Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025 om 22:00.

 

Aanwezig:

Roel Vermeesch - voorzitter

Bart Goris - burgemeester

Katlijn Hofmans, Christel Engelen, Tim Peeters en Tine Muyshondt - schepenen

Luc Redig, Fernand Bossaerts, Johan De Ryck, Leen Baeten, Kevin Helsen, Guido Wittocx, Christel Meeus, Fons Huysmans, Jörg Welz, Annelies Creten, Zoe Helsen, Gunter Michiels, Kurt Stabel, Mieke Van Rompaey, Kris Wouters, Ludo Janssens en Kurt De Belder - gemeenteraadsleden

Wim Van der Schoot - algemeen directeur

Verontschuldigd:

Sonja De Pooter - schepen

Lucas Verbeeck - gemeenteraadslid

gemeenteraadslid Luc Redig verlaat de vergadering vanaf punt 21.

gemeenteraadslid Luc Redig vervoegt de vergadering vanaf punt 22.

gemeenteraadslid Fernand Bossaerts verlaat de vergadering vanaf punt 33.

gemeenteraadslid Kevin Helsen verlaat de vergadering vanaf punt 34.

gemeenteraadslid Fernand Bossaerts vervoegt de vergadering vanaf punt 35.

gemeenteraadslid Kevin Helsen vervoegt de vergadering vanaf punt 35.

gemeenteraadslid Fons Huysmans verlaat de vergadering vanaf punt 46.

gemeenteraadslid Fons Huysmans vervoegt de vergadering vanaf punt 49.

gemeenteraadslid Guido Wittocx verlaat de vergadering vanaf punt 50.

gemeenteraadslid Guido Wittocx vervoegt de vergadering vanaf punt 52.

gemeenteraadslid Fernand Bossaerts verlaat de vergadering vanaf punt 53.

gemeenteraadslid Fernand Bossaerts vervoegt de vergadering vanaf punt 54.

 

De zitting wordt om  geopend.

Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

1. Toevoegen van een agendapunt bij hoogdringendheid - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad voegt het volgende agendapunt toe aan de openbare agenda bij hoogdringendheid: "Weg- en rioleringswerken en aanleg fietspaden Oostmalsesteenweg (project 22.210B “Aansluiting Viersel deel Ranst” en RAN3004) - lastvoorwaarden en plaatsingswijze - goedkeuring".

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Aquafin heeft de aanbesteding van project 22.210B “Aansluiting Viersel deel Ranst” ingepland op vrijdag 6 februari 2026. De uiterste publicatiedatum (Europese publicatie) is daardoor dinsdag 23 december 2025. De gemeente Ranst heeft als medeopdrachtgever een groot aandeel in dit dossier.

In het kader van de gemaakte afspraken met verschillende stakeholders, waarbij een aanvang der werken voorzien is in augustus 2026, is het belangrijk dat de vastgelegde aanbestedingsdatum kan behouden blijven en niet achteruitgeschoven wordt. Na aanbesteding moet er nog een periode voor prijsnazicht, opmaak aanbestedingsverslag en goedkeuring door de opdrachtgevers ingerekend worden alvorens tot sluiting kan overgegaan worden.

Daarom vroeg Aquafin op 10 december 2025 aan de gemeente Ranst om dit punt met hoogdringendheid te behandelen op de gemeenteraad van 15 december 2025.

 

Juridisch kader:

Artikel 23 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en artikel 16, §2 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad zoals goedgekeurd op 20 januari 2025.

Een punt dat niet op de agenda voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen.

Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minste twee derde van de aanwezige leden. De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld.

 

Bijkomende motivering:

Het voorstel vanuit de administratie is dat dit dossier bij hoogdringendheid behandeld wordt zodat aan de uiterste publicatiedatum en de aanbestedingsdatum kan worden voldaan, en dat de timing voor de opstart van de werken in augustus 2026 behouden kan blijven.

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het volgende agendapunt toe aan de openbare agenda bij hoogdringendheid: “Weg- en rioleringswerken en aanleg fietspaden Oostmalsesteenweg (project 22.210B “Aansluiting Viersel deel Ranst” en RAN3004) - lastvoorwaarden en plaatsingswijze - goedkeuring".

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

2. Notulen en zittingsverslag vorige zitting - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 17 november 2025 goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraad vergaderde op 17 november 2025.

 

Juridisch kader:

Artikel 277 §1 en 278§1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig artikel 277 en 278.

De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.

Artikel 32 §1 en §2 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad zoals vastgesteld door de gemeenteraad in de zitting van 28 januari 2019

De notulen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.

Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk gemeenteraadslid of hij voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.

De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad worden opgemaakt in de vorm van een audio opname van de openbare zitting van de gemeenteraad

 

Bijlagen:

-          ontwerp van de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 17 november 2025, opgemaakt door de algemeen directeur

-          audio-opname van de zitting van de gemeenteraad van 17 november 2025

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 17 november 2025 goed.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

3. Meerjarenplan 2025 - aanpassing - vaststelling

 

Omschrijving:

De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2025 vast en keurt het deel van het OCMW goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 september 2024 met de vaststelling van het OCMW-gedeelte van het meerjarenplan 2025-2027

Het besluit van de gemeenteraad van 16 september 2024 met de goedkeuring van het OCMW-gedeelte van het meerjarenplan 2025-2027 en de vaststelling van het integrale meerjarenplan 2025-2027

Er werd een voorontwerp gemaakt van aanpassing van het meerjarenplan 2025 door de algemeen directeur en de financieel directeur, in overleg met het managementteam en het college van burgemeester en schepenen.  Het meerjarenplan van gemeente en OCMW Ranst wordt via voorliggend beleidsrapport aangepast om de kredieten voor 2025 vast te stellen.

 

Juridisch kader:

Artikel 41  3° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het vaststellen van de beleidsrapporten is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

Titel IV van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Deze titel beschrijft de procedure voor de vaststelling van het meerjarenplan.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018, en latere wijzigingen, betreffende de beleids- en de beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Dit besluit geeft een overzicht van de diverse beleids- en beheersrapporten die moeten worden opgemaakt en een aantal regels waaraan de boekhouding van de gemeente moet voldoen.

Ministerieel besluit van 26 juni 2018, en latere wijzigingen, tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

In dit besluit worden de concrete schema's en rekeningstelsels vastgelegd.

 

Bijlagen:

Ranst - Aanpassing meerjarenplan 2025 - basisdocument

Ranst - Aanpassing meerjarenplan 2025 - documentatie

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

3 onthoudingen: Luc Redig (Groen), Annelies Creten (Groen) en Kurt De Belder (Groen)

 

Art. 1:

De gemeenteraad keurt het deel van het OCMW van de aanpassing december 2025 van het meerjarenplan 2025 van gemeente en OCMW Ranst zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed.

 

Art. 2:

De gemeenteraad stelt het deel van de gemeente van de aanpassing december 2025 van het meerjarenplan 2025 van gemeente en  OCMW Ranst vast.

Deze goedkeuring stelt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vast.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Punt bijlagen/links Meerjarenplan_2025_-_aanpassing_-_documentatie.pdf Download
Meerjarenplan_2025_-_aanpassing_-_basisdocument.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

4. Meerjarenplan 2026 - 2031 - integraal - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het integrale meerjarenplan van gemeente en OCMW 2026 - 2031 goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan

vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

In de strategische nota van het meerjarenplan wordt de beleidsverklaring met financiële kerncijfers, de beleidsdoelstellingen en een overzicht van de prioritaire acties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven.

In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. 

Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt. Die besluitvorming gebeurt best als volgt :

-          de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van het meerjarenplan vast

-          de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van het meerjarenplan vast

-          de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.

De raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW keurde het gedeelte van het OCMW van het meerjarenplan 2026 - 2031 goed in zitting van 15 december 2025.

 

Juridisch kader:

Artikel 41  3° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het vaststellen van de beleidsrapporten is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

Titel IV van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Deze titel beschrijft de procedure voor de vaststelling van het meerjarenplan.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018, en latere wijzigingen, betreffende de beleids- en de beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Dit besluit geeft een overzicht van de diverse beleids- en beheersrapporten die moeten worden opgemaakt en een aantal regels waaraan de boekhouding van de gemeente moet voldoen.

Ministerieel besluit van 26 juni 2018, en latere wijzigingen, tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

In dit besluit worden de concrete schema's en rekeningstelsels vastgelegd.

 

Bijkomende motivering:

In de Beleids- en beheerscyclus BBC is een meerjarenplan, bestaande uit een strategisch gedeelte (doelstellingen, actieplannen, acties) en de financiële vertaling daarvan, de basis waarbinnen de verschillende jaarbudgetten passen.

De opmaak van huidige meerjarenplan 2026 – 2031 was een complexe evenwichtsoefening waarbij enerzijds de ambitie leefde om een antwoord te bieden op de talrijke strategische uitdagingen en financiële risico’s waarmee het gemeentebestuur geconfronteerd wordt, maar anderzijds de mogelijkheden gelimiteerd waren door het dubbel financieel evenwichtscriterium dat garant staat voor gezonde gemeentefinanciën op middellange en lange termijn.

Een belangrijk speerpunt daarbij was het voortdurend streven naar efficiënter en beter werken. De grote doelstelling is Ranst te ontwikkelen als een gemeente waar inwoners gehoord worden en kunnen genieten van een hoge levenskwaliteit in een veilige, groene en bruisende leefomgeving. Dit idee is terug te vinden in de beleidsdoelstellingen en in de talrijke concrete actieplannen en acties.

Er werd dit meerjarenplan geopteerd om een onderscheid te maken tussen prioritair en niet prioritair beleid. In de strategische nota (en later in de opvolgingsrapportering en de jaarrekening) wordt gerapporteerd over álle prioritaire acties en in de documentatie over alle acties.

De speerpunten voor dit meerjarenplan zijn vervat in de beleidsdoelstellingen :

-          BD 1 – Ranst is financieel daadkrachtig

-          BD 2 – Ranst is een sterke organisatie waar iedereen mee is

-          BD 3 – Ranst garandeert een menswaardig leven met hoge levenskwaliteit

-          BD 4 – Ranst bruist

-          BD 5 – Ranst is veilig, groen en landelijk

 

Bijlagen:

Ranst - Meerjarenplan 2026 - 2031

Ranst - Meerjarenplan 2026 - 2031 - documentatie

Beleidsverklaring 2026 - 2031

Bijlage1 - omgevingsanalyse

Bijlage 2 - algemeen beleidsprogramma 2025-2030

Bijlage 3 - Voorstelling en resultaten burgerpresentatie - uw mening telt

 

Bijkomende motivering:

Een forse verhoging van de belastingen De gemeentelijke belastingen stijgen met 38%, de Personenbelasting en verkeersbelasting verhoogd met 19% en invoering van GAS 5 voor het innen van snelheidsboetes. Dit alles komt neer op 111 miljoen belastinginkomsten. Dankzij de Vlaamse maatregelen ontvangt Ranst 9,7 miljoen extra inkomsten. De verkoop voor €7,8 miljoen gebouwen en gronden die nu nog eigendom zijn van het OCMW en de gemeente. Niettegenstaande uit de bevraging blijkt dat de meerderheid vindt dat het gemeentelijk patrimonium zo veel mogelijk behouden moet blijven voor de toekomst. Daarboven worden er bovenop die 159 miljoen inkomsten en de lening van 6 miljoen die jullie in 2025 al hebben opgenomen de volgende 5 jaar nog eens 23 miljoen euro aan leningen opgenomen. De schuldgraad van de Ranstenaren was de vorige legislatuur gedaald naar 463 euro per inwoner en zal nu stijgen naar 1.547 euro.

Bovendien zijn er onverantwoorde uitgaven voorzien zoals de aankoop van het KBC-gebouw in Broechem of 2 miljoen euro uit te delen aan jeugd- en sportverenigingen daar hebben menig Ranstenaren hun twijfels over. Een investering van 10 miljoen in een nieuw administratief centrumzal de schuldgraad verhogen maar het is aan het gemeentebestuur om de schuldgraad in toom te houden en geen onverantwoorde uitgaven te doen. Daarom gaat de N-VA fractie dit meerjarenplan niet goedkeuren

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

3 onthoudingen: Luc Redig (Groen), Annelies Creten (Groen) en Kurt De Belder (Groen)

 

Art. 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de goedkeuring van de raad voor maatschappelijk welzijn van 15 december 2025 van het gedeelte OCMW van het meerjarenplan 2026 - 2031 zoals opgenomen in bijlage en keurt het integraal goed.

 

Art. 2:

De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026 - 2031 zoals opgenomen in bijlage in zijn geheel vast.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Punt bijlagen/links Bijlage 2 - Algemeen beleidsprogramma 2025-2030.pdf Download
Bijlage 1 - Omgevingsanalyse.pdf Download
Bijlage 3 - Voorstelling en resultaten burgerpresentatie - uw mening telt.pdf Download
Beleidsverklaring 2025-2031.pdf Download
Meerjarenplan 2026-2031 - documentatie.pdf Download
Meerjarenplan 2026-2031 - basisdocument.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

5. Gemeentelijke dotatie - politiezone Zara 2026 - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de toelage van € 2.855.104 aan de politiezone Zara goed voor het dienstjaar 2026

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeente Ranst maakt deel uit van de politiezone Zara.

Het besluit van de politieraad van 2 oktober 2024 met de goedkeuring van de begroting 2026.

Jaarlijks dient de gemeente een dotatie te betalen aan de politie.

Het besluit van de gemeenteraad van 15 december 2025 met de aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031

 

Juridisch kader:

Artikel 40 en 71 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus

In de meergemeentezones wordt de begroting van het lokaal politiekorps goedgekeurd door de politieraad, overeenkomstig de door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, vastgestelde minimale begrotingsnormen.

De begroting van de politiezone komt ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en van de federale Staat.

Elke gemeenteraad van de zone stemt de dotatie die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort.

De dotatie wordt in de uitgaven van elke gemeentebegroting ingeschreven.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Dotatie politiezone

Actie:

Politie ZARA: veilig en dichtbij

Ramingnummer:

RA000471

Uitgave:

€ 2.855.104

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de toelage van € 2.855.104  aan de politiezone Zara goed voor het dienstjaar 2026.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

6. Aanvullende belasting op personenbelasting - belastingreglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad vestigt een aanvullende belasting op de personenbelasting van 6,5% ten laste van de inwoners voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 met de vaststelling van de aanvullende belasting op de personenbelasting op 6,5% voor de periode 2019-2025.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikelen 465 tot en met 470/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

In afwijking van artikel 464 van het Wetboek inkomstenbelastingen 1992 mogen de gemeenten een aanvullende belasting vestigen op de personenbelasting op de wijze bepaald in titel VIII van hetzelfde wetboek.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Hierbij wordt een billijk evenwicht en een redelijke belastingdruk nagestreefd.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Aanvullende personenbelasting

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000013

Inkomst

€ 57.004.250/periode 2026-2031

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad vestigt een aanvullende belasting op de personenbelasting ten laste van de rijksinwoners voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Art. 2:

De belasting wordt vastgesteld op 6,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Art. 3:

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen geschieden door het toedoen van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en deze belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

 

Art. 4:

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

7. Opcentiemen op de onroerende voorheffing - belastingreglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement goed met betrekking tot de opcentiemen op onroerende voorheffing voor de periode 2026 - 2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeente Ranst heeft een reglement voor vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing. Dit reglement loopt t.e.m. 31 december 2025. Vanaf aanslagjaar 2026 is het wenselijk om dit reglement te hernieuwen, gezien de hervorming van de gemeentelijke belastingen.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 2.1.4.0.2, §1 van de Vlaamse Codex fiscaliteit

Overeenkomstig artikel 464/1, 1° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, zijn de provincies, gemeenten en de agglomeraties gemachtigd om opcentiemen op de onroerende voorheffing te heffen.

Artikel 3.1.0.0.4 , §1 van de Vlaamse Codex fiscaliteit

Als er met toepassing van de bepalingen van deze codex opcentiemen of een opdeciem worden geheven, worden die, samen met de belasting zelf, geïnd door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Artikel 40, lid 3 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

In het geval, vermeld in het tweede lid, 14°, kan de bevoegdheid tot het bepalen van elke vorm van differentiëring van de tarieven van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing worden uitgeoefend mits de volgende voorwaarden worden nageleefd:
 een voorstel van gemeenteraadsbesluit dat een differentiëring van tarieven vaststelt voor de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing moet voorafgaandelijk aan de Vlaamse Regering en de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, vermeld in het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, worden voorgelegd;
2° het dossier dat aan de Vlaamse Regering wordt bezorgd, bevat ten minste een grondige motiveringsnota over de noodzaak van de differentiëring;
3° de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie levert een advies af over de technische uitvoerbaarheid van de beoogde gemeentelijke differentiëring;
4° het advies, vermeld in punt 3°, wordt gevoegd bij het voorstel van gemeenteraadsbeslissing dat aan de gemeenteraad in kwestie wordt voorgelegd.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit. De financiële toestand van de gemeente.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

Tot op heden bedragen de opcentiemen voor alle partijen 705 opcentiemen. De gemeente Ranst hanteert als uitgangspunt dat de lasten van de stedelijke fiscaliteit zo rechtvaardig mogelijk verdeeld worden volgens het principe “de brede schouders dragen de zware lasten”. De differentiatie opcentiemen zorgen voor een betere spreiding van de bijdrage aan het financieel welzijn van de gemeente. Tevens laat dit toe op een administratief eenvoudige manier een stabiele inkomstenstroom voor de gemeente Ranst te waarborgen.

Het getrapt systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het belastbaar kadastrale inkomen (KI). Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken. Het is niet onredelijk om te stellen dat die vraag in de regel ook evenredig toeneemt met het KI, aangezien dit een indicatie van het economisch nut is van het goed.

In het voorstel wordt het algehele basistarief voor de opcentiemen in Ranst verhoogd naar 750 opcentiemen. De basis categorie (dit zijn percelen met een niet-geïndexeerd belastbaar kadastraal inkomen kleiner of gelijk aan €1.250,00) onroerende goederen voor 2026-2031 bedragen dus 750 opcentiemen.

In categorie 1 wordt het opcentiem verhoogd naar respectievelijk: 825,00 (dit zijn percelen met een niet-geïndexeerd belastbaar kadastraal inkomen tussen* €1.251,00 & €5.000,00).

Ten slotte, voor de grootste percelen (categorie 2) met een niet-geïndexeerd belastbaar kadastraal inkomen groter of gelijk aan €5.000,00 wordt de opcentiem verhoogd tot 900.

De geraamde opbrengst van deze differentiatie komt neer op €5.116.666 bijkomende inkomsten over de periode 2026-2031. 

De totale inkomsten uit de opcentiemen onroerende voorheffing worden voor het relevante fiscale jaar 2025 geraamd op € 6.041.567.

De geraamde opbrengst van deze differentiatie komt neer op €792.919,09 bijkomende inkomsten ten opzichte van het fiscale jaar 2025.

De differentiatie opcentiemen zal volgende tarieven bevatten;

 

Categorie

Waarde aanslagjaar

Toelichting

BASIS

750,00

Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner dan of gelijk aan €1.250,00

CATEGORIE 1

825,00

Opcentiemen voor percelen – categorie 1: belastbaar KI tussen* €1.251,00 en €5.000,00

CATEGORIE 2

900,00

Opcentiemen voor percelen – categorie 2: belastbaar KI groter of gelijk aan €5.000,00

* “tussen” X en Y wordt geïnterpreteerd als : groter of gelijk aan X en kleiner dan Y

 

Advies:

Zoals voorgeschreven in artikel 41, lid 3 van het decreet lokaal bestuur moet een voorstel van gemeenteraadsbesluit dat vrijstellingen, verminderingen of differentiëring met lagere tarieven vaststelt voor de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voorafgaandelijk aan de Vlaamse Regering en de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, vermeld in het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, worden voorgelegd.

Op 28 oktober 2025 ontving de gemeente Ranst het positief advies van de Vlaamse belastingdienst omtrent de technische uitvoerbaarheid.

Op 21 november 2025 ontving de gemeente Ranst de goedkeuring over het ontwerpreglement van de Vlaamse Regering.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Opcentiemen op de onroerende voorheffing

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000011

Inkomst:

€ 45.453.699 / periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Advies omtrent technische uitvoerbaarheid van de Vlaamse Belastingdienst

Goedkeuring ontwerpreglement door de Vlaamse Regering

 

Stemverklaring:

De inkomsten uit de opcentiemen stijgen met 13.386.906 euro wat een belastingverhoging van 42% is voor de N-VA. Vandaar dat het N-VA fractie zich niet goedkeuren.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1:

Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:

 

Categorie

Waarde aanslagjaar

Toelichting

BASIS

750,00

Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner of gelijk aan dan  €1.250,00

CATEGORIE 1

825,00

Opcentiemen voor percelen – categorie 1: belastbaar KI tussen* €1.251,00 en  €5.000,00

CATEGORIE 2

900,00

Opcentiemen voor percelen – categorie 2: belastbaar KI groter of gelijk aan €5.000,00

* “tussen” X en Y wordt geïnterpreteerd als : groter of gelijk aan X en kleiner dan Y

 

Art. 2

De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

8. Belasting op bijkomende wooneenheden en kavels voor woningbouw  - belastingreglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het belastingreglement goed met betrekking tot de aanleg en het  onderhoud van de wegbedding bij omgevingsvergunningen met verhoogd ontwikkelingsperceel.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

Voorgesteld wordt om voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting in te voeren voor de begunstigden van omgevingsvergunningen voor bijkomende wooneenheden of kavels die het plaatselijk woonverdichtingspotentieel doen stijgen.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

Een belasting is een eenzijdig opgelegde verplichting vanuit de overheid om financieel bij te dragen tot de financiering van de openbare dienstverlening. Hier staat geen specifieke individuele dienstverlening van de overheid tegenover.

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een billijke verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd. Het is in dat kader redelijk om een belasting op te leggen aan de begunstigden van omgevingsvergunningen voor bijkomende wooneenheden of kavels voor woningbouw die het plaatselijk woonverdichtingspotentieel doen stijgen.

Hoe hoger de realiseerbare woondichtheid van zulk een vergunning, hoe hoger de bijkomende druk op de financiering van de plaatselijke gemeentelijke dienstverlening. Dit onder meer door intensiever gebruik van het aanpalend openbaar domein  door de (toekomstige) eigenaars, leveranciers, bezoekers, afvalophalers, etc. en de bijgevolg verhoogde nood aan (periodiek) onderhoud of zelfs heraanleg. Het verschuldigde bedrag wordt dan ook berekend aan de hand van de woondichtheid en de strekkende meters langsheen de rooilijn van de openbare weg.

Het wordt billijk en maatschappelijk wenselijk geacht om specifieke vrijstellingen te voorzien in het kader van de realisatie van sociale woningen door of in samenwerking met sociale woonmaatschappijen. Deze realisaties gebeuren vanuit het maatschappelijk belang en de opdracht van de maatschappijen.

Wanneer duidelijk wordt dat het ontwikkelingspotentieel definitief niet gerealiseerd zal worden, kan een terugbetaling aangevraagd worden bij de dienst financiën.

In overeenstemming met de relevante decreetgeving wordt een woongelegenheid in het kader van zorgwonen niet beschouwd als een zelfstandige wooneenheid en dus niet als een bijkomende wooneenheid die in het kader van dit reglement belast wordt.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Belasting op aanleg en onderhoud openbaar domein

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA001547

Inkomst:

€ 600.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Stemverklaring:

Johan De Ryck (N-VA) stelt zich de vraag of het opleggen van een belasting volgens het Omgevingsvergunningendecreet wel kan, maar los daarvan gaat het hier wel degelijk puur om een extra belasting. Het is een belasting die de ontwikkelaar gaat doorrekenen in zijn woningprijzen. Dit zorgt ervoor dat de woningprijzen in Ranst nog hoger zullen worden. Vandaar dat de N-VA-fractie gaat tegenstemmen.

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

3 onthoudingen: Luc Redig (Groen), Annelies Creten (Groen) en Kurt De Belder (Groen)

 

Art. 1: Algemeen

De gemeenteraad vestigt een belasting die wordt gekoppeld aan omgevingsvergunningen voor bijkomende wooneenheden en kavels voor woningbouw die het woonverdichtingspotentieel van een perceel doen toenemen, en dit voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

De belasting is van toepassing op omgevingsvergunningen afgeleverd vanaf 1 januari 2026.

 

Art. 2: Definities

§1. Bijkomende kavel: een grond of perceel waarop ingevolge een vergunning verleend na 31 december 2025 een woning kan gebouwd worden via verkavelen, notariële splitsing of door een wijziging van een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan waardoor een grond de bestemming krijgt waar een nieuwe woning kan gebouwd worden.

§2. Bijkomende wooneenheid: een wooneenheid die bijkomend vergund wordt ten opzichte van een op 31 december 2025 reeds vergunde wooneenheid.

Als bijkomende wooneenheid wordt niet beschouwd:

-          een wooneenheid waarvan de bouw vergund wordt op een kavel of kavels die reeds deel uitmaakt(en) van een omgevingsvergunning die onder het toepassingsgebied van deze belasting viel en die past binnen het in de betrokken verkavelingsvoorschriften voorziene aantal wooneenheden;

-          een eerste wooneenheid waarvan de bouw vergund wordt op een vrijliggend perceel langs een voldoende uitgeruste weg;

-          een bijkomende wooneenheid die onder de definitie van zorgwonen valt (zoals bedoeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. 

§3. Verkavelen: een grond vrijwillig verdelen via een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of via een notariële splitsing in twee of meer kavels, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies.

§4. Wooneenheid: elke eenheid in een gebouw die ontworpen of aangepast is om afzonderlijk te worden gebruikt en die minstens over de volgende woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren: een woon- of verblijfsruimte in combinatie met een toilet, een douche of bad en een keuken of kitchenette.

 

Art. 3: Belastingplichtige

De belastingplichtige is de aanvrager van een verleende omgevingsvergunning voor bijkomende wooneenheden of kavels voor woningbouw die het woonverdichtingspotentieel verhogen op de in de vergunning betrokken percelen. Het betreft hier zowel de omgevingsvergunningen voor het realiseren van bijkomende wooneenheden en/of woningbouwpercelen, als voor verkavelingen en/of verkavelingswijzigingen.

 

Art 4: Vrijstellingen

Sociale huisvestingsmaatschappijen zijn vrijgesteld voor wat betreft de bijkomende wooneenheden en kavels die kaderen in de uitvoering van hun wettelijke opdracht.

Vrijgesteld zijn bijkomende kavels en/of wooneenheden begrepen in de omgevingsvergunningsaanvraag waarvan 20% of meer van de zullen dienen voor de realisatie van sociale huisvesting op voorwaarde dat de omgevingsvergunningsaanvrager bij zijn aanvraag een overeenkomst met een sociale huisvestingsmaatschappij en/of sociaal verhuurkantoor toevoegt met een duur van minstens 18 jaar.

 

Art. 5: Vaststelling van het bedrag

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt:

-          bij een woningdichtheid tot en met 15 woningen/ha: € 250 per strekkende meter van de totale perceelbreedte(s) langs de rooilijn, enkel gemeten langs de zijde van de voorgevel van de nieuwe bebouwing

-          bij een woningdichtheid groter dan 15 woningen/ha: € 350 per strekkende meter van de totale perceelbreedte(s) langs de rooilijn, enkel gemeten langs de zijde van de voorgevel van de nieuwe bebouwing

 

Art. 6: Invordering en geschillen

De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het betreft een contantbelasting die wordt ingevorderd via factuur wanneer de omgevingsvergunning wordt verleend. De belasting dient betaald te worden binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.

Wanneer de contantbelasting niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt zij een kohierbelasting en krijgt zij alle kenmerken daarvan.

 

Art. 7:  Relatie met stedenbouwkundige lasten

De toepassing van voorliggend belastingreglement sluit niet uit dat de gemeente bij de omgevingsvergunning een last oplegt zoals bedoeld in artikel 75 van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Art. 8: Terugbetaling

De belasting kan terugbetaald worden wanneer de belastingplichtige aantoont dat de omgevingsvergunning vervallen is, dan wel door het bevoegde orgaan definitief is geweigerd, ingetrokken of vernietigd.

De terugbetaling kan schriftelijk worden aangevraagd bij de gemeente Ranst, dienst financiën, Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Ranst, of via meldingsformulier op www.ranst.be.

De aanvraag moet vergezeld zijn van de bewijsstukken die het verval, de vernietiging, intrekking of definitieve weigering aantonen.

Een weigering die alsnog wordt omgezet in vergunning, maakt de belasting opnieuw verschuldigd.

 

Art. 9: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326 tot en met 335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

9. Registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen - reglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement goed voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen voor de periode 2026 - 2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 21 december 2020 met de goedkeuring van het belastingreglement op de leegstand.

Het besluit van de gemeenteraad van 17 april 2023 met de aanpassing van het belastingreglement op de leegstand.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

De Vlaamse Codex Wonen van 2021

Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De gemeentelijke financiën noodzaken het heffen van diverse belastingen. Hierbij wordt een redelijke en evenredige belastingdruk nagestreefd. Het is in dat kader redelijk om een belasting te vestigen op leegstaande woningen en gebouwen. In bijkomende orde draagt de belasting bij aan de rol die de gemeente middels de Vlaamse Codex Wonen van 2021 heeft gekregen als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. Bovendien is het wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium optimaal benut wordt. De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente is maatschappelijk onwenselijk. Woningen en gebouwen die lang leeg staan zorgen vaak ook voor hinder en overlast in de buurt. Het wordt voor veel burgers ook moeilijker een woning te verwerven. Een nevendoel van de belasting is dan ook het activeren van woningen activeren om te kunnen dienen als hoofdverblijfplaats.

De Vlaamse Codex Wonen geeft aan de Vlaamse gemeenten de mogelijkheid om daartoe een register van leegstaande woningen en gebouwen bij te houden. Een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgelegd. De opsporing en vaststelling van de leegstand van gebouwen en woningen wordt uitgevoerd door het college van burgemeester en schepenen. Het reglement is volledig gebaseerd op de Vlaamse regelgeving. Het eerste reglement voor de vaststelling van de leegstand werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 18 oktober 2010.

De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal meer een effect hebben wanneer de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk belast wordt. De vrijstellingen van belasting die in dit reglement opgenomen zijn, zijn billijk, houden rekening met bijzondere omstandigheden waarmee men in bepaalde situaties geconfronteerd wordt, en sluiten het beste aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Inning van de belasting op leegstand

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000027

Inkomst:

€ 105.000 / jaar

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Aanvraagformulier voor de vrijstelling van belasting op leegstaande gebouwen en woningen.

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan De Ryck (N-VA) verklaart dat de belasting verhoogd wordt van €1.000 naar €1.500, €2.000 naar  €3.000 en €3.000 naar €4.500. De totale belasting bedraagt €630.000 euro wat een verhoging inhoudt €212.698. Daarom gaat de N-VA fractie tegenstemmen.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Hoofdstuk I ― Algemeen

 

Art.1:Algemene bepaling en begrippen

§1. De gemeenteraad voert met voorliggend reglement een register en belasting in voor leegstaande woningen en gebouwen, en dit voor de periode van 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2031 .

§2. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, 3°, boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

  1. Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris;
  2. Bezwaar-/beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
  3. Beveiligde zending: Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1. een aangetekend schrijven;
    2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  1. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  2. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven;
  3. Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen of afgeleverde of gedane omgevingsvergunning of melding in de zin van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;

  1. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie, die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
  2. Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in boek 2, artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  3. Leegstand bij nieuwbouw:

Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

  1. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
  2. Woning: een goed vermeld in Art. 1.3 §1, eerste lid, 66° van boek 1 Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  3. Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    1. de volle eigendom,
    2. het recht van opstal of van erfpacht
    3. het vruchtgebruik.

 

HoofdstukIIRegistratie/indicaties

 

Art.2: Leegstandsregister

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

een lijst “leegstaande gebouwen”;

een lijst “leegstaande woningen”.

Een woning die reeds opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.

§2. In elke lijst worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :

  1. het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
  2. de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
  3. de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht;
  4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
  5. de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

 

Art.3:Inventarisatie van leegstand

§1. Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de registratie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.

§2. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.

§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

§4. De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

-          het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

-          het ontbreken van een aangifte van een tweede verblijf;

-          het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

-          het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

-          een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

-          het vermoeden van domiciliefraude;

-          het vermoeden dat de woning/gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;

-          de onmogelijkheid om het gebouw en woning te betreden;

-          onafgewerkte, vernielde en/of deels gesloopte elementen aan het gebouw/woning;

-          neergelaten rolluiken;

-          uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus of ontbrekende brievenbus

-          namen en opschriften verwijzen niet naar huidige eigenaars, bewoners of gebruikers van het pand

-          niemand valt aan te treffen in de woning of het gebouw, zelfs niet na herhaalde pogingen om aan te bellen of te kloppen aan de deur of pogingen om contact te leggen op het adres van de woning of het gebouw.

-          aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

-          getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent

 

Art.4: Kennisgeving van de inventarisatie

De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris. Bij gebrek aan officiële woonplaats kan de beveiligde zending gebeuren aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht, en bij gebrek daaraan aan het te inventariseren pand.

De kennisgeving bevat:

-          De administratieve akte die het beschrijvend verslag omvat;

-          Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.

 

Art.5:Beroep tegen opname

§1. Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art. 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

-          de identiteit en het adres van de indiener;

-          de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

-          de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister.

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

§4. Het beroepschrift is niet ontvankelijk:

-          als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;

-          als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, zoals bedoeld in art. 1, 12°. van dit reglement of;

-          als het beroepschrift niet is ondertekend.

§5. Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.

§8. Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

§9. De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing over de opname in het leegstandsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.

 

Art.6:Schrappinguithetgemeentelijke register

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt in overeenstemming met de functie.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.

§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

-          de identiteit en het adres van de indiener;

-          de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

-          de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister.

§3. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in art. 5.

 

Art.7: Melding van overdracht

De houder van het zakelijk recht van een in het leegstandsregister opgenomen goed is verplicht om elke kandidaat-kopervoorafteinformerenoverdeopnameinhetleegstandsregistervaneenwoningof gebouw dat hij wil verkopen.

Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht. Hij moet minimaal vermelden:

-          de datum van de overdracht;

-          de naam en het adres van de nieuwe verkrijger(s);

-          de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris;

-          de coördinaten van het betrokken onroerend goed.

 

Hoofdstuk III― Bepalingen over de belasting

 

Art.8: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

§1. Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden van opname verstrijkt.

 

Art.9: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

 

Art.10: Tarief van de belasting

§1. De belasting bedraagt:

-          € 1.500 voor een gebouw

-          € 1.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:

-          € 3.000 voor een gebouw

-          € 3.000 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een derde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:

-          € 4.500 voor een gebouw

-          € 4.500 voor een woning

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herberekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

§2. Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het leegstandsregister.

 

Art.11: Vrijstellingen

§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de inventarisatiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 11 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

§2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft, voor maximum 2 opeenvolgende jaren; en dit enkel voor de woning waar de houder van het zakelijk recht laatst verbleef voor zijn opname in de zorginstelling;
  2. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor maximum 2 opeenvolgende jaren;
  3. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht.
  4. de woning of het gebouw gelegen binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning of het gebouw is aangeduid als te onteigenen goed;
  5. de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
  6. de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  7. de woning of het gebouw onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden wegens een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;
  8. de woning of het gebouw gerenoveerd of gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
  9. de woning of het gebouw gesloopt of gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een sloop of totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar.
  10. de woningen of de gebouwen die een eigenaar om efficiëntieredenen in een groter sociaal project met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximum 5 opeenvolgende jaren worden verkregen, op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont in het project.

 

Art. 12: Inkohiering

Debelastingwordtingevorderdbijwegevaneenkohierdatvastgesteldenuitvoerbaarverklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art.13: Betalingstermijn

Debelastingmoetbetaaldwordenbinnendetweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.

 

Art. 14: Bezwaar

De heffingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Hoofdstuk IV ― Slotbepalingen

 

Art. 15: Inwerkingtreding en uitvoering

§1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.

§2. Het aangepaste belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 17 april 2023, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

§3. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

 

Art 16: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

10. Registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen - reglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement goed voor de registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen voor de periode 2026 - 2031.

 

Motivering:

Relevantevoorgeschiedenis,feitenencontext:

Het besluit van de gemeenteraad van 28 juni 2021 met de goedkeuring van het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen.

Hetbesluitvandegemeenteraadvan17 april 2023metdeaanpassingvanhet belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Juridischkader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomendemotivering:

De gemeentelijke financiën noodzaken het heffen van diverse belastingen. Hierbij wordt een redelijke en evenredige belastingdruk nagestreefd. Het is in dat kader redelijk om een belasting te vestigen op leegstaande woningen en gebouwen. In bijkomende orde draagt de belasting bij aan de rol die de gemeente middels de Vlaamse Codex Wonen van 2021 heeft gekregen als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. Bovendien is het wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium optimaal benut wordt. De verwaarlozing van woningen en gebouwen in de gemeente is maatschappelijk onwenselijk. Woningen en gebouwen die verwaarloosd worden, zorgen vaak ook voor verloedering, hinder en overlast in de leef- en woonomgeving.

De Vlaamse Codex Wonen geeft aan de Vlaamse gemeenten de mogelijkheid om daartoe een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden. Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen is overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig is opgeheven.

Een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van verwaarlozing en de procedure tot vaststelling van de verwaarlozing worden vastgelegd. De opsporing en vaststelling van deverwaarlozing van gebouwen en woningen wordt uitgevoerd door het college van burgemeester en schepenen. Het reglement is volledig gebaseerd op de Vlaamse regelgeving. Het eerste reglement voor de vaststelling en belasting van de verwaarlozing werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 25 februari 2021.

De strijd tegen verwaarloosde woningen en gebouwen zal meer effect hebben wanneer de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk belast wordt.

De vrijstellingen van belasting die in dit reglement opgenomen zijn, zijn billijk, houden rekening met bijzondere omstandigheden waarmee men in bepaalde situaties geconfronteerd wordt, en sluiten het beste aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Financiëlegevolgen:

 

Omschrijving:

Belastingopverwaarloosdewoningenengebouwen

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000992

Inkomst:

26.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

nietvan toepassing

 

Bijlagen:

Model van het technisch verslag van vaststelling verwaarlozing;

Aanvraagformulier voor de vrijstelling van belasting op verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan de Ryck (N-VA) verklaart dat de belasting opnieuw verhoogd wordt naar analogie met de leegstaande gebouwen. Daarom gaat de N-VA fractie tegenstemmen.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Hoofdstuk I ― Algemeen

 

Art. 1: Algemene bepaling en begrippen

§1. De gemeenteraad voert met voorliggend reglement een register en belasting in voor verwaarloosde woningen en gebouwen, en dit voor de periode van 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2031 .

§2. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, 3°, boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

  1. Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris;
  2. Bezwaar-/beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
  3. Beveiligde zending: Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1. een aangetekend schrijven;
    2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  1. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  2. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in Boek 2, Deel 2, Titel 4 van de Vlaamse Codex Wonen;
  3. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het verwaarlozingsregister wordt ingeschreven;
  4. Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
  5. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
  6. Woning: een goed vermeld in Art. 1.3 §1, eerste lid, 66° van boek 1 Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  7. Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    1. de volle eigendom;
    2. het recht van opstal of van erfpacht;
    3. het vruchtgebruik.

 

HoofdstukIIRegistratie/indicaties

 

Art.2: Register van verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. De administratie houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.

§2. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :

  1. het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
  2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of gebouw;
  3. de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht;
  4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
  5. de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

§3. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Art.3:Inventarisatie van de verwaarlozing

§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarlozing belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.

§2. Een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning wordt opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen aan de hand van een genummerde administratieve akte. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum.

§3. De verwaarlozing van een woning of een gebouw wordt vastgesteld aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten. De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in positieve noch in negatieve zin. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.

 

Art. 4: Kennisgeving van de inventarisatie

De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Bij gebrek aan officiële woonplaats kan de beveiligde zending gebeuren aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht, en bij gebrek daaraan aan het te inventariseren pand.

De kennisgeving bevat:

-          De genummerde administratieve akte;

-          Het technisch verslag;

-          Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;

-          Informatie met betrekking tot de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;

-          Informatie met betrekking tot de mogelijkheid tot schrapping uit het register.

 

Art.5:Beroep tegen opname

§1. Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art. 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

-          de identiteit en het adres van de indiener;

-          de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

-          de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

§4. Het beroepschrift is niet ontvankelijk:

-          als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;

-          als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, zoals bedoeld in art. 1, 10°. van dit reglement of;

-          als het beroepschrift niet is ondertekend.

§5. Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.

§8. Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing.

§9. De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing over de opname in het verwaarlozingsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.

 

Art.6:Schrappinguithetgemeentelijke register van verwaarloosdewoningen en gebouwen

§1. Een woning wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in art. 3, 12 punten of meer zouden opleveren.

§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

-          de identiteit en het adres van de indiener;

-          de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

-          de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§3. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§4. De administratie neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

§5. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§6. Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in art. 5.

 

Art.7: Melding van overdracht

De houder van het zakelijk recht van een in het verwaarlozingsregister opgenomen goed is verplicht om elke kandidaat-kopervoorafteinformerenoverdeopnameinhetverwaarlozingsregistervaneenwoningof gebouw dat hij wil verkopen.

Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht. Hij moet minimaal vermelden:

-          de datum van de overdracht;

-          de naam en het adres van de nieuwe verkrijger(s);

-          de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris;

-          de coördinaten van het betrokken onroerend goed.

 

HoofdstukIII ― Bepalingen over de belasting

 

Art. 8: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register.

Zolang het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning niet uit het gemeentelijk register is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden van opname verstrijkt.

 

Art.9: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Deinstrumenterendeambtenaarsteltdeadministratiebinnentweemaandennahetverlijdenvande authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

 

Art.10: Tarief enberekening van de belasting

§1. De belasting bedraagt:

-          € 1.500 voor een gebouw;

-          € 1.500 voor een woning.

Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat, bedraagt de belasting:

-          € 3.000 voor een gebouw;

-          € 3.000 voor een woning.

Indien het gebouw of de woning een derde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat bedraagt de belasting:

-          € 4.500 voor een gebouw;

-          € 4.500 voor een woning.

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herberekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

§2. Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het verwaarlozingsregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het verwaarlozingsregister.

 

Art. 11:Vrijstellingen

§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de inventarisatiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 11 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

§2. Van de belasting op verwaarlozing zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht;
  2. de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning of het gebouw is aangeduid als te onteigenen goed;
  3. de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
  4. de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  5. de woning of het gebouw gerenoveerd of gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
  6. de woning of het gebouw gesloopt of gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een sloop of totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar;
  7. de woningen of de gebouwen die een eigenaar om efficiëntieredenen in een groter sociaal project met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximum 5 opeenvolgende jaren worden verkregen, op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont in het project.

 

Art. 12: Inkohiering

Debelastingwordtingevorderdbijwegevaneenkohierdatvastgesteldenuitvoerbaarverklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art.13: Belastingstermijn

Debelastingmoetbetaaldwordenbinnendetweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.

 

Art. 14: Bezwaar

De heffingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen)

 

Hoofdstuk IV ― Slotbepalingen

 

Art. 15: Inwerkingtreding en uitvoering

§1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

§2. Het aangepaste belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 17 april 2023, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

§3. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

 

Art 16: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

11. Belasting op het niet correct aansluiten op de riolering - belastingreglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het niet correct aansluiten op de riolering goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeentelijke financiën moeten adequaat zijn om de gemeentelijke bevoegdheden uit te oefenen en de taken van het lokaal bestuur behoorlijk uit te kunnen blijven voeren. Hierin kadert voorliggend belastingreglement inzake de niet correcte aansluiting op de riolering. In ondergeschikte orde heeft de belasting als nevendoel om onwenselijke gedragingen en situaties inzake de scheiding van afvalwater en hemelwater te ontmoedigen.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

Het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018 betreffende het integraal waterbeleid

Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement

Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (titel II van het VLAREM)

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De gemeente staat voor behoorlijke financiële uitdagingen. Het heffen van belastingen is een noodzakelijk middel om de bevoegdheden van het lokaal bestuur degelijk uit te kunnen oefenen en de gemeentelijke taken naar behoren te kunnen blijven opnemen. Hierin kadert het hoofddoel van voorliggende belasting inzake de niet correcte aansluiting op de riolering.

Het is omwille van de impact van dergelijke situaties billijk om van de eigenaars van niet correct aangesloten woningen een bijdrage te vragen. Als ondergeschikt beleidsmatig nevendoel beoogt de belasting de ontmoediging van situaties van niet correcte aansluiting op de riolering, die onder meer volgende maatschappelijk onwenselijke gevolgen met zich mee brengen:

-          zij betekenen een stap achteruit inzake de eerste stap om infiltratie, buffering en hergebruik van hemelwater op particulier domein te realiseren en op deze wijze het risico op overstromingen in lager gelegen gebieden te beperken.

-          zij dragen ertoe bij dat rioleringsstelsels onnodig worden belast en overstorten minder in werking treden. De aanvoer van niet-vervuild hemelwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties moet zoveel mogelijk beperkt worden om deze installaties naar behoren te laten werken.

-          zij zijn nadelig in het kader van de vereisten om als gemeentebestuur nog in aanmerking te komen voor subsidiëring van de gemeentelijke rioleringen. Niet correcte aansluiting op de riolering ondermijnt bovendien de aanzienlijke investeringen van de gemeente in het gescheiden rioleringsstelsel.

Het wordt om billijkheidsredenen redelijk geacht om specifieke vrijstellingen te voorzien voor nieuwe eigenaars en eigendommen volledig gelegen in een onteigeningsplan.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Belasting op niet correcte aansluiting op de riolering

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA001580

Inkomst:

€ 4.000 /periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan De Ryck (N-VA) ervaart dit als een nieuwe belasting die de inwoners treffen. Daarom gaat de N-VA fractie tegenstemmen.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1: Algemeen

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn van zes jaar eindigend op 31 december 2031 heft de gemeenteraad overeenkomstig voorliggend reglement een belasting op het niet correct aansluiten op de riolering in functie van de scheiding van hemelwater en afvalwater.

 

Art. 2: Beoogde situatie

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het gebouw, waarvoor op 1 januari van het aanslagjaar wordt vastgesteld dat:

  1. men niet beschikt over een verplicht conform keuringsattest, binnen een termijn van zes maanden na de tweede aanmaning van de rioolbeheerder;
  2. een nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting niet werd aangevraagd bij en uitgevoerd in opdracht van de rioolbeheerder en 'eigenhandig' (zelf of door eigen aangestelde aannemer) werd gerealiseerd, en waarvan zes maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder de aansluiting niet werd geregulariseerd;
  3. gelegen binnen het individueel te optimaliseren buitengebied, waar zes maanden na de uiterste datum zoals vastgesteld in het uitvoeringsplan van het gemeentelijke zoneringsplan, niet voorzien is in een goed werkende individuele waterzuiveringsinstallatie (IBA).

 

Art. 3: Belastingplichtige

§1. De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het belastbaar goed.

§2. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of van vruchtgebruik bestaat, is respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

§3. Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.

 

Art. 4: Procedure

§1. De overtreder zal alvorens hij belast wordt schriftelijk gevraagd worden om zich binnen een redelijke termijn van drie maanden in orde te stellen met de toepasselijke wetgeving en opgelegde voorwaarden.

§2. Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar stelt per 1 januari van elk aanslagjaar het volgende vast, nadat de termijn van drie maanden waarvan sprake in §1 verstreken is:

-          het ontbreken van een verplicht keuringsattest privéwaterafvoer

-          het ontbreken van een conform keuringsattest privéwaterafvoer

-          de ontvangst van een melding van de rioolbeheerder dat een nieuwe of gewijzigde rioolaansluiting illegaal werd uitgevoerd

-          het ontbreken van een goed werkende IBA

De belasting wordt als volgt berekend:

-          Voor de eerste twaalf maanden na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van € 100 per begonnen maand,

-          Vanaf de dertiende maand na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van € 200 per begonnen maand.

De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was.

Deze belasting geldt onverminderd de kosten die worden aangerekend voor de keuring, controle, aanpassingswerken en eventuele aansluitingsvergoedingen.

§3. Indien de controle wordt geweigerd door de betrokken eigenaar, wordt er vanuit gegaan dat de eigenaar niet in orde is met onderhavig reglement en wordt de belasting geheven.

§4. De belasting blijft verschuldigd zolang de eigenaar geen conform keuringsattest bezorgt aan het gemeentebestuur.

 

Art. 5: Vrijstellingen

§1. Aanvraag vrijstelling

De aanvraag voor een vrijstelling van de belasting moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen 30 dagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, via beveiligde zending.

De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hierna in dit reglement beschreven, dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

§2. Vrijstelling voor een nieuwe eigenaar zoals bedoeld in artikel 3.

De nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van de belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte.

§3. Vrijstelling voor gebouwen volledig gelegen binnen een onteigeningsplan

De eigenaar, zoals bedoeld in artikel 3, van woningen en/of gebouwen die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.

 

Art. 6: Inning

De belasting wordt jaarlijks ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

De kohierbelasting moet worden betaald binnen een periode van twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art. 7: Bezwaarprocedure

De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 45 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger.

 

Art. 8: Inwerkingtreding en bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031, en wordt bekendgemaakt conform het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Een eensluidend afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan de rioolbeheerder Water-link en de VMM.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

12. Belasting op de verspreiding van reclame - belastingreglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement goed met betrekking tot de belasting op reclame voor de aanslagjaren 2026-2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraad keurde op 21 december 2020 het belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op reclame voor de aanslagjaren 2021-2025.

Op 21 oktober 2024 keurde de gemeenteraad een aanpassing aan het belastingreglement op het verspreiden van reclame goed.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven, waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd. Hierin kadert voorliggend belastingreglement op het verspreiden van reclamedrukwerk. Het is billijk om een bijdrage te vragen van de verantwoordelijke uitgevers van commercieel reclamedrukwerk dat in de gemeente wordt verspreid.

In ondergeschikte orde draagt de belasting bij tot het verminderen van de ecologische impact van het verspreiden van zulk een reclamedrukwerk.

Het is redelijk verantwoord om reclamedrukwerk van het formaat A4 of kleiner vrij te stellen van de belasting, gezien de kleinere impact van drukwerk van zulke geringe omvang.

Verder worden publicaties van openbare besturen en socioculturele en sportverenigingen zonder winstoogmerk vrijgesteld. Hun publicaties worden niet aangemerkt als verspreiding van commerciële reclame, maar beogen het informeren van burgers vanuit hun openbare en maatschappelijke of socioculturele functie.

Volgende wijzigingen worden aangebracht tegenover het reglement van 21 oktober 2024:

-          Verhoging van tarief per verspreid exemplaar 0.03 euro

-          Verhoging van de minimumbelasting naar 150 euro

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Innen van belastingen op verspreiding van reclame

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000025

Inkomst:

€ 630.000/periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan De Ryck (N-VA) stelt vast dat de belasting een verhoging van €55.305 genereert wat een verhoging van 10% is maar omdat dit een sturende belasting is die het milieu ten goede komt zal de N-VA fractie zich onthouden bij de stemming.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 onthoudingen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1: Voorwerp

Er wordt vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente Ranst.

De belasting is verschuldigd telkenmale er een huis-aan-huis verspreiding van reclamedrukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt.

 

Art. 2: Definities

§1. Onder reclamedrukwerk wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, en die erop gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.

§2. Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.

§3. Onder huis-aan-huis verspreiding wordt verstaan het systematisch achterlaten van het drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.

 

Art. 3: Belastingbedrag

De belasting wordt vastgesteld op € 0,03 per exemplaar met een minimum van € 150 per verspreiding.

 

Art. 4: Vrijstellingen

De volgende publicaties zijn van de belasting vrijgesteld:

-          publicaties van publiekrechtelijke rechtspersonen

-          publicaties van socioculturele en sportverenigingen

-          publicaties kleiner of gelijk aan A4 met maximum 4 bladzijden

 

Art. 5: Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever.

Indien de verantwoordelijke uitgever niet gekend is of indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting solidair in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler van het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product.

Indien de verantwoordelijke uitgever een natuurlijk persoon is met als adresgegevens de maatschappelijke zetel of vestigingszetel van een rechtspersoon, wordt de rechtspersoon geacht de verantwoordelijke uitgever te zijn.

 

Art. 6: Aangifteplicht

De belastingplichtigen zijn er toe gehouden aangifte te doen van de belastbare  elementen. De belastingplichtigen dienen binnen de 15 dagen na elk verstreken kwartaal aangifte te doen van de verspreiding van het reclamedrukwerk of daarmee gelijkgesteld product in het desbetreffende kwartaal. Dit betekent voor verdelingen in het 1ste kwartaal dus uiterlijk op 15 april, verdelingen in het tweede kwartaal dus 15 juli, verdelingen in het derde kwartaal dus 15 oktober en verdelingen in het vierde kwartaal dus 15 januari van het volgende jaar.

Deze aangifte zal vergezeld zijn van een specimen van het te verspreiden drukwerk of  daarmee gelijkgesteld product en vermeldt de oplage en de datum van de verspreiding.

 

Art. 7: Ambtshalve inkohiering

§1. Bij gebrek van aangifte binnen de gestelde termijn zoals opgenomen in artikel 6 of in geval van onjuiste of onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting van ambtswege ingekohierd overeenkomstig  artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

§2. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag ten bedrage van 100% van de verschuldigde belasting.

 

Art. 8: Invorderingsprocedure

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 9: Bezwaarprocedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelasting en latere wijzigingen.

 

Art. 10: Inwerkingtreding

Het aangepaste belastingreglement op de verspreiding van reclame goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 oktober 2024 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026, en vervangen door bovenstaand belastingreglement voor een periode die start op 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Art. 11: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

13. Belasting op motoren - belastingreglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement op de belasting op motoren goed voor de aanslagjaren 2026-2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraad keurde op 16 december 2019 het belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op motoren voor de aanslagjaren 2020-2025.

De gemeenteraad keurde op 15 januari 2024 het gewijzigde belastingreglement goed met betrekking tot de belasting op motoren voor de aanslagjaren 2020-2025, waarbij het vorige reglement vanaf die datum werd opgeheven.

Voormeld reglement loopt af op 31 december 2025. Voorgesteld wordt met voorliggend besluit een nieuw reglement aan te nemen inzake de belasting op motoren.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd. Het is redelijk verantwoord om een belasting te heffen op de motoren gebruikt voor nijverheids-, landbouw- en handelsdoeleinden, en door de beoefenaars van vrije beroepen.

Om billijkheidsredenen wordt er middels een aantal vrijstellingen rekening gehouden met het daadwerkelijk betrokken zijn van de belaste motoren in de bedrijfsuitoefening. Een aantal belastingverminderingen staan toe rekening te houden met een eventuele verminderde activiteit van belaste motoren.

Ten opzichte van het vorige belastingreglement wordt een bijkomende vrijstelling redelijk geacht tot 50 kilowatt. Indien het totale motorvermogen kleiner dan of gelijk is aan 50 kilowatt, is dat vermogen volledig vrijgesteld van zowel de belasting, als van de aangifteplicht. Wanneer het totale vermogen meer dan 50 kilowatt bedraagt, geldt er aangifteplicht en moet de belastingplichtige ook het vrijgestelde gedeelte van het totale vermogen aangeven.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Inning belasting op motoren

Actie:

Ranst int belastingen en overdrachten correct en tijdig

Ramingnummer:

RA000024

Inkomst:

€ 429.115/jaar

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan De Ryck (N-VA) verwijst naar de vorige legislatuur waarbij de huidige meerderheid deze belasting niet meer relevant vond. Het idee om fiscale elementen te gebruiken om gedragsverandering te bevorderen en milieuvriendelijke keuzes te stimuleren zover zijn we hier nog niet. Er werd de toenmalige meerderheid een gebrek aan visie verweten en deze belasting te definiëren als een achterhaalde belasting.” Merkwaardig volgens het gemeenteraadslid dat deze belasting opnieuw wordt weerhouden.

Ten opzichte van het vorige belastingreglement wordt er enkel een volledig vrijstelling van zowel de belasting, als van de aangifteplicht tot 50 kilowatt ingevoerd. Volgens het gemeenteraadslid is dit beperkt aangezien de belasting op motoren met 15% daalt terwijl diezelfde belastingplichtigen hun opcentiemen op de onroerende voorheffing met 42% zien stijgen. Vandaar dat de N-VA fractie zal tegenstemmen.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1: Belastbare grondslag, belastingplichtige en tarieven

§1. Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031  een belasting gevestigd op de motoren gebruikt voor nijverheids-, landbouw- en handelsdoeleinden, evenals op deze gebruikt door de beoefenaars van vrije beroepen, en dit ten laste van de natuurlijke personen of rechtspersonen en feitelijke verenigingen of vennootschappen die houder zijn van deze in of buiten werking zijnde motoren, waarvan zij al dan niet eigenaar zijn.

§2. De belasting slaat op alle motoren, ongeacht de gebruikte energie waarmee deze aangedreven worden. De belasting betreft enkel de motoren die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente Ranst gevestigd zijn.

De belasting is verschuldigd ongeacht of de motoren voor de exploitatie van de inrichting of van haar bijgebouwen worden gebruikt. Dienen als bijgebouw van een inrichting beschouwd te worden, iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is. Wanneer, hetzij een inrichting, hetzij een zoals hierboven bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met één of meer bijgebouwen, of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd, indien hetzij de inrichting zelf, hetzij het voornaamste bijgebouw in de gemeente gevestigd is.

§3. De belasting bedraagt € 12,50 per eenheid en per breuk van kilowatt voor het totaal motorvermogen van minder dan 100 kilowatt en € 18,50 per eenheid en per breuk van kilowatt voor de schijf van het totaal motorvermogen gelijk aan of hoger dan 100 kilowatt.

De aanslag bedraagt minimaal € 25 .

De belasting wordt berekend op grond van de belastbare (gebruikte) motorenkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Zij wordt berekend per maand en elk gedeelte ervan wordt voor een volledige maand geteld. Indien een motor evenwel tijdens dezelfde maand belastbaar is in verschillende gemeenten, is de belasting verschuldigd aan de gemeente met het grootst aantal dagen gebruik. Is dit aantal gelijk, dan wordt de belasting evenredig per halve maand verdeeld.

Een motor die voor de eerste maal in werking wordt gesteld, is belastbaar vanaf de volgende maand.

§4. Nieuwe vestigingen die motoren voor een eerste keer in gebruik nemen, dienen deze motoren aan te geven in het lopend dienstjaar en zullen een eerste keer belast worden in het lopend dienstjaar te rekenen vanaf de maand volgend op de in dienst name.

Vestigingen die hun bedrijvigheid stopzetten in de loop van een lopend dienstjaar zullen voor dat kalenderjaar niet meer belast worden. Deze dienen binnen de maand na stopzetting het gemeentebestuur hiervan op de hoogte te brengen.

 

Art. 2: Hydraulische toestellen

De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in gemeen overleg tussen de belanghebbende en het gemeentebestuur. Het staat de belanghebbende vrij in geval van onenigheid, een tegenexpertise uit te lokken.

 

Art. 3:  Tractoren, terreinvoertuigen, trekkers, nijverheidsvoertuigen, locomotieven en nijverheidsmachines

De tractoren, terreinvoertuigen (zoals autobussen, auto’s en dergelijke die enkel voor intern gebruik op het terrein benut worden), trekkers, nijverheidsvoertuigen (zoals asfalteermachines, rupskranen, pletwalsen, bulldozers graafmachines, laadschoppen en zonder dat deze opsomming limitatief is), locomotieven, nijverheidsmachines (zoals mobiele compressoren, trilplaten, ladderliften en zonder dat deze opsomming limitatief is) worden belast volgens volgende tabel:

Cilinderinhoud van de motoren op diesel, benzine of gas: kW

-          van 0 cm³ tot 499 cm³ = 2

-          van 500 cm³ tot 2 499 cm³ = 7

-          van 2 500 cm³ tot 4 999 cm³ = 15

-          van 5 000 cm³ tot 7 499 cm³ = 22

-          van 7 500 cm³ tot 9 999 cm³ = 29

-          van 10 000 cm³ tot onbeperkt = 37

 

Art. 4: vorkheftrucks, reachtrucks, stackers en straddle carriers

De vorkheftrucks, reachtrucks, stackers en straddle carriers worden belast volgens hun maximaal hefvermogen zoals vermeld in volgende tabel:

Maximaal hefvermogen: kW

-          van 0 kg tot 999 kg = 5

-          van 1 000 kg tot 1 999 kg = 8

-          van 2 000 kg tot 5 999 kg = 15

-          van 6 000 kg tot 19 999 kg = 20

-          van 20 000 kg tot 29 999 kg = 25

-          van 30 000 kg tot 44 999 kg = 30

-          van 45 000 kg tot onbeperkt = 40

 

Art. 5: Vrijstellingen

§1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

-          de motor die heel het onmiddellijk voorafgaande jaar niet werd gebruikt; deze non-activiteit moet blijken uit desbetreffende, om de drie maanden te hernieuwen, schriftelijke berichten aan het gemeentebestuur, zoals voorzien bij artikel 7. Wat het eerste jaar van de belastingheffing aangaat, is het bewijs van de non-activiteit evenwel met alle mogelijke rechtsmiddelen te leveren

-          de motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld en voor zo ver deze voertuigen dienen voor het vervoer van personen of goederen over de openbare weg.

-          de motor van een draagbaar en tegelijk handbediend toestel

-          de motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met dat benodigd voor het drijven van een generator

-          de door perslucht aangedreven motor

-          de motoren die gebruikt worden voor het afvoeren van overtollig water

-          de motoren van vaartuigen dienende voor transport van goederen

-          de reservemotor, i.e. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn tewerkstelling niet als gevolg heeft dat de productie van de betrokken inrichting verhoogd wordt; de reservemotor kan aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren

-          de wisselmotor, i.e. deze die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als de andere die hij tijdelijk moet vervangen; de wisselmotor kan aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren

-          motoren die instaan voor de brandveiligheid (zoals sprinklermotoren, compressor om brandluiken te bedienen, enz. …)

-          de motoren die instaan voor hygiënische ventilatie (vb.  dampkap in een frituur, afzuiging in garages aan uitlaten, afzuiging voor lasdampen bij het lassen). Motoren die gebruikt worden voor het conditioneren van arbeidsruimtes zijn  wel belastbaar .

§2. Elke belastingplichtige geniet een vrijstelling tot 50 kilowatt. Indien het totale motorvermogen kleiner dan of gelijk is aan 50 kilowatt, is dat vermogen volledig vrijgesteld van zowel de belasting, als van de aangifteplicht.

 

Art. 6: Aangifte

Voor totale motorvermogens kleiner of gelijk aan 50 kilowatt, geldt er geen aangifteplicht. Wanneer het totale vermogen meer dan 50 kilowatt bedraagt,  geldt er aangifteplicht en moet de belastingplichtige  ook het vrijgestelde gedeelte van het totale vermogen aangeven.

De belastingplichtige met aangifteplicht moet voor 30 april van het aanslagjaar aangifte doen door middel van het formulier dat hem door het gemeentebestuur wordt toegestuurd. De belastingplichtige die het formulier niet zou ontvangen hebben, moet deze aangifte spontaan doen, en dit eveneens voor 30 april van het aanslagjaar.

 

Art. 7: Belastingvermindering bij verdwijning, buiten gebruik stellen of tijdelijk stilleggen

§1. De verdwijning of het definitief buiten gebruik stellen in de loop van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar van een belastbare motor brengt een belastingvermindering mee. Deze vermindering gaat in vanaf de maand volgend op het bericht, gezonden aan het gemeentebestuur, betreffende de verdwijning of het buiten gebruik stellen.

§2. Het stilleggen van een ononderbroken tijdvak gelijk aan of groter dan een maand, met uitzondering van de jaarlijkse verplichte vakantieperiode, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden dat het toestel gedurende het jaar voorafgaand aan het belastingjaar ononderbroken buiten werking is geweest. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag op vier weken of één week werk na vier weken inactiviteit in de bedrijven die met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.

Om deze evenredige vermindering te kunnen genieten, moet de belanghebbende aan het gemeentebestuur een schriftelijk bericht gegeven hebben van de dag waarop de motor stilligt en van de dag waarop hij terug in werking wordt gesteld. Een ontvangstbewijs zal aan de belanghebbende worden afgeleverd. Dit bericht moet om de drie maand hernieuwd worden. De vermindering van belasting geldt vanaf de maand af volgend op deze wederinwerkingstelling. De berichtgeving is van substantiële aard en op straf van verval voorgeschreven. Wat het eerste jaar van de belastingheffing aangaat, is het bewijs van tijdelijke non-activiteit of van de definitieve buitengebruikstelling nochtans met alle mogelijke rechtsmiddelen te leveren. Indien vastgesteld wordt dat de motor werkt voor het geven van het bericht van wederinwerkingstelling, zal geen vermindering toegestaan worden, hoelang de stillegging ook heeft geduurd.

 

Art. 8: Berekening op basis van maximumkwartuurvermogen

§1. Wanneer de installaties van een nijverheidsbedrijf voorzien zijn van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen, waarvan de opnemingen maandelijks door de leveranciers van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan en bovendien het bedrijf belast werd op grond van het bepaalde in de artikelen 1 tot 7 gedurende de periode van tenminste twee jaar, wordt het bedrag der belastingen betreffende de volgende dienstjaren, op verzoek van de exploitant, vastgesteld op basis van een belastbaar vermogen bepaald in functie van de variatie, van het ene tot het andere jaar, van het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens. Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingsjaar op grond van het bepaalde in artikel 1 tot 7 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar, deze verhouding wordt “verhoudingsfactor” genoemd. Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor. De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de kwartuurvermogens van een jaar niet meer dan 20% verschilt van die van het refertejaar, d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor. Bedraagt het verschil meer dan 20% dan telt het bestuur de belastbare elementen teneinde een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen. Het jaar volgend op dat waarin de 20% wordt overschreden, wordt het bedrijf belast op basis van deze nieuwe telling van de belastbare elementen.

§2. Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moeten de exploitanten, voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen, welke in zijn installaties werden opgenomen tijdens het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan hij om toepassing van deze bepalingen verzoekt; hij moet er zich voorts toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave der maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen van het belastingjaar te voegen en het bestuur toe te laten te allen tijde de in zijn installaties gedane metingen van het maximumkwartuurvermogen, vermeld op de facturen van elektrische energie, te controleren. De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag verkiest, verbindt zich door zijn keuze voor een tijdvak van vijf jaar. Behoudens verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van het tijdvak, wordt dit stilzwijgend verlengd voor een nieuw tijdvak van vijf jaar.

§3. Voor bedrijven die reeds voor de ingangsdatum van dit reglement opteerden voor de berekening op basis van de maximumkwartuurvermogens wordt bij aanvang van dit reglement opnieuw de verhouding berekend tussen het vermogen, dat voor het jaar voorafgaand aan de ingangsdatum op grond van het bepaalde in artikel 1 tot 7 belastbaar is en het rekenkundig gemiddelde der twaalfmaandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar. Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met deze verhoudingsfactor.

 

Art. 9:Ambtshalve vestiging en verhoging

§1. Bij gebrek aan aangifte zoals vermeld in artikel 6, voor 30 april van het aanslagjaar, of bij onjuiste, onvolledige, of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

§3. De overeenkomstig dit artikel ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag ten bedrage van 10% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding en 50% van de verschuldigde belasting bij elke volgende overtreding.

 

Art 10: Invordering en geschillen

§1. De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

§2. De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelasting.

 

Art 11: Slotbepalingen

§1. Het belastingreglement op motoren zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 15 januari 2024 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vervangen door voorliggend belastingreglement.

§2. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

14. Retributie privaat gebruik van het openbaar domein voor bepaalde activiteiten - retributriereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt een retributiereglement goed voor het privaat gebruik van het openbaar domein voor bepaalde activiteiten.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het belastingreglement op de private inname van het openbaar domein geldt tot 31 december 2025.

Voorgesteld wordt om met ingang van 1 januari 2026 voorliggend reglement aan te nemen met betrekking tot het vestigen van een retributie op het privaat gebruik openbaar domein of openbare weg voor werken, verhuisactiviteiten, horecaterrassen, het uitstallen van handelswaren en het uitoefenen van ambulante en kermisactiviteiten buiten de openbare markten en de openbare kermissen.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 173 van de Gecoördineerde Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De invoering van voorliggende retributie beoogt om het gebruik van het openbaar domein voor bepaalde private activiteiten redelijk en in verhouding tot de betrokken dienst te doen vergoeden door de gebruikers.

De dienst van de beschikbaarstelling van het openbaar domein of (de berm van) de openbare weg door de overheid heeft de nodige impact op en bijbehorende administratieve en logistieke kosten voor haar werking als openbaar bestuur, en met name haar taken inzake het beheer van het openbaar domein en de gemeentewegen en het vrijwaren van het veilig en vlot wegverkeer.

De tarieven worden in verhouding tot deze impact bepaald en onder meer door het in rekening brengen van de mate van onderbreking van de normale beschikbaarheid van het openbaar domein en de openbare weg,  van de door het in gebruik genomen oppervlak en van de duur van het gebruik.

Voor werken en verhuisactiviteiten wordt de retributie pas aangerekend na de eerste drie dagen. Door aldus werken en verhuisactiviteiten van bepaalde beperkte duur vrij te stellen, wordt de geringe impact ervan op de gemeentelijke dienstverlening erkend, worden redelijkerwijze onnodige hinder van het dagdagelijks economische en maatschappelijk verkeer vermeden en wordt een spaarzaam privaat gebruik van het openbaar domein gestimuleerd dat niet langer duurt dan nodig.

Wanneer er een openbare weg wordt afgesloten, geldt daarentegen een vast tarief per dag vanaf de eerste dag, waarbij de onmiddellijke en aanzienlijke impact op en kosten van de betrokken gemeentelijke taken inzake het vrijwaren van het openbaar domein en het verkeer in rekening wordt gebracht.

De werken en activiteiten van overheden en bepaalde publiekrechtelijke entiteiten, alsook evenementen en feestelijkheden georganiseerd of toegestaan door de gemeente, worden vrijgesteld van de retributie, rekening houdend met hun geringe kosten met name in het licht van de gemeentelijke taken in het maatschappelijk en het algemeen belang.

Er wordt een delegatie voorzien voor het college van burgemeester en schepenen om de tarieven aan te passen. Zij blijven echter steeds in verhouding staan tot de werkelijke kost.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Retributie op inname openbaar domein

Actie:

Ranst schept een ruimtelijk evenwicht tussen wonen, werken, landbouw en groen

Ramingnummer:

RA001637

Inkomst:

€ 270.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid Johan De Ryck (N-VA) verwijst opnieuw naar de tussenkomst van 6 jaar geleden waar de huidige meerderheid dit definieerde als bijkomende regels met vele facturen maar ook deze retributie blijft gewoon behouden en de tarieven gaan omhoog. De fractie van N-VA gaat dit niet goedkeuren.

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1: Voorwerp, inwerkingtreding en duur

§1. De gemeenteraad voert middels onderhavig reglement een retributie in voor het privatief gebruik van het openbaar domein of de (berm van de) openbare weg voor werken, verhuisactiviteiten, horecaterrassen, het uitstallen handelswaren en ambulante handel en kermisactiviteiten buiten de openbare markten en openbare kermissen.

Onder privatief gebruik moet onder meer worden verstaan, gebruik dat niet kadert in volgende werken en activiteiten:

-          Werken van openbaar nut en werken en activiteiten van een openbaar bestuur of openbare instelling.

-          Bouwwerken waarvan de gemeente, het OCMW, de Brandweer Zone Rand of de politiezone ZARA bouwheer is.

-          Werken uitgevoerd door of in opdracht van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestigingsmaatschappijen.

-          Evenementen en feestelijkheden georganiseerd door het lokaal bestuur of toegestaan door het college van burgemeester en schepenen gedurende de goedgekeurde data. Ambulante handel en kermisactiviteiten die toevallig  gedurende zulke evenementen en feestelijkheden doorgaan, genieten hierdoor echter geen vrijstelling.

§2. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.

§3. Dit reglement doet geen afbreuk aan de bepalingen uit het gemeentelijk politiereglement over de inname van het openbaar domein, die steeds gerespecteerd moeten worden.

 

Art. 2: Gebruik van het openbaar domein naar aanleiding van private (ver)bouwwerken of verhuisactiviteiten

§1. Een retributie is verschuldigd voor het plaatsen van vaste en mobiele constructies op het openbaar domein naar aanleiding van private werken en verhuisactiviteiten en wordt met name berekend op basis van de omvang en de impact van het gebruik en de duur van de werken en activiteiten die aanleiding hebben gegeven tot het gebruik.

Onder vaste en mobiele constructies moet onder meer verstaan worden: schutsels, stellingen, kranen, containers, betonbakken, bouwmaterialen, bouwafval, werktuigen en voertuigen.

§2. Als het verkeer niet onderbroken wordt, bedraagt de retributie € 0,65 per m² per begonnen dag vanaf de derde kalenderdag van de werken of de verhuisactiviteiten, met een minimum van € 15.

§3. Als het verkeer onderbroken wordt, bedraagt de retributie € 100 per begonnen dag vanaf de eerste dag.

§4. Een onderbreking van minder dan 24 uur gedurende de periode van de werken of activiteiten, geeft nooit aanleiding tot een verminderd aantal aangerekende dagen.

Een aanpassing van de aangevraagde dagen of vierkante meters achteraf geeft nooit aanleiding tot terugbetaling aangezien de gemeente rekening heeft moeten houden met de privatieve ingebruikname over de hele periode.

Op het vorige lid kan alleen een uitzondering worden toegestaan omwille van billijkheidsoverwegingen in uitzonderlijke omstandigheden.

§5. De tarieven vermeld in dit artikel gelden onder voorbehoud van de aanpassingen aan de tarieven door het college van burgemeester en schepenen in het kader van de delegatie vermeld in artikel 6.

 

Art. 3: Gebruik van het openbaar domein voor het plaatsen van horecaterrassen en het uitstallen van handelswaren

§1. De retributie is verschuldigd voor:

-          het plaatsen van terrassen, tafels, stoelen, banken … en andere meubels en aanhorigheden bij of aan een horecagelegenheid

-          het uitstallen of aanprijzen van handelswaren door middel van constructies en elementen aangebracht bij of aan de handelszaak met afmetingen van minstens 1m² en een hoogte van minstens 2,5 m.

§2. Een terras of constructie voor het uitstallen van handelswaren mag de gevelbreedte van het horeca- of handelspand niet overschrijden. Er moet tevens te allen tijde een strook van 1,5m voor voetgangers worden vrijgehouden.

§3. De tarieven zijn afhankelijk van de in de aanvraag gespecificeerde periode:

-          Zomertarief (m.b.t. periode 1 april tot en met 31 oktober): € 5 per begonnen m²,

-          Wintertarief (m.b.t. periode 1 november tot en met 31 maart): € 5 per begonnen m²,

-          Jaartarief (voor een heel kalenderjaar): €7,5 per begonnen m²

§4. De retributie is verschuldigd per aanvraag.

Een aanpassing van de aangevraagde  vierkante meters achteraf geeft nooit aanleiding tot terugbetaling aangezien de gemeente rekening heeft moeten houden met de privatieve ingebruikname over de hele oppervlakte.

Op het vorige lid kan alleen een uitzondering worden toegestaan omwille van billijkheidsoverwegingen in uitzonderlijke omstandigheden.

§5. Constructies moeten afgebroken zijn ten laatste op het einde van de dag na afloop van de aangevraagde en goedgekeurde periode.

§6. De tarieven vermeld in dit artikel gelden onder voorbehoud van de aanpassingen aan de tarieven door het college van burgemeester en schepenen in het kader van de delegatie vermeld in artikel 6.

 

Art. 4: Gebruik van het openbaar domein voor het uitoefenen van ambulante handel of kermisactiviteiten

§1. De retributie is verschuldigd voor een standplaats op het openbaar domein of langs de openbare weg met het oog op het uitoefenen van ambulante handel of kermisactiviteiten zoals bedoeld in het reglement van 15 december 2025 betreffende de ambulante handel en kermisactiviteiten op openbaar domein buiten de openbare markten en kermissen.

§2. Een standplaats heeft een maximale oppervlakte van 20m².

§3. De retributie voor een zogenaamde standplaats ‘van dag tot dag’ bedraagt € 25 per standplaats per begonnen dag. De aanvraag heeft betrekking op een aantal voorafbepaalde dagen.

§4. De retributie voor een abonnementsplaats bedraagt jaarlijks € 250 per standplaats. Elke aanvraag heeft betrekking op het wekelijks gebruik gedurende een heel kalenderjaar van één standplaats op een voorafbepaalde weekdag.

§5. De retributie is verschuldigd per aanvraag.

Een vermindering van de aangevraagde data of vierkante meters achteraf geeft nooit aanleiding tot terugbetaling aangezien de gemeente rekening heeft moeten houden met de privatieve ingebruikname over de hele oppervlakte en periode.

Op het vorige lid kan alleen een uitzondering worden toegestaan omwille van billijkheidsoverwegingen in bijzondere omstandigheden.

§6. De retributie is niet verschuldigd bij toegelaten occasionele, niet-beroepsmatige  aanbieding of uitstalling van producten of diensten met een niet-commercieel karakter met het oog op de verkoop zoals bedoeld in de laatste lid van artikel 6 van het reglement van 15 december 2025 betreffende de ambulante handel en kermisactiviteiten op openbaar domein buiten de openbare markten en kermissen.

§7. De tarieven vermeld in dit artikel gelden onder voorbehoud van latere aanpassingen door het college van burgemeester en schepenen in het kader van de delegatie vermeld in artikel 6.

 

Art. 5: Aanvraag toelating en betaling

§1. Voor de aanvang van het beoogd gebruik van het openbaar domein of de openbare weg moet een aanvraag voor toelating van de burgemeester worden bekomen.

De aanvraag moet worden ingediend via de gemeentelijke website:

-          Voor het gebruik in functie van werken, verhuisactiviteiten, horecaterrassen of het uitstallen handelswaren: https://www.ranst.be/inname-openbaar-domein.

-          Voor het gebruik in functie van ambulante handel en kermisactiviteiten: https://www.ranst.be/ambulante-handel.

De aanvraag moet gebeuren binnen volgende termijnen voorafgaand aan de beoogde start van het gebruik:

-          Drie weken in functie van alle types van gebruik behalve voor verhuisactiviteiten en het plaatsing van een container

-          Vijf dagen in functie van verhuisactiviteiten en plaatsing van een container

Als de aanvraag niet tijdig gebeurt, komt de tijdige aflevering van de eventuele signalisatievergunning in gedrang. Zonder signalisatievergunning mogen met name werken en verhuisactiviteiten op het openbaar domein niet van start gaan.

§2. De betaling van de verschuldigde bedragen moet bij bevestiging van de aanvraag gebeuren.

Elke toelating geldt onder voorbehoud van betaling van de retributie en vervalt automatisch bij niet-betaling.

§3. Wanneer het onmogelijk is om de aanvraag en/of alle bijbehorende documenten in te dienen via de gemeentelijke website, gelden volgende contactgegevens:

-          Voor werken, verhuisactiviteiten, horecaterrassen of het uitstallen handelswaren:

       Email: omgeving@ranst.be

       Post: Gemeente Ranst, t.a.v. Omgeving, Gustaaf Peetersstraat 7 2520 Broechem

       Afgifte ter plekke tijdens de openingsuren (zie https://www.ranst.be/dienst-omgeving): Onthaal Omgeving, Van den Nestlaan 110, 2025 Broechem

-          Voor ambulante handel en kermisactiviteiten buiten de openbare markten en kermissen:

        Email: secretariaat@ranst.be

        Post: Gemeente Ranst, t.a.v. Secretariaat, Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Broechem

       Afgifte ter plekke tijdens de openingsuren (zie https://www.ranst.be/dienst-secretariaat): Onthaal (t.a.v. secretariaat), Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Broechem

Als indieningsdatum geldt de datum van ontvangst van de email, de postdatum of een afgiftebewijs dat ter plekke zelf door de aanvrager wordt opgevraagd.

§4. Met gegevens die verstrekt worden naar aanleiding van de aanvraag wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.

 

Art. 6: Delegatie aan het college van burgemeester en schepenen

De gemeenteraad geeft een delegatie aan het college van burgemeester en schepenen om de tarieven vermeld in de artikels 2 tot en met 4 aan te passen.

 

Art. 7: Bestuurlijk toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen toezicht zoals bedoeld in de artikelen 330-334 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

15. Retributie voor de terbeschikkingstelling van aansluitkasten elektriciteit voor kermissen, openluchtevenementen en ambulante handel - retributiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement goed voor de terbeschikkingstelling van aansluitkasten voor elektriciteit voor kermissen, openluchtevenementen en ambulante handel in de periode 2026-2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 met de goedkeuring  voor het ter beschikking stellen van elektriciteit op kermissen en openluchtevenementen.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 173 van de Gecoördineerde Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De gemeente heeft een aantal vaste gemeentelijke aansluitkasten ter beschikking voor levering van elektriciteit op verschillende openbare plaatsen op haar grondgebied ter gelegenheid van de plaatselijke kermissen en openluchtevenementen (markt, kerstmarkt, concert, feest,…). Deze verbruiksgoederen brengen kosten met zich mee voor het gemeentebestuur. Deze kosten worden door het retributiereglement gedeeltelijk verhaald op de gebruiker van de dienst.

Het zal vanaf heden ook mogelijk zijn dat ambulante handelaars gebruik maken van de gemeentelijke aansluitkasten.

De prijszetting is vereenvoudigd ten aanzien van het vorige reglement. De retributies blijven uiteraard in verhouding staan tot de afgenomen dienst.

Voor kermissen of openluchtevenementen wordt de prijs vastgelegd per kermisweekend of per evenement. Voor ambulante handel geldt er een dagprijs. De vergoeding is forfaitair vastgelegd en gaat nog steeds uit van het gevraagd vermogen in kVA en het type van de aansluiting (éénfasig of driefasig). Zij houdt ook rekening met de door de administratie te stellen logistieke en administratieve handelingen.

De retributie zal wegens administratieve vereenvoudiging voortaan na ontvangst van de factuur moeten worden betaald en niet langer voorafgaand aan de kermis of het evenement. De retributie voor ambulante handelaars zal ineens bij de betaling van hun standplaats worden gefactureerd.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Vergoedingen gebruik gemeentelijke foorkasten

Actie:

Ranst faciliteert

Ramingnummer:

RA000738

Inkomst:

€ 3.500 per jaar

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 onthoudingen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1: Ter beschikkingstelling van de gemeentelijke aansluitingskast

De gemeenteraad stelt voorliggend retributiereglement vast met het oog op de terbeschikkingstelling aan kermisuitbaters, organisatoren van openluchtevenementen (markt, kerstmarkt, concert, feest, …) en ambulante handelaars van een vaste gemeentelijke aansluitkast voor elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied. De kermisuitbaters, de organisatoren van openluchtevenementen en de ambulante handelaars mogen deze kast niet voor andere doeleinden en ook niet ten behoeve van derden aanwenden.

De burgemeester dient vooraf zijn toestemming te geven voor elke toegang tot een gemeentelijke aansluitkast.

 

Art. 2: Aansluiting aanvragen

§1. Kermisuitbaters richten hun aanvraag voor toegang tot de gemeentelijke aansluitkast aan de burgemeester. Hierbij bezorgen zij volgende gegevens aan de burgemeester:

-          naam + voornaam / adres / telefoonnummer / e-mailadres van de kermisuitbater

-          deelgemeente van Ranst (Broechem – Emblem – Oelegem – Ranst)

-          datum van de kermis

-          benaming en aard van de kermisattractie

-          vermogen van de opstelling in kVA

-          type aansluiting: éénfasig of driefasig

De kermisuitbater kan voor alle inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente.

§2. Voor de organisatie van openluchtevenementen richt de kandidaat energiegebruiker een aanvraag voor toegang tot de gemeentelijke aansluitkast aan de burgemeester, dit minstens 30 kalenderdagen voor het betrokken evenement.

Hij bezorgt hiervoor een aanvraag per brief of per e-mail gericht aan het college van burgemeester en schepenen.

Volgende gegevens dienen te worden overgemaakt:

-          identiteit / adres / telefoonnummer / e-mailadres van de aanvrager

-          situering en doel van het gebruik van de aansluitkast

-          situering (adres)

-          opgesteld vermogen 

-          éénfasig of driefasig

-          tijdstip en periode van gebruik (aantal dagen)

De kandidaat energiegebruiker kan voor alle inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente.

De burgemeester deelt binnen 10 kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag zijn beslissing mede aan de vereniging of organisatie.

§3. Ambulante handelaars dienen bij hun aanvraag tot toelating voor ambulante handel op het aanvraagformulier aan te duiden of zij gebruik wensen te maken van een aansluitkast voor elektriciteit. Het gebruik van een aansluitkast is enkel mogelijk als er op de toegelaten standplaats een aansluitkast aanwezig is.

De kandidaat energiegebruiker kan voor alle inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente.

 

Art. 3: Tarieven

§1. De kermisuitbater, de organisator van het openluchtevenement of de ambulante handelaar dient een retributie te betalen voor het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast. De retributie is forfaitair vastgelegd in volgende tabel en gaat uit van het gevraagd vermogen in kVA en het type van de aansluiting (éénfasig of driefasig):

Tarieven éénfasig

per kermisweekend/evenement

dagprijs ambulante handelaar

van 1 kVA tot 4 kVA

€ 63

 € 60

van 4 kVA tot 8 kVA

€ 70

€ 65

 

Tarieven driefasig

per kermisweekend/evenement

dagprijs ambulante handelaar

van 1 kVA tot 4 kVA

€ 93

€ 90

van 4 kVA tot 8 kVA

€ 108

€ 100

van 8 kVA tot 12 kVA

€ 118

€ 110

van 12 kVA tot 16 kVA

€ 129

€ 120

van 16 kVA tot 20 kVA

€ 143

€ 130

§2. De kermisuitbater en de organisator van het openluchtevenement dient de retributie binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst van de factuur te betalen aan de gemeente Ranst.

§3. De retributie voor de ambulante handelaar zal ineens gefactureerd worden bij de factuur van de standplaats. De factuur dient binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst te worden betaald aan de gemeente Ranst.

§4. De gemeenteraad vertrouwt de vaststelling van de tarieven toe aan het college van burgemeester en schepenen. De tarieven vermeld onder §1 gelden dus onder voorbehoud van latere aanpassingen door het college van burgemeester en schepen, waarbij de tarieven steeds in verhouding zullen blijven tot de verstrekte dienst.

 

Art. 4: Toegang en veiligheid

§1. De gemeentelijke afgevaardigde zet de installatie in dienst (er is een automaat per stopcontact) op voorwaarde dat de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar een geldig attest voorlegt inzake de jaarlijkse keuring van zijn binneninstallatie (zie ook verder).

De gemeentelijke afgevaardigde wijst aan de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar het stopcontact (nummer) / de stopcontacten (nummers) / stroomkring op de gemeentelijke aansluitkast aan waartoe deze toegang bekomt en noteert de gegevens met het oog op de controle tijdens het gebruik van de kast.  De gemeentelijke aansluitkast moet te allen tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor de gemeentelijke afgevaardigde, zodat het toezicht steeds mogelijk is.

§2. Aansluitkabel van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar:

Met het oog op het aftakken van de eigen installatie levert de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar een soepele kabel met versterkte buitenmantel volgens NBN C32-131 H07RN-F (CTFB-N) van een aan het installatievermogen aangepaste geleiderdoorsnede en voorzien van de overeenkomende industriële EN 60309-1 / en 60309-2 stekker, nl. minimum 5 G 6 met stekker 32 A of minimum 5 G 10 met stekker 63 A.

Voor éénfasige toepassingen moet H07RN-F (CTFB-N) kabel 3 G 6 of 3 G 10 worden gebruikt  met tweepolige stekker met aarding EN 60309-1 / EN 60309-2.

Op het uiteinde van de kabel is de naam aangebracht van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar.

§3. Aarding:

Wat de terbeschikkingstelling van de aarding betreft, geldt het volgende principe:

Indien voor de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar omwille van het regelmatig karakter een vaste gemeentelijke aansluitkast voorzien is, wordt de aarding ter beschikking gesteld van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar. In dit geval moet de kabel die gebruikt wordt voor de verbinding met de gemeentelijke aansluitkast uitgerust zijn met een groen/gele geleider.

Indien het om een plaats gaat met occasioneel karakter, moet de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar op eigen kosten een aarding plaatsen.  In dit geval moet hij de aarding laten controleren door een erkend organisme.  De aansluiting zal slechts na de controle kunnen worden uitgevoerd.  Een aansluitkabel die een groen/gele geleider bevat, mag niet aangesloten worden op de aarding van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar.

De kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar zal bij iedere aansluiting van zijn verbindingskabel op de gemeentelijke aansluitkast de continuïteit van de aardgeleider controleren.  De verbinding van de aardgeleider met het verdeelbord van de installatie van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar moet op een correcte wijze worden uitgevoerd.

§4. Automatische differentieelschakelaar:

Overeenkomstig artikel 97.02 van het AREI moeten de beschermingsgeleiders, welke ook de voedingswijze is, met uitzondering van zeer lage voedingsspanning, verbonden zijn met een aardelektrode, waarvan de spreidingsweerstand niet groter is dan 500 Ohm.

Alle stroombanen van de installaties van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar, met uitzondering van deze, gevoed op zeer lage veiligheidsspanning, moeten ten minste beschermd zijn door een automatische differentieelschakelaar waarvan de aanspreekstroom niet groter is dan 100 mA of door een beschermingsinrichting tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking met een gelijkwaardige veiligheid. De test van de automatische differentieelschakelaars zoals voorzien in artikel 85.12 van het AREI dient door de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar te worden uitgevoerd onmiddellijk na de verbinding van de stekker in de gemeentelijke aansluitkast.  De test moet uitwijzen dat de voeding werkelijk onderbroken wordt.

Ieder verslag van een erkend keuringsorganisme moet de aanwezigheid van deze differentieelschakelaar vermelden.

§5. Jaarlijkse keuring:

De aarding en de differentieelschakelaar(s) van de installatie van de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar dienen jaarlijks te worden gekeurd door een erkend keuringsorganisme.

De gemeentelijke afgevaardigde heeft elk moment het recht om het attest inzake jaarlijkse keuring in te zien.

Indien de gemeentelijke afgevaardigde oordeelt dat de bepalingen van het AREI worden overtreden en / of dat de veiligheid in het gedrang komt, heeft hij de bevoegdheid om alle verdere toegang onmiddellijk te weigeren. In geval van twijfel kan hij een beroep doen op de know-how van de distributienetbeheerder.

Elke onrechtmatige toegang of onderverhuring zal gerechtelijk worden vervolgd.

 

Art. 5: Aansprakelijkheid

De gemeente stelt naar best vermogen de aangeboden energie ter beschikking via de beschikbare aansluitkasten. Nochtans kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld voor onderbrekingen en dient zij in dit geval noch een schadevergoeding noch een vermindering van de gebruiksvergoeding toe te staan.

De kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar dient de nodige schikkingen te treffen om iedere oorzaak van beschadiging te vermijden. Hij is aansprakelijk voor alle schade die hij door onoordeelkundig gebruik aan de gemeentelijke aansluitkast veroorzaakt. Hij dient de gemeentelijke afgevaardigde onmiddellijk op de hoogte te stellen van elke beschadiging, afwijking of elke niet-conformiteit aan de wettelijke voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen.

De kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar dient verzekerd te zijn voor de schade die hij door het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast aan deze kast en aan derden kan veroorzaken.

 

Art. 6: Betwisting

Ingeval van betwisting tussen de gemeente en de kermisuitbater / de organisator van het openluchtevenement / de ambulante handelaar is het de meest gerede partij die het geschil aanhangig maakt bij het vredegerecht of de bevoegde rechtbank van het gerechtelijk arrondissement van de gemeente.

 

Art. 7: Inwerkingtreding

Het reglement betreffende het ter beschikking stellen van elektriciteit op kermissen en openluchtevenementen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door voorliggend reglement van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Art. 8: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

16. Retributie op het gebruik en de verhuur van de zalen in Den Boomgaard, de terreinen en loods van domein De Moervelden, de refters van de gemeentelijke scholen, de vergaderlokalen van de bibliotheek, de Allierse kapel en de sportinfrastructuur - retributiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op het gebruik en de verhuur van de zalen in Den Boomgaard, de terreinen en loods van domein De Moervelden, de refters van de gemeentelijke scholen, de vergaderlokalen van de bibliotheek, de Allierse kapel en de sportinfrastructuur voor de periode 2026-2031, goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeente Ranst is eigenaar van diverse lokalen met bijhorende materialen die zij rechtstreeks beheert en ter beschikking stelt van de bevolking die deze ruimten kunnen gebruiken voor activiteiten van sociale, culturele, educatieve of recreatieve aard.

Het retributiereglement voor de verhuur van de refters van de gemeentelijke scholen en van de vergaderlokalen van de bibliotheek, goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 november 2019.

Het retributiereglement op het gebruik van de vrijetijdsinfrastructuur van de gemeente Ranst, goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 februari 2022.

Het aangepaste retributiereglement op het gebruik van de vrijetijdsinfrastructuur van de gemeente Ranst, goedgekeurd op de gemeenteraad van 19 december 2022.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 173 van de Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De inrichting, instandhouding en het onderhoud van zalen en lokalen brengen aanzienlijke werkingskosten met zich mee. Om deze kosten gedeeltelijk te dekken, worden retributies aangerekend. Daarbij geldt een gedifferentieerd tarief, afhankelijk van de aard en de doelstelling van de gebruiker.

Door de sterke stijging van diverse onderhouds-, uitbatings- en andere kosten in de afgelopen jaren is een aanpassing van de tarieven noodzakelijk.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Inkomsten uit de retributie van de  verhuur van de zalen in Den Boomgaard, de terreinen en loods van domein De Moervelden, de refters van de gemeentelijke scholen, de vergaderlokalen van de bibliotheek, de Allierse kapel en de sportinfrastructuur

Actie:

AC32: Ranst faciliteert

Ramingnummer:

RA000775

RA000731

RA000774

RA000782

RA000783

RA000784

RA001194

RA000811

Inkomst:

€ 750.000 / periode 2026-2031

€ 15.000 / periode 2026-2031

€ 4.800 / periode 2026-2031

€ 3.088 / periode 2026-2031

€ 4.375 / periode 2026-2031

€ 6.434 / periode 2026-2031

€ 6.000 / periode 2026-2031

€ 222.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

9 tegen: Luc Redig (Groen), Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Annelies Creten (Groen), Zoe Helsen (N-VA), Kris Wouters (N-VA) en Kurt De Belder (Groen)

 

Titel I: Voorwerp, lokalen en specificaties

 

Art. 1: Voorwerp

De gemeenteraad keurt voorliggend retributiereglement voor het gebruik en de verhuur van de zalen in Den Boomgaard, de terreinen en loods van domein De Moervelden, de refters van de gemeentelijke scholen, de vergaderlokalen van de bibliotheek, de Allierse kapel en de sportinfrastructuur goed.

Dit retributiereglement geldt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Art. 2: Lokalen

Een retributie wordt gevestigd op volgende lokalen:

-          Het gemeenschapscentrum ‘Den Boomgaard’, Antwerpsesteenweg 43 te Ranst/Broechem omvattende de evenementenhal, de polyvalente zaal en 2 vergaderzalen

-          Domein Moervelden, Bistweg 11 te Ranst/Broechem, omvattende 3 verschillende zones:

       Zone A: loods en grasveld 1

       Zone B: grasveld 2

       Zone C: parking 1

       Zone D: parking 2

-          De refters van de gemeentelijke scholen, omvattende

       de refter en keuken van de Knipoog, Schoolstraat 17, Ranst

       de refter en keuken van de Sleutel, Lostraat 51, Broechem

       de refter en keuken van de Driehoek, Schildesteenweg 12, Oelegem

-          De lokalen in de hoofdbibliotheek van Ranst, Gasthuisstraat 17 te Ranst, omvattende de Lokalen Jozef Simons en Jules Persyn.

-          Het lokaal in de bibliotheek van Emblem, Dorpstraat 14F01, omvattende lokaal Jozef De Voght

-          De Allierse kapel, Liersesteenweg 127 te Emblem, omvattende een open ruimte bestaande uit het éénbeukig schip van de kapel en een achterliggende keuken met twee toiletten, bijkeuken en stookruimte.

-          De sporthal, Antwerpsesteenweg 45 te Ranst/Broechem, omvattende de sportzaal met drie afzonderlijke units en een parketzaal.

-          De turnzalen van de gemeentelijke scholen, namelijk

       De Knipoog, Schoolstraat 17 te Ranst

       De Sleutel, Lostraat 51 te Broechem

       De Driehoek, Schildesteenweg 12 te Oelegem


Art. 3: Specificaties

§1. Voor Den Boomgaard gelden volgende specificaties

-          De evenementenhal (800m² met een bezettingscapaciteit van 850 personen zittend en 1.700 personen staand) met vast en verplaatsbaar podium, scheidingsgordijn, toog, drie loges, industriële keuken, foyer, sanitaire voorzieningen en bergruimten.

-          De polyvalente zaal (222m² met een bezettingscapaciteit van 120 personen zittend en 220 personen staand) met bijbehorende vestiaire, ingerichte keuken, sanitaire voorzieningen, bergruimte en toog.

-          Twee vergaderzalen (63m², maximaal 30 personen) met toog, frigo en koffiemachine.

§2. Voor het domein Moervelden zijn er deelzones. Deze staan aangegeven op een grondplan.

-          Zone A: loods en grasveld 1 (totaal ± 26.800 m2).

-          Zone B: grasveld 2 (totaal ± 14.500 m2)

-          Zone C: parking 1 (totaal ± 3.600 m2)

-          Zone  D: parking 2 (totaal ± 2.750 m² 

Er zijn geen sanitaire voorzieningen ter plaatse.

§3. Voor de refters van de gemeentelijke scholen gelden volgende specificaties:

-          De refter en keuken van de Knipoog, Ranst (maximaal 240 personen)

-          De refter en keuken van de Sleutel, Broechem (maximaal 180 personen)

-          De refter en keuken van de Driehoek, Oelegem (maximaal 180 personen)

§4. Voor de lokalen in de bibliotheek van Ranst en Emblem gelden volgende specificaties:

-          Lokalen Jozef Simons (maximaal 25 personen) en Jules Persyn in Ranst (maximaal 40 personen)

-          Lokaal Jozef De Voght in Emblem (maximaal 10 personen)

§5. Voor de Allierse kapel wordt het volgende gespecificeerd:

-          De expositieruimte bevindt zich in het schip van de kapel (niet voorbij de koorafsluiting).

-          Er is in totaal 28 lopende meter ophangmogelijkheid (met verlichting) met een capaciteit van maximaal 50 kilogram per lopende meter en een aantal verplaatsbare sokkels.

 

Titel II: Bepalingen inzake huurperiodes en huurders


Art 4. Huurperiodes

§1. Voor Den Boomgaard gelden volgende nadere bepalingen inzake de huurperiodes:

-          Maandag, dinsdag, woensdag en donderdag zijn weekdagen, vrijdag, zaterdag en zondag zijn weekenddagen. Een feestdag en de dag voor een feestdag worden gelijkgesteld met een weekenddag.

-          De evenementenhal en de polyvalente zaal worden verhuurd per dag (of veelvoud), elke dag van de week.

-          De vergaderzalen worden verhuurd per dagdeel, elke dag van de week. Bij overschrijding van het afgesproken dagdeel wordt een bijkomend dagdeel volledig aangerekend.

       Dagdeel 1 vangt aan om 8u en eindigt om 12u30.

       Dagdeel 2 vangt aan om 12u30 en eindigt om 18u.

       Dagdeel 3 vangt aan om 18u en eindigt om 24u.

§2. Voor domein Moervelden gelden volgende specificaties inzake huurperiodes:

-          De loods en zones van domein Moervelden worden verhuurd per dag (of veelvoud).

-          Maandag, dinsdag, woensdag en donderdag zijn weekdagen, vrijdag, zaterdag en zondag zijn weekenddagen. Een feestdag en de dag voor een feestdag worden gelijkgesteld met een weekenddag

-          Het domein kan aangevraagd worden per dag en per zone met een maximum van 14 opeenvolgende dagen.

-          Er is een beperking van maximaal twee circussen per jaar.

§3. Het volgende geldt voor de huurperiodes met betrekking tot de refters van de gemeentelijke scholen:

-          De refters en keuken worden verhuurd per dagdeel op de dagen dat zij niet in gebruik zijn door de gemeentelijke scholen of door het gemeentebestuur van Ranst.

-          Tijdens schooldagen zijn de refters gedurende dagdeel één en twee uitsluitend ter beschikking van de gemeentelijke scholen. Schooldagen zijn lesdagen en dagen waarop de scholen buitenschoolse activiteiten organiseren.

-          Volgende dagdelen worden onderscheiden:

       Dagdeel één vangt aan om 8u en eindigt om 12u30.

       Dagdeel twee vangt aan om 12u30 en eindigt om 18u.

       Dagdeel drie vangt aan om 18u en eindigt om 24u.

-          Bij overschrijding van het afgesproken dagdeel wordt een bijkomend dagdeel volledig aangerekend.

§4. Voor de lokalen in de bibliotheek van Ranst en Emblem gelden volgende zaken met betrekking tot de huurperiodes:

-          De vergaderzalen worden verhuurd per dagdeel, elke dag van de week.

-          Volgende dagdelen worden onderscheiden:

       Dagdeel één vangt aan om 8u en eindigt om 12u30.

       Dagdeel twee vangt aan om 12u30 en eindigt om 18u.

       Dagdeel drie vangt aan om 18u en eindigt om 24u.

-          Bij overschrijding van het afgesproken dagdeel wordt een bijkomend dagdeel volledig aangerekend.

§5. De Allierse kapel wordt verhuurd per week, telkens van woensdag tot dinsdag, en met een maximum van vier opeenvolgende weken.

De gebruiker haalt de sleutel op bij de cultuurdienst en brengt deze na de tentoonstelling ook terug naar daar. De gebruiker maakt hierover duidelijke afspraken met de cultuurdienst.

§6. De sporthal en parketzaal is toegankelijk van 9:00 tot 23:00 uur op weekdagen en van 9:00 tot 22:00 uur in het weekend.

De sporthal wordt geopend dertig minuten voor het gereserveerde tijdstip en sluit uiterlijk dertig minuten na de laatste reservatie.

§7. De turnzalen zijn toegankelijk van 17:00 tot 23:00 uur op weekdagen en van 9:00 tot 22:00 uur in het weekend.


Art 5. Categorieën en beperkingen inzake huurders

§1. Voor een aantal van de faciliteiten worden categorieën van huurders gehanteerd.

§2. Voor Den Boomgaard gaat het om volgende categorieën

-          Categorie 0:

       Gemeente- en OCMW-ambtenaren (in het kader van hun functie) en gemeentelijke en OCMW-diensten.

       Gemeentelijke raden, zijnde de raden die door de gemeente of het OCMW zijn ingericht (voor initiatieven door de raden zelf georganiseerd)

       Publieke of semi-publieke instanties die diensten verlenen aan de inwoners van de gemeente Ranst (Politiezone Zara, Brandweer Zone Rand, …)

       Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten tijdens de schooluren);

       Het Rode Kruis voor de inzameling van bloed;

       Het Rode Kruis Ranst-Lier-Zandhoven voor de driejaarlijkse huldiging van de bloedgevers.

-          Categorie A:

       Elke erkende vereniging van Ranst

       Niet-erkende verenigingen met zetel in Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten

       Vzw's met zetel in Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten

       Inwoners van de gemeente Ranst die in eigen naam een niet-commerciële activiteit inrichten

       Niet-gemeentelijke overheidsdiensten die een werking in de gemeente ontplooien (het opvangcentrum voor asielzoekers Broechem, …)

       Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten buiten de schooluren).

-          Categorie B:

       Bedrijven met zetel in Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten

       Niet-erkende verenigingen met zetel in Ranst die een commerciële activiteit inrichten

       Sociaal-culturele vzw’s met zetel in Ranst die een commerciële activiteit inrichten

       Inwoners van de gemeente Ranst die in eigen naam een commerciële activiteit inrichten

       Sociaal-culturele verenigingen met zetel buiten Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten

       Sociaal-culturele vzw's met zetel buiten Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten

       Gemeentelijke diensten, instellingen en organisaties van buiten Ranst die een niet-commerciële activiteit inrichten

-          Categorie C: Alle andere gebruikers.

Onder 'commerciële activiteit' wordt elke activiteit gerekend:

-          die niet voor alle aanwezigen gratis toegankelijk is.

-          waarbij goederen verkocht of verhandeld worden, met uitzondering van voedingswaren en
drankartikelen die ter plaatse geconsumeerd worden.

§3. Voor Domein Moervelden gelden volgende categorieën van huurders:

-          Categorie 0:

       Gemeente- en OCMW-ambtenaren (in het kader van hun functie) en gemeentelijke en OCMW-diensten

       Gemeentelijke raden, zijnde de raden die door de gemeente of het OCMW zijn ingericht (voor initiatieven door de raden zelf georganiseerd)

       Publieke of semi-publieke instanties die diensten verlenen aan de inwoners van de gemeente Ranst (Politiezone Zara, Brandweer Zone Rand, …)

       Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten tijdens de schooluren)

-          Categorie A:

       Elke erkende vereniging van Ranst

       Erkende circussen

-          Categorie B: Particulieren, niet-erkende verenigingen van Ranst en verenigingen van buiten Ranst die per uitzondering van college van burgemeester en schepenen een toelating krijgen.

§4. De refters van de gemeentelijke scholen worden enkel ter beschikking gesteld van volgende gebruikers:

-          Erkende Ranstse verenigingen

-          Het Rode Kruis voor de inzameling van bloed

-          De personeelsleden en raadsleden van de gemeente en het OCMW van Ranst ter gelegenheid van hun zilveren huwelijksjubileum, hun pensionering, hun overlijden of het overlijden van een gezinslid, een communiefeest of lentefeest van leerlingen die naar de betreffende school gaan.

-          Verenigingen van binnen en buiten de gemeente met een caritatief doel

-          Verenigingen of instelling uit de gemeente Ranst die vorming geven aan kinderen van 12 jaar of jonger

-          Organisaties die dactylo-cursussen geven voor lagere schoolkinderen

De refters van de gemeentelijke scholen mogen niet gebruikt worden voor het geven van fuiven.

Het college van burgemeester en schepenen kan in uitzonderlijke omstandigheden en mits degelijke motivering de refters ter beschikking stellen van andere personen, verenigingen of instellingen van de gemeente Ranst.

§5. Voor de lokalen in de bibliotheek van Ranst en Emblem worden volgende categorieën van huurders onderscheiden:

-          Categorie A: Elke erkende vereniging van Ranst.

-          Categorie B: Alle andere gebruikers.

De lokalen in de bibliotheken mogen enkel gebruikt worden voor vergaderingen of culturele activiteiten

§6. De tentoonstellingsruimte van de Allierse kapel is in eerste instantie gericht op lokale kunstenaars en socioculturele verenigingen uit Ranst en op de beeld- en podiumacademie van Lier.

Volgende categorieën van huurders worden onderscheiden:

-          Categorie 0:

       Gemeentelijke en OCMW-diensten

       Gemeentelijke raden, zijnde de raden die door de gemeente of het OCMW zijn ingericht (voor initiatieven door de raden zelf georganiseerd)

       Publieke of semi-publieke instanties die diensten verlenen aan de inwoners van de gemeente Ranst ( Politiezone Zara, Brandweer Zone Rand, ...)

       Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten tijdens de schooluren);

-          Categorie A:

       Elke erkende vereniging van Ranst

       Inwoners van de gemeente Ranst

       Vormings- en onderwijsinstellingen van Ranst (voor activiteiten buiten de schooluren)

-          Categorie B: Alle andere gebruikers

 

Titel III: Retributiebedragen en betalingsmodaliteiten

 

Art 6. Bedragen en betalingen Den Boomgaard

§1. Voor Den Boomgaard worden gebruikers die tot de gebruikerscategorie 0 behoren, vrijgesteld van retributie.

In onderstaande tarieven voor de evenementenhal en de polyvalente zaal is een gebruik van de zaal van 13 uren voorzien. Deze 13 uren omvatten het klaarzetten van de zaal, de activiteit zelf en het opruimen van de zaal. Voor elk bijkomend uur moet door de gebruiker uit de gebruikerscategorieën A, B en C een bijkomend bedrag van € 30 (37,50) per uur worden betaald. Met uitzondering van meerdaagse activiteiten moet de zaal ten laatste om 04.00 uur de dag nadat de huur startte, ontruimd zijn.

In de retributie zijn gebruik van alle aanwezig en beschikbaar materiaal inbegrepen.

Volgende retributiebedragen gelden:

-          Voor het gebruik van de evenementenhal:

Evenementenhal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Weekdag

€ 435

€ 935

€ 1.500

Weekenddag

€ 560

€ 1.375

€ 2.190

-          Voor de polyvalente zaal (met bijbehorende vestiaire, ingerichte keuken, sanitaire voorzieningen, bergruimte en toog):

Polyvalente zaal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Weekdag

€ 185

€ 310

€ 440

Weekenddag

€ 250

€ 375

€ 625

-          Voor het gebruik van de evenementenhal of polyvalente zaal door een erkende vereniging van Ranst voor een repetitie voorafgaand aan één of meerdere voorstellingen in het centrum, geldt het uitzonderlijke tarief van € 35 per uur op voorwaarde dat:

       de repetitie maximaal veertien dagen voorafgaand aan de voorstelling(en) plaatsvindt;

       de infrastructuur niet door een andere gebruiker voor andere doeleinden wordt aangevraagd;

       geen inkomgeld wordt gevraagd, geen drank wordt geschonken, geen gebruik wordt gemaakt  van de keuken en geen publiek wordt toegelaten;

       de repetitie niet langer dan 4 uren in beslag neemt;

       het aantal repetities beperkt blijft tot maximum 2 per voorstelling.

-          Voor de vergaderzalen gelden volgende tarieven

Vergaderzaal en seniorenlokaal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Dagdeel 1

€ 35

€ 50

€ 65

Dagdeel 2

€ 35

€ 50

€ 65

Dagdeel 3

€ 35

€ 50

€ 65

§2. Voor de evenementenhal en de polyvalente zaal gelden volgende waarborgsommen:

Waarborg

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Evenementenhal

€ 625

€ 625

€ 625

Polyvalente zaal

€ 375

€ 375

€ 375

De gebruikerscategorie 0 wordt vrijgesteld van het betalen van een waarborgsom.

Voor het gebruik van de vergaderzaal en het seniorenlokaal moet geen waarborgsom betaald worden.

Voor het gebruik van éénzelfde zaal gedurende twee of meer opeenvolgende dagen moet slechts één keer de geldende waarborgsom worden betaald.

De gebruiker die een zaal voor verschillende data huurt, kan aan de administratie vragen om slechts eenmaal de waarborg te moeten storten. Terugstorting kan in dat geval enkel op schriftelijke vraag van de gebruiker.

De waarborgsom wordt na de activiteit terugbetaald aan de gebruiker, tenzij een schadegeval of ernstige tekortkoming werd vastgesteld. Ook bijkomende uren, restafval en de wasserij van de gebruikte hoezen zullen verrekend worden via de waarborg.

§3. Naargelang het tijdstip van de laattijdige annulering, is volgend percentage van de retributie verschuldigd als annuleringsvergoeding:

Annuleringsvergoeding

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Tot minder dan 1 maand vooraf

100%

100%

100%

Van 1 tot minder dan 3 maanden vooraf

50%

50%

50%

Van 3 tot minder dan 4 maanden vooraf

35%

35%

35%

Meer dan 4 maanden vooraf

€ 65

€ 65

€ 65

De gebruikerscategorie 0 wordt vrijgesteld van het betalen van een annuleringsvergoeding.

In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht zal de zaak aan het oordeel van het college van burgemeester en schepenen worden voorgelegd.

Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum, op voorwaarde dat er nog een datum vrij is.

§4. Volgende betalingsmodaliteiten gelden:

-          De waarborg moet worden betaald bij de reservatie. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de waarborg gestort werd. Na afloop van de activiteit wordt er een afrekening opgemaakt waarbij de waarborg verrekend wordt. Als de waarborg de bijkomende kosten niet dekt, moet de huurder het tekort bijbetalen. In het andere geval wordt het saldo teruggestort op de rekening die in de klantaccount werd opgegeven.

-          De retributie moet uiterlijk twee weken vóór de aanvang van het evenement ontvangen zijn door het gemeentebestuur. Bij gebrek aan betaling veertien dagen voor het evenement kan dit door de gemeente als zijnde geannuleerd worden beschouwd en zal een annuleringsvergoeding worden aangerekend. De betaalde waarborg kan aangewend worden als annuleringsvergoeding. Het evenement kan dan niet plaatsvinden.

-          Voor de vergaderzalen dient de betaling te gebeuren bij de reservatie.

 

Art. 7. Bedragen en betalingen domein Moervelden

§1. De gebruikers die tot de gebruikerscategorie 0 behoren, worden vrijgesteld van retributie.

Voor het gebruik van de verschillende zones gelden volgende tarieven:

Vergoeding gebruik Moervelden

Zone A

Zone B, C en D

Weekdag                   Categorie A

€ 35

€ 15

                                       Categorie B

€ 70

€ 30

Weekenddag            Categorie A

€ 95

€ 15

                                       Categorie B

€ 190

€ 30

Indien vastgesteld wordt dat de gebruiker toch niet gehuurde zones in gebruik neemt, dan wordt voor deze zones het vijfvoud van de huurprijs aangerekend.

§2. Enkel in zone A is er de mogelijkheid om gebruik te maken van de nutsvoorzieningen. In de retributie is 2 m³ water en 80 kWh elektriciteit inbegrepen. Indien het energieverbruik hoger is dan wordt een meerprijs in rekening gebracht à rato van € 7,50 per begonnen m³ en € 0,625 per begonnen kWh, vermeerderd met € 25 administratieve kost. De meterstanden worden uitgelezen door de bevoegde ambtenaar.

§3. Uitzonderlijk kunnen de verschillende zones van Domein Moervelden gratis ter beschikking gesteld worden aan erkende Ranstse verenigingen als de betreffende zone de week voor de activiteit nog vrij is en bij specifieke klimatologische of sanitaire omstandigheden. De verdere modaliteiten worden bepaald door het college van burgemeester en schepenen vanuit hun bevoegdheid voor het beheer van gemeentelijke inrichtingen.

§4. Annulering door de gebruiker kan tot twee weken voor het evenement mits het betalen van de helft van de retributie.  Bij annulering in de laatste twee weken voor de gebruiksdatum is de volledige retributie verschuldigd.

Bij terugbetaling in geval van annulering wordt steeds een minimum administratieve kost van € 65 afgehouden van het terug te betalen bedrag. Bedragen lager dan € 65 worden niet terugbetaald

Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum mits er nog een datum vrij is.

§5. In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht, zal de zaak worden beslist door het college van burgemeester en schepenen.

§6. Bij vrijstelling van retributie, geldt ook vrijstelling van het betalen van een annuleringsvergoeding.

§7. Het college van burgemeester en schepenen heeft het recht om de verleende toelating voor het gebruik te allen tijde te wijzigen of in te trekken, mits heirkracht kan ingeroepen worden. Hiervoor kan de aanvrager geen aanspraak maken op een schadevergoeding.

§8.De retributie dient uiterlijk voor aanvang van het evenement te worden betaald. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de retributie gestort werd.

 

Art. 8. Bedragen en betalingen refters gemeentelijke scholen

§1. Volgende bedragen gelden voor de refters van de gemeentelijke scholen:

-          Voor de refters van de gemeentescholen van Broechem en Oelegem, inclusief het gebruik van de keuken geldt ene bedrag van € 50 per dagdeel.

-          Voor de refter en keuken van Ranst: € 65 per dagdeel.

§2. Diensten en raden van het gemeentebestuur Ranst en OCMW Ranst zijn vrijgesteld van retributie evenals het Rode Kruis voor het houden van een bloedinzameling en de parochies voor parochiale activiteiten in het kader van de eerste communie.

§3. Een eventuele annulering van de boeking wordt schriftelijk gemeld door de gebruiker.

Bij annulering langer dan twee weken voor de gebruiksdatum moet de helft van de voorziene retributie voor het gebruik van de lokalen betaald worden.

Bij annulering in de laatste twee weken voor de gebruiksdatum is de volledige retributie verschuldigd.

Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum voor zover er nog een datum vrij is.

§4. In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht, zal de zaak worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

§5. Bij vrijstelling van retributie, geldt ook vrijstelling van het betalen van een annuleringsvergoeding.

§6. De retributie dient uiterlijk voor aanvang van het evenement te worden betaald. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de retributie gestort werd.

 

Art. 9: Bedragen en betalingen lokalen bibliotheek Ranst en Emblem

§1. Volgende bedragen gelden voor  de lokalen in bibliotheek van Ranst en Emblem

-          Voor erkende Ranstse verenigingen: € 12,50 per dagdeel en per lokaal.

-          Voor alle andere gebruikers: € 25 per dagdeel en per lokaal.

§2. Diensten en raden van het gemeentebestuur Ranst en OCMW Ranst zijn vrijgesteld van retributie

§3. Een eventuele annulering van de boeking wordt schriftelijk gemeld door de gebruiker.

Bij annulering langer dan twee weken voor de gebruiksdatum moet de helft van de voorziene retributie voor het gebruik van de lokalen betaald worden.

Bij annulering in de laatste twee weken voor de gebruiksdatum is de volledige retributie vereist.

Bij vrijstelling van retributie, geldt ook vrijstelling van het betalen van een annuleringsvergoeding.

In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht, zal de zaak worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

§4. Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum voor zover er nog een datum vrij is.

§5. De retributie dient uiterlijk voor aanvang van het evenement te worden betaald. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de retributie gestort werd.

 

Artikel 10. Bedragen en betalingen Allierse kapel

§1. De bedragen worden als volgt bepaald voor wat de Allierse kapel betreft:

-          De gebruikers in categorie 0 zijn vrijgesteld van het betalen van een retributie

-          De gebruikers in categorie A betalen € 150 per week 

-          De gebruikers in categorie B betalen € 300 per week.

§2. In de retributie is 30 m³ gas en 30 kWh elektriciteit inbegrepen. Indien het energieverbruik hoger is dan wordt een meerprijs in rekening gebracht à rato van € 3,75 per begonnen m³ en € 0,625 per begonnen kWh. De meterstanden worden uitgelezen door de bevoegde ambtenaar.

§3. Een eventuele annulering van de boeking wordt schriftelijk gemeld door de gebruiker.

In geval van annulering ten gevolge van overmacht of vermeende overmacht, zal de zaak

worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

De huurprijs wordt niet teruggestort indien de tentoonstelling wordt afgelast door de gebruiker.

Bij vrijstelling van retributie, geldt ook vrijstelling van het betalen van een annuleringsvergoeding.

§4. Het is de gebruiker toegestaan om zonder bijkomende kosten één keer de datum te verschuiven binnen het jaar van de oorspronkelijke datum indien er nog een datum vrij is.

§5. De retributie dient uiterlijk voor aanvang van het evenement te worden betaald. De gebruiker is definitief gebonden aan de reservatie van zodra de retributie gestort werd.

 

Art. 11: Bedragen en betalingen sporthal en turnzalen

§1. Volgende bedragen gelden voor de sporthal en turnzalen:

Infrastructuur

Erkende verenigingen /inwoners (Ranst)

Niet-erkend / niet-inwoners

 

commercieel

jeugd, G-sport, senioren (erkend)

Sporthal (volledig)

€18,75/u

€37,5/u

€75/u

€9/u

1 terrein (1/3 zaal)

€6,25/u

€12,5/u

€25/u

€3/u

Sportmanifestatie (8u–17u)

€125/dag

€250/dag

€500/dag

€75/dag

Parketzaal

€6,25/u

€12,5/u

€25/u

€3/u

Turnzalen

€6,25/u

€12,5/u

€25/u

€3/u

Beachvolley

Gratis

Gratis

Gratis

Gratis

Het commerciële tarief geldt voor gebruikers met winstoogmerk of zakelijk doel, bepaald op basis van BTW- of KBO-nummer. Vzw’s zijn hiervan uitgezonderd.

§2. Volgende gebruikers zijn vrijgesteld van betaling van de retributie:

-          Gemeentelijke diensten (inclusief OCMW, politie en adviesraden) voor dienstactiviteiten en vormingen

-          Scholen (vrij en gemeentelijk) tijdens de lesuren, op voorwaarde dat deze tijdig aangevraagd wordt (voor 1 september).

§3. Volgende aspecten gelden met betrekking tot annulering:

-          Annuleren tot twee dagen vóór de activiteit: gratis

-          Annuleren binnen de twee dagen: volledige huurprijs wordt aangerekend

-          Zonder annulering niet opdagen: verdubbelde retributie wordt aangerekend

Bij overmacht beslist de sportdienst of er alsnog kosten worden aangerekend

Bij competitiewedstrijden gelden geen kosten bij forfait van de tegenstander of afgelasting door een erkende federatie, voor zover er een attest wordt bezorgd binnen vijf kalenderdagen

§4. Een gebruiker kan een optie nemen op een tijdslot, die 5 dagen geldig blijft. Indien de optie binnen deze periode niet wordt bevestigd, vervalt ze automatisch zonder verdere verwittiging.

§5. Volgende bepalingen gelden voor de betaling:

-          Vaste gebruikers betalen zodra uren zijn toegekend; niet-gebruikte uren worden aangerekend tenzij tijdig geannuleerd. Betaling gebeurt per trimester.

-          Indien niet tijdig betaald, kan de toegang tot de infrastructuur geweigerd worden.

-          Occasionele gebruikers betalen bij reservatie. De reservatie is pas definitief na ontvangst van de betaling.

-          Betaling gebeurt bij voorkeur online.

 

Titel IV: Algemene en specifieke voorwaarden

 

Art. 12: Algemene voorwaarden voor elke locatie, met uitzondering van de sport- en turnzalen

§1. Alle reservaties dienen te gebeuren via de website reservaties.ranst.be

Elke reservatie is pas definitief na betaling van de waarborg of de retributie.

De aanvraag kan gedurende een periode van twee weken als optie worden vastgehouden zonder aanrekening van waarborg/retributie. Indien binnen deze termijn geen reactie wordt ontvangen, wordt de aanvraag automatisch geannuleerd. De aanvrager wordt hiervan via het boekingssysteem verwittigd.

§2. De betaling van de retributie moet minimaal twee weken vóór de aanvang van het gebruik van het lokaal kunnen aangetoond worden.

Lokalen kunnen maximaal één jaar op voorhand aangevraagd worden, met uitzondering van domein Moervelden waar gebruikers van categorie A het terrein en/of de loods maximaal twee jaar en minimaal 40 dagen voor de activiteit kunnen aanvragen

§3. De aanvragen worden behandeld in volgorde van ontvangst

§4. Het gebruik van een lokaal op een wijze die niet conform is met de aanvraag zal leiden tot onmiddellijke stopzetting van het gebruik van het lokaal. In deze omstandigheden zal de retributie verhoogd worden met een forfaitair bedrag van € 125.

Indien de gebruiker zich niet aan de voorgeschreven reglementen heeft gehouden, kan het college van burgemeester en schepenen de gebruiker uitsluiten van het huren van de lokalen.

§5. De kosten voor verwarming en elektriciteit zijn inbegrepen in de retributie met uitzondering van domein Moervelden en Allierse kapel (zie de betreffende bepalingen met betrekking tot de retributiebedragen).

Bij de huur van de lokalen is ook het gebruik van het sanitair inbegrepen, met uitzondering van domein Moervelden waar geen sanitair voorzien is.

§6. De schoonmaak gebeurt door de gemeente Ranst na afloop van de activiteit. In geval van meerdaags gebruik dient de gebruiker zelf in te staan voor de tussentijdse schoonmaak.

Per activiteit is de afvoer van restafval en papier inbegrepen in de prijs.

§7. Wie een openbaar evenement (met muziek, film, theater, ...) organiseert, moet auteursrechten (sabam) betalen. Dat geldt ook voor privé-evenementen, met uitzondering van feesten waarop uitsluitend familieleden worden uitgenodigd. Meer informatie over auteursrechten vind je op de website van Unisono. Let op: doe je aanvraag ten laatste vijf dagen op voorhand.

Ook moet men een billijke vergoeding betalen aan de uitvoerders en producenten van muziekstukken. Het gemeentebestuur betaalt voor de gemeentelijke zalen een jaartarief voor de billijke vergoeding, waardoor de huurder geen billijke vergoeding meer moet betalen.

§8. De brandverzekering voor de gebouwen waarin de te huren lokalen zich bevinden wordt afgesloten door de gemeente.

De aanvrager bevestigt dat hij een verzekering heeft of zal afsluiten om eventuele contractuele materiële schade te dekken aan het lokaal/de lokalen, alsook om diens buitencontractuele aansprakelijkheid te waarborgen als organisator van de activiteit.

§9. Een ruimte die ter beschikking wordt gesteld, verkeert voor de activiteit in goede staat. Indien er toch schade is aan de ruimte dient dit voor de activiteit door de gebruiker gemeld te worden. De gebruiker kan verantwoordelijk gesteld worden voor elke niet vooraf gemelde beschadiging die er na de activiteit aan de ruimte of het materiaal wordt vastgesteld. De eventuele schade moet door de gebruiker vergoed worden.

§10. Na elke activiteit moet de ter beschikking gestelde ruimte door de gebruiker worden achtergelaten in de toestand dat deze ontvangen werd. De stoelen en tafels worden door de gebruiker afgekuist en op hun plaats gezet. De gebruikte glazen e.d. moeten afgewassen, afgedroogd en op hun plaats gezet worden. Ook het sanitair wordt netjes achtergelaten.

§11. Een ter beschikking gesteld lokaal mag onder geen beding onderverhuurd worden.

§12. De gebruiker zal steeds vrije doorgang verschaffen aan gemeentepersoneel in werkopdracht. In uitzonderlijke omstandigheden kan het gemeentebestuur zonder schadevergoeding de lokalen opeisen en eventuele reservaties teniet doen. De betaalde retributies worden in dat geval automatisch teruggestort.

§13. In alle gebouwen geldt een algemeen rookverbod.

§14.Honden of andere dieren worden niet toegelaten met uitzondering van blindengeleide honden.

§15. Het gemeentebestuur kan niet verantwoordelijke gesteld worden voor gebeurlijke ongevallen.

 

Art. 13: Specifieke voorwaarden Den Boomgaard

§1. De gebruikte dranken zijn verplicht ter plaatse af te nemen.

De gebruiker van het gemeenschapscentrum die eigen wijn(en), schuimwijn(en), champagne(s), sterke dranken en gedestilleerde dranken in het centrum binnenbrengt en/of consumeert, dient dit ten minste twee weken voor de activiteit te melden aan de bevoegde ambtenaar. Hiervoor moet de klant een vergoeding per verbruikte fles betalen aan de concessionaris van het gemeenschapscentrum als compensatie voor de gederfde inkomsten.

Voor het binnenbrengen en/of consumeren van volgende dranken betaalt de gebruiker een vergoeding:

-          eigen wijn(en) en/of schuimwijn(en)van : € 2,5 (excl. btw) per verbruikte fles.

-          eigen Champagne(s), sterke dranken en/of gedestilleerde dranken : € 1 (excl. btw) per verbruikte fles.

Bij niet-naleving van deze bepaling kan door de concessionaris een forfaitaire vergoeding van € 150 (excl. btw) aangerekend worden bovenop de voorziene tarieven per fles.

§2. Voorafgaande ingebruikname voor klaarzetten of afbouw:

Op uitdrukkelijke vraag van de gebruiker kan de zaal vóór of na aanvang van de contractueel vastgelegde gebruiksperiode worden klaargezet of afgebouwd op voorwaarde dat:

-          de zaal op dat ogenblik beschikbaar is. Deze regeling kan ten vroegste drie weken en ten laatste één week voor de activiteit worden toegestaan;

-          de bevoegde ambtenaar hiertoe uitdrukkelijk de toestemming verleent;

-          de gebruiker een vergoeding betaalt van € 35 per uur dat de zaal in gebruik wordt genomen voor het klaarzetten of afbouwen met een minimum van € 105.

§3. Op uitdrukkelijke vraag van de gebruiker kan de concessionaris van het gemeenschapscentrum of diens aangestelde(n) bepaalde diensten aan de gebruiker leveren. Daarbij gelden volgende tarieven: per persoon, per uur, excl. BTW

Opbouw / Afbouw DAG

 

 

 

 

 

32,96

Opbouw / Afbouw NACHT*

 

 

 

 

 

39,55

Vestiaire DAG

 

 

 

 

 

32,96

Vestiaire NACHT*

 

 

 

 

 

39,55

WC-dame DAG

 

 

 

 

 

32,96

WC-dame NACHT*

 

 

 

 

 

39,55

Bar / Bediening DAG

 

 

 

 

 

36,91

Bar / Bediening NACHT*

 

 

 

 

 

44,30

*Vanaf 22 uur tot 6 uur

§4. In het geval de gebruiker bijkomend werk voor de concessionaris veroorzaakt door het niet naleven van het huishoudelijk reglement, zal de concessionaris deze bijkomende uren, vermeerderd met een forfaitaire vergoeding, aan de gebruiker aanrekenen. Volgende tarieven zijn in dat geval van toepassing:

-          werkuren: € 35 (excl. btw) per persoon en per uur.

-          bijkomende vergoeding: € 250 (excl. btw) voor de evenementenhal en € 175(excl. btw) voor de polyvalente zaal.

-          Indien in overtreding van het huishoudelijk reglement toch confetti of papiersnippers worden gebruikt, dan wordt hiervoor een forfaitair bedrag van € 600 aangerekend aan de gebruiker.

§5. Indien na afloop van een activiteit blijkt dat de normale schoonmaak niet volstaat om de zaal in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, zal de concessionaris de kostprijs voor een eventuele bijkomende schoonmaakbeurt aan de gebruiker aanrekenen. Volgende tarieven zijn in dat geval van toepassing:

voor de evenementenhal (zonder keuken): € 175 (excl. btw.)

voor de keuken van de evenementenhal: € 65 (excl. btw.)

voor de polyvalente zaal: € 65 (excl. btw.)

 

Art. 14: Specifieke voorwaarden Domein Moervelden

§1. Voor evenementen op het domein dient ook een evenementenformulier te worden ingediend.

§2. Bij het huren van de loods kan de gebruiker aan het begin van de gehuurde periode een sleutel bekomen na afspraak met de bevoegde ambtenaar. De sleutel wordt de laatste dag van de gehuurde periode terug afgeleverd in Den Boomgaard. Per dag dat de sleutel te laat wordt teruggebracht wordt € 30 aangerekend.

Vanaf dat men een week te laat is wordt de sleutel als verloren beschouwd. Bij verlies van de sleutel worden de kosten voor het vervangen van de sloten waarop de sleutel past en voor de nieuwe sleutels aangerekend aan de gebruiker.

§3. Het gemeentebestuur wil, op momenten dat het Domein Moervelden een week voor de activiteit nog vrij is, de Ranstse erkende verenigingen voor activiteiten in het kader van hun dagelijkse werking de kans bieden om kosteloos het domein te gebruiken bij specifieke klimatologische of sanitaire omstandigheden. De verdere modaliteiten worden bepaald door het college van burgemeester en schepenen vanuit hun bevoegdheid voor het beheer van gemeentelijke inrichtingen.

§4. De aanvraag door niet erkende verenigingen uit Ranst, particulieren en clubs en verenigingen van buiten de gemeente Ranst voor de organisatie van voornamelijk outdoor kan enkel door het college van burgemeester en schepenen worden goedgekeurd indien het een meerwaarde brengt voor de (uitstraling van de) gemeente Ranst en geen onoverkomelijke hinder met zich mee brengt voor de omwonenden en de uitbaters van de zomerbar. Elke aanvraag zal in dit kader overwogen worden.

Het college behoudt zich het recht voor om de organisatie van activiteiten door verenigingen van buiten Ranst te weigeren en neemt steeds de eindbeslissing.

 

Art. 15: Specifieke voorwaarden refters van de gemeentelijke scholen

Als men de refter van een school huurt, mag ook de speelplaats gebruikt worden, inclusief de op de speelplaats aanwezige materialen. Eventuele schade moet spontaan door de gebruiker gemeld en vergoed worden. Alle materialen moeten na gebruik opnieuw op hun plaats gezet worden.

Na afspraak met de schooldirectie kan de gebruiker een sleutel van het lokaal bekomen. Hij moet tekenen voor ontvangst.

Na het gebruik van het lokaal worden de lichten gedoofd en wordt het gebouw door de gebruiker afgesloten. De sleutel wordt zo spoedig mogelijk terug bezorgd. Bij verlies van de sleutel worden de kosten voor het vervangen van de sloten waarop de sleutel paste en voor de nieuwe sleutels aangerekend aan de gebruiker.

 

Art. 16: Specifieke voorwaarden lokalen bibliotheek Ranst en Emblem

Na afspraak met het bibliotheekpersoneel kan de gebruiker een sleutel van het lokaal bekomen. Hij moet tekenen voor ontvangst.

Na het gebruik van het lokaal worden de lichten gedoofd en wordt het gebouw door de gebruiker afgesloten. De sleutel wordt zo spoedig mogelijk terug bezorgd. Bij verlies van de sleutel worden de kosten voor het vervangen van de sloten waarop de sleutel paste en voor de nieuwe sleutels aangerekend aan de gebruiker.

 

Art. 17: Specifieke voorwaarden Allierse kapel

§1. De kapel is een beschermd monument, de gebruiker moet erover waken dat er op geen enkele manier schade wordt aangebracht aan en rond het gebouw of de kunstvoorwerpen die in het interieur staan (preekstoel, kruisweg, altaar….). Indien er schade wordt vastgesteld, kan deze aangerekend worden. Iedere schade die naar aanleiding van de activiteit wordt veroorzaakt, moet onmiddellijk aan de cultuurdienst worden gesignaleerd.

§2. Het gemeentebestuur van Ranst is niet aansprakelijk voor gebeurlijke ongevallen, schade aan kunstwerken of diefstallen, het uitvallen of onderbreken van de elektrische verlichting, verwarming of welke nutsvoorziening dan ook waardoor de tentoonstelling kan worden gehinderd.

§3. De gebruiker staat in voor het opstellen, onderhoud en het afhalen van de werken. Er mag enkel gebruik gemaakt worden van het aanwezige ophangsysteem. Er wordt geen muurkauwgom, kneedgom, plakband of nagels in/op de muren toegelaten. Er wordt geen bijkomende verlichting aangebracht en er mogen geen aanpassingen aan het gebouw gebeuren. Er mogen wel sokkels gebruikt worden.

§4. De verhuurder staat niet in voor de verzekering van de werken.

§5. De inhoud/aard van de tentoongestelde werken mag niet onnodig kwetsend (bv. racistisch, seksistisch) zijn. Artistieke vrijheid staat steeds voorop maar in geval van twijfel beslist het bestuur.

§6. De gebruiker staat zelf in voor de promotie van de tentoonstelling.

§7. De organisator mag een vernissage organiseren. Deze kan enkel plaatsvinden in de exporuimte. De gebruiker staat zelf in voor de organisatie. De gebruiker staat in voor het opruimen en netjes achterlaten van de ruimte na afloop.

§8. Over de toelating tot gebruik van de Kapel wordt beslist door de cultuurdienst. Bij betwisting wordt de beslissing voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.

§9. De gebruiker kan de sleutel van de expositieruimte na afspraak afhalen in GC Den Boomgaard, Antwerpsesteenweg 43, 2520 Ranst, 03 206 09 20.

§10. De gebruiker staat in voor de permanentie in de expositieruimte tijdens de openingsuren van de Kapel. De openingsuren mogen zelf door de gebruiker bepaald worden. De gebruiker is verantwoordelijk voor het correct afsluiten van de Kapel bij het verlaten van de site. De gebruiker schakelt alle apparaten en verwarming uit, dooft de lichten en sluit de ramen en deuren.

De gebruiker moet de vaat doen en de vuilniszakken met vuilnis meenemen. Indien de ruimte niet netjes blijkt te zijn, zal door de gemeente een poetsfirma worden aangesteld om de kapel te poetsen. De kosten hiervan worden in dat geval integraal doorgerekend aan de gebruiker.

Het gebruik van elektrische ovens, baktoestellen en verwarming is enkel toegelaten in de achterliggende keuken. Het binnenbrengen van toestellen op gas is verboden.

§11. De gemeente Ranst kan op elk moment controle uitoefenen en heeft dan ook te allen tijde het volledige toegangsrecht tot de Kapel.

 

Art. 18. Specifieke voorwaarden sporthal en turnzalen

§1. Alle aanvragen verlopen via het online reservatiesysteem reservaties.ranst.be.

§2. Aanvragen voor jaarverhuur zijn mogelijk van 1 april tot en met 15 april van het lopende sportseizoen. Volgende specifieke bepalingen gelden:

-          Aanvragen die na 15 april worden ingediend, worden pas behandeld na de tijdige aanvragen.

-          Gemeentelijke activiteiten worden – indien mogelijk – vóór 15 april ingepland.

-          Scholen dienen hun reservaties uiterlijk op 1 september door te geven.

-          Het definitieve jaar-gebruikersschema zal goedgekeurd worden door het college van burgemeester en schepenen.

-          Bij de opmaak van het jaarschema geldt onderstaande voorrangsvolgorde:

        Gemeentelijke activiteiten

        Scholen tijdens de lesuren

        Verenigingen die het voorbije jaar dezelfde uren gebruikten

        Erkende verenigingen uit Ranst

§3. Na goedkeuring van het jaar-gebruikersschema kunnen losse gebruikers de vrije uren reserveren.

Alle aanvragen tot losse verhuur moeten minimum twee dagen voor de datum van reservatie gebeuren.De aanvraag kan enkel betrekking hebben op het huidige sportjaar vanaf 1 augustus tot en met 30 juni.

Betaling gebeurt vooraf online.

Bij overmacht, gemeentelijke activiteiten of noodzakelijke onderhouds- of herstellingswerken kan de gemeente een reservatie annuleren. Waar mogelijk wordt een alternatieve gemeentelijke infrastructuur aangeboden aan een gelijk of lager tarief.

§4. Het betreden van de sportinfrastructuur gebeurt op eigen risico.

Elke handeling als sporter of toeschouwer valt onder de verantwoordelijkheid van de bezoeker. Het gemeentebestuur is niet aansprakelijk voor ongevallen, diefstal of schade.

§5. Kleedkamers zijn beschikbaar vanaf 30 minuten voor aanvang van de activiteit. Douches en kleedkamers moeten uiterlijk 30 minuten na het einde van de activiteit verlaten worden.

Ze dienen proper achtergelaten te worden en afval moet gesorteerd worden in de juiste vuilbakken.

§6. Lessen en sportactiviteiten worden begeleid door deskundigen.

De lesgever of verantwoordelijke mag de zaal en kleedkamers pas verlaten nadat alle deelnemers vertrokken zijn.

§7. De gebruikers zorgen voor netheid en orde en verzekeren meer bepaald dat:

-          Al het gebruikte materiaal na afloop wordt opgeborgen

-          Het terrein netjes achterblijft

-          Afval correct gesorteerd wordt

-          Toezicht gebeurt door het aanwezige personeel.

§8. Toegang tot de toestellenruimte is enkel toegestaan voor het halen en opbergen van sportmateriaal.

Materialen moeten gedragen of verrold worden, niet gesleept. Trainers begeleiden hierbij de jongeren.

§9. De huurtijd moet strikt gerespecteerd worden. Opstellen en opruimen behoren tot de huurtijd zodat de volgende gebruiker op tijd kan starten.

§10. Kinderen jonger dan 10 jaar zijn enkel toegelaten onder begeleiding van een volwassene, behalve als ze deelnemen aan een club- of ploegactiviteit.

§11. Volgende gedragingen zijn niet toegestaan:

-          Personen die dronken of onbetamelijk zijn, wordt de toegang geweigerd.

-          Glas, warme dranken en alcohol zijn verboden in sportzalen en kleedkamers.

-          Dieren zijn verboden, behalve assistentiehonden.

-          Enkel geschikt schoeisel is toegestaan; fietsen, skeelers en andere vervoersmiddelen zijn verboden in de zalen.

-          Het is verboden te roken aan de ingang van de sportaccommodaties en binnen in de sportaccommodaties.

§12. Bij verlies van een sleutel of toegangsbadge wordt een kost van €30 aangerekend.

§13. Aanwijzingen van het aanwezige personeel dienen strikt opgevolgd te worden.

 

Titel V. Slotbepalingen

 

Art. 19: Inwerkingtreding

§1. Dit retributiereglement treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.

§2.Het retributiereglement voor de verhuur van de refters van de gemeentelijke scholen en van de vergaderlokalen van de bibliotheek, goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 november 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

Het aangepaste retributiereglement op het gebruik van de vrijetijdsinfrastructuur van de gemeente Ranst, goedgekeurd op de gemeenteraad van 19 december 2022, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

 

Art.20: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

17. Retributiereglement voor de uitvoering van werken periode 2026-2031 - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor de uitvoering van werken in de periode 2026-2031 goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 22 mei 2023 met de goedkeuring van de aanpassingen aan het reglement voor de uitvoering van werken van 18 november 2019.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 173 van de Gecoördineerde Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 41, lid 1, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad kan bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van

materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)

 

Bijkomende motivering:

Werken uitgevoerd door de gemeente in functie van private aanvragen is nog steeds een uitzondering. In het verleden ging het uitsluitend over de aanleg van een inrit op openbaar domein in functie van de private toegang tot het perceel. De laatste jaren is er bij de technische dienst een uitbreiding merkbaar van de werken die zij uitvoeren op vraag van derden of werken die zij uitvoeren door het uitblijven van acties door derden die eigenlijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de werken.

De retributie wordt geheven ten aanzien van volgende diensten:

  1. Allerlei werken aangevraagd door derden op het openbaar domein.
  2. Ondersteuning bij de uitleen van gemeentelijke materialen buiten de gemeentegrenzen.
  3. Het opruimen van sluikstorten tenzij deze uitvoering aanleiding geeft tot de toepassing van een andere gemeentevordering of wanneer ze het gevolg is van de uitvoering van een overeenkomst.
  4. Verwijderen van overhangend groen, aanplantingen en afsluitingen afkomstig van private percelen.
  5. Constructies die zonder vergunning geplaatst werden op openbaar domein en verwijderd dienen te worden.

Het bedrag van de retributie staat in redelijke verhouding tot de kostprijs van de betrokken dienstverlening. Het is met name gebaseerd op het uurloon van een arbeider en de afschrijving van de voertuigen en machines.

In voorliggend reglement is een delegatie van de tarieven aan het college van burgemeester en schepenen opgenomen, zodat de tarieven vlot kunnen herbekeken worden. Zij blijven echter steeds in redelijke verhouding staan tot de werkelijke kostprijs.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Retributie op sluikstort

Actie:

Ranst voert een gericht afvalbeleid

Ramingnummer:

RA000879

Inkomst:

€ 9.000/periode 2026-2031

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Toepassingsgebied

§1. De gemeenteraad vestigt vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een gemeentelijke retributie voor de uitvoering van werken door het gemeentebestuur voor derden.

§2. Onder de uitvoering van werken voor derden wordt in toepassing van dit reglement begrepen:

-          allerlei werken op het openbaar domein aangevraagd door derden

-          ondersteuning bij de uitleen van gemeentelijke materialen buiten de gemeentegrenzen

-          het opruimen van afval in geval van sluikstorten tenzij deze werken aanleiding geven tot de toepassing van een andere gemeentevordering of wanneer ze het gevolg is van de uitvoering van een overeenkomst

-          verwijderen van overhangend groen, aanplantingen en afsluitingen afkomstig van private percelen

-          verwijderen van constructies die zonder vergunning geplaatst werden op openbaar domein

 

Art. 2: Werken op aanvraag en bij uitleen materialen

De retributie voor het uitvoeren van werken op het openbaar domein en de ondersteuning bij de uitleen van gemeentelijke materialen buiten de gemeentegrenzen is verschuldigd door de rechtspersoon of natuurlijk persoon die de uitvoering van de werken of de ontlening van materialen aanvraagt.

 

Art. 3: Het opruimen van sluikstorten

§1. Onder sluikstorten wordt verstaan: afvalstoffen achterlaten, opslaan of storten op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen op een wijze die niet overeenstemt met het materialendecreet en zijn uitvoeringsbesluit VLAREMA, de relevante bepalingen van de gemeentelijke politieverordening en andere wettelijke bepalingen.

§2. Onder afvalstoffen wordt verstaan: elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Hieronder wordt verstaan, zowel klein afval (hondenpoep, flessen, blikken, papier en dergelijk) als groot afval.

§3. De retributie op het ambtshalve opruimen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente is verschuldigd door de sluikstorter, de hiervoor aansprakelijke (rechts)persoon of de eigenaar van de afvalstoffen.

 

Art. 4. Overhangend groen en constructies op openbaar domein

Na aanmaning van de eigenaar(s) per brief en vervolgens aangetekend schrijven wordt de technische dienst of een aannemer aangesteld door het gemeentebestuur ingezet voor het verwijderen van:

-          overhangend groen (aanplantingen en hagen) en afsluitingen afkomstig van private percelen 

-          constructies die zonder vergunning geplaatst werden op openbaar domein

De retributie voor het verwijderen van overhangend groen, aanplantingen en afsluitingen afkomstig van private percelen, en van constructies die zonder vergunning geplaatst werden op openbaar domein, is verschuldigd door de rechtspersoon of natuurlijk persoon die verantwoordelijk is voor het plaatsen of het niet zelf verwijderen van voormelde voorwerpen.

 

Art. 5: Bedrag van de retributie

§1. De retributie voor de uitvoering van werken, het opruimen van sluikstorten en het verwijderen van overhangend groen, afsluitingen of andere onterecht geplaatste constructies op openbaar domein wordt als volgt vastgesteld:

-          € 50 per arbeidsuur zonder gebruik van machines

-          € 60 per arbeidsuur met gebruik van kleine machines

-          € 95 per arbeidsuur met gebruik van grote machines

§2. Onder grote machines wordt begrepen: hakselaar, vrachtwagen, kraan, tractor, bermmaaier, grasmaaier.

§3. De kost van gehuurde machines en de afvoer van afval wordt aan de derde aangerekend aan de door het gemeentebestuur verschuldigde kostprijs.

§4. Alle kosten gemaakt door een door de gemeente aangestelde aannemer zullen aan de derde doorgerekend worden.

§5. Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten en het verwijderen van overhangend groen, afsluitingen of andere onterecht geplaatste constructies op openbaar domein wordt het factuurbedrag van deze derde, vermeerderd met een administratieve kost van € 100.

§6. Deze tarieven gelden onder voorbehoud van de uitoefening van de overeenkomstig artikel 7 aan het college van burgemeester en schepenen toevertrouwde bevoegdheid om de tarieven aan te passen.

 

Art. 6: Betaling van de retributie

§1. Voor de uitvoering van allerlei werken en ondersteuning bij de uitleen van gemeentelijke materialen buiten de gemeentegrenzen ontvang en betaalt de aanvrager van de werken voor de aanvang van de werken een factuur op basis van een kostenraming.

Na uitvoering van de werken worden de effectieve kosten nagerekend. Indien deze afwijken van de kostenraming, volgt er een bijkomende factuur of creditnota.

Indien er op voorhand geen kostenraming kan opgemaakt worden, moet de retributie betaald worden na beëindiging van de werken of de opdracht.

§2. Voor het opruimen van sluikstorten, het verwijderen van (overhangend) groen, afsluitingen en andere constructies op openbaar domein, wordt de retributie na ontvangst van een factuur betaald door middel van overschrijving op de bankrekening van de gemeente Ranst.

 

Art. 7: Delegatie met betrekking tot de tarieven

De gemeenteraad vertrouwt aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid toe om de tarieven vermeld in voorliggend reglement aan te passen. Zij blijven evenwel in verhouding staan tot de betrokken diensten.

 

Art.8: Slotbepalingen

§1. Het besluit van de gemeenteraad van 22 mei 2023 met de goedkeuring van de aanpassingen aan het reglement voor de uitvoering van werken wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven, en vervangen voor bovenstaand reglement voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

§2. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

18. Dienst- en retributiereglement bibliotheek - retributiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het dienst- en retributiereglement voor de gemeentelijke bibliotheken goed voor de periode 2026-2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 18 september 2017 keurde de gemeenteraad het eerste gezamenlijke dienstreglement van Bibburen goed.

Op 18 november 2019 keurde de gemeenteraad het retributiereglement van de bibliotheek goed.

Op 17 november 2025 keurde de gemeenteraad de verdere samenwerking van Bibburen goed.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 173 van de Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Advies:

Op de vergadering van het beheerscomité van Bibburen van 1 oktober 2025 werd het nieuwe dienstreglement van Bibburen goedgekeurd en werd er beslist deze voor te leggen aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

 

Bijkomende motivering:

In het nieuwe dienstreglement van de Bibburen wordt bepaald dat het jaarlijks lidgeld voor inwoners van ouder dan 25 jaar die woonachtig zijn in een gemeente die geen deel uitmaakt van Bibburen 5 euro bedraagt. 

Volgende categorieën worden vrijgesteld van het betalen van het jaarlijks lidgeld:

-          inwoners van de deelnemende gemeenten van Bibburen

-          personeelsleden van gemeente en OCMW van de deelnemende gemeenten van Bibburen

-          leerkrachten werkzaam in scholen in de deelnemende gemeenten van Bibburen

-          vrijwilligers en bewoners van zorginstellingen op het grondgebied van de deelnemende gemeenten van Bibburen

-          personen jonger dan 26 jaar.

Het nieuwe retributiereglement hanteert volgende tarieven:

 

Oude prijs

Nieuwe prijs Bibburen

Nieuwe prijs Ranst

Boete per dag

€ 0,15

€ 0,20

 

Administratiekost aanmaning

€ 0,50

€ 1,00

 

Interbibliothecair leenverkeer

€ 5,00

€ 5,00

 

Vervanging bibkaart

€ 2,50

€ 3,00

 

Lidgeld niet-inwoner Bibburen

€ 0,00

€ 5,00

 

Afdruk A4 zwart/wit (recto verso)

€ 0,10

 

€ 0,20

Afdruk A4 kleur (recto verso)

€ 0,50

 

€ 1,00

Afdruk A4 zwart/wit (recto)

€ 0,1

 

€ 0,10

Afdruk A4 kleur (recto)

€ 0,5

 

€ 0,50

Afgevoerd boek zachte kaft

€ 0,20

 

€ 0,20

Afgevoerd boek harde kaft

€ 0,50

 

€ 0,50

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Inning van de retributie voor de levering van diensten in de gemeentelijke openbare bibliotheken in de periode 2026-2031

Actie:

Ranst faciliteert levenslang leren

Ramingnummer:

RA000824

Inkomst:

€ 57.040 / periode 2026-3031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

TITEL 1: Dienstreglement openbare bibliotheken Ranst en Bibburen

Art. 1: Algemeen

Bibburen is een interlokale vereniging. Ze bestaat uit de bibliotheken van de deelnemende gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en Zoersel.

Iedere bibliotheekbezoeker is onderworpen aan de bepalingen van dit reglement. Gedetailleerde informatie over tarieven en huishoudelijke afspraken zijn te vinden op de website van de bibliotheek.

 

Art. 2: Toegankelijkheid

De bibliotheken zijn voor iedereen vrij toegankelijk. Iedere bibliotheekbezoeker is vrij om gratis alle aanwezige materialen en informatiebronnen te raadplegen.

 

Art. 3: Lid worden

Iedereen die woonachtig is in een gemeente dat deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen kan gratis lid worden van de bibliotheek op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of verblijfsdocument.

Kinderen jonger dan 12 jaar die lid willen worden van de bibliotheek hebben de toestemming nodig van een ouder of voogd.

De ouder(s) van een leerling die in schoolverband word(t)(en) ingeschreven word(t)en) door de school hiervan op de hoogte gesteld.

Personen vanaf 26 jaar die niet woonachtig zijn in een gemeente die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen, kunnen lid worden van de bibliotheek, maar betalen een jaarlijks lidgeld.

Gemeentepersoneel, leerkrachten, vrijwilligers en bewoners van zorginstellingen op het grondgebied van een gemeente van Bibburen zijn vrijgesteld van lidgeld.

 

Art. 4: Dienstverlening

§1. Lenen van materialen:

Materialen kunnen enkel door leden geleend worden met een geldige bibliotheekkaart of identiteitsbewijs.

Elk lid kan in elke gemeente van Bibburen 15 materialen gratis lenen voor een periode van 28 dagen. Voor specifieke collecties kunnen er restricties gelden.

Materialen die een leeftijdsaanduiding hebben, kunnen niet geleend worden door iemand met een jongere leeftijd.

In een bibliotheek met een zelfuitleensysteem is de lener verantwoordelijk voor het correct registreren van de materialen die hij of zij uitleent en inlevert.

De materialen kunnen door de lener op aanvraag of online via Mijn Bibliotheek, tweemaal worden verlengd met 28 dagen. Materialen die gereserveerd werden door een andere gebruiker, kunnen niet worden verlengd.

Voor elk materiaal dat de gratis uitleenperiode overschrijdt, wordt een boete per openingsdag aangerekend. Bij het overschrijden van de leentermijn met 7 dagen ontvangt de lener een herinneringsnota per e-mail of brief. Zeven dagen later volgt een tweede herinneringsnota per e-mail of brief. 28 dagen na het verstrijken van de uitleentermijn ontvangt de lener een materiaalvergoedingsnota waarin wordt gevraagd om de materialen te vergoeden. Indien deze materialen worden ingeleverd, vervalt de materiaalvergoedingskost en worden enkel het boetebedrag en een administratieve kost aangerekend.

Indien de lener de leentermijn met 56 dagen overschrijdt of een schuld van meer dan 10 euro heeft openstaan in één van de bibliotheken van Bibburen, wordt het lidmaatschap van alle bibliotheken van Bibburen automatisch geblokkeerd tot alle materialen zijn teruggebracht en de openstaande schuld is vereffend.

Een lener met een openstaand bedrag van minstens 5 euro die reeds 56 dagen openstaat, wordt hiervan per e-mail of brief verwittigd en krijgt 56 dagen hierna een 2de herinnering als het openstaande bedrag nog niet is vereffend.

112 dagen na het verstrijken van de uitleentermijn van een materiaal, wordt het materiaal afgeschreven bij de bibliotheek en wordt de schuldvordering verder opgevolgd door de betrokken instanties van de gemeente.

Bibliotheekmaterialen kunnen enkel worden teruggebracht in de gemeente waar ze werden geleend.

Wanneer de bibliotheek gesloten is, kan een lener materialen buiten de openingsuren inleveren als er een inleverbus aan het bibliotheekgebouw aanwezig is. De materialen worden pas bij de eerstvolgende opening van de bibliotheek door een bibliotheekmedewerker binnen genomen. Er kunnen eventuele kosten worden aangerekend voor het overschrijden van de leentermijn of de onvolledigheid of de beschadiging van ingeleverde materialen

§2. Reserveren van materialen:

De meeste bibliotheekmaterialen kunnen gratis worden gereserveerd. Een lid kan maximaal vijf reservaties op hetzelfde moment hebben openstaan. Het gevraagde materiaal blijft tien werkdagen beschikbaar en moet worden opgehaald op vertoon van de bibliotheekkaart of het identiteitsbewijs van de aanvrager.

Specifieke collectieonderdelen kunnen in sommige gevallen niet worden gereserveerd.

§3. Lenen uit andere bibliotheken:

De lener kan materialen uit andere bibliotheken in Vlaanderen aanvragen tegen een vergoeding. Het gevraagde materiaal blijft tien werkdagen beschikbaar en moet worden opgehaald op vertoon van de bibliotheekkaart of het identiteitsbewijs van de aanvrager.

§4. Dienstverlening op maat:

Voor dienstverlening op maat kunnen er afwijkende afspraken worden gemaakt met de leidinggevende van de bibliotheek.

Voor speciale doelgroepen gelden er afwijkende uitleenvoorwaarden:

-          Leerkracht  30 materialen uitlenen voor 28 dagen

-          Klas:   200 materialen uitlenen voor 56 dagen

-          Instelling:  200 materialen uitlenen voor 56 dagen

§5.Wedstrijden:

Bij een wedstrijd met individuele winnaars die door de gemeenten van Bibburen gezamenlijk wordt georganiseerd, wordt een wedstrijdreglement opgesteld door de leidinggevenden van de bibliotheek. In het wedstrijdreglement worden minstens de algemene regels, de deelnemingsvoorwaarden en de prijsverdeling vermeld.  

§6. Printen en kopiëren:

Het aanbod printers en fotokopieertoestellen verschilt per bibliotheek. Voor het afdrukken op papier wordt een vergoeding aangerekend.

 

Art. 5: Verantwoordelijkheid van de gebruiker

§1. Algemeen:

De bibliotheekkaart is persoonlijk, de naamdrager is verantwoordelijk voor het gebruik. De gebruiker moet het verlies van zijn kaart onmiddellijk melden. Bij verlies of diefstal van de bibliotheekkaart zonder melding aan de bibliotheek, blijft de lener verantwoordelijk voor eventueel misbruik door middel van de kaart.

Een nieuwe bibliotheekkaart kan aan de balie worden aangevraagd. Hiervoor betaalt de gebruiker een administratieve kost.

Een wijziging van adres- of contactgegevens moet door de gebruiker zo snel mogelijk worden gemeld aan de bibliotheek.

§2. Auteursrecht en kopieerrecht:

De bibliotheekgebruiker is volledig verantwoordelijk voor eventuele inbreuken of misbruiken tegen de wettelijke bepalingen inzake kopiëren, auteursrechten en gebruiksrechten.

§3. Aansprakelijkheid:

De bibliotheek kan niet verantwoordelijk worden gesteld indien het geleende materiaal niet bruikbaar is en kan evenmin verantwoordelijk worden gesteld voor schade aan apparatuur van de gebruiker of voor verlies van gegevens.

De bibliotheek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor beschadiging of diefstal van persoonlijke voorwerpen in de bibliotheek.

De bibliotheek kan niet verantwoordelijk worden gesteld als computers, printers of computertoepassingen, zoals het internet, tijdelijk niet beschikbaar zijn.

Het oneigenlijk gebruik van de ICT-apparatuur in de bibliotheek is verboden. Risico’s van gevolgschade kunnen nooit verhaald worden op de bibliotheek.

§4. Verlies of schade geleende materialen:

Bij verlies van of schade aan een geleend materiaal moet de lener dit vergoeden. Bibliotheekmaterialen waarvan de uitleentermijn met meer dan twee maanden is overschreden, worden als verloren beschouwd. De bibliotheek rekent hiervoor de aankoopprijs en eventuele verwerkingskosten van het materiaal aan. Voor materialen die niet meer verkrijgbaar zijn, bepaalt de leidinggevende van de bibliotheek de vergoeding.

 

Art. 6: Huishoudelijke afspraken

Iedere bibliotheek hanteert huishoudelijke afspraken om de goede sfeer, de veiligheid en het comfort van alle bezoekers en het bibliotheekpersoneel te garanderen. De huishoudelijke afspraken vindt u op de website van elke bibliotheek.

 

Art. 7: Bescherming privacy

De openbare bibliotheek hecht veel belang aan de bescherming van persoonsgegevens en handelt in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR). Bij inschrijving als lid van de bibliotheek worden persoonsgegevens opgenomen in het Bibliotheeksysteem, dat deel uitmaakt van de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek van Cultuurconnect, in opdracht van de Vlaamse overheid.

De volgende gegevens kunnen worden verwerkt: identificatiegegevens (zoals naam, adres, geboortedatum), contactgegevens, bibliotheekgegevens (zoals leenhistoriek, reserveringen, betalingsgegevens). Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor het beheer van het bibliotheeklidmaatschap, het uitlenen van materialen en communicatie met de lener.

De persoonsgegevens worden bewaard tot maximaal twee jaar na beëindiging van het lidmaatschap, tenzij er nog openstaande transacties of administratieve verplichtingen zijn. Het lid van de bibliotheek heeft steeds het recht om de eigen persoonsgegevens in te kijken, te corrigeren of te laten verwijderen, en kan voorkeuren voor het bewaren van de leenhistoriek zelf beheren via het Mijn Bibliotheek-profiel.

 

Art. 8: Uitsluiten van dienstverlening

Inbreuken op het dienstreglement kunnen worden bestraft met de onmiddellijke, tijdelijke of definitieve uitsluiting van de bibliotheek. De leidinggevende van de bibliotheek neemt daartoe de beslissing, indien mogelijk, nadat de gebruiker is gehoord. Alle onvoorziene gevallen worden behandeld door de leidinggevende van de bibliotheek.

 

Art. 9: Toepassingsgebied

Dit dienstreglement is van toepassing in alle bibliotheken die behoren tot de interlokale vereniging Bibburen.

De tekst werd op de daarvoor bevoegde raad of instantie van elke deelnemende gemeente van Bibburen goedgekeurd.

 

TITEL 2: Retributiereglement Bibliotheek Ranst

 

Art. 10: Tarieven:

Lidgeld voor inwoner +25 jaar woonachtig in een gemeente die geen deel uitmaakt van Bibburen: 5,00 euro per jaar

Boete overschrijden leentermijn: 0,20 euro per materiaal per openingsdag

Administratiekost voor aanmaning: 1,00 euro

Verzendingskost van aangetekende zending: posttarief

Vergoeding aanvragen andere bibliotheek: 5,00 euro + eventueel bijkomende kosten leverancier

Vergoeding afdruk A4 zwart-wit: 0.10 euro per pagina (recto)

Vergoeding afdruk A4 kleur: 0.5 euro per pagina (recto)

Vergoeding nieuwe bibliotheekkaart: 3,00 euro

 

TITEL 3: Slotbepalingen

 

Art. 11: Inwerkingtreding

§1. Dit dienst en retributiereglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

§2. Het dienstreglement van Bibburen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 september 2017, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

§3. Het retributiereglement van de bibliotheek, goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 november 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

 

Art. 12: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

19. Retributie voor werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein - retributiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein goed voor de periode 2026-2027-2028

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraad keurde op 22 mei 2017 de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen goed.

Op 21 november 2022 keurde de gemeenteraad het retributiereglement goed voor werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein voor 2023-2024-2025.

Fluvius schreef de gemeente aan op 25 september 2025 met de vraag om het gemeentelijk retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein te vernieuwen met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.

Op 17 oktober 2025 ontving de gemeente een verklarende nota van fluvius inzake de beperking van toewijzing van de retributiebedragen.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 173 van de Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

De Code voor Infrastructuur- en Nutswerken (Code Nuts) langs gemeentewegen heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, om de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

Ranst en haar burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied. Deze werkzaamheden aan de nutsvoorzieningen hebben plaats op en langs de gemeentelijke wegen en hebben een impact op het openbaar domein en de betrokken taken en dienstverlening van de gemeente.

Op het vlak van onderhoud en herstellingen moeten geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening. Daarnaast zijn er ook een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die constant een impact hebben op het openbaar domein.

Voorliggende retributie beoogt vergoeding van de dienst die de gemeente in dit kader ter beschikking stelt van de distributienetbeheerder die in gelegenheid wordt gesteld om deze grotere en kleinere werken uit te voeren. De bedragen van de retributie worden bepaald in verhouding tot de impact op (de dienst en taken van de gemeente met betrekking tot) het openbaar domein.

De Vlaamse Nutsregulator (VNR, de vroegere VREG) wijzigde op 21 juni 2024 de tarief methodologie voor de periode 2025–2028. In de vorige reguleringsperiode beschouwde de VNR deze retributie als een exogene kost. Voor de reguleringsperiode 2025-2028 verandert de VNR dat naar een endogene kost. Dat heeft tot gevolg dat de bedragen van de retributie voortaan bepaald worden door de plafonnering van de inkomsten uit de distributienettarieven.

De VNR wil op die manier de distributienetbeheerders stimuleren om de kosten die ze kunnen beïnvloeden kostenefficiënt in te vullen en dus te vermijden dat zij deze kosten anders gaan behandelen en het risico op een mogelijk onevenwicht in belangen zo veel mogelijk te beheersen. Als gevolg hiervan worden de retributiebedragen voor de periode 2026 tot 2028 gereduceerd.

Door de herclassificatie van de retributie als endogene kost en de daaruit voortvloeiende plafonnering van de inkomsten, kunnen de retributiebedragen niet volledig worden uitbetaald. Dit betekent dat slechts een deel van de oorspronkelijk berekende bedragen effectief kan worden toegekend aan de betrokken partijen.

Bij de bepaling van de retributiebedragen is het retributiereglement toegepast, waarna de bedragen pro rata zijn verlaagd naar het bedrag dat de distributienetbeheerder in het distributietarief heeft kunnen opnemen.

Net zoals voorheen werden in het retributiereglement de basisbedragen van de retributie vermeld.

Overeenkomstig het algemeen kader dat werd gecreëerd door de raad van bestuur en overeenkomstig artikel 2 van het retributiereglement werden deze basisbedragen geïndexeerd naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

In de berekening van de retributie 2026-2027-2028 zijn deze basisbedragen met een gecumuleerde index van 1,4273 geïndexeerd.

De verplichte plafonnering van de retributiebedragen werd toegepast op de volledige berekening, inclusief indexatie. Hierdoor is de indexatie niet meer of slechts beperkt zichtbaar in het eindresultaat.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Retributie werken aan nutsvoorzieningen - elektriciteit en gas - Fluvius in de periode 2026-2027-2028

Actie:

Ranst beheert en onderhoudt haar patrimonium

Ramingnummer:

RA000870 (elektriciteit)

RA000871 (gas)

Inkomst:

€ 28.762,25 /per jaar (elektriciteit)

€ 6.237,48 / per jaar (gas)

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Kennisgevingsbrief Fluvius van 25 september 2025

Retributiereglement 2026-2027-2028

Verklarende nota Fluvius inzake beperking van toewijzing van de retributiebedragen van 17 oktober 2025

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein goed voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.

 

Art. 1: Algemeen

Er wordt aan de eigenaar van elke nuts­voor­ziening een retributie aan­ge­­rekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het ge­meen­telijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeen­te­we­gen.

Permanente nutsvoorzieningen omvatten:

-          alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, ver­deel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;

-          alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.

De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voor­af­gaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.

Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

 

Art. 2: Retributie naar aanleiding van sleufwerken

De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter open­lig­gende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voet­paden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

 

Art. 3: Retributie voor dringende werken, aansluitingen, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen

Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aan­sluitingswerken, herstellingen en kleine onder­­­houdswerken met een sleufoppervlakte van maxi­mum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grond­gebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.

Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

 

Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitings­punten op het grondgebied van de gemeente.

 

Art. 4 : Inning

De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.

 

Art. 5: Termijn

Het retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

20. Retributie voor de selectieve inzameling van huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfsafval via het recyclagepark en de verkoop van recipiënten op het recyclagepark - retributiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor de aanvoer van bepaalde recipiënten op het recyclagepark goed voor de periode 2026-2031

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 15 december 2014 waarmee aan Igean beheersoverdracht werd gedaan voor de exploitatie van het containerpark en het invoeren van diftar met weging.

Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 met de goedkeuring van het retributiereglement voor de recipiënten op het recyclagepark.

Het besluit van de gemeenteraad van 16 november 2020 met de goedkeuring van het retributiereglement voor de recipiënten op het recyclagepark met de implementatie van de recipiënten voor het composteren.

Het besluit van de gemeenteraad van 15 februari 2021 betreffende het retributiereglement voor de aanvoer van bepaalde recipiënten op het recyclagepark goed voor de periode 2020-2025 en in het bijzonder voor de aankoop van regenwatertonnen.

Bedrijven en zelfstandigen hebben toegang tot de intergemeentelijke KMO-recyclageparken.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 173 van de Gecoördineerde Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2014 over de beheersoverdracht aan IGEAN milieu en veiligheid inzake de exploitatie van het containerpark en het invoeren van diftar met weging.

Artikel 26 van het Materialendecreet van 23 december 2011 dat aan de gemeenten de opdracht geeft om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.

Artikel 10 van het Materialendecreet van 23 december 2011  dat bepaalt dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval moeten verhalen op de afvalproducenten.

Artikel 5.1.1 van het VLAREMA van 17 februari 2012 dat bepaalt dat de gemeenten het principe “de vervuiler betaalt” toepassen bij de berekening van de bijdrage in de kosten die door de burger moet worden betaald.

Bijlage 5.1.4 van het VLAREMA van 17 februari 2012 dat de minima en maxima tarieven vastlegt voor de inzameling van een aantal afvalstoffen op het recyclagepark.

Ranst is lid van Igean milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan Igean milieu & veiligheid gedaan voor de exploitatie van het recyclagepark.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

Aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval via het recyclagepark zijn kosten verbonden die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën. Het is gerechtvaardigd een kostendekkende vergoeding te vragen voor het leveren van bepaalde afvalfracties op het recyclagepark.

De kosten voor het transport en de verwerking van alle afvalsoorten worden doorgerekend aan de aanbieders van afval in functie van het aanbod en met een correcte verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties. Er is een beperkte vrijstelling voor kleine hoeveelheden afval uit huishoudens.

Aldus heeft de retributie bijkomend een positief neveneffect op het aanmoedigen van de scheiding aan de bron, alsook het goed sturen van de selectieve inzameling en het maximaal vermijden van ongesorteerde afvalstromen.

Een jaarlijkse indexering van een aantal retributies is aangewezen om de algemene kostenstijging te volgen en de verhouding inkomsten/kosten in balans te houden.

Door in de gemeenten van het samenwerkingsgebied van Igean een gelijkaardig systeem en dezelfde retributies toe te passen, worden de tarieven door de inwoners als eerlijker ervaren en kan afvaltoerisme vermeden worden. Bovendien laten dezelfde retributies het intergemeentelijk gebruik van de recyclage-parken toe, wat zorgt voor meer dienstverlening.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Bijdrage IGEAN voor afvalophaling en recyclagepark

Actie:

Ranst voert een gericht afvalbeleid

Raming:

RA000877

Inkomst:

niet van toepassing - verrekening via bijdrage in de werkingskosten van Igean

Visum:

niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Tarieven afvalfracties op het recyclagepark

§1 Met ingang van 1 januari 2026 legt de gemeenteraad middels voorliggend reglement volgende retributies vast voor de aanvoer van volgende afvalstoffen op het recyclagepark:

 

Afvalfractie

tarieven (euro/kg)

Particulier, 2e verblijf, verenigingen, scholen, …

Bedrijven en zelfstandigen

(KMO-tarief)

-          grofvuil

-          gemengd bouw- en sloopafval

-          asbesthoudend afval

0,35

0,35

-          kalkplaten

-          cellenbeton

-          vlak glas

-          grond

-          zuiver steenpuin

-          hout

0,05

0,12

-          groenafval

0,00

0,12

-          piepschuim (zak 1.500 liter)

-

6 euro/zak

-          plastic folie (zak 400 liter)

-

5 euro/zak

 

Art. 2: Gezinnen, bedrijven en zelfstandigen en mogelijke vrijstellingen

§1. Het bedrag van de retributies vermeld in artikel 1 is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van het recyclagepark voor de aanvoer van de in artikel 1 genoemde afvalstoffen.

§2. Voor elk gezin (alle personen die in het bevolkingsregister aan elkaar gekoppeld zijn via het ‘gezinshoofd’) zijn er volgende vrijstellingen van toepassing:

  1.    Een gezin van maximaal drie personen krijgt per jaar 50 kg vrijstelling.
  2.    Er geldt een extra vrijstelling van 10 kg per bijkomend gezinslid per jaar.
  3.    Voor grofvuil wordt geen vrijstelling toegekend, vermits dat wettelijk niet toegelaten is.
  4.    Voor asbesthoudend afval geldt een vrijstelling van 1.000 kg per jaar.
  5.    Enkel het bezoekerstype “particulier” krijgt een vrijstelling toegekend.
  6.    De vrijstellingen worden één maal per jaar, namelijk op 1 januari, toegekend.

Vrijstellingen kunnen niet opgebouwd / overgedragen worden naar het volgende jaar.

§3. Bedrijven en zelfstandigen krijgen geen vrijstellingen. Er wordt maximaal 1.000 kg per dag per bedrijf en zelfstandige aanvaard. De afvalstoffen moeten gesorteerd naar het recyclagepark gebracht worden. Alleen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden aanvaard. Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn afvalstoffen die ontstaan zijn ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als van deze van de normale werking van een particuliere huishouding, en die omwille van de aard, de samenstelling en de hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.

 

Art. 3: Indexering tarieven

§1. Om ervoor te zorgen dat de retributies in redelijke verhouding tot de kostprijs blijven, zullen de retributies zoals vastgesteld in artikel 1 jaarlijks aangepast worden, rekening houdend met de recyclageparkindex.

§2. Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen, worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x.

Dit geeft volgende formule:

RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)

RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen.

§3. De drie kostensoorten volgen elk een eigen index:

1. Ophaalkosten

Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1

2. Exploitatiekosten

Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1

3. Personeelskosten

Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt

Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1

§4. De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1 juli in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1 juli 2027.

§5. De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op drie decimalen. Indien het vierde decimaal vijf of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien vier of lager, is er een afronding naar beneden.

§6. Voorafgaand aan de toepassing zal het resultaat van de index RI(x+1) telkens ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen van alle gemeenten van regio noord, uiterlijk op 15 mei van het jaar

 

Art. 4: Recipiënten aangeboden op het recyclagepark en bijhorende tarieven

§1. Naast de recipiënten zoals beschreven in artikel 1 worden volgende producten aangeboden op het recyclagepark volgens onderstaande retributies:

Recipiënten             Bedrag

compostvat incl. beluchtingstok

€ 50

beluchtingsstok

€ 5

compostbak

€ 140

aanbouwmodule compostbak

€ 95

regenwaterton 310 liter

€ 70

regenwaterton 510 liter

€ 110

buisfolie voor asbestplaten

€ 1

minibag van 150 liter voor asbestcementafval

€ 1

zak compost 40 liter

€ 5

zak potgrond 50 liter

€ 8

vat voor medisch afval - landbouw 30 liter

€ 20

vat voor medisch afval - landbouw 60 liter

€ 30

§2. Voor bovenstaande producten is de jaarlijkse indexering zoals vastgesteld in artikel 3 niet van toepassing.

 

Art. 5: Mogelijke vrijstellingen van retributie voor gemeentelijke diensten, diensten van lokale openbare instellingen en erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang

§1. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Ranst worden vrijgesteld van de retributie.

§2. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Ranst en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen tevens vrijgesteld worden van de retributie. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over deze vrijstelling.

 

Art. 6: De betaling

De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met betaalkaarten. Bedrijven en zelfstandigen krijgen regelmatig een factuur voor de retributies die ze in de voorafgaande periode betaald hebben. Bij ontstentenis van betaling kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden.

Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie middels dwangbevel ingevorderd worden.

 

Art. 7: Toegangskaarten tot recyclagepark

§1. De toegelaten gebruikers die niet beschikken over een elektronische identiteitskaart dienen zich te registreren op het recyclagepark en verwerven maximaal twee toegangskaarten per gezin om het recyclagepark te betreden. Voor elke toegangskaart wordt een retributie gevraagd van 8 euro met uitzondering van een defect van de toegangskaart dat niet te wijten is aan het verlies of misbruik door de gebruiker op voorwaarde dat de defecte kaart overhandigd wordt aan het recyclagepark.

§2. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Ranst worden vrijgesteld van de retributie voor de toegangskaart.

§3. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Ranst en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten verwerven eveneens één toegangskaart per vereniging conform de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over de toekenning.

 

Art. 8: Inwerkingtreding

Het besluit van de gemeenteraad van 15 februari 2021 met de goedkeuring van het retributiereglement voor de recipiënten op het containerpark wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door dit reglement voor de periode vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Art. 9: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in de artikels 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

21. Retributie voor de selectieve inzameling van huis van huisvuil en gft met diftar, voor papier en karton, voor PMD, op afroep voor grofvuil en snoeihout, voor de verkoop van pmd-zakken en papieren keukenafvalzakjes - retributiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement goed inzake diftar huisvuil, gft, P&K, grof vuil en snoeihout + verkoop van pmd-zakken en papieren keukenafvalzakjes

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraadsbeslissing van 11 september 2006 over de beheersoverdracht aan IGEAN milieu en veiligheid inzake het ophalen van huishoudelijk afval.

Het besluit van de gemeenteraad van 19 oktober 2020 met de goedkeuring van het retributiereglement voor de selectieve inzameling van huisvuil en gft met diftar en voor papier en karton.

Het besluit van de gemeenteraad van 21 december 2020 met de goedkeuring van de aanpassing van het retributiereglement voor de selectieve inzameling van huisvuil en gft met diftar en voor papier en karton met de uitbreiding van de retributies voor het verkopen van pmd-zakken en het ophalen aan huis van grofvuil.

Het besluit van de gemeenteraad van 15 februari 2021 met de goedkeuring van de aanpassing van het retributiereglement voor de selectieve inzameling van huisvuil en gft met diftar en voor papier en karton + de retributies voor het verkopen van pmd-zakken en het ophalen aan huis van grofvuil met de uitbreiding van de retributie voor de verkoop van pmd-zakken met een formaat van 30l.

Het besluit van de gemeenteraad van 26 mei 2025 met de goedkeuring van de aanpassing van het retributiereglement voor de selectieve inzameling van huisvuil en gft met diftar en voor papier en karton + de retributies voor het verkopen van pmd-zakken en het ophalen aan huis van grofvuil met de uitbreiding van de retributie voor de ophaling aan huis op afroep voor de fractie snoeihout.

Het besluit van de gemeenteraad van 15 september 2025 met de goedkeuring van het aangepaste retributiereglement voor de selectieve inzameling aan huis van huisvuil en gft met diftar, voor papier en karton, voor pmd, op afroep voor grofvuil en snoeihout + retributies voor de verkoop van pmd-zakken en papieren keukenafvalzakjes.

 

Juridisch kader:

Artikel 170, §4, lid 1 van de Gecoördineerde Grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

Artikel 173 van de Gecoördineerde Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 41, lid 2, 2° en 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

De gemeenteraadsbeslissing van 11 september 2006 over de beheersoverdracht aan IGEAN milieu en veiligheid inzake het ophalen van huishoudelijk afval.

Het Materialendecreet van 23 december 2011 en zijn uitvoeringsbesluit VLAREMA

Het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA, bevat o.a. voorschriften voor de selectieve inzameling van afvalstoffen.

Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.

Artikel 10 van het Materialendecreet bepaalt dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval moeten verhalen op de afvalproducenten.

Artikel 5.1.1 van het VLAREMA bepaalt dat de gemeenten het principe “de vervuiler betaalt” toepassen bij de berekening van de bijdrage in de kosten die door de burger moeten worden betaald.

Bijlage 5.1.4 van het VLAREMA legt de minima en maxima tarieven vast voor de inzameling van een aantal afvalstoffen. Die tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex.

 

Bijkomende motivering:

De aanpassing van het retributiereglement herneemt het reglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 15 september 2025.

Het retributiereglement stelt kostendekkende vergoedingen vast en kadert door middel van het wegen van het afval voor de eerlijke toepassing van het principe “de vervuiler betaalt" met volgende krijtlijnen:

-          Een goede verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties zoals het gft, pmd, huisvuil en grofvuil is noodzakelijk om een correcte sortering te stimuleren.

-          De retributie voor huisvuil en gft omvat drie parameters:

        maandelijkse servicekost: volgens het volume van de container

Voor het gebruik van een gft- of huisvuilcontainer betaal je maandelijks een vast bedrag, afhankelijk van de grootte van de container.

        ledigingskost per aanbieding: volgens het volume van de container

De ledigingskost zorgt ervoor dat de inwoners de container niet elke keer aanbieden als er nauwelijks afval in zit, maar toch regelmatig genoeg om de kwaliteit van het afval te waarborgen en geurhinder te voorkomen.

        verwerkingskost per kg : volgens de aangeboden hoeveelheid

 De verwerkingskost per kg huisvuil en per kg gft zorgt ervoor dat de inwoners op een

 bewuste manier omgaan met hun afval.

-          Voor de papiercontainers wordt enkel een gebruiksrecht aangerekend.

-          De jaarlijkse bijsturing van de retributies is aangewezen om de algemene kostenstijging te volgen en de verhouding inkomsten/kosten in balans te houden. De gangbare tarieven worden gepubliceerd op de website.

-          Het is de bedoeling in alle gemeenten van het samenwerkingsgebied van Igean milieu & veiligheid eenzelfde retributie- en diftarsysteem toe te passen. Hierdoor worden de tarieven door de inwoners als eerlijker ervaren en kan afvaltoerisme vermeden worden.

-          De retributies zullen geïnd worden via het voorschottensysteem waarvan de gebruikte dienstverlening zal afgehouden worden.

-          De voorschotten moeten worden betaald op een rekening van de gemeente.

Om de scheiding aan de bron aan te moedigen, is het aangewezen om de gezinnen te sensibiliseren en hulpmiddelen aan te reiken om de afvalsortering zo eenvoudig mogelijk te maken. Het is belangrijk om het gebruik van de gft-containers te stimuleren en inwoners aan te sporen om het keukenafval niet bij het huisvuil te deponeren vermits deze zware organische fractie vaak nog een aanzienlijk gewicht vertegenwoordigt. Om hieraan tegemoet te komen worden papieren keukenafvalzakjes van 8 liter aangeboden tegen een kostendekkende vergoeding.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Opbrengst uit de inzameling met diftar

Opbrengsten uit de verkoop van PMD zakken

Actie:

Ranst voert een gericht afvalbeleid

Ramingnummer:

RA000874

RA000875

Inkomst:

€ 4.710.000 / periode 2026-2031

€ 180.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Algemeen

De gemeenteraad voert met voorliggend reglement vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een aantal retributies in met betrekking tot de selectieve afvalinzameling.

Voor de toepassing van deze retributies wordt verstaan onder:

-          diftar: “toepassing van gedifferentieerde tarieven zodat er betaald wordt in functie van het type en de hoeveelheid afval die wordt meegegeven”

-          servicekost: “de maandelijkse servicekost zorgt ervoor dat elk aansluitpunt, dat afval kan aanbieden via (ondergrondse) containers, bijdraagt in een deel van de vaste kosten van de dienstverlening

-          referentiepersoon: de persoon in het bevolkingsregister die het huishouden vertegenwoordigt bij contacten met de overheid”

-          aansluitpunt: “iedere entiteit (gebouw, constructie, appartement, woongelegenheid, infrastructuur, domein, openbaar gebouw en andere) op het grondgebied van de gemeente die geregistreerd is en als afvalproducent potentieel gebruik maakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake het inzamelen van afvalfracties”

-          inhuizing: “registratie van een referentiepersoon op een adres in de gemeente”

-          eID: “de elektronische identiteitskaart is een fysieke kaart met een ingebouwde chip die de identiteit van de houder elektronisch kan verifiëren”

-          container: “het aan een aansluitpunt ter beschikking gestelde recipiënt voor de inzameling van afvalstoffen. De container is voorzien van een chip waardoor de identiteit van de aanbieder en het aantal aanbiedingen alsook de aangeboden hoeveelheid afval via een geautomatiseerd systeem kunnen worden geregistreerd”

-          toegangskaart: “de digitale kaart met onbepaalde geldigheidsduur die ter beschikking wordt gesteld van een aansluitpunt en die de houder van de kaart toegang verleent tot een ondergrondse container of pop-up container”

-          fractie: “specifiek type afval dat selectief ingezameld wordt bv. papier & karton”

 

Art. 2: Tarieven huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval

§1. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de inzameling van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. Een retributie voor de inzameling en verwerking van huisvuil en gft via het diftarsysteem en het gebruik van een papiercontainer.

De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en gepubliceerd op de website van Igean:

 

 

40 l

120 l

240 l

servicekost huisvuil (€/maand)

0,30

1,00

2,00

servicekost gft (€/maand)

0,15

0,50

-

servicekost papier (€/maand)

-

0,35

0,50

verwerking huisvuil (€/kg)

0,35

0,35

0,35

verwerking gft (€/kg)

0,15

0,15

-

lediging huisvuil (€/lediging)

0,20

0,60

1,20

lediging gft (€/lediging)

0,20

0,60

-

 

§2. De aanrekening van het gebruiksrecht gebeurt maandelijks. Bij een wisseling van volume in de loop van de maand, zal het maandelijkse bedrag voor het initiële volume aangerekend worden tot het einde van die maand. De volgende maand zal het maandbedrag van het nieuwe volume aangerekend worden.

§3. De retributie is hoofdelijk verschuldigd door volgende personen of instanties die deel uitmaken van een aansluitpunt:

-          de referentiepersoon van elk gezin als zodanig ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister,

-          de referentiepersoon van elk gezin die op het grondgebied van de gemeente om het even welke woning of woongelegenheid in gebruik heeft, hetzij tijdelijk, hetzij als tweede verblijf of zich het gebruik ervan voorbehoudt zonder nochtans ingeschreven te zijn in de bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister en die beroep doet op de dienstverlening,

-          iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die als hoofd- en of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en die beroep doet op de dienstverlening,

-          verenigingen, gemeenschapshuizen, openbare en semi-openbare instellingen, enz. die beroep doen op de dienstverlening.

 

Art. 3: Voorschotten, drempel- en minimumbedragen huishoudelijk en gelijkaardig bedrijfsafval

§1. De retributie huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval wordt betaald met voorschotten. In opdracht van de gemeente wordt er een uitnodiging tot betaling van een voorschot verstuurd. De huisvuilcontainer is verplicht voor elk huishouden, ongeacht of er ook effectief afval wordt aangeboden.

Elk betaald voorschot blijft verbonden aan het betrokken aansluitpunt dat beroep wenst te doen op de dienstverlening. Telkens een aansluitpunt beroep doet op de selectieve inzameling van huisvuil of gft, wordt het daarmee samenhangend bedrag van de retributies van het voorschot afgehouden.

§2. Wanneer het voorschot daalt onder het drempelbedrag, ontvangt het aansluitpunt een nieuwe uitnodiging tot betaling van een voorschot. Dit voorschot kan afwijken van het initiële voorschot en wordt berekend op het geraamde gebruik van de dienstverlening voor het volgende jaar. Het geraamde verbruik is gebaseerd op reële verbruik van het aansluitpunt van de afgelopen periode die minstens uit drie maanden bestaat.

§3. Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt, zal er geen dienstverlening meer zijn totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.

§4. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen zijn:

 

huisvuil

40 l

120 l

240 l

voorschotbedrag (€)

30

50

80

drempelbedrag (€)

6

8

12

minimumbedrag (€)

1,5

3

5

 

gft

40 l

120 l

voorschotbedrag (€)

20

20

drempelbedrag (€)

6

8

minimumbedrag (€)

1,5

3

 

papier & karton

120 l

240 l

voorschotbedrag (€)

4

6

Voor de papiercontainers is geen drempel- of minimumbedrag van toepassing.

 

Als een aansluitpunt gebruik maakt van meerdere huisvuil- en/of gft- en/of papiercontainers, worden de voorschot-, drempel- en minimumbedragen samengeteld.

 

Art. 4: Tarief omruiling container

De retributie voor het plaatsen of wisselen van volume na 30 kalenderdagen na de inhuizing van een nieuw aansluitpunt, bedraagt € 15.

 

Art. 5: Tarief plaatsen slot en plaatsen wieltjes

De retributie voor het leveren en plaatsen van een kantelslot bedraagt € 25.

De retributie voor het leveren en plaatsen van een set van 2 wieltjes op een container van 40l bedraagt € 10.

De retributie voor het plaatsen of wisselen van volume en voor het leveren en plaatsen van een kantelslot wordt van het voorschot afgehouden onmiddellijk na de uitvoering van deze opdracht.

 

Art. 6: Eindafrekening aansluitpunt

Bij het beëindigen van de dienstverlening ontvangt het aansluitpunt een eindafrekening en wordt het eventueel overblijvend saldo van het voorschot terugbetaald.

 

Art. 7: Bijzondere gevallen aanbieding huisvuil

§1. Levering van containers bij niet-particulieren zoals scholen, verenigingen, tweede verblijven, gemeentelijke diensten, ... is mogelijk. Deze aanvragen worden in een aparte lijst doorgegeven aan IGEAN. De gemeentelijke diensten en -scholen krijgen geen aanrekening.

§2. Indien het aansluitpunt uitzonderlijk extra huisvuil heeft dat niet in de container past dan kan de bewoner maximaal drie aanvragen per jaar indienen om maximaal vier extra zakken naast de container aan te bieden conform de retributie zoals vastgelegd is in artikel 2.  Deze huisvuilzakken, te voorzien door de inwoner zelf, hebben elk een volume dat in de huisvuilcontainer past. De aanvraag kan tot twee werkdagen voor de ophaling aangevraagd worden via het gratis nummer 03 350 08 14.

 

Art. 8: De blauwe pmd-zak

§1. De retributie van de pmd-zak met inhoud 30 liter moet in verhouding zijn met die van de 60 liter zakken, dit omdat de keuze voor het gebruik van de kleinere zak veelal te maken heeft met de behuizing van een inwoner.

§2. De gemeenteraad stelt de retributie vast op € 3 voor een rol van 20 pmd-zakken van 60 liter en op € 2 voor een rol van 20 pmd-zakken van 30 liter.

§3. De pmd-zakken worden verkocht via de gemeentelijke diensten en via handelaars die dit willen aanbieden aan hun klanten.

 

Art. 9: Huis-aan-huis inzameling van grofvuil en snoeihout op afroep

§1. Tot 1 week voor de ophaaldatum (vermeld op de ophaalkalender) kan een ophaling aangevraagd worden via www.mijnigean.be of telefonisch via 03 350 08 14 met vermelding van naam, adres, soort afval en hoeveelheid.

§2. De gemeenteraad stelt de retributie vast op € 0,35/kg conform het tarief op het recyclagepark en een forfait per ophaalbeurt van € 40 voor de ophaling aan huis van maximum 3 m³ grofvuil.

§3. De gemeenteraad stelt de retributie vast op een forfait per ophaalbeurt van € 45 voor de ophaling aan huis van maximum 3 m³ snoeihout.

§4. Het bedrag van de ophaling wordt verrekend via het diftar-saldo.

 

Art. 10: De verkoop van keukenafvalzakjes

§1. Het bedrag van de retributie is verschuldigd door eenieder die gebruik wenst te maken van de keukenafvalzakjes.

§2. Bedrijven en zelfstandigen betalen dezelfde retributie.

§3. De retributie bedraagt 6 euro per bundel van 80 keukenafvalzakjes van 8 liter.

§4. De betaling gebeurt ter plaatse bij afhaling.

§5. De papieren gft zakjes zullen verkocht worden in de verkooppunten van pmd-zakken.

 

Art. 11: Indexering tarieven

§1.De retributies, vermeld in artikel 2, worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. Het zo verkregen getal wordt naar boven afgerond op vier decimalen. De totale retributie zal bij elke afrekening afgerond worden op 2 decimalen.

Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x+1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is.

§2.Voor het grofvuil dat aan huis op afroep wordt opgehaald zoals bepaald in artikel 9, gebeurt een jaarlijkse aanpassing van het variabel tarief per kg volgens de recyclageparkindex.

Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x.

Dit geeft volgende formule:

RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)

RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen.

 

De drie kostensoorten volgen elk een eigen index:

1. Ophaalkosten

Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1

2. Exploitatiekosten

Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1

3. Personeelskosten

Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt

Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1

 

De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1.07 in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1 juli 2027.

De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op 3 decimalen. Indien het 4de decimaal 5 of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien 4 of lager is er een afronding naar beneden.

Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x +1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is.

 

Art. 12: Dwangbevel

Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij dwangbevel rechtsvordering gebeuren.

 

Art. 13: Inwerkingtreding en duur

Het besluit van de gemeenteraad van 15 september 2025 met de goedkeuring van het retributiereglement voor de selectieve inzameling van huisvuil en gft met diftar, voor papier en karton, voor pmd en grofvuil, wordt opgeheven en vervangen door het bovenstaande reglement vanaf 1 januari 2026.  Dit retributiereglement neemt een einde op 31 december 2031.

 

Art. 14: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

22. Subsidie infrastructuurwerken voor verenigingen in Ranst - subsidiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het aangepaste subsidiereglement voor infrastructuurwerken voor verenigingen in Ranst in de periode 2026-2031 goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het subsidiereglement infrastructuurwerken voor verenigingen in Ranst van 20 maart 2023.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, lid 2, 23° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.

De Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Adviezen:

De themaraad infrastructuursubsidies werd hierover bevraagd en verleende een positief advies over de aanpassing.

 

Bijkomende motivering:

We stellen vat dat verenigingen de weg naar het reglement van subsidies voor infrastructuurwerken de voorbije legislatuur goed gevonden hebben. We moedigen aan dat de verenigingen via deze subsidie hun lokalen en infrastructuur structureel onderhouden en vernieuwen om zo de levensduur te maximaliseren. Hiervoor verhogen we het jaarlijks budget van € 45.000 naar € 60.000.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Subsidies infrastructuurwerken Ranstse verenigingen voor de periode 2026-2031

Actie:

Ranst faciliteert

Ramingnummer:

RA000773

Uitgave:

€ 60.000

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlage:

Advies themaraad infrastructuur

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Algemene bepalingen

§1. De gemeenteraad voert met ingang van 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2031 een subsidie in voor infrastructuurwerken van verenigingen.

Komen in aanmerking voor deze subsidies:

-          verenigingen die erkend zijn door het gemeentebestuur van Ranst met uitzondering van deze die een vereniging hebben opgericht met als doel de infrastructuur van erkende verenigingen te beheren en onderhouden.

-          verenigingen die opgericht zijn met als doel de infrastructuur van erkende verenigingen te beheren en onderhouden.

Erkende verenigingen die een vereniging hebben opgericht met als doel de infrastructuur van deze erkende verenigingen te beheren en onderhouden kunnen dus uitsluitend via deze speciaal opgerichte vereniging subsidies aanvragen.

§2. De vereniging moet een vereniging zonder winstoogmerk zijn in de zin van de wet van 27 juni 1921 op het tijdstip van aanvraag of vallen onder de koepel van een vereniging zonder winstoogmerk.

§3. De vereniging die een aanvraag indient moet bereid zijn alle gevraagde toelichtingen te verstrekken met betrekking tot de vereniging of het project.

§4. De verenigingen moeten bij aanvraag van een borgstelling een sluitend financieel plan kunnen voorleggen voor een periode van minstens vijf jaar.

§5. Er kan geen aanvraag worden ingediend door verenigingen die nog een openstaande schuld hebben bij de gemeente.

§6. Met gegevens die verstrekt worden in toepassing van dit reglement wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.

 

Art. 2: Voorwaarden inzake de aard van de  investeringen en de werken

§1. Investeringen en werken, komen in aanmerking voor de subsidie onder de voorwaarden zoals omschreven in volgende paragrafen.

§2. Investeringen als gevolg van het kopen, bouwen, verbouwen, renoveren of uitvoeren van verbeteringswerken aan de lokalen van de vereniging gelegen in Ranst.

§3. Investeringen als gevolg van het aankopen, renoveren of aanleggen van sportvelden gelegen in Ranst.

§4. Enkel investeringen die onroerend of onroerend door bestemming zijn, komen in aanmerking.

§5. Het moet gaan om een duurzame investering die ten goede komt aan de inwoners van de gemeente en ze dient een meerwaarde te betekenen voor het aanbod inzake infrastructuur in de gemeente.

§6. De werken mogen pas gestart worden na de toekenning van de subsidie of borgstelling.

De werken moeten aanvangen binnen de 6 maanden nadat het project is goedgekeurd door het gemeentebestuur. Het einde van de werken moet voorzien zijn binnen de 24 maanden na goedkeuring.

§7. Enkel investeringen die gebeuren op terreinen of aan gebouwen die eigendom zijn van de gemeente of indien dit niet het geval is, waarvan de vereniging bij de aanvraag schriftelijke garanties kan  voorleggen voor langdurig gebruik komen in aanmerking.

§8. Aan een erkende vereniging kan per jaar slechts voor één investeringsdossier subsidie toegekend worden op basis van dit reglement. Verenigingen die opgericht zijn met als doel de infrastructuur van erkende verenigingen te beheren en onderhouden, kunnen maximaal zoveel dossiers indienen als het aantal erkende verenigingen die zij vertegenwoordigen.

§9. Verenigingen die een nominatieve subsidie ontvangen voor het onderhoud van hun terreinen, kunnen voor deze werken geen subsidie aanvragen via dit reglement.

 

Art. 3: Uitbetaling toelage

§1. Erkende verenigingen krijgen voor investeringen van minimaal€ 2.500 een toelage van maximaal 50% van de uiteindelijke kosten met een maximum van € 12.500 per dossier. Verenigingen die opgericht zijn met als doel de infrastructuur van erkende verenigingen te beheren en onderhouden krijgen voor investeringen van minimaal € 2.500 een toelage van maximaal 50% van de uiteindelijke kosten met een maximum op jaarbasis van € 12.500 vermenigvuldigd met het aantal erkende verenigingen die ze vertegenwoordigen. Verenigingen in deze categorie hebben dus de keuze en kunnen ofwel opteren om één groot dossier in te dienen of verschillende kleinere binnen de grenzen van het maximum bedrag op jaarbasis en met als maximum aantal dossiers het aantal verenigingen die ze vertegenwoordigen.

Deze toelagen vallen binnen de perken van het door de gemeenteraad goedgekeurde budget, zoals opgenomen in de toelichting bij het budget onder het punt ‘een overzicht, per beleidsveld, van de te verstrekken werkings- en investeringssubsidies’.

§2. De dossiers worden behandeld in de volgorde dat de volledige aanvragen binnenkomen bij het gemeentebestuur.

§3. De betrokken raad geeft advies aan het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de aanvragen die in aanmerking komen voor betoelaging. De uiteindelijke beslissing tot betoelaging ligt in de handen van het college van burgemeester en schepenen.

§4. Bij de gemotiveerde aanvraag moeten minstens twee offertes gevoegd worden van erkende aannemers. Indien de vereniging zelf met eigen vaklui de werken uitvoert, dan dienen twee offertes te worden voorgelegd van leveranciers die de nodige materialen kunnen leveren.

§5. De helft van de toegekende toelage voor het goedgekeurde project kan op verzoek van de vereniging worden uitgekeerd na voorlegging van een deelfactuur van de aannemer of factuur voor levering van bouwmaterialen. Nadat het project voltooid is, wordt het tweede deel van de toelage toegekend. Dit tweede deel wordt berekend op basis van de bijkomende facturen en vult het eerste deel aan tot het vooropgestelde bedrag bereikt is. De uitbetaalde toelage kan nooit hoger zijn dan het initieel toegekende bedrag. Als het gefactureerde bedrag lager ligt dan het geraamde bedrag, zal de toelage evenredig verminderen.

§6. Bij eventuele financiële moeilijkheden kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om voortijdig het tweede deel uit te keren.

§7. Indien na 24 maanden slechts een gedeelte van de werken werd uitgevoerd of de vereniging heeft geen bijkomende facturen - zoals bedoeld in §5 - voorgelegd, dan vervalt het recht op bijkomende subsidie. Het bestuur heeft dan bovendien het recht om het reeds uitgekeerde bedrag geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.

 

Art. 4: Borgstelling

§1. Voor investeringen boven € 25.000 kan de gemeente zich borg stellen voor een lening die de vereniging aangaat bij een financiële instelling.

§2. De aanvraag tot het bekomen van een gemeentelijke borgstelling wordt schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en schepenen en omvat minstens volgende stukken:

-          statuten van de vzw

-          leden van de Raad van Bestuur

-          balans en resultatenrekening van het laatste boekjaar

-          plannen -indien van toepassing- en lastenboek

-          voorstelling van het project met een toelichting van de voordelen die het project heeft voor de inwoners van de gemeente

-          volledige kostenraming van het project

-          opgave van de manier waarop deze kosten gefinancierd gaan worden

-          sluitend financieel meerjarenplan voor een periode van 5 jaar waarin rekening wordt gehouden met de aan de investering verbonden rente-, afschrijvings- en onderhoudslasten

-          beslissing van de Raad van Bestuur/algemene ledenvergadering waaruit blijkt dat iedereen akkoord is met de uitvoering van de investering, de financiering en het opgestelde meerjarenplan.

-          offertes van minstens drie verschillende financiële instellingen voor het afsluiten van een lening rekening houdende met een klassieke borgstelling die daalt in functie van de aflossingen van de lening en akte van borgstelling

Het college heeft het recht in functie van het dossier bijkomende informatie op te vragen.

§3. De vereniging verbindt er zich toe de werken te realiseren in overeenstemming met het aan de gemeente voorgelegde plan en lastenboek. De vereniging dient op het moment van de ondertekening van de borgstelling te beschikken over de nodige vergunningen.

§4. De vereniging verbindt er zich toe de infrastructuur als een goed huisvader te onderhouden en te beheren. Ze draagt zorg voor de continuïteit van de exploitatie.

§5. De vereniging verbindt er zich toe de infrastructuur voor de volle nieuwbouwwaarde te verzekeren tegen brand, schade aan naburen, stormschade, sneeuwdrukschade en andere gebruikelijke risico’s en dit bij een in België erkende verzekeringsmaatschappij.

§6. Indien de vereniging eigendommen heeft, kan de gemeente hierop een hypotheek vestigen. De gemeente kan in dat geval een beroep doen op die hypothecaire waarborg indien ze wordt aangesproken in haar hoedanigheid van borg.

§7. Op de grond waarop de infrastructuur wordt gebouwd, noch op de infrastructuur zelf kan door de vereniging een hypotheek gevestigd worden in het voordeel van een andere schuldeiser dan de gemeente, tenzij de gemeente hiermee instemt.

§8. Het is de vereniging niet toegelaten, zonder voorafgaand akkoord van het college van burgemeester en schepenen, de opgerichte infrastructuur af te breken of te verbouwen.

§9. De vereniging verbindt er zich toe de afgevaardigden van de gemeente toe te laten de infrastructuur te bezoeken gedurende de ganse duur van de borgstelling.

§10. Een overschrijding van de vervaldag van de lening wordt meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen. Het college heeft het recht om één of meerdere afgevaardigden aan te stellen die kennis kunnen nemen van elk stuk dat betrekking heeft op de boekhouding van de vereniging.

§11. De vereniging moet in haar financieel beleid prioriteit geven aan het aflossen van de lening.

§12. De gemeentelijke waarborg kan nooit meer bedragen dan 80 procent van de geplande investeringen.

§13. De betrokken raad geeft advies aan het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de aanvragen. Het college van burgemeester en schepenen beslist uiteindelijk over de volledigheid van de aanvraag en over de toekenning van de borgstelling en over de modaliteiten ervan. Het college van burgemeester en schepenen heeft het recht een borgstelling te weigeren indien bijvoorbeeld het financieel plan als niet realistisch wordt beoordeeld of de omvang van het project niet in verhouding staat tot het maatschappelijk belang of ledenaantal.

§14. Na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen worden de burgemeester en de algemeen directeur belast met de ondertekening van de akte.

 

Art. 5: toelage en borgstelling niet cumulatief

Voor eenzelfde werk kan een toelage niet gecombineerd worden met een borgstelling.

 

Art. 6: nazicht begroting en rekeningen verenigingen

De gemeente heeft recht op informatie en financiële controle over de begroting en de rekeningen van de vereniging. De vereniging zal hiertoe de begroting van het lopende jaar, nadat ze is goedgekeurd door de vzw, overmaken aan de gemeente samen met de rekening van het afgelopen jaar. De stukken dienen ondertekend te zijn door twee leden van de raad van bestuur van de vzw, die gemachtigd zijn om de vereniging te verbinden. Voor verenigingen die een toelage ontvingen geldt dit voor het jaar van uitbetaling van de toelage. Voor verenigingen waarvoor de gemeente zich borg stelde geldt dit voor de volledige duurtijd van de borgstelling.

 

Art. 7: inwerkingtreding

§1. Het subsidiereglement infrastructuurwerken voor verenigingen in Ranst van 20 maart 2023 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

§2. Voorgaand reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.

 

Art. 8: toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

23. Subsidie afkoppeling hemel- en afvalwater - subsidiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt een subsidie goed met betrekking tot de afkoppeling van hemel- en afvalwater.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Met het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2009 droeg de gemeente het rioolbeheer op haar grondgebied over aan AWW. In 2018 viel deze overdracht ingevolge een fusie onder Water-link.

In het meerjarenplan wordt wat betreft het budget voor Water-link een deel voorbehouden voor tussenkomst in de voorbereiding en uitvoering van de afkoppelingsplicht voor bepaalde aangelanden bij rioleringsprojecten.

Hierin kadert voorliggend subsidiereglement met inwerkingtreding vanaf 1 januari 2026.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, lid 2, 23° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.

De artikels 3, 7, 1° en 9, lid 1 van de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

Ieder trekker van een toelage moet de toelage gebruiken voor het doel waarvoor zij is toegekend. Zo niet, moet de trekker de toelage terugbetalen.

Het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018 betreffende het integraal waterbeleid

Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement

Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (titel II van het VLAREM)

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

Burgers die omwille van de ouderdom van hun eigendom of bij gebrek aan ingrijpende verbouwingen in het verleden nog geen afkoppelingsplicht kregen opgelegd, dienen naar aanleiding van rioleringsprojecten in hun straat hun aansluiting op de riolering in orde te brengen. Hierbij moeten zij het hemelwater afkoppelen op eigen terrein. Dit kan een onverwachte en vrij hoge kost betekenen voor de betrokkenen.

Het is billijk om een tussenkomst te voorzien voor deze burgers voor de afkoppeling van het regenwater op hun eigen perceel, zodat zij op hun beurt gefaciliteerd worden om bij te dragen aan volgende gewenste effecten voor de gemeente Ranst:

-          het is de eerste stap om infiltratie, buffering en hergebruik van hemelwater op particulier domein te realiseren en op deze wijze het risico op overstromingen in lager gelegen gebieden te beperken.

-          het voorkomt dat rioleringsstelsels onnodig worden belast en overstorten minder in werking treden. De aanvoer van niet-vervuild hemelwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties moet zoveel mogelijk beperkt worden om deze installaties naar behoren te laten werken.

-          het vorm een vereiste om als gemeentebestuur nog in aanmerking te komen voor subsidiëring van de gemeentelijke rioleringen. Niet correcte aansluiting op de riolering ondermijnt bovendien de aanzienlijke investeringen van de gemeente in het gescheiden rioleringsstelsel.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Toepassing subsidiereglement voor afkoppeling

Actie:

Ranst zuivert haar water

Ramingnummer:

RA001581

Uitgave:

€ 60.000 /periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Algemene bepalingen over dit reglement en de erin bedoelde tussenkomsten

§1. De gemeenteraad voert met ingang van 1 januari 2026 voorliggend subsidiereglement in voor wat betreft de tussenkomsten in de voorbereiding en uitvoering van de afkoppelingsplicht voor bepaalde aangelanden bij rioleringsprojecten.

§2. Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, komen voor de in dit besluit genoemde tussenkomsten enkel eigenaars in aanmerking van woningen oorspronkelijk vergund in de gespecificeerde periodes en waarvoor afkoppeling ook niet in een latere omgevingsvergunning werd opgelegd.

§3. Eigenaars van gebouwen waarvan het grootste gedeelte in gebruik is als woning en minder dan de helft als bedrijfsgebouw, kunnen in aanmerking komen voor de in de vorige paragraaf bedoelde tussenkomsten voor eigenaars van woningen. Bij twijfel ligt de bewijslast bij de eigenaar. De offerte en facturen mogen dan in elk geval niet op naam van het bedrijf komen.

§4. Bij de afkoppeling van bedrijfsgebouwen is enkel het eerste bezoek van de afkoppelingsdeskundige kostenvrij voor de eigenaar.

§5. De begrippen ‘woning’ en ‘bedrijfsgebouw’ worden begrepen zoals in het volgend artikel gedefinieerd.

§6. Met gegevens die verstrekt worden in het kader van dit reglement, wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.

 

Art. 2: Definities van enkele gebruikte begrippen

Volgende begrippen worden als volgt begrepen in het kader van voorliggend reglement:

-          Afkoppelingsdeskundige: Deskundige die eigenaars informeert en een afkoppelingsdossier opmaakt met het oog op de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel.

-          Bedrijfsgebouw: elk gebouw of gedeelte van een gebouw waarin een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt.

-          DWA: Droogweerafvoer is de fractie afvalwater die bij droog weer door het openbaar saneringsnetwerk stroomt. Het is dus afvalwater afkomstig van gebruikt water zonder (niet-verontreinigd) hemelwater. Door een DWA-leiding wordt dus enkel afvalwater afgevoerd.

-          Economische activiteit: iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw- of tuinbouw-, opslag of administratieve activiteit.

-          Eigenaar: Houder van het zakelijk recht op een woning of gebouw.

-          Gescheiden rioleringsstelsel: Rioleringsstelsel waarbij afvalwater (vuil water) en hemelwater (regenwater) apart worden afgevoerd via afzonderlijke buizen.

-          Hemelwater: Water uit neerslag zoals regen, sneeuw, dooi en hagel.

-          IBA: Een individuele behandeling van afvalwater is een systeem dat het huishoudelijk afvalwater van een enkel gebouw zuivert.

-          Offerte: document dat aan de eigenaar bezorgd wordt na het eerste bezoek van de afkoppelingsdeskundige, met onder meer een overzicht van de stappen en kosten en waarin de tussenkomsten vermeld in voorliggend reglement verrekend worden voor zover van toepassing.

-          Rioleringsproject: door de gemeente, Water-link en Aquafin georganiseerde aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in een of meerdere (delen van) straten.

-          RWA: Regenwaterafvoer staat voor de fractie van het water dat enkel afkomstig is van niet-verontreinigd hemelwater en dus niet van afvalwater. Door een RWA-leiding mag dan ook enkel niet-verontreinigd hemelwater afgevoerd worden.

-          RWA-infiltratie: Het proces waarbij regenwater wordt opgevangen en teruggebracht in de bodem, in plaats van direct af te vloeien naar de riolering. Dit is een duurzame manier om regenwater te beheren en overbelasting van het rioolstelsel te voorkomen.

-          Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

-          Zoneringsplan: Deelt het grondgebied van de gemeente op in het reeds gerioleerd gebied, het gebied waar nog een collectieve zuivering zal worden voorzien en het gebied waar geen collectieve, maar een individuele zuivering zal worden voorzien.

 

Art. 3: Algemene beginselen gescheiden stelsel, afkoppelings- en keuringsplicht

§1. Het is sinds 1999 verboden hemelwater te lozen in de openbare riolering wanneer het technisch mogelijk of noodzakelijk is dit te scheiden van het afvalwater in een ‘gescheiden stelsel’. Dit is de zogenaamde ‘afkoppelingsplicht’.

Het zoneringsplan bepaalt tot op het gebouwniveau de gerealiseerde en nog te realiseren doelstellingen om deze afkoppeling te realiseren via een IBA of via aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel. 

Waar mogelijk geldt voor de afvoer van hemelwater echter steeds volgende volgorde van voorkeur:

-          opvang voor hergebruik;

-          infiltratie op eigen terrein;

-          buffering met vertraagd lozen in een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;

-          lozing in de regenwaterafvoerleiding (RWA) in de straat.

§2. Sinds 1 juli 2011 verplicht de omgevingsvergunning gescheiden afvoer van afval- en hemelwater en de keuring van deze werken. De aanvrager kan onder meer verplicht worden tot opvang of infiltratie op eigen terrein in plaats van aansluiting op het RWA-stelsel.

De keuringsplicht geldt ook na wijzigingen aan het privé-rioleringsstelsel van reeds vergunde gebouwen, en dus ook na het realiseren van de scheiding tussen hemel- en afvalwater.

§3. Bij rioleringsprojecten wordt de afkoppelingsplicht opgevolgd door een afkoppelingsdeskundige die elk gebouw vergund voor 1 juli 2011 bezoekt, de eigenaar informeert en in onderling overleg de nodige plannen en afspraken maakt. Bij het einde van de werken moet ieder aangeland gebouw het hemelwater en het afvalwater gescheiden aanbieden tot aan de perceelgrens.

Eventuele uitzonderingen op de afkoppelingsplicht worden beoordeeld door de afkoppelingsdeskundige.

 

Art. 4: Kosten van bezoek en plannen afkoppelingsdeskundige

§1. Bij rioleringsprojecten is het eerste adviserend bezoek van de afkoppelingsdeskundige aan aangelande gebouwen vergund voor 1 juli 2011 kosteloos voor de eigenaars van zowel woningen als bedrijfsgebouwen.

Na het bezoek ontvangt de eigenaar een offerte met daarin een overzicht van de volgende stappen en geraamde kosten, onder meer rekening houdende met eventuele tussenkomsten uit voorliggend subsidiereglement.

§2. De volgende stap omvat de opmaak van de ‘ontworpen toestand’ en een ‘beschrijvende nota’. Voor woningen vergund voor 1 juli 2011, wordt deze stap geïnitieerd door de afkoppelingsdeskundige is dit kosteloos voor de eigenaar.

Voor bedrijfsgebouwen organiseert en betaalt de eigenaar deze volgende stap zelf. Hij kan zich laten bijstaan door Water-link of een andere externe partij.

§3. De ontworpen toestand houdt onder meer rekening met de informatie verstrekt door de eigenaar, de voorkeursvolgorde voor de afvoer van regenwater en een zo laag mogelijke kost. De beschrijvende nota omschrijft minimaal de uit te voeren werken en de verharding/plantvakken die opgebroken en hersteld moeten worden

§4. De eigenaar duidt vooraf zo goed mogelijk aan welke nutsleidingen drainageleidingen of dergelijke voorkomen in de werkzone. Afwijkingen die pas tijdens de werken aan het licht komen, kunnen leiden tot een herziening van de offerte.

Eigenaars die de werken zelf (laten) uitvoeren, brengen Aquafin zo snel mogelijk van de afwijking op de hoogte.

 

Art. 5: Kosten van de aansluiting op de afvalwaterafvoer

§1. Bij rioleringsprojecten heeft ieder gebouw recht op één gratis DWA-aansluiting. Dit geldt voor zowel de woningen als de bedrijfsgebouwen. Een bijkomende DWA-aansluiting wordt drie maanden voor de start van de rioleringswerken aangevraagd bij en beoordeeld door de afkoppelingsdeskundige.

Een bijkomende aansluiting brengt 10% extra kosten mee omwille van het bijkomend onderhoud.

§2. De DWA moet waar redelijkerwijze mogelijk steeds passeren via een septische put op privaat terrein. Uitzonderingen worden aangevraagd bij de omgevingsvergunningsaanvraag of bij de afkoppelingsdeskundige.

 

Art. 6: Kosten en subsidie afkoppeling hemelwater op privaat terrein

§1. Onder voorbehoud van hetgeen bepaald wordt in de volgende paragrafen, zijn kosten voor de afkoppelingswerken op privé-eigendom steeds ten laste van de eigenaar.

§2. Voor het afkoppelen van RWA en DWA op private grond in het kader van rioleringsprojecten, kunnen eigenaars van woningen vergund voor 1 januari 1999 onder bepaalde voorwaarden een subsidie bekomen.

Water-link verrekent de subsidie in de offerte. Zij bedraagt 50% van de kosten voor de afkoppelingswerken met een maximum van €800,00 inclusief btw en wordt verleend wanneer voldaan werd aan elk van volgende voorwaarden:

-          De eigenaar liet de werken ofwel uitvoeren door de aannemer van Aquafin, ofwel voerde hij de werken zelf uit of middels een door hem aangestelde aannemer en legt hij de facturen voor (bv. aannemingskosten, materialen), waarvan echter enkel het gedeelte dat de oorspronkelijke raming van de afkoppelingsdeskundige niet overschrijdt in aanmerking komt voor subsidiëring.  Er is geen tussenkomst voor door de eigenaar zelf gepresteerde uren.

-          Het gaat om een woning vergund voor 1999, waarvoor afkoppeling bovendien niet reeds in een latere vergunning was opgelegd.

-          De eigenaar beschikt over een positief keuringsattest.

-          De eigenaar bezorgde ingevulde en ondertekende exemplaren van de offerte en het daarbij verstrekte attest verlaagd btw-tarief terug.

 

Art.7: Kosten van keuring en herkeuring na rioleringsprojecten

§1. In het kader van rioleringsprojecten is eerste keuring van de afkoppeling door Aquafin kosteloos voor de eigenaar van een woning. De eigenaar van een bedrijfsgebouw of de eigenaar van een woning die liever een andere keurder aanstelt, bekostigt en organiseert de keuring zelf.

§2. Werden de werken uitgevoerd door Aquafin, dan contacteert een keurder van Aquafin de eigenaar voor een afspraak. De eigenaar moet aanwezig zijn bij de keuring.

Bij een keuring door Aquafin van werken uitgevoerd door de eigenaar of de door hem aangestelde aannemer, is de eigenaar zelf aanwezig en legt hij het afkoppelingsdossier, een ingevulde installatielijst en foto’s van de afkoppelingswerken voor.

§3. Wanneer uit de eerste keuring blijkt dat de afkoppeling niet (conform) werd gerealiseerd, moet een herkeuring gebeuren door de oorspronkelijke keurder.

De kosten van de herkeuring door Aquafin kunnen aan de eigenaar aangerekend worden wanneer hij de werken zelf of middels een door hem aangestelde aannemer heeft uitgevoerd, of indien de door hem verstrekte informatie onvolledig of incorrect blijkt te zijn.

Na de aanpassingswerken vraagt de eigenaar de herkeuring aan bij Aquafin.

Indien de eigenaar na een eerste keuring door Aquafin een andere (externe) keurder aanstelt, dient een volledