te weigeren indien bijvoorbeeld het financieel plan als niet realistisch wordt beoordeeld of de omvang van het project niet in verhouding staat tot het maatschappelijk belang of ledenaantal.
§14. Na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen worden de burgemeester en de algemeen directeur belast met de ondertekening van de akte.
Art. 5: toelage en borgstelling niet cumulatief
Voor eenzelfde werk kan een toelage niet gecombineerd worden met een borgstelling.
Art. 6: nazicht begroting en rekeningen verenigingen
De gemeente heeft recht op informatie en financiële controle over de begroting en de rekeningen van de vereniging. De vereniging zal hiertoe de begroting van het lopende jaar, nadat ze is goedgekeurd door de vzw, overmaken aan de gemeente samen met de rekening van het afgelopen jaar. De stukken dienen ondertekend te zijn door twee leden van de raad van bestuur van de vzw, die gemachtigd zijn om de vereniging te verbinden. Voor verenigingen die een toelage ontvingen geldt dit voor het jaar van uitbetaling van de toelage. Voor verenigingen waarvoor de gemeente zich borg stelde geldt dit voor de volledige duurtijd van de borgstelling.
Art. 7: inwerkingtreding
§1. Het subsidiereglement infrastructuurwerken voor verenigingen in Ranst van 20 maart 2023 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
§2. Voorgaand reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.
Art. 8: toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
Art. 1: Algemene bepalingen over dit reglement en de erin bedoelde tussenkomsten
§1. De gemeenteraad voert met ingang van 1 januari 2026 voorliggend subsidiereglement in voor wat betreft de tussenkomsten in de voorbereiding en uitvoering van de afkoppelingsplicht voor bepaalde aangelanden bij rioleringsprojecten.
§2. Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, komen voor de in dit besluit genoemde tussenkomsten enkel eigenaars in aanmerking van woningen oorspronkelijk vergund in de gespecificeerde periodes en waarvoor afkoppeling ook niet in een latere omgevingsvergunning werd opgelegd.
§3. Eigenaars van gebouwen waarvan het grootste gedeelte in gebruik is als woning en minder dan de helft als bedrijfsgebouw, kunnen in aanmerking komen voor de in de vorige paragraaf bedoelde tussenkomsten voor eigenaars van woningen. Bij twijfel ligt de bewijslast bij de eigenaar. De offerte en facturen mogen dan in elk geval niet op naam van het bedrijf komen.
§4. Bij de afkoppeling van bedrijfsgebouwen is enkel het eerste bezoek van de afkoppelingsdeskundige kostenvrij voor de eigenaar.
§5. De begrippen ‘woning’ en ‘bedrijfsgebouw’ worden begrepen zoals in het volgend artikel gedefinieerd.
§6. Met gegevens die verstrekt worden in het kader van dit reglement, wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.
Art. 2: Definities van enkele gebruikte begrippen
Volgende begrippen worden als volgt begrepen in het kader van voorliggend reglement:
- Afkoppelingsdeskundige: Deskundige die eigenaars informeert en een afkoppelingsdossier opmaakt met het oog op de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel.
- Bedrijfsgebouw: elk gebouw of gedeelte van een gebouw waarin een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt.
- DWA: Droogweerafvoer is de fractie afvalwater die bij droog weer door het openbaar saneringsnetwerk stroomt. Het is dus afvalwater afkomstig van gebruikt water zonder (niet-verontreinigd) hemelwater. Door een DWA-leiding wordt dus enkel afvalwater afgevoerd.
- Economische activiteit: iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw- of tuinbouw-, opslag of administratieve activiteit.
- Eigenaar: Houder van het zakelijk recht op een woning of gebouw.
- Gescheiden rioleringsstelsel: Rioleringsstelsel waarbij afvalwater (vuil water) en hemelwater (regenwater) apart worden afgevoerd via afzonderlijke buizen.
- Hemelwater: Water uit neerslag zoals regen, sneeuw, dooi en hagel.
- IBA: Een individuele behandeling van afvalwater is een systeem dat het huishoudelijk afvalwater van een enkel gebouw zuivert.
- Offerte: document dat aan de eigenaar bezorgd wordt na het eerste bezoek van de afkoppelingsdeskundige, met onder meer een overzicht van de stappen en kosten en waarin de tussenkomsten vermeld in voorliggend reglement verrekend worden voor zover van toepassing.
- Rioleringsproject: door de gemeente, Water-link en Aquafin georganiseerde aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in een of meerdere (delen van) straten.
- RWA: Regenwaterafvoer staat voor de fractie van het water dat enkel afkomstig is van niet-verontreinigd hemelwater en dus niet van afvalwater. Door een RWA-leiding mag dan ook enkel niet-verontreinigd hemelwater afgevoerd worden.
- RWA-infiltratie: Het proces waarbij regenwater wordt opgevangen en teruggebracht in de bodem, in plaats van direct af te vloeien naar de riolering. Dit is een duurzame manier om regenwater te beheren en overbelasting van het rioolstelsel te voorkomen.
- Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
- Zoneringsplan: Deelt het grondgebied van de gemeente op in het reeds gerioleerd gebied, het gebied waar nog een collectieve zuivering zal worden voorzien en het gebied waar geen collectieve, maar een individuele zuivering zal worden voorzien.
Art. 3: Algemene beginselen gescheiden stelsel, afkoppelings- en keuringsplicht
§1. Het is sinds 1999 verboden hemelwater te lozen in de openbare riolering wanneer het technisch mogelijk of noodzakelijk is dit te scheiden van het afvalwater in een ‘gescheiden stelsel’. Dit is de zogenaamde ‘afkoppelingsplicht’.
Het zoneringsplan bepaalt tot op het gebouwniveau de gerealiseerde en nog te realiseren doelstellingen om deze afkoppeling te realiseren via een IBA of via aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel.
Waar mogelijk geldt voor de afvoer van hemelwater echter steeds volgende volgorde van voorkeur:
- opvang voor hergebruik;
- infiltratie op eigen terrein;
- buffering met vertraagd lozen in een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
- lozing in de regenwaterafvoerleiding (RWA) in de straat.
§2. Sinds 1 juli 2011 verplicht de omgevingsvergunning gescheiden afvoer van afval- en hemelwater en de keuring van deze werken. De aanvrager kan onder meer verplicht worden tot opvang of infiltratie op eigen terrein in plaats van aansluiting op het RWA-stelsel.
De keuringsplicht geldt ook na wijzigingen aan het privé-rioleringsstelsel van reeds vergunde gebouwen, en dus ook na het realiseren van de scheiding tussen hemel- en afvalwater.
§3. Bij rioleringsprojecten wordt de afkoppelingsplicht opgevolgd door een afkoppelingsdeskundige die elk gebouw vergund voor 1 juli 2011 bezoekt, de eigenaar informeert en in onderling overleg de nodige plannen en afspraken maakt. Bij het einde van de werken moet ieder aangeland gebouw het hemelwater en het afvalwater gescheiden aanbieden tot aan de perceelgrens.
Eventuele uitzonderingen op de afkoppelingsplicht worden beoordeeld door de afkoppelingsdeskundige.
Art. 4: Kosten van bezoek en plannen afkoppelingsdeskundige
§1. Bij rioleringsprojecten is het eerste adviserend bezoek van de afkoppelingsdeskundige aan aangelande gebouwen vergund voor 1 juli 2011 kosteloos voor de eigenaars van zowel woningen als bedrijfsgebouwen.
Na het bezoek ontvangt de eigenaar een offerte met daarin een overzicht van de volgende stappen en geraamde kosten, onder meer rekening houdende met eventuele tussenkomsten uit voorliggend subsidiereglement.
§2. De volgende stap omvat de opmaak van de ‘ontworpen toestand’ en een ‘beschrijvende nota’. Voor woningen vergund voor 1 juli 2011, wordt deze stap geïnitieerd door de afkoppelingsdeskundige is dit kosteloos voor de eigenaar.
Voor bedrijfsgebouwen organiseert en betaalt de eigenaar deze volgende stap zelf. Hij kan zich laten bijstaan door Water-link of een andere externe partij.
§3. De ontworpen toestand houdt onder meer rekening met de informatie verstrekt door de eigenaar, de voorkeursvolgorde voor de afvoer van regenwater en een zo laag mogelijke kost. De beschrijvende nota omschrijft minimaal de uit te voeren werken en de verharding/plantvakken die opgebroken en hersteld moeten worden
§4. De eigenaar duidt vooraf zo goed mogelijk aan welke nutsleidingen drainageleidingen of dergelijke voorkomen in de werkzone. Afwijkingen die pas tijdens de werken aan het licht komen, kunnen leiden tot een herziening van de offerte.
Eigenaars die de werken zelf (laten) uitvoeren, brengen Aquafin zo snel mogelijk van de afwijking op de hoogte.
Art. 5: Kosten van de aansluiting op de afvalwaterafvoer
§1. Bij rioleringsprojecten heeft ieder gebouw recht op één gratis DWA-aansluiting. Dit geldt voor zowel de woningen als de bedrijfsgebouwen. Een bijkomende DWA-aansluiting wordt drie maanden voor de start van de rioleringswerken aangevraagd bij en beoordeeld door de afkoppelingsdeskundige.
Een bijkomende aansluiting brengt 10% extra kosten mee omwille van het bijkomend onderhoud.
§2. De DWA moet waar redelijkerwijze mogelijk steeds passeren via een septische put op privaat terrein. Uitzonderingen worden aangevraagd bij de omgevingsvergunningsaanvraag of bij de afkoppelingsdeskundige.
Art. 6: Kosten en subsidie afkoppeling hemelwater op privaat terrein
§1. Onder voorbehoud van hetgeen bepaald wordt in de volgende paragrafen, zijn kosten voor de afkoppelingswerken op privé-eigendom steeds ten laste van de eigenaar.
§2. Voor het afkoppelen van RWA en DWA op private grond in het kader van rioleringsprojecten, kunnen eigenaars van woningen vergund voor 1 januari 1999 onder bepaalde voorwaarden een subsidie bekomen.
Water-link verrekent de subsidie in de offerte. Zij bedraagt 50% van de kosten voor de afkoppelingswerken met een maximum van €800,00 inclusief btw en wordt verleend wanneer voldaan werd aan elk van volgende voorwaarden:
- De eigenaar liet de werken ofwel uitvoeren door de aannemer van Aquafin, ofwel voerde hij de werken zelf uit of middels een door hem aangestelde aannemer en legt hij de facturen voor (bv. aannemingskosten, materialen), waarvan echter enkel het gedeelte dat de oorspronkelijke raming van de afkoppelingsdeskundige niet overschrijdt in aanmerking komt voor subsidiëring. Er is geen tussenkomst voor door de eigenaar zelf gepresteerde uren.
- Het gaat om een woning vergund voor 1999, waarvoor afkoppeling bovendien niet reeds in een latere vergunning was opgelegd.
- De eigenaar beschikt over een positief keuringsattest.
- De eigenaar bezorgde ingevulde en ondertekende exemplaren van de offerte en het daarbij verstrekte attest verlaagd btw-tarief terug.
Art.7: Kosten van keuring en herkeuring na rioleringsprojecten
§1. In het kader van rioleringsprojecten is eerste keuring van de afkoppeling door Aquafin kosteloos voor de eigenaar van een woning. De eigenaar van een bedrijfsgebouw of de eigenaar van een woning die liever een andere keurder aanstelt, bekostigt en organiseert de keuring zelf.
§2. Werden de werken uitgevoerd door Aquafin, dan contacteert een keurder van Aquafin de eigenaar voor een afspraak. De eigenaar moet aanwezig zijn bij de keuring.
Bij een keuring door Aquafin van werken uitgevoerd door de eigenaar of de door hem aangestelde aannemer, is de eigenaar zelf aanwezig en legt hij het afkoppelingsdossier, een ingevulde installatielijst en foto’s van de afkoppelingswerken voor.
§3. Wanneer uit de eerste keuring blijkt dat de afkoppeling niet (conform) werd gerealiseerd, moet een herkeuring gebeuren door de oorspronkelijke keurder.
De kosten van de herkeuring door Aquafin kunnen aan de eigenaar aangerekend worden wanneer hij de werken zelf of middels een door hem aangestelde aannemer heeft uitgevoerd, of indien de door hem verstrekte informatie onvolledig of incorrect blijkt te zijn.
Na de aanpassingswerken vraagt de eigenaar de herkeuring aan bij Aquafin.
Indien de eigenaar na een eerste keuring door Aquafin een andere (externe) keurder aanstelt, dient een volledig nieuwe keuring te gebeuren door de nieuw aangestelde keurder en op kosten van de eigenaar.
Art.8: Kosten die altijd ten laste van de eigenaar zijn
Volgende kosten worden nooit gesubsidieerd:
- Kosten om afvalwater naar de straatriolering te brengen, tenzij er voordien geen enkele mogelijkheid was om het afvalwater vooraan aan te sluiten (bv. in het geval men nu loost in een gracht achteraan de woning of in een sterfput). Ook als blijkt dat de bestaande situatie in slechte staat is en moet vernieuwd worden.
- Kosten voor installaties die verplicht zijn omwille van geldende regels in Ranst of ingevolge een omgevingsvergunning (bv. septische put, regenwaterput, vetafscheider, verluchting van het private afvalwatersysteem…)
- Afkoppelingswerken in het geval er in de omgevingsvergunning al een gescheiden stelsel opgelegd werd.
- Hergebruikinstallaties om regenwater nuttig toe te passen (bv. regenwaterpomp).
Op uitdrukkelijke vraag van de eigenaar en mits akkoord van Aquafin, kan Aquafin werken vermeld in onderhavig artikel uitvoeren na opname in de offerte als aanvullende werken.
Art. 9: Opvolging van keuringsattesten en belasting niet-optimale afkoppeling
§1. Eén jaar na de voorlopige oplevering van een rioleringsproject (of na de beëindiging van omgevingsvergunningsplichtige bouwwerken), moeten de keuringsattesten overgemaakt zijn aan de Vlaamse Milieumaatschappij.
§2. Indien er in een lopend dossier na twee aanmaningen van Water-link geen geldig keuringsattest kan aangeleverd worden, wordt het dossier als openstaand beschouwd.
§3. Openstaande dossiers komen in aanmerking voor toepassing van de gemeentelijke belasting op het niet optimaal afkoppelen van de private hemelwaterafvoer.
Art. 1:
§1. De gemeenteraad keurt voorliggend subsidiereglement goed ter ondersteuning van de individuen met een stijgende afvalkost ten gevolge van incontinentie- en luiermateriaal omwille van medische aandoeningen of het hebben van zeer jonge kinderen die in een financieel kwetsbaar gezin opgroeien.
§2. Dit reglement bepaalt de voorwaarden om in aanmerking te komen voor ondersteuning in afvalpreventie en afvalbeheer van luiers en incontinentiemateriaal door middel van een verhoging van het diftarsaldo.
Het diftarsaldo is het systeem van voorschotten die IGEAN via facturatie aanrekent aan de gezinnen om de retributie voor de inzameling en verwerking van restafval en gft-afval te voldoen.
§3. Met gegevens die verstrekt worden in het kader van de aanvraag en van dit reglement, wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.
§4. Het reglement geldt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 2:
§1. Er wordt een tegemoetkoming voorzien door een verhoging van het diftarsaldo voor elk kind jonger dan 3 jaar van wie een ouder in begeleiding is bij OCMW Ranst én recht heeft op leefloon of leefloonequivalent.
§2. Er wordt een tegemoetkoming voorzien door een verhoging van het diftarsaldo voor elk kind jonger dan 3 jaar van wie een ouder in begeleiding is bij OCMW Ranst én stappen onderneemt in het afbetalen van zijn/haar schulden.
§3. Als het kind waarvan sprake in §1 en §2 van dit artikel opgroeit in co-ouderschap en beide ouders aan de voorwaarden voldoen, hebben beide ouders recht op de helft van de tegemoetkoming.
§4. Er wordt een jaarlijkse tegemoetkoming voorzien door een verhoging van het diftarsaldo voor inwoners met incontinentie- of stomaproblemen die woonachtig zijn in onze gemeente. Personen die verblijven in een residentiële voorziening zijn echter uitgesloten.
§5. De tegemoetkoming wordt toegekend als aan de voorwaarden van artikel 3 is voldaan.
Art. 3:
§1. De toekenning van de tegemoetkoming verloopt naargelang de doelgroep overeenkomstig volgende paragrafen.
§2. Ouders van kinderen die op 1 januari van het betrokken jaar jonger zijn dan 3 jaar, en die begeleid worden door OCMW Ranst én recht hebben op een leefloon of leefloonequivalent, of die stappen zetten om hun schulden af te betalen, krijgen automatisch een verhoging van hun diftarsaldo.
Deze verhoging zal gebeuren door IGEAN op basis van door zorg en welzijn Ranst aangeleverde lijsten.
§3. Inwoners met permanente incontinentie- of stomaproblemen kunnen een aanvraag tot tegemoetkoming indienen nadat een dokter met een verklaring bevestigt dat ze permanente incontinentie- of stomaproblemen kennen.
Tweemaal per jaar zal de helft van het jaarlijks subsidiebedrag door IGEAN aan het diftarsaldo worden toegevoegd; in het begin van het jaar en halverwege het jaar. Voor de berekening van het eerste saldo zal het aantal resterende maanden van het semester geteld worden.
De saldoverhoging zal gebeuren voor het adrespunt waar de betrokken inwoner woonachtig is.
§4. Inwoners met tijdelijke incontinentie- of stomaproblemen kunnen jaarlijks een aanvraag tot tegemoetkoming indienen mits het correct invullen van een aanvraagformulier en het toevoegen van een verklaring van een dokter die bevestigt dat betreffende burger incontinentie- of stomaproblemen kent.
Tweemaal per jaar zal de helft van het jaarlijks subsidiebedrag door IGEAN aan het diftarsaldo worden toegevoegd; in het begin van het jaar en halverwege het jaar. Voor de berekening van het eerste saldo zal het aantal resterende maanden van het semester geteld worden.
De saldoverhoging zal gebeuren voor het adrespunt waar de betrokken inwoner woonachtig is.
§5. De aanvraag vermeld in de §3 en §4 gebeurt via het formulier dat daarvoor ter beschikking wordt gesteld via de website van de gemeente Ranst (www.ranst.be) en ook te bekomen is tijdens de openingsuren aan het onthaal van de afdeling zorg en welzijn te Schildesteenweg 16, 2025 Oelegem.
Art. 4:
De gemeenteraad verleent volgende gemeentelijke tegemoetkoming door een verhoging van het diftarsaldo:
- € 60 per jaar aan ouders van kinderen die op 1 januari van het betrokken jaar jonger zijn dan 3 jaar en van wie de ouders in begeleiding zijn bij OCMW Ranst én recht hebben op leefloon of leefloonequivalent of stappen ondernemen in het afbetalen van hun schulden.
- € 60 per jaar aan personen ingeschreven in de gemeente met incontinentie- of stomaproblemen omwille van een medische aandoening (vb. incontinentie, nierdialyse, stomapatiënten) na voorlegging van een medisch attest.
Art. 5:
Het besluit van de gemeenteraad van 19 april 2021 met de goedkeuring van het subsidiereglement voor de toekenning van een premie voor jonge gezinnen en voor personen met incontinentie of stomazorg, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Tine Muyshondt Gunter Michiels Mieke Van Rompaey Kevin Helsen Bart Goris Kurt Stabel Katlijn Hofmans Ludo Janssens Christel Engelen Tim Peeters Roel Vermeesch Christel Meeus Fernand Bossaerts Kurt De Belder Luc Redig Annelies Creten Kris Wouters Guido Wittocx Johan De Ryck Leen Baeten Zoe Helsen Jörg Welz aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 6 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Art. 1:Algemene bepalingen.
§1. Binnen de perken van het krediet, daartoe goedgekeurd op het budget, wordt financiële steun verleend volgens de normen en voorwaarden die hierna worden vastgesteld
- aan in de gemeente Ranst gevestigde natuurlijke personen of verenigingen
- aan plaatselijke afdelingen van nationale initiatieven of organisaties met een duidelijk omschreven structuur en werking binnen de gemeente Ranst.
- aan het door de Gros voorgedragen internationaal project om gedurende 3 jaar op te volgen.
§2. Overeenkomstig de bepalingen van dit reglement gaat het college van burgemeester en schepenen over tot toekenning van de financiële steun
§3. De personen of groepen moeten zich onderwerpen aan eventuele controlemaatregelen van het college van Burgemeester en schepenen of van een afvaardiging van de themaraad Gros.
§4. Financiële steun worden verleend aan:
- Initiatieven / groepen die sensibilisering en vorming nastreven
- Projectsteun voor Ranstse personen, organisaties en projecten die actief zijn in Derde Wereldlanden.
- Projectsteun voor 1 internationaal project.
§5. De financiële steun kan volgende vormen aannemen:
- Sensibilisering
- Steun aan plaatselijke projecten
- Ondersteuning internationale projecten
- Eenmalige projecten
- Noodhulp / wederopbouw
§6. Het krediet ingeschreven in het budget van het dienstjaar wordt verdeeld volgens volgende verdeelsleutel (met als basis het referentiebedrag van € 51.000).
§7. Met gegevens die verstrekt worden in toepassing van dit reglement wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.
Instelling | bedrag |
Gros-leden | € 41.000 |
Niet-Gros |
|
- Noodhulp-wederopbouw: | € 2.000 |
- Eenmalige projecten | € 1.500 |
- nationaal erkende ngo’s voor ontwikkelingssamenwerking | € 2.000 |
- Sensibilisering | € 500 |
- Gros-project | € 3.000 |
- Totaal: | € 9.000 |
Totaal | € 50.000 |
De bedragen worden naar beneden afgerond tot op de “eenheid".
Alle bedragen worden pro rata vermeerderd of verminderd indien het voorziene budget verhoogd. of verlaagd wordt ten opzichte van het referentiebedrag van € 50.000.
Art. 2: Subsidiëring GROS-leden
§1. Voor de als plaatselijke erkende projecten van leden van de Gros wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 41.000.
§2. Aanvraagformulier/ informatieve tekst:
Bij elke aanvraag tot subsidiëring dient naast het ingevulde aanvraagformulier een informatieve tekst gevoegd te worden, rekening houdend met onderstaande criteria - Criteria voor erkenning project – en/of sensibiliseringssteun -:
Indien de Ranstse organisatie via een partnerorganisatie werkt worden dezelfde criteria onderzocht m.b.t. de partnerorganisatie.
Elke aanvraag wordt door de themaraad Gros geëvalueerd op basis van onderstaande criteria. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke eigenschappen van het project of de activiteit, en met de wijze waarop aan het criterium wordt voldaan.
Het is dus niet noodzakelijk om aan alle criteria uit onderstaande lijst te voldoen met uitzondering van criterium 1 en 2.
§3. Opvolgingsdossier:
Het opvolgingsdossier dient elk jaar bij de financiële steunaanvraag te worden gevoegd.
Het bevat de volgende gegevens:
- Een financieel verslag van inkomsten en uitgaven van de Ranstse organisatie.
- Een korte beschrijving van de evolutie van de werking van de Ranstse organisatie.
- Een korte beschrijving van de evolutie van het project
§4.Beoordelingsformulier :
De Gros zal per aanvraag een beoordelingsformulier opmaken ter kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen.
§5.Verdeling financiële steun aan de Gros – leden:
- Bij de verdeling van de projectsteun wordt rekening gehouden met de inhoudelijke kwaliteit van het project, de relatie van de vereniging tot het project, de sensibiliseringsactiviteiten in Ranst, en de fondsen die de vereniging zelf inzamelt.
De toegekende financiële steun wordt als volgt verdeeld:
- 55 % van het totale budget voor projectsteun is voorzien voor Zuidwerking
● 40 % wordt gelijkmatig verdeeld onder de leden van de Gros
● 10 % wordt verdeeld onder de leden die een specifiek project steunen dat ze opvolgen en waarover ze geïnformeerd worden (= ‘eigen project’)
● 5 % wordt verdeeld onder de leden die een project zelf beheren (= ‘eigen beheer’)
- 45 % van het totale budget voor projectsteun is bedoeld voor Noordwerking
● 20 % wordt verdeeld onder de leden rekening houdend met de sensibiliseringsactiviteiten in Ranst
● 25 % wordt verdeeld onder de leden rekening houdend met het bedrag aan fondsen dat de Ranstse vereniging zelf inzamelt.
- Toegepaste verdeelsleutels:
Voor elk onderdeel van het budget voor projectsteun wordt per vereniging een verdelingscode (VC) ingevoerd. De verhouding tussen deze verdelingscode en de som van alle VC’s bepaalt welk aandeel van het budget aan de vereniging wordt toegekend. Vereniging dient geïnterpreteerd te worden als aangesloten lid en kan dus ook een particulier persoon of organisatie zijn.
● Inhoudelijk gedeelte ( 40 % van het projectbudget). Elke vereniging krijgt eenzelfde bedrag voor het inhoudelijke gedeelte.
● Eigen project ( 10 % van het projectbudget). De VC is 1 of 0 naargelang de vereniging een eigen project heeft of niet. D.w.z. of ze een specifiek project opvolgt.
● Eigen beheer ( 5 % van het projectbudget). De VC is 1 of 0 naargelang de vereniging het project zelf beheert of niet. Om een VC van 1 te bekomen moet er voldaan worden aan de volgende vier criteria:
○ Het project wordt door de Ranstse vereniging bestuurd.
○ De hoofdzetel van de vereniging bevindt zich in Ranst
○ Het initiatief voor de ondersteuning van het project gaat uit van de Ranstse vereniging.
○ Er is een financiële controle over het project vanuit onze gemeente.
● Sensibiliseringsacties in Ranst ( 20 % van het projectbudget). De VC toegekend aan een vereniging bedraagt 0,1,2 of 5.
○ VC = 0 : geen sensibiliseringsactiviteit te Ranst in het referentiejaar.
○ VC = 1 : één sensibiliseringsactiviteit te Ranst in het referentiejaar.
○ VC = 2 : twee of meer sensibiliseringsactiviteiten te Ranst in het betrokken jaar.
○ VC = 5 : Ranstse afdeling van 11.11.11
● Eigen fondsenwinning door Ranstse vereniging ( 25 % van het projectbudget). De toegekende VC kan variëren van 0 tot 5. Basis voor de toekenning is het bedrag dat de leden hebben overgemaakt vanuit Ranst aan het project.
○ Van 0 tot € 1.000 VC = 0
○ Van € 1.000 tot € 5.000 VC = 1
○ Van € 5.000 tot € 10.000 VC = 2
○ Van € 10.000 tot € 15.000 VC = 3
○ Van € 15.000 tot € 20000 VC = 4
○ +20.000 € VC = 5
Art. 3: Financiële steun aan niet Gros-leden.
§1. Noodhulp / wederopbouw: Er wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 2.000. Per weerhouden oproep voor noodhulp wordt er een bedrag van min € 750 en maximaal € 1.000 voorzien.
Noodhulp kan zowel verstrekt worden voor internationaal erkende rampen via een NGO werkzaam in het getroffen gebied, als voor kleinschalige rampen die de infrastructuur of werkingsmiddelen van de projecten van de Gros – leden hebben getroffen. Niet alleen natuurrampen maar ook humanitaire rampen kunnen in aanmerking komen voor noodhulp.
Bij natuurrampen met zware materiële schade voor de bevolking heeft de Gros gekozen om noodhulp te verstrekken onder de vorm van wederopbouwsteun.
De uitbetaling van de noodhulp gebeurt na goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen
§2. Eénmalige projecten: Er wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 1.500 te verdelen onder de ingediende projecten met een max. van € 700.
In het kader van de eenmalige projectsteun kunnen naast de leden van de Gros ook andere Ranstse organisaties of personen wonende in Ranst, in hun project ondersteund worden. Deze actie moet aansluiten bij de thematiek van de ontwikkelingssamenwerking
Personen die van deze projectfinanciële steun wensen gebruik te maken, moeten voor 1 juli van het dienstjaar een aanvraag bij de Gros indienen, samen met een kostenraming.
De Gros beoordeelt deze aanvraag .
Financiële steun kan enkel ten goede komen aan het project. Groeps – of inleefreizen komen niet in aanmerking. Na de besteding van de financiële steun dient verslag uitgebracht worden aan de Gros.
§3. Voor één of meerdere nationaal erkende ngo’s voor ontwikkelingssamenwerking of plaatselijke erkende verenigingen voor mondiale (internationale) samenwerking wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 2.000. Het college van burgemeester en schepenen verdeelt het bedrag van € 2.000 tussen de organisaties.
§4. Sensibilisering door derden: Voor activiteiten rond vorming en sensibilisering door andere verenigingen dan de Gros wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 500 met een max. van € 200 per activiteit rekening houdend met de volgende voorwaarden:
- De sensibiliserings-– en of vormingsinitiatieven dienen zich te richten tot de inwoners van de gemeente Ranst
- Niet Gros– leden kunnen sensibiliseringssteun ontvangen voor acties die aansluiten bij de thematiek van ontwikkelingssamenwerking (duurzame ontwikkelingsdoelen). Deze financiële steun staan los van andere subsidiëring.
- Verenigingen die een beroep doen op deze financiële steun moeten erkende Ranstse verenigingen zijn.
Verenigingen die van deze sensibiliseringssteun gebruik wensen te maken, moeten minstens 1 maand na de activiteiten een aanvraag bij de Gros indienen, samen met de reële kost.
De Gros beoordeelt de aanvraag en deelt haar advies mee aan het college van burgemeester en schepenen.
§5. Ondersteuning eigen Gros - project :
Een door de Gros gekozen internationaal project wordt jaarlijks ondersteund met een financiële steun van € 3.000.
De NGO die het uitgekozen project ondersteunt, bezorgt de Gros voldoende informatie om de Ranstse bevolking jaarlijks op de hoogte te kunnen houden van de evolutie van het desbetreffende project.
Projectcriteria:
- tegemoetkomen aan één van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s)
- met een lange termijn visie van minstens 5 jaar, zodat een evaluatie door de Gros en het college van burgemeester en schepenen mogelijk is
- betrokkenheid van de mensen ter plaatse
- samenwerking met lokale of buitenlandse NGO’s
- indienen van een jaarlijks financieel verslag
De Gros brengt advies uit aan het college van burgemeester en schepenen omtrent het weerhouden project. Na goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen kan de financiële steun worden uitbetaald.
Art. 4: Slotbepalingen
§1. De vaststelling en verdeling van de financiële steun gebeurt uiterlijk per 1 december van het jaar met uitzondering van Noodhulp (wanneer deze zich voordoet).
§2. Elke aanvraag voor financiële steun bevat het rekeningnummer waarop deze moet gestort worden en dient ondertekend te zijn door 2 leden van de vereniging of de aanvrager.
§3 Alle verenigingen dienen een financieel verslag op te maken en verantwoordingsstukken voor te leggen. De Gros vraagt deze verslagen op samen met de aanvraag voor nieuwe financiële steun. De Gros beoordeelt deze op hun correctheid en volledigheid en legt deze documenten samen met de berekening van de nieuwe financiële steun voor aan het college van burgemeester en schepenen.
Art. 5: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en geldt tot 31 december 2031 en vervangt het reglement van 28 juni 2021 dat wordt opgeheven vanaf voormelde datum van inwerkingtreding.
Art. 6: Uitvoering
Het college van burgemeester en schepenen wordt verder gelast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7: Toezicht
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.
Art. 1: Voorwerp, inwerkingtreding en geldingsduur
§1. De gemeenteraad keurt voorliggend reglement goed aangaande de aanleg van toegangen en opritten over het openbaar domein of in de berm, alsook de overwelving of inbuizing van baangrachten.
§2. Dit reglement treedt voor onbepaalde duur in werking op 1 januari 2026 en vervangt het reglement “Inbuizingen en afwerking grachten” zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2017, dat vanaf voormelde datum van inwerkingtreding wordt opgeheven.
Art. 2: Toelating van de gemeente
§1. Toelating van de gemeente is altijd nodig voor de aanleg van opritten en toegangen in de berm van de openbare weg en over openbaar domein, alsook voor de inbuizing of overwelving van baangrachten.
§2. De toelating van de gemeente blijft verplicht aan te vragen na het bekomen van andere toelatingen en vergunningen zoals bedoeld in artikel 3.
Art. 3: Andere toelatingen en vergunningen
§1. Tenzij er volgens de betrokken regelgeving een vrijstelling geldt, moet er voor de aanleg van een toegang of oprit naar hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woningen en andere gebouwen, agrarische bedrijfsgebouwen in agrarisch gebied, of installaties van algemeen nut een omgevingsvergunning worden bekomen via https://www.vlaanderen.be/omgevingsvergunning.be.
Hetzelfde geldt voor de inbuizing of overwelving van baangrachten.
§2. Voor de aanleg van een inrit en/of voor aanpassing van boordstenen in de berm van een gewestweg (in Ranst zijn dat de N14 en de N116), moet er bovendien steeds vooraf een toelating worden bekomen bij het Agentschap Wegen & Verkeer via https://wegenenverkeer.be/adviezen-vergunningen.
Hetzelfde geldt voor de inbuizing of overwelving van baangrachten bij gewestwegen.
Art. 4: De aanvraag voor toelating
§1. De toelating van de gemeente bedoeld in artikel 2, moet minimaal vier weken voor dag van de beoogde aanvang van de werken worden aangevraagd via www.ranst.be/melding-of-vraag-aan-gemeente-ranst.
Bij de aanvraag moet een omschrijving van de werkzaamheden en de vermoedelijke uitvoeringsdatum worden gevoegd.
§2. Wanneer het onmogelijk is voor de aanvrager om de aanvraag en/of alle bijbehorende documenten in te dienen via elektronisch meldingsformulier www.ranst.be/melding-of-vraag-aan-gemeente-ranst, gelden volgende contactgegevens:
- Email: technische.dienst@ranst.be
- Post: Gemeente Ranst
t.a.v. Technische Dienst
Gustaaf Peetersstraat 7
2520 Broechem
- Afgifte ter plekke tijdens de openingsuren (zie www.ranst.be/technische-dienst):
Onthaal technische dienst
Van den Nestlaan 110
2025 Broechem
Als indieningsdatum geldt de datum van ontvangst van de email, de postdatum of een afgiftebewijs dat ter plekke zelf door de aanvrager wordt opgevraagd.
§3. Met gegevens die verstrekt worden in het kader van de aanvraag en van dit reglement, wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.
Art. 5: Uitdrukkelijke of stilzwijgende toelating
§1. Wanneer één of meerdere van volgende omstandigheden zich voordoen, moet de aanvrager de uitdrukkelijke toestemming van de gemeente afwachten:
- er wordt afgeweken van voorliggend reglement;
- de aanleg houdt het inbuizen of overwelven van een gracht in;
- er is een voet- of fietspad aanwezig;
- er een aanpassing van de boordstenen nodig;
- het gaat niet om de enige oprit of toegang tot het perceel;
- de gewenste oprit is breder dan:
● vier meter voor een enkele, vrij liggende oprit;
● drie meter per inrit bij gekoppelde inritten gedeeld met buur, of zes meter voor de twee gekoppelde inritten samen.
In alle andere gevallen mag het uitblijven van tegenbericht binnen vier weken vanaf de dag van de aanvraag opgevat worden als stilzwijgende toelating.
§2. Bij toelating kunnen in elk geval bijkomende voorwaarden opgelegd worden.
De toelating geldt onder voorbehoud van het blijvend voldoen aan dit reglement.
De toelating kan worden ingetrokken, hetzij wegens het niet respecteren van dit reglement, hetzij wanneer intrekking noodzakelijk blijkt in het algemeen belang.
De toelating vervalt samen met het verval van de eventuele omgevingsvergunning.
Art. 6: Specifieke toelatingsvoorwaarden overwelving of inbuizing baangracht
§1. De maximale toegestane breedte wordt beperkt tot vier meter per inbuizing/overwelving of acht meter samen in het geval van gekoppelde toegangen of inritten gedeeld met de buur.
Deze paragraaf geldt behoudens uitzonderlijke, gemotiveerde toelating van de gemeente in door de aanvrager behoorlijk verantwoorde gevallen.
§2. Bij toelating kunnen bijkomende technische voorwaarden opgelegd worden, zoals het voorzien van kopmuren, inspectieschouwen...
§3. De gemeente weigert de aanvraag als niet voldaan wordt aan noodzakelijke technische voorwaarden, waaronder:
- De overwelving of inbuizing moet voldoende groot zijn om het opwaarts afstromende debiet te kunnen afvoeren.
- De plaatsing van de inbuizing moet in een volledig geruimde grachtbodem gebeuren, zonder dat er schade wordt toegebracht aan de grachtkanten en de nutsleidingen.
- De overgang van het open grachtprofiel naar de overwelving of inbuizing moet zo worden afgewerkt dat uitspoeling niet mogelijk is.
- De aanvrager moet de goede staat en werking van de inbuizing of overwelving garanderen door een goede afwatering te vrijwaren en de constructie in het algemeen belang in goede staat te onderhouden.
§4. De gemeente zal de toelating weigeren indien de inbuizing of overwelving:
- de goede werking van het watersysteem zou ondermijnen;
- een schadelijk effect zou hebben op het milieu, met inbegrip van onder meer de gezondheid van de mens en de veiligheid van de vergunde of vergund geachte gebouwen en infrastructuur, gelegen buiten afgebakende overstromingsgebieden, op het duurzaam gebruik van water door de mens, op de fauna, de flora, de bodem, de lucht, het water, het klimaat, het landschap en het onroerend erfgoed, een achteruitgang in de toestand van een waterlichaam, alsmede de samenhang tussen een of meer van deze elementen;
- indruist tegen de beginselen van het integraal waterbeleid, inclusief de zorg voor waterafhankelijke natuur;
- ongewenste vernatting van landbouwgebieden buiten VEN en SBZ veroorzaakt.
Art. 7: Algemene uitvoeringsvoorwaarden
§1. De uitvoering dient te gebeuren in standaard grijze betonklinkers (afmetingen 22 x 11 x 8) of conform de plaatselijke verkavelingsvoorschriften.
Het vorige lid geldt tenzij er andere materialen voorgeschreven werden bij de toelating van de gemeente of in de eventuele omgevingsvergunning.
§2. De werken moeten uitgevoerd worden volgens de regels van de kunst. De aanvrager mag hiervoor een aannemer naar keuze aanstellen.
§3. Alle kosten voor de aanleg en het desgevallend aanpassen van boordstenen zijn ten laste van de aanvrager.
§4. De aanvrager is in elk geval aansprakelijk voor schade veroorzaakt bij of omwille van de werken.
Art. 8: Specifieke uitvoeringsvoorwaarden inbuizing en overwelving baangrachten
§1. In landelijk gebied waar er eventueel geen verharding wordt voorzien over de inbuizing, dient de berm in goede staat gehouden te worden.
§2. Het is in elk geval verboden:
- Afvalwater- of hemelwaterleidingen aan te sluiten op een inbuizing of overwelving;
- Baangrachten geheel of gedeeltelijk te dempen of te beschoeien;
- Struiken en bomen aan te planten op de strook openbaar domein voor en achter de gracht.
Art. 9: Handhaving
Het zonder vrijstelling of omgevingsvergunning of het in strijd met een omgevingsvergunning aanleggen van een toegang of oprit of overwelven of inbuizen van een baangracht is een stedenbouwkundig misdrijf en wordt bestraft overeenkomstig artikel 6.2.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Art. 10: Aansprakelijkheid beschadigingen openbaar domein
Wie in strijd met voorliggend reglement opritten, verhardingen, overwelvingen of inbuizingen aanbrengt, kan onder meer aansprakelijk worden gesteld voor het beschadigen van het openbaar domein en/of het aanbrengen van versperringen of andere belemmeringen die de toegang, het gebruik of het beheer van de gemeenteweg hinderen.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de verlenging van de deelname aan de Projectvereniging Erfgoed Voorkempen voor de periode 2026-2031 goed.
Art. 2:
De gemeenteraad keurt de gewijzigde statuten projectvereniging Erfgoed Voorkempen periode 2026-2031 goed.
Art. 3:
De gemeenteraad keurt de verderzetting en uitbreiding van de huidige Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst werking goed.
Art. 4:
De gemeenteraad keurt het beleidsplan en de meerjarenbegroting van de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst Erfgoed Voorkempen voor de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2032 goed.
Art. 5:
De gemeenteraad keurt de verderzetting van de huidige Erfgoedcel werking (cultureel erfgoedconvenant) goed.
Art. 6:
De gemeenteraad keurt het beleidsplan en de meerjarenbegroting van de Erfgoedcel Erfgoed Voorkempen voor de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2032 goed.
Art. 1:
De gemeenteraad neemt kennis van de wijzigingen in de dagorde van de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius die zal gehouden worden op 17 december 2025 in Vestar, Van Diepenbeeckstraat 12, te 2018 Antwerpen.
Art.2:
De gemeenteraad besluit geen andersluidend gemeenteraadsbesluit te nemen met betrekking tot de algemene vergadering dan hetgeen reeds is goedgekeurd in de gemeenteraad van 20 oktober 2025.
Art.1:
De gemeenteraad keurt de deelname van de gemeente Ranst als deelnemende gemeente aan de Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier samen met de stad Lier, schoolbestuur van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans en van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten, en de gemeenten Berlaar , Boechout, Lint, Malle, Nijlen, Wommelgem en Zandhoven als deelnemende gemeenten goed.
Art. 2:
De gemeenteraad keurt de overeenkomst Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier" goed zoals vastgesteld in bijlage.
Art. 3:
De gemeenteraad bevestigt de beslissing aanduiding dd. 20 januari 2025 van schepen Katlijn Hofmans als effectief lid voor het beheerscomité van de interlokale vereniging en schepen Tine Muyshondt als plaatsvervangend lid.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Kevin Helsen Fernand Bossaerts Fons Huysmans Katlijn Hofmans Gunter Michiels Tim Peeters Bart Goris Mieke Van Rompaey Christel Engelen Roel Vermeesch Christel Meeus Ludo Janssens Tine Muyshondt Kurt Stabel Jörg Welz Johan De Ryck Leen Baeten Luc Redig Kris Wouters Kurt De Belder Annelies Creten Zoe Helsen Guido Wittocx aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 9 Goedgekeurd
Art. 1:
De gemeenteraad neemt met ingang van 1 januari 2026 voorliggend reglement aan over de invulling van het begrip dagelijks bestuur, de voorwaarden en uitzonderingen inzake de visumplicht en de delegatie van de toetreding tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders.
Art. 2:
Ongeacht of zij een uitgave beogen op het exploitatiebudget of het investeringsbudget, behoren overheidsopdrachten tot het “dagelijks bestuur” wanneer zij geraamd en geplaatst worden voor een bedrag gelijk aan of onder het drempelbedrag exclusief btw voor plaatsing van leveringen en diensten middels onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking zoals bedoeld in artikel 90, lid 1, 1° van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.
Het in het vorige lid bedoelde bedrag evolueert automatisch mee naar aanleiding van de periodieke herziening door de bevoegde overheden. Voor de periode 2026-2027 bedraagt de drempel € 140.000 excl. btw.
Opdrachten worden geraamd aan de hand van de ramingsregels voor overheidsopdrachten.
Wanneer het gunningsbedrag onverwacht boven de drempel landt, kan enkel gegund worden nadat de raad de plaatsingswijze en de lastvoorwaarden heeft bevestigd.
Art. 3:
Voor financiële verbintenissen met uitgaande netto-kasstroom wordt tijdig - bij voorkeur twee weken voor het agenderen van de beslissing - visum gevraagd aan de financieel directeur. De stukken van het dossier worden vanaf de aanvraag ter beschikking gesteld van de financieel directeur.
Volgende financiële verbintenissen met uitgaande netto-kasstroom worden vrijgesteld van de visumplicht:
Contracten van onbepaalde duur of vervangingscontracten zonder specifieke duurtijd worden gelijkgesteld met een aanstelling van meer dan één jaar.
Bij opeenvolgende contracten voor dezelfde persoon wordt de totale duur in aanmerking genomen.
Het bedrag bedoeld in punt 5 is steeds het drempelbedrag excl. btw voor overheidsopdrachten van beperkte waarde bedoeld in artikel 92 van de Wet van 2016 inzake overheidsopdrachten. De raming van de opdracht gebeurt aan de hand van de ramingsregels voor overheidsopdrachten en evolueert automatisch mee met de aanpassing van het drempelbedrag door de bevoegde overheden, doch steeds binnen een vork van 30.000 euro tot het decretale maximum, vandaag 50.000 euro. Het bedrag bedoeld in punt 6 bedraagt steeds de helft van het bedrag bedoeld in punt 5.
Art. 4:
De gemeenteraad vertrouwt de bevoegdheid om toe te treden tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders toe aan het college van burgemeester en schepenen. De afname van de raamovereenkomsten blijft onderworpen aan de regels inzake dagelijks bestuur.
Art. 5:
Voorliggend reglement heft vanaf haar inwerkingtreding op 1 januari 2026 het reglement op van de gemeenteraad van 16 december 2019 over het begrip dagelijks bestuur en vaststelling van welke categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur uitgesloten zijn van de visumverplichting.
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde rechtspositieregeling van toepassing op het OCMW- en gemeentepersoneel, die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed en gaat van kracht vanaf 1 januari 2026.
Art. 1:
§1. De gemeenteraad keurt het gecoördineerde arbeidsreglement voor het personeel van de gemeente Ranst zoals bijgevoegd in bijlage bij dit besluit goed. Het arbeidsreglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026.
§2. Het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel zoals goedgekeurd in zitting van 18 november 2024 wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.
Art. 2:
Het aangepaste arbeidsreglement wordt door de dienst HRM kenbaar gemaakt aan alle personeelsleden en aan de gewestelijke Arbeidsinspectie - Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal Overleg.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Jörg Welz Johan De Ryck Mieke Van Rompaey Annelies Creten Katlijn Hofmans Leen Baeten Christel Engelen Roel Vermeesch Kurt De Belder Bart Goris Tine Muyshondt Kris Wouters Tim Peeters Guido Wittocx Kevin Helsen Zoe Helsen Christel Meeus Kurt Stabel Gunter Michiels Ludo Janssens Luc Redig aantal voorstanders: 21 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Art. 1:
De gemeenteraad verklaart zich onvoorwaardelijk en onherroepelijk hoofdelijk borg te stellen voor de terugbetaling van alle bedragen die door de kredietnemer verschuldigd zouden zijn ten gevolge van het krediet wat betreft zowel het kapitaal als de intresten (verwijlinteresten inbegrepen), de reserveringscommissie, de onkosten en de bijhorigheden.
Art. 2:
De gemeenteraad machtigt Belfius Bank op het debet van haar betaalrekening, met waarde van hun vervaldag, om het even welke bedragen te boeken, verschuldigd door de kredietnemer in het kader van dit krediet en die nog mochten onbetaald blijven na een tijdsverloop van 30 dagen, berekend vanaf de vervaldag. Het waarborggevend bestuur zal hiervan op de hoogte gehouden worden door middel van een afschrift van de correspondentie aan de kredietnemer.
Art. 3:
De gemeente verbindt zich, tot de eindvervaldatum van dit krediet en haar eigen kredieten bij Belfius Bank alle nodige maatregelen te nemen om de storting te verzekeren op haar rekening geopend bij deze maatschappij, van al de sommen die er op dit ogenblik gecentraliseerd worden, hetzij uit hoofde van de wet (o.a. haar aandeel in het gemeentefonds en in elk ander fonds dat dit zou vervangen of aanvullen, de opbrengst van de gemeentelijke opcentiemen op de rijks-, gewest- en provinciebelastingen, alsmede de opbrengst van gemeentebelastingen geïnd door de staat of het gewest), hetzij uit hoofde van een overeenkomst, en dit niettegenstaande elke eventuele wijziging in de manier van de inning van deze inkomsten.
Art. 4:
De gemeenteraad machtigt Belfius Bank ertoe deze inkomsten aan te wenden tot dekking van de bedragen die door de kredietnemer, uit welke hoofde ook, mochten verschuldigd zijn en die aan de gemeente aangerekend worden
Art. 5:
Deze door de gemeenteraad gegeven machtiging geldt als onherroepelijke delegatie in het voordeel van Belfius Bank.
Art. 6:
De gemeente kan zich niet beroepen noch op de bepalingen van eventuele overeenkomsten tussen zichzelf en de kredietnemer, noch op om het even welke beschikking om haar verplichtingen uit hoofde van deze borgstelling niet uit te voeren. De gemeente ziet af van het voorrecht van uitwinning en van elke indeplaatsstelling in de rechten van Belfius Bank en van elk verhaal tegen de kredietnemer, tegen elke medeschuldenaar of medeborg, zolang Belfius Bank niet volledig is terugbetaald in kapitaal, interesten, kosten en bijhorigheden. De gemeente staat aan Belfius Bank het recht toe om aan de kredietnemer alle uitstel, voordelen en schikkingen toe te kennen die Belfius Bank geschikt acht. De gemeente verklaart uitdrukkelijk dat de borgtocht gehandhaafd blijft, tot beloop van de hierboven vermelde bedragen, welke wijzigingen Belfius Bank en/of de kredietnemer ook mogen aanbrengen aan de bedragen en/of modaliteiten van het aan de kredietnemer toegekende krediet. Belfius Bank wordt uitdrukkelijk ontslagen van de verplichting de gemeente kennis te geven van de wijzigingen waarvan hierboven sprake. Er wordt ten overvloede bepaald dat de gemeente eveneens verzaakt aan het voordeel van artikel 2037 van het Belgisch Burgerlijk Wetboek, volgens hetwelk de borg ontslagen is wanneer door toedoen van de schuldeiser, de indeplaatsstelling ten gunste van de borg niet meer tot stand kan komen. Aangezien de kredietnemer zich verbonden heeft, o.m. in geval van liquidatie, onmiddellijk het totaal bedrag van zijn schuld, zowel wat kapitaal als intresten, reserveringscommissie, onkosten en bijhorigheden betreft, aan Belfius Bank terug te betalen, bevestigt de gemeenteraad de hierboven aangegane verbintenissen, in verband met de betaling van de bedragen, die door Belfius Bank uit dien hoofde zullen gevorderd worden. Mochten voormelde ontvangsten ontoereikend zijn voor de betaling van de verschuldigde bedragen die aan de gemeente zullen aangerekend worden dan gaat ze de verbintenis aan, bij Belfius Bank het bedrag te storten nodig om de vervallen schuld volledig af te betalen.
Bij gehele of gedeeltelijke laattijdige betaling van de verschuldigde bedragen, zijn de interesten voor laattijdige betaling en de vergoeding voor invorderingskosten van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd, berekend volgens de wettelijke rentevoet die van toepassing is bij betalingsachterstand bij handelstransactie.
Art. 7:
Indien deze waarborg ten voordele van Belfius Bank op een later tijdstip verhoogd, verlengd, of op enige andere manier gewijzigd dient te worden, wordt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente uitdrukkelijk gemachtigd om deze beslissing te nemen krachtens artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur. Dit besluit is onderworpen aan de toezichthoudende overheid zoals voorzien in de toepasselijke decreten en besluiten.
Enig artikel:
De gemeenteraad neemt kennis van het meerjarenplan 2026-2031 en het budget 2026 van de Protestantse kerk te Boechout.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor het verlenen van consultancy' - Perceel 2 Consultancy systeembeheer die door de aankoopcentrale gegund zijn aan Inetum RealDolmen Belgium, bedrijvenlaan 4, 2800 Mechelen (0429.037.235), goed
Art. 2:
De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor het verlenen van consultancy Perceel 3 Consultancy security die door de aankoopcentrale gegund zijn aan Inetum RealDolmen Belgium, bedrijvenlaan 4, 2800 Mechelen (0429.037.235), goed
Art. 3:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van desbetreffende opdrachten.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor de aankoop van Multimedia uitrusting' door de aankoopcentrale gegund is aan PLAY AV NV venecoweg 2, 9810 Nazareth (0451.840.945), goed
Art. 2:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van desbetreffende opdrachten.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor de aankoop van Systeeminfrastructuur' - Perceel 3 ICT-Servers-Storage door de aankoopcentrale gegund is aan Inetum RealDolmen Belgium, bedrijvenlaan 4, 2800 Mechelen (0429.037.235), goed
Art. 2:
De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor de aankoop van Systeeminfrastructuur' Perceel 4 Security infrastructuur die door de aankoopcentrale gegund is aan NTT Belgium, telecomlaan 5/7, 1931 Diegem (0425.907.303), goed
Art. 3:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van desbetreffende opdrachten.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Vlaamse Gemeenschap en de Stad Brugge voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor het leveren van ICT-werkplekapparatuur' door de aankoopcentrale gegund is aan Dustin Belgium nv, Wingepark 5a 3110 Rotselaar (0841.648.610), goed
Art. 2:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van desbetreffende opdrachten.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Annelies Creten Guido Wittocx Kevin Helsen Roel Vermeesch Leen Baeten Fons Huysmans Bart Goris Kurt Stabel Johan De Ryck Tim Peeters Kurt De Belder Jörg Welz Zoe Helsen Fernand Bossaerts Kris Wouters Luc Redig Katlijn Hofmans Christel Engelen Mieke Van Rompaey Ludo Janssens Christel Meeus Tine Muyshondt Gunter Michiels aantal voorstanders: 1 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 22 Verworpen
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt met ingang vanaf heden de toetreding van de gemeente Ranst tot de opdrachtencentrale vzw, goed.
Art. 1: Algemene bepalingen
§1. De gemeenteraad voert vanaf 1 januari 2026 voorliggend reglement in inzake de organisatie van kermissen, kermisactiviteiten en ambulante activiteiten inzake kermisgastronomie.
Het reglement van 18 november 2019 over de organisatie van kermissen wordt vanaf die datum opgeheven.
§2. Als kermis wordt beschouwd elke manifestatie ingericht of voorafgaand toegelaten door de gemeente om, op vastgestelde plaatsen en tijdstippen, de uitbaters van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie, die er producten of diensten aan de consument verkopen, samen te brengen.
Als kermisactiviteit wordt beschouwd elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten aan de consument in het kader van de uitbating van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie.
§3. Op kermisactiviteiten buiten de openbare kermissen is artikel 15 van voorliggend reglement van toepassing.
§4. Dit reglement is niet van toepassing op pretparken, noch op vaste kermisattracties of private kermissen.
§5. Wanneer er in dit reglement verwezen wordt naar “de burgemeester”, wordt daaronder begrepen “de burgemeester, zijn afgevaardigde, of de concessionaris. ”
§6. Met gegevens die verstrekt worden naar aanleiding van de toepassing van dit reglement wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend voor de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.
Art. 2: Plaatsen en tijdstippen van de openbare kermissen
§1. De gemeente richt op het openbaar domein volgende openbare kermissen in:
- Ranst, centrum
● zondag 12 mei of zondag na 12 mei (za-zo-ma)
● laatste zondag van augustus (vrijdag, zaterdag, zondag, maandag en dinsdag)
- Broechem, centrum
● tweede zondag na Pinksteren
● zondag 8 september of zondag na 8 september
- Oelegem, centrum
● Zondag voor Aswoensdag – (zondag, maandag en dinsdag)
- Oelegem, parking Parochiezaal, Venusstraat
● laatste zondag van juli
Genoemde data gelden onder voorbehoud van uitoefening van de bevoegdheid vermeld in de volgende paragraaf.
§2. De gemeenteraad geeft volmacht aan het college van burgemeester en schepenen om de data voor de kermissen nader te bepalen.
De standplaatsen ingenomen ter gelegenheid van voornoemde kermissen mogen niet langer bezet worden dan gedurende de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde periodes.
§3. De gemeenteraad vertrouwt het opstellen en wijzigen van de plannen van de standplaatsen van de openbare kermissen toe aan het college van burgemeester en schepenen.
De plannen van de kermissen zoals bepaald in de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen van de hieronder opgegeven data, gelden onder voorbehoud van de uitoefening van de bevoegdheid vermeld in het vorige lid:
- Het kermisplan Ranst-centrum van 12 augustus 2025
- Het kermisplan Broechem-centrum van 9 september 2025
- Het kermisplan Oelegem-centrum van 25 februari 2025
- Het kermisplan Oelegem parking Parochiezaal van 22 juli 2025
Art. 3: Voorwaarden inzake toewijzing standplaatsen
§1. De standplaatsen op een openbare kermis worden toegewezen aan de houders van een ondernemingsnummer dat kermisactiviteiten toelaat via de persoon die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt.
§2. Deze persoon moet desgevallend de stukken voorleggen die de volgende zaken aantonen:
- de uitbater is behoorlijk gedekt door verzekeringspolissen voor burgerlijke aansprakelijkheid en brandrisico's;
- de uitbater beschikt over een bewijs van de identificatie met de kentekenplaat van de kermisattractie of uitgebate vestiging als ze zich op eigen kracht voortbeweegt of van het voertuig dat de kermisattractie of uitgebate vestiging vervoert Rondtrekkende ambulante handel;
- als het een kermistoestel met voortbeweging van personen, aangedreven door een niet-menselijke energiebron betreft voldoet het toestel aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 18 juni 2003 betreffende de uitbating van kermistoestellen;
- als het een speeltoestel betreft: de attractie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen;
- de vestiging van kermisgastronomie en de personen die er werken voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de volksgezondheid.
§3. De burgemeester kan altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs voorlegt.
Art. 4: Verhouding abonnement – losse plaatsen
§1. De standplaatsen op de openbare kermissen worden toegewezen hetzij voor de duur van de kermis, hetzij per abonnement. Het abonnement is de regel.
De toewijzing voor de duur van de kermis is mogelijk:
- in geval van absolute noodzaak;
- wanneer de verplichtingen onafscheidelijk zijn verbonden aan de hernieuwing van de kermis (bijvoorbeeld introductie van nieuwe attracties).
§2. De standplaatsen per abonnement worden toegewezen aan de uitbater die eenzelfde standplaats op een abonnementsplaats heeft verkregen gedurende drie opeenvolgende jaren.
Voor de berekening van de termijn, worden de opeenvolgende jaren van verkrijging van de standplaats door de overlater verrekend in het voordeel van de overnemer, op voorwaarde dat er geen onderbreking was bij de overname.
De regel van drie jaar geldt niet wanneer de standplaats werd verkregen naar aanleiding van een opschorting van het abonnement. Deze beperking is echter niet van toepassing op de persoon die daarna de nieuwe overnemer is geworden van de standplaats.
Art. 5: Toewijzingsregels voor standplaatsen op de openbare kermissen
§1. Wanneer een standplaats vrijkomt, zal de burgemeester deze vacature bekend maken door publicatie van een kennisgeving via de gemeentelijke website www.ranst.be.
De kandidaturen worden digitaal ingediend volgens de voorschriften en binnen de termijn voorzien in de kennisgeving van de vacature. Kandidaturen die hieraan niet voldoen, worden niet weerhouden.
§2. Voor de vergelijking van de kandidaturen onderzoekt de burgemeester of voldaan is aan de voorwaarden inzake toewijzing vermeld in artikel 3 van dit reglement.
De standplaatsen worden toegewezen op basis van één of meer van de volgende criteria:
- de aard van de attractie of van de vestiging;
- de technische specificaties van de attractie of van de vestiging;
- de graad van veiligheid van de attractie of van de vestiging;
- de aantrekkingskracht van de attractie of van de vestiging;
- de deskundigheid van de uitbater, van de “aangestelde – verantwoordelijken” en van het tewerkgesteld personeel;
- desgevallend, de nuttige ervaring;
- de ernst en het zedelijk gedrag van de kandidaat.
Als de burgemeester op basis van deze criteria geen onderscheid tussen de kandidaturen kan maken, is een loting mogelijk.
Het openen van de kandidaturen, hun vergelijkend onderzoek, de controle van de voorwaarden en de gemotiveerde beslissing tot toewijzing van de standplaats worden opgenomen in een proces-verbaal.
Deze kan geraadpleegd worden overeenkomstig de bepalingen van de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten.
§3. De burgemeester deelt zowel aan de kandidaat die de standplaats toegewezen kreeg als aan elke niet weerhouden kandidaat de beslissing die hem aanbelangt mee op een van de volgende wijzen:
- bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,
- bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,
- per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding
Art. 6: Register of plan van de toegewezen standplaatsen
Een plan of register wordt bijgehouden waarin voor elke toegewezen standplaats de volgende zaken worden vermeld:
- de situering van de standplaats;
- de toewijzingsmodaliteiten van de standplaats;
- het ondernemingsnummer;
- de aard van de attractie of van de vestiging die de standplaats inneemt of die op de standplaats toegelaten is met vermelding van de technische specificaties;
- de plaats waar volgende gegevens worden bijgehouden;
- de duur van het gebruiksrecht of het abonnement;
- de naam, voornaam, adres van de persoon aan wie of door tussenkomst van wie de standplaats toegewezen werd;
- desgevallend, het maatschappelijk doel van de rechtspersoon aan wie de standplaats toegewezen werd en het adres van haar maatschappelijke zetel;
- de prijs van de standplaats behalve wanneer deze uniform werd vastgesteld;
- desgevallend, de identificatie van de overlater en de datum van de overdracht.
Art. 7: Spoedprocedure
Er kan een spoedprocedure worden toegepast als er in de vijftien dagen voorafgaand aan de opening van de kermis standplaatsen vacant blijven omdat zij niet konden worden toegewezen per gewone procedure (cf. artikel 5 van dit reglement), of omdat ze ondertussen vacant zijn geworden, of ten gevolge van hun niet-bezetting wegens de afwezigheid van hun houder.
De spoedprocedure verloopt als volgt:
Het plaatsen van kermisattracties of vestigingen van uitbaters waaraan een standplaats werd toegewezen op basis van de spoedprocedure, kan leiden tot aanpassingen aan het plan van de kermis, voor zover deze beperkt blijven en nauwkeurig worden gemotiveerd door de technische noodzakelijkheden van de toevoeging van de nieuwkomers op het kermisterrein.
De aanpassingen zullen onderworpen worden aan de goedkeuring van het eerstvolgende college van burgemeester en schepenen.
Art. 8: Duur abonnement
Het abonnement heeft een duur van vijf jaar en wordt na afloop stilzwijgend verlengd behalve in geval van opschorting (cf. artikel 9) of afstand (cf. artikel 10) van het abonnement.
De houder van het abonnement kan, op gemotiveerd verzoek, het abonnement voor een kortere duur verkrijgen. Deze aanvraag wordt ingewilligd bij de stopzetting van de activiteiten aan het einde van de loopbaan. Indien zij omwille van andere motieven aangevraagd wordt, hangt het af van de beoordeling van de burgemeester, van zijn afgevaardigde of van de concessionaris.
Art. 9: Opschorten abonnement
§1. De houder van het abonnement kan het abonnement opschorten wanneer hij tijdelijk ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen door ziekte of ongeval op grond van een medisch attest, dan wel door overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond.
De opschorting gaat in onmiddellijk na de bekendmaking van de ongeschiktheid en eindigt op de dertigste dag volgend op de bekendmaking van het hernemen van de activiteiten.
Indien de opschorting één jaar overschrijdt, moet zij minstens dertig dagen voor het begin van de kermis hernieuwd worden.
§2. De houder van het abonnement kan het abonnement opschorten wanneer hij over een abonnement beschikt voor een andere kermis die op hetzelfde ogenblik plaats heeft.
De opschorting moet worden bekend gemaakt tenminste drie maanden voor de begindatum van de kermis, en mag geen drie opeenvolgende jaren overschrijden.
§3. De vraag tot opschorting moet gebeuren:
- bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,
- of bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,
- of per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding
De burgemeester bevestigt de ontvangst ervan.
§4. De opschorting impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit de overeenkomst voortkomen.
Art. 10: Afstand abonnement
§1. De houder van het abonnement kan van het abonnement afstand doen:
- bij de vervaldag van het abonnement, mits een opzegtermijn van tenminste drie maanden;
- bij de stopzetting van zijn activiteiten, mits een opzegtermijn van tenminste drie maanden.
- indien hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen omwille van redenen vermeld in artikel 9, §1. De afstand gaat in onmiddellijk na de bekendmaking van de ongeschiktheid.
§2. De houder kan een vervroegde beëindiging van zijn abonnement aanvragen voor andere motieven dan deze vermeld in §1. De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris beslissen over deze aanvraag.
§3. De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent, kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg, afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.
De vraag tot afstand dient te gebeuren:
- bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,
- of bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,
- of per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding
De burgemeester bevestigt de ontvangst ervan.
Art. 11: Schorsing en opzegging van het abonnement
§1. De burgemeester kan het abonnement intrekken of opschorten wanneer de titularis van de standplaats niet langer voldoet aan de wettelijke verplichtingen betreffende de uitoefening van kermisactiviteiten of aan deze die van toepassing zijn op de betrokken attractie of vestiging.
De burgemeester kan het abonnement intrekken of opschorten wanneer de titularis van de standplaats andere, aantoonbaar relevante wettelijke bepalingen niet naleeft.
§2. De beslissing tot schorsing wordt genomen nadat betrokkene gehoord werd of nadat betrokkene zonder geldige reden niet in is gegaan op de uitnodiging om te worden gehoord.
§3. De beslissing wordt gemotiveerd en betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs. Ze treedt in werking zonder vooropzeg.
Art. 12: Overdracht standplaats
§1. De overdracht van een standplaats is toegelaten aan de overnemer die in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven is voor het uitbaten van een kermisattractie of een vestiging van kermisgastronomie en die de specialisatie met dezelfde technische specificaties van de overlater voortzet op de overgedragen standplaats.
Een wijziging van specialisatie of technische specificatie is in uitzonderlijke gevallen mogelijk na voorafgaande toelating van de burgemeester.
§2. De inname van de overgedragen standplaats door de overnemer is pas toegelaten als de burgemeester heeft vastgesteld dat de overnemer voldoet aan de bepalingen van artikel 3 van dit reglement.
§3. Binnen het eerste jaar na de overdracht kan een standplaats niet opnieuw worden overgedragen, behalve na de expliciete goedkeuring van de burgemeester.
Art. 13: Voorwaarden inzake inname standplaatsen
De standplaatsen die zijn toegewezen aan de personen, vermeld in artikel 3 van dit reglement, kunnen ingenomen worden door de volgende personen:
De personen, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 5°, kunnen de standplaatsen innemen die toegewezen zijn aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon of maatschap voor wiens rekening of wiens dienst ze de kermisactiviteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats is toegewezen.
Art. 14: Vooropzeg bij opheffing standplaatsen
§1. Wanneer de openbare kermis of een deel van de standplaatsen definitief wordt opgeheven, geldt een termijn van vooropzeg aan de houders van een standplaats per abonnement
Deze termijn bedraagt twaalf maanden wanneer de houder definitief zijn abonnement verliest.
Deze termijn bedraagt zes maanden in het geval van een definitieve verhuizing van de openbare kermis of een deel ervan en de houder zijn abonnement behoudt.
§2. In gevallen van absolute noodzakelijkheid kunnen de termijnen vermeld in §1 ingekort worden.
Art. 15: Voorwaarden toewijzing en inname standplaatsen buiten openbare kermissen
§1. De toewijzing en inname van standplaatsen op het openbaar domein buiten openbare kermissen kan enkel aan en door personen die voldoen aan de voorwaarden voorzien in, respectievelijk de artikels 3 en 13.
§2. De inname van standplaatsen op het openbaar domein is onderworpen aan de retributie zoals bepaald in het retributiereglement over het gebruik van het openbaar domein van 15 december 2025.
§3. Op de aanvraag, registratie, beslissingen is het reglement ambulante handel en kermisactiviteiten buiten openbare markten en openbare kermissen van 15 december 2025 van toepassing op de wijze daarin omschreven.
Bijkomend aan de personen vermeld in dat reglement, zijn de personen vermeld in artikel 16 van voorliggend bevoegd om naar aanleiding van de aanvraag of bij periodieke controles de stukken op te vragen die bewijzen dat voldaan werd aan de voorwaarden vermeld in §1 van dit artikel.
Art. 16: Controle
De personen belast met de praktische organisatie van de openbare kermissen en de kermisactiviteiten op het openbaar domein, hiertoe aangesteld door de burgemeester, zijn gemachtigd om de documenten vermeld in artikel 3 van dit reglement te controleren.
Art. 1: Voorwerp, inwerkingtreding en duur van het reglement
§1. De gemeenteraad voert een reglement in voor de uitoefening van ambulante en kermisactiviteiten op de openbare weg, op de andere plaatsen van het openbaar domein, op standplaatsen grenzend aan de openbare weg en op de commerciële parkingplaatsen, georganiseerd buiten de openbare markten en kermissen.
§2. Dit reglement treedt voor onbepaalde duur in werking op 1 januari 2026.
Art. 2: Ambulante handel in de gemeente
De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten op het grondgebied van de gemeente en buiten de vestigingen van de verkoper wordt pas toegelaten als de verkoper al de volgende elementen aantoont:
De stukken die bewijzen dat voldaan wordt aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden voorgelegd:
Art. 3: Ambulante handel op het openbaar domein
De uitoefening van ambulante activiteiten op de openbare weg, op de andere plaatsen van het openbaar domein, op standplaatsen grenzend aan de openbare weg en op de commerciële parkingplaatsen, is slechts toegelaten overeenkomstig voorliggend reglement.
Met de openbare weg worden gelijkgesteld: de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, de winkelgalerijen, de stations-, luchthaven- en metrohallen en de plaatsen waar kermissen doorgaan.
Art. 4: Rondtrekkende ambulante handel
Voorliggend reglement is eveneens van toepassing op ambulante activiteiten op rondtrekkende wijze. Hierbij verplaatst de handelaar zich langs een traject waarbij een verkooppunt telkens voor een korte stoptijd wordt ingenomen en de stoptijd beperkt is tot de duur van de directe transactie(s), waarna het traject onmiddellijk verdergezet wordt.
Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld in de bepalingen over rondtrekkende ambulante handel, zijn de bepalingen met betrekking tot de standplaatsen niet van toepassing op de rondtrekkende ambulante handel.
Art. 5: Kermisactiviteiten buiten openbare kermissen
§1. Als kermisactiviteit wordt beschouwd elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten aan de consument in het kader van de uitbating van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie.
§2. De toewijzing en inname van standplaatsen voor kermisactiviteiten op het openbaar domein en langs de openbare weg buiten openbare kermissen kan enkel aan, respectievelijk door personen die voldoen aan de voorwaarden voorzien in de artikels 3 en 13 van het reglement van 15 december 2025 over de organisatie van kermissen.
Met de openbare weg worden gelijkgesteld: de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, de winkelgalerijen, de stations-, luchthaven- en metrohallen en de plaatsen waar kermissen doorgaan.
§3. Op de aanvraag, registratie, beslissingen zijn de artikelen 7 tot en met 13 van voorliggend reglement van toepassing. Hierbij wordt ‘ambulante handel’ of ‘ambulante activiteiten’ gelezen als ‘kermisactiviteiten of ambulante activiteiten inzake kermisgastronomie’.
De personen vermeld in artikel 17 zijn bevoegd om naar aanleiding van de aanvraag of bij periodieke controles de stukken op te vragen die bewijzen dat voldaan werd aan de voorwaarden vermeld in §2 van dit artikel.
De gevolgen van vaststellingen bedoeld in artikel 19 van voorliggend reglement, zijn van toepassing op kermisactiviteiten en ambulante activiteiten inzake kermisgastronomie’.
Art. 6: Toewijzingsvoorwaarden met betrekking tot de aanvragers van standplaatsen
De standplaatsen op het openbaar domein als bedoeld in Artikel 3, kunnen enkel worden toegewezen aan ondernemingen met een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen die de ambulante activiteit toelaat, via de persoon die de onderneming rechtsgeldig kan vertegenwoordigen.
De stukken die bewijzen dat voldaan wordt aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid, worden voorgelegd aan de burgemeester of zijn afgevaardigde naar aanleiding van de aanvraag tot toekenning van een standplaats, alsook bij periodieke en steekproefsgewijze controles.
Standplaatsen kunnen occasioneel ook toegewezen worden aan wie niet beroepsmatig producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt met het oog op de verkoop.
Art. 7: Voorwaarden met betrekking tot het innemen van toegewezen standplaatsen
§1. De toegewezen standplaatsen kunnen slechts worden ingenomen na voldoen van de retributie zoals die desgevallend van toepassing is op grond van het retributiereglement inzake het privaat gebruik van het openbaar domein voor bepaalde activiteiten van 15 december 2025.
Zij kunnen bovendien enkel ingenomen worden door:
De personen, vermeld in het tweede lid, 2° tot en met 5°, kunnen de standplaatsen innemen die toegewezen zijn aan de natuurlijke persoon, maatschap of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst ze de activiteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats is toegewezen.
Wie niet beroepsmatig producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt, kan ook een toegewezen standplaats innemen.
§2. De stukken die bewijzen dat voldaan wordt aan de voorwaarden vermeld in §1 worden voorgelegd aan de burgemeester of zijn afgevaardigde bij de aanvraag en bij periodieke en steekproefsgewijze controles.
Art.8: Voorafgaande machtiging
§1. De toewijzing en inname van een standplaats op het openbaar domein is onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de burgemeester.
§2. De aanvraag moet gebeuren minstens drie weken voor de datum van beoogde inname en via de gemeentelijke website www.ranst.be/ambulante-handel.
§3.De betaling van de retributie die desgevallend verschuldigd is op grond van het retributiereglement inzake het privaat gebruik van het openbaar domein voor bepaalde activiteiten van 15 december 2025, moet bij bevestiging van de aanvraag gebeuren.
Elke toelating vervalt automatisch bij niet-betaling van de desgevallend verschuldigde retributie.
§4. Wanneer het onmogelijk is voor de aanvrager om de aanvraag en/of alle bijbehorende documenten in te dienen via het elektronisch meldingsformulier, gelden volgende contactgegevens:
- Email: secretariaat@ranst.be
- Post: Gemeente Ranst, t.a.v. Secretariaat, Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Broechem
- Afgifte ter plekke tijdens de openingsuren (zie https://www.ranst.be/dienst-secretariaat): Onthaal (t.a.v. secretariaat), Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Broechem
Als indieningsdatum geldt de datum van ontvangst van de email, de postdatum of een afgiftebewijs dat ter plekke zelf door de aanvrager wordt opgevraagd.
§5. Ambulante handelaars dienen bij hun aanvraag tot toelating voor ambulante handel op het aanvraagformulier aan te duiden of zij gebruik wensen te maken van een aansluitkast voor elektriciteit. Het gebruik van een aansluitkast is enkel mogelijk als er op de toegelaten standplaats een aansluitkast aanwezig is. Het gebruik wordt geregeld overeenkomstig het retributiereglement van 15 december 2025 voor de terbeschikkingstelling van aansluitkasten elektriciteit voor kermissen, openluchtevenementen en ambulante handel.
§6. Met gegevens die verstrekt worden in het kader van de aanvraag en van dit reglement, wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.
Art. 9: Aard en duur van de toewijzing van standplaatsen
De standplaatsen die kunnen worden toegewezen, zijn niet vooraf bepaald. Zij kunnen worden aangevraagd en toegewezen hetzij van dag tot dag, hetzij per abonnement:
- Met toewijzing ‘van dag tot dag’ wordt bedoeld: éénmalige toewijzing van een standplaats voor inname op maximaal tien vooraf opgegeven data.
- Met toewijzing ‘per abonnement’ wordt bedoeld: toewijzing voor één jaar en verlengbaar voor telkens een jaar met het oog op regelmatige inname op vooraf aangevraagde en goedgekeurde vaste dagen en tijdstippen.
De verlenging van een abonnement gaat slechts in na het opnieuw voldoen van de desgevallend verschuldigde retributie vermeld in Artikel 7, §1, lid 1.
Art. 10: Volgorde registratie en toewijzing van standplaatsen
§1. De aanvragen voor standplaatsen worden geregistreerd en toegewezen in de chronologische volgorde van hun indiening.
Het tijdstip van indiening wordt bepaald door verzending van het elektronisch formulier, dan wel de postdatum, de ontvangst per email of door het moment van afgifte terplekke aan het onthaal van het gemeentehuis.
Bij afgifte terplekke vraagt betrokkene zelf om een gedateerd en ondertekend afgiftebewijs.
§2. Wanneer twee of meerdere aanvragen voor eenzelfde standplaats en voor onverenigbare tijdstippen gelijktijdig ingediend worden, wordt de volgorde van toewijzing bij loting bepaald.
Als het exacte uur van indiening voor één of meer aanvragen op dezelfde datum niet kan worden vastgelegd, worden de betrokken aanvragen beschouwd als gelijktijdig ingediend.
§3. In afwijking van de vorige twee paragrafen, wordt bij toewijzing van een standplaats per abonnement voorrang gegeven aan:
- aanvragen als gevolg van de opheffing of een vooropzeg van een standplaats door de gemeente, tenzij in geval van toepassing van Artikel 19;
- aanvragen als gevolg van het verlies van een loting, als bedoeld in lid één van §2.
Art. 11: Beslissing over de aanvraag voor een standplaats
§1. De beslissing van de burgemeester om een standplaats al dan niet toe te wijzen, wordt onmiddellijk aan de aanvrager meegedeeld, en zo mogelijk middels het bij de aanvraag gekozen communicatiemiddel.
Als de beslissing positief is, vermeldt ze de aard van de producten of de diensten die de aanvrager gemachtigd is te verkopen, alsook de plaats, de datum en de duur van de verkoop.
Als de beslissing geheel of gedeeltelijk negatief is, motiveert ze de beslissing op grond van een of meerdere van genoemde redenen in de volgende paragraaf.
§2. De burgemeester kan, om redenen van openbare orde of volksgezondheid, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van Boek IX van het Wetboek van economisch recht, de verkoop van bepaalde producten en diensten of categorieën van producten of diensten tijdens de uitoefening van ambulante activiteiten verbieden, hetzij in het algemeen, hetzij gedeeltelijk in functie van de plaats van de activiteit.
De burgemeester kan eveneens beperkingen opleggen die betrekking hebben op de uren van uitoefening van het geheel of van een gedeelte van die activiteiten.
§3. Behoudens grondig gemotiveerde uitzondering, weigert de burgemeester een aanvraag per abonnement als dezelfde onderneming reeds vier standplaatsen met een lopend abonnement toegewezen heeft gekregen in de gemeente.
Art. 12: Intrekken beslissing en opheffing standplaats
De burgemeester kan een beslissing over een standplaats intrekken of aanpassen als niet voldaan wordt aan de voorwaarden gestipuleerd in voorliggend reglement, of om de redenen vermeld in §2 en §3 van Artikel 11. Zo de omstandigheden die hebben geleid tot de beslissing dit toelaten, wordt een redelijke termijn in acht genomen voor de communicatie en implementatie van de beslissing.
Wanneer een gemotiveerde beslissing in het algemeen belang of op grond van de redenen vermeld in §2 van Artikel 11 leidt tot de definitieve of tijdelijke opheffing van een per abonnement toegewezen standplaats, wordt een opzeg in acht genomen van minstens drie maanden, tenzij dringende en dwingende redenen van algemeen belang, openbare gezondheid of veiligheid zulk een wachtperiode niet toelaten. De houder van het abonnement op een opgeheven standplaats, krijgt in elk geval voorrang bij een nieuwe aanvraag voor een andere, beschikbare abonnementsplaats.
De communicatie van de in dit artikel bedoelde beslissingen gebeurt bij aangetekende zending en bij voorkeur eveneens via het door de begunstigde van de machtiging of de houder van het abonnement gekozen communicatiemiddelen bij diens aanvraag overeenkomstig Artikel 8.
Art. 13: Verenigbare tijdstippen en seizoensgebonden activiteiten voor standplaatsen
Eenzelfde standplaats, zelfs indien per abonnement toegewezen, kan worden toegewezen aan verschillende ambulante handelaars voor zover de tijdstippen van inname verenigbaar zijn. Dit kan ook het gevolg zijn van het eventuele seizoensgebonden karakter van de ambulante activiteiten.
Art. 14: Voorafgaande machtiging rondtrekkende ambulante handel
Om een rondtrekkende ambulante activiteit uit te oefenen, dient de ambulante handelaar voorafgaand een aanvraag in bij de burgemeester overeenkomstig Artikel 8, waarbij aangetoond wordt dat voldaan is aan Artikel 2 en Artikel 6. Personen vermeld in het laatste lid van laatstgenoemd artikel, kunnen echter geen toelating krijgen voor een rondtrekkende ambulante activiteit.
Art. 15: Aard en duur van de toelating rondtrekkende ambulante handel
Bij de aanvraag mag de rondtrekkende ambulante handelaar een vooraf bepaalde route of zone opgeven. De toelating kan worden aangevraagd en ingewilligd hetzij van dag tot dag, hetzij per abonnement.
- Toelating van ‘van dag tot dag’ houdt een éénmalige machtiging in voor uitvoering op maximaal tien in de aanvraag opgegeven data.
- De toelating voor één jaar en met stilzwijgende verlenging voor telkens een jaar machtigt tot uitvoering op vooraf aangevraagde vaste tijdstippen verspreid over meer dan tien data per jaar.
Enkel de personen vermeld in Artikel 7, §1, leden 1 en 2 mogen de toegelaten ambulante activiteit uitoefenen. Het voldoen aan deze voorwaarde dient dit overeenkomstig, §2 van hetzelfde artikel te worden aangetoond.
Art. 16: Beslissing over aanvraag rondtrekkende ambulante handel
§1. De beslissing over de aanvraag rondtrekkende ambulante handel wordt genomen en meegedeeld overeenkomstig Artikel 11.
§2. Het college van burgemeester en schepenen kan op gemotiveerde wijze beslissen dat een bepaalde route of straat definitief of voor een bepaalde duur niet meer in aanmerking komt voor ambulante handel.
Rondtrekkende handelaars waarvan de gemeente de contactgegevens heeft ingevolge een aanvraag overeenkomstig Artikel 8, worden via het bij de aanvraag gekozen communicatiemiddel op de hoogte gebracht.
Art. 17: De afgevaardigde van de burgemeester
Tenzij de burgemeester hiervoor uitdrukkelijk een personeelslid heeft aangeduid per burgemeestersbesluit, is de afgevaardigde van de burgemeester een personeelslid van de gemeentelijke dienst ‘secretariaat' tot wiens gewoonlijk takenpakket de verwerking van de aanvragen voor ambulante handel behoort. Of, bij afwezigheid van dat personeelslid, het vervangend personeelslid.
Art. 18: Bevoegdheden van de afgevaardigde
De burgemeester en de afgevaardigde zijn bevoegd om bij de ambulante handelaars de bewijsstukken op te vragen waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de relevante voorwaarden vermeld in voorliggend reglement.
De burgemeester of de afgevaardigde kan bewijsstukken opvragen naar aanleiding van de aanvraag tot toekenning of toestemming bedoeld in Artikel 8 en Artikel 14, alsook bij periodieke en steekproefsgewijze controles.
Art. 19: Gevolgen van vaststellingen
Een vaststelling door de burgemeester of diens afgevaardigde dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden bedoeld in lid 1 van Artikel 17, of een weigering om de nodige bewijsstukken voor te leggen, kan leiden tot een intrekking of aanpassing van de beslissing als vermeld in Artikel 12.
Naargelang de aard van de vaststelling, wordt doorverwezen naar de personen die vermeld worden in artikel 11, §1 van de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, en artikel 44 en 45 van het Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.
Art. 1:
De gemeenteraad besluit de schenking van het perceel gelegen te Ranst 2de afdeling Oelegem - Den Winkel, sectie C nr. 127/P/0000 benaderende oppervlakte volgens kadaster 30 m², oppervlakte volgens meting 43 m², te aanvaarden.
Art. 2:
De gemeenteraad besluit de aanstelling van notaris associatie Rochtus - Meester , kantoor houdende te Zandhoven, Langestraat 48, te bevestigen.en de opgemaakte ontwerpakte goed te keuren.
Art.3:
De gemeenteraad besluit de opgemaakte ontwerpakte goed te keuren en alle met de schenking gepaard gaande kosten ten laste te nemen gezien het nut voor de gemeente inzake verwerving van het perceel.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de aankoop van een stuk grond met een oppervlakte van 788 m², gelegen in Emblem, Oostmalsesteenweg, kadastraal gekend als 4 afdeling, sectie A, nr. 137K door Delphina Van den Eynde, Dorpstraat 30 in 2520 Ranst voor een bedrag van €17.683,98 zoals bepaald in de akte als aankoopprijs en de uitwinningschade.
Art. 2:
De aankoop kadert in het openbaar belang. De aangekochte grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.
Art. 3:
De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de gemeente.
Art. 1:
De gemeenteraad stelt het bij dit besluit gevoegde ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voor de gemeenteweg Safipad Emblem - Lier voorlopig vast.
Art. 2:
De gemeenteraad beslist om bovenvermelde gemeenteweg na verwerving op te nemen in het openbaar domein.
Art. 3:
De gemeenteraad beslist het college te gelasten het openbaar onderzoek op te starten en te doorlopen.
Het openbaar onderzoek wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 17 van het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Art. 1:
De gemeenteraad voert met voorliggende verordening vanaf 1 januari 2026 de verplichting in tot het voorleggen van een conformiteitsattest.
Art. 2:
Elk natuurlijke persoon of rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of (onder)verhuurder een woning te huur stelt, verhuurt of ter beschikking stelt, moet een geldig conformiteitsattest kunnen voorleggen.
Bij verhuur wordt het conformiteitsattest ten laatste verplicht gesteld op de dag dat de huurovereenkomst wordt ondertekend om de huurder maximaal te informeren vooraleer hij zich juridisch verbindt tot bepaalde verplichtingen.
Bij terbeschikkingstelling moet het conformiteitsattest ten laatste op de eerste dag van de terbeschikkingstelling beschikbaar zijn.
Bij te huurstelling, moet het conformiteitsattest op de eerste dag van de te huurstelling aanwezig zijn.
Art. 3:
§1. De verplichting wordt gefaseerd ingevoerd voor alle nieuwe te huurstellingen, verhuringen of ter beschikkingstellingen en op basis van de leeftijd van de huurwoning:
- Vanaf 1 januari 2026: woningen van 40 jaar en ouder;
- Vanaf 1 januari 2030: woningen van 30 jaar en ouder.
De leeftijd van de woning wordt vastgesteld aan de hand van het bouwjaar.
§2. Voor woningen die op het moment van te huurstelling, verhuur of ter beschikkingstelling opgenomen zijn in het leegstandsregister wordt de verplichting ingevoerd vanaf 1 januari 2026, ongeacht de leeftijd van de woning.
§3. Voor woningen te huur of ter beschikking worden gesteld en waarvoor reeds een conformiteitsattest werd afgeleverd voor de inwerkingtreding van deze verordening, geldt de verplichting om bij verval van het oorspronkelijk conformiteitsattest een nieuw conformiteitsattest aan te vragen, ongeacht de leeftijd van de woning.
Art. 4:
Zolang niet aan de verplichting vermeld in art. 1 en 2 voldaan is, geldt een jaarlijkse terugkerende verplichting om het conformiteitsattest aan te vragen. De aanvraag wordt ten laatste ingediend op de verjaardag van de dag waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of (onder)verhuurder bij aangetekend schrijven in kennis is gesteld dat hij niet over het verplichte conformiteitsattest beschikt. Als ontvangstdatum van het aangetekend schrijven geldt de eerste werkdag na de verzending.
Wanneer een bestaand conformiteitsattest vervalt tijdens de periode van verhuring, ter beschikkingstelling of te huurstelling, begint de jaarlijkse aanvraagverplichting te lopen op de dag van dat verval.
Art. 5:
De geldigheidsduur van een conformiteitsattest voor zelfstandige woningen en kamerwoningen is afhankelijk van het aantal gebreken in categorie 1 op het technisch verslag:
- kleiner of gelijk aan 4 gebreken is 10 jaar
- groter of gelijk aan 5 gebreken is 5 jaar
Art. 6:
De kostprijs van het conformiteitsonderzoek is vastgelegd in het gemeentelijk retributiereglement voor diverse diensten.
Art. 7:
Inbreuken op bepalingen van deze verordening kunnen gesanctioneerd worden met een administratieve sanctie conform de procedure vervat in artikel 4 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Alle houders van het zakelijk recht of (onder)verhuurders zijn hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot de betaling van de GAS-boete.
Art. 8:
In uitvoering van artikel 21, §1, 1° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie, worden volgende personen aangeduid als vaststellers voor het lokaal bestuur:
- Mevrouw Sara Fransen
- Mevrouw Enola Horemans
In uitvoering van artikel 6, §3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboetes en tot inning van de boetes in uitvoering van de GAS-wet, worden volgende personen aangeduid als sanctionerend ambtenaar van het lokaal bestuur:
- Mevrouw Lobke Goormans
- Mevrouw Hilde Boydens
- De heer Nils Vanhees
- Mevrouw Ellen van den Heuvel
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de gratis grondafstand goed van een stuk grond met een oppervlakte van 19,38 m², gelegen in 2520 Ranst, Processieweg 40, kadastraal gekend als 1 afdeling, sectie C, deel van nr. 102 N3 door Smet Bart en Jacobs Muriel, wonende Verbrandelei 52 in 2160 Wommelgem.
Art. 2:
De grondafstand kadert in het openbaar belang. De afgestane grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.
Art. 3:
De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de gemeente.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de gratis grondafstand goed van een stuk grond met een oppervlakte van 287,80 m², gelegen in Broechem, Schelkenshof, kadastraal gekend als 3de afdeling, sectie C, deel van nr. 349Y door Immo RDK, Merksplassesteenweg 18 in 2310 Rijkevorsel.
Art. 2:
De grondafstand kadert in het openbaar belang. De afgestane grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.
Art. 3:
De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de aanvrager.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de gratis grondafstand goed van een stuk grond met een oppervlakte van 92,50 m², gelegen in 2520 Emblem, Sint Gummarusstraat 9, kadastraal gekend als 4 afdeling, sectie C, deel van nr. 48P door Dils Tessa, Sint Gummarusstraat 9 in 2520 Emblem.
Art. 2:
De grondafstand kadert in het openbaar belang. De afgestane grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.
Art. 3:
De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de gemeente.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de gratis grondafstand goed van een stuk grond met een oppervlakte van 6 m², gelegen in 2520 Oelegem, Vlotstraat 46, kadastraal gekend als 2 afdeling, sectie C, deel van nr. 500 V3 door Gevaert Glenn.
Art. 2:
De grondafstand kadert in het openbaar belang. De afgestane grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.
Art. 3:
De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de gemeente.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Fernand Bossaerts Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Kevin Helsen Ludo Janssens Gunter Michiels Luc Redig Fons Huysmans Christel Meeus Tine Muyshondt Roel Vermeesch Kevin Helsen Fernand Bossaerts Kurt Stabel Kurt De Belder Katlijn Hofmans Bart Goris Annelies Creten Christel Engelen Mieke Van Rompaey Tim Peeters Jörg Welz Kris Wouters Zoe Helsen Leen Baeten Johan De Ryck aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
Art. 1: Algemene bepaling
De gemeenteraad keurt voorliggende politieverordening goed betreffende de beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5) en voert hiermee de gemeentelijke administratieve sancties in voor de bestraffing van de beperkte snelheidsovertredingen krachtens artikel 29 quater van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, verder Wegverkeerswet genoemd, volgens de procedure zoals hierin bepaald.
Art. 2: Toepassingsgebied
Op basis van deze politieverordening en conform artikel 29 quater van de Wegverkeerswet, kunnen gemeentelijke administratieve sancties opgelegd worden voor beperkte snelheidsovertredingen wanneer cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan:
Art. 3: Administratieve geldboete
§1. De sanctionerende ambtenaar kan overeenkomstig dit reglement bij wijze van administratieve sanctie overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete voor de beperkte snelheidsovertredingen.
§2. De bedragen van de administratieve geldboetes die van toepassing zijn op de beperkte snelheidsovertredingen zijn gelijk aan de bedragen die de Vlaamse Regering bepaalt ter uitvoering van artikel 65, §1, tweede lid van de Wegverkeerswet.
§3. De administratieve geldboete wordt betaald op de wijze die in het betalingsverzoek is bepaald.
Art. 4: Verloop administratieve procedure
De procedure wordt in artikel 29quater §4 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer volledig uiteengezet.
Art. 5: Beslissing om een administratieve geldboete op te leggen
De beslissing om een administratieve geldboete op te leggen, heeft uitvoerbare kracht als ze definitief geworden is. De voormelde beslissing is definitief op een van de volgende tijdstippen:
1° dertig dagen na de kennisgeving van de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid van artikel 29 quater, als er geen beroep is aangetekend;
2° dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vierde lid van artikel 29 quater, als er geen beroep is aangetekend.
Art. 6: Strafrechtelijke procedure bij niet-vervulling voorwaarden
Als de sanctionerend ambtenaar tijdens de procedure vaststelt dat de voorwaarden om een administratieve geldboete op te leggen niet vervuld zijn, brengt hij de vaststeller van de overtreding daarvan op de hoogte zodat de strafrechtelijke procedure kan worden gevolgd.
Art. 7: Sanctionerend ambtenaar
De sanctionerend ambtenaar, aangesteld door de gemeenteraad, staat in voor en waakt over de verwerking en afhandeling van de dossiers omtrent de beperkte snelheidsovertredingen die het voorwerp uitmaken van voorliggend reglement. De sanctionerend ambtenaar neemt in volledige onafhankelijkheid de beslissingen.
Artikel 8. Vaststeller
De vaststelling van de beperkte snelheidsovertredingen moet gebeuren door de bevoegde personen, vermeld in artikel 3 van het Koninklijk besluit 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Art. 9. Beroepsprocedure
Tegen een beslissing van de sanctionerend ambtenaar waarbij een administratieve geldboete wordt opgelegd, kan de overtreder, binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing beroep aantekenen bij de politierechtbank. De politierechtbank oordeelt over de wettelijkheid en de proportionaliteit van de opgelegde administratieve geldboete. Hij kan de opgelegde administratieve geldboete bevestigen of herzien. De beslissing van de politierechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.
Art. 10: Identificatie bestuurder van het voertuig
Indien de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de artikel 67 bis en 67ter van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer van toepassing.
Art. 11: Sanctionerend ambtenaar
In uitvoering van artikel 6, §3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboetes en tot inning van de boetes in uitvoering van de GAS-wet en voor de verwerking van de overtredingen in het kader van artikel 29quater van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, worden volgende personen aangeduid als sanctionerend ambtenaar van het lokaal bestuur:
- Mevrouw Lobke Goormans
- Mevrouw Hilde Boydens
- De heer Nils Vanhees
- Mevrouw Ellen van den Heuvel
Art. 12: Inwerkingtreding en bekendmaking
Het politiereglement betreffende de beperkte snelheidsovertredingen treedt in werking op 1 januari 2026.
Het wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Een uittreksel van onderhavige gemeenteraadsbeslissing wordt aan de sanctionerend ambtenaar van IGEAN bezorgd, alsook aan de korpschef van de politiezone, de griffie van de politierechtbank van Antwerpen en de procureur des Konings.
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt het addendum voor verlenging van de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek met Cultuurconnect goed en machtigt de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur tot ondertekening.
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt het projectplan, het addendum en de samenwerkingsovereenkomst voor de instap bij Velotheek Op Wielekes goed en machtigt de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur tot ondertekening.
Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Wim Van der Schoot Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Fons Huysmans Mieke Van Rompaey Gunter Michiels Johan De Ryck Kris Wouters Tine Muyshondt Roel Vermeesch Bart Goris Kurt De Belder Leen Baeten Luc Redig Katlijn Hofmans Tim Peeters Zoe Helsen Christel Meeus Jörg Welz Christel Engelen Annelies Creten Ludo Janssens Kurt Stabel Guido Wittocx Kevin Helsen Christel Engelen Mieke Van Rompaey Kurt De Belder Annelies Creten Roel Vermeesch Gunter Michiels Luc Redig Fons Huysmans Ludo Janssens Kevin Helsen Bart Goris Kurt Stabel Tim Peeters Katlijn Hofmans Christel Meeus Tine Muyshondt Leen Baeten Kris Wouters Johan De Ryck Jörg Welz Zoe Helsen Guido Wittocx aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Art. 1:
De gemeenteraad besluit het perceel De Voortstraat 8 kadastraal gekend onder 4de afdeling Emblem B/0192/F met een oppervlakte van 2.208 m² openbaar te verkopen. De verkoop kan pas plaatsvinden als de waarde vastgesteld in het schattingsverslag opgemaakt door landmeter expert Marijn Palmans , bedrag minimaal € 405.000, wordt behaald.
Art.2:
De gemeenteraad besluit het in artikel 1 omschreven goed te verkopen via het online platform Biddit met als verkoop houdend notariskantoor Rochtus en Meesters te Zandhoven.
Art.3:
De gemeenteraad besluit in te stemmen goedkeuring te hechten aan de vraag van de Kerkraad om de verkoop optimaal aansluitend met het aanpalend perceel eigendom van de Kerkfabriek te laten plaatsvinden.
Art.4:
De gemeenteraad besluit de heer Roel Vermeesch, voorzitter, en de heer Wim Van der Schoot, algemeen directeur, te machtigen om de gemeente te vertegenwoordigen bij de notariële verplichtingen die voortvloeien uit deze beslissing. De verkoop zal plaatsvinden na goedkeuring van de akte in de gemeenteraad.
Art. 1:
De gemeenteraad keurt de lastvoorwaarden zoals omschreven in het bij dit besluit gevoegde bestek van Antea Group goed voor de realisatie van het project 'weg- en rioleringswerken en aanleg fietspaden Oostmalsesteenweg'. De totale kostprijs voor dit project wordt geraamd op € 7.620.585,48 inclusief btw waarvan het aandeel voor de gemeente Ranst geraamd wordt op € 1.284.288,83 inclusief btw. De gemeente Ranst prefinanciert voor het Vlaamse gewest, via een module 13, ook een bedrag van € 3.929.692,02 inclusief btw.
Art. 2:
De gemeenteraad keurt goed dat bovengenoemde opdracht via Aquafin wordt geplaatst bij wijze van de openbare procedure.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.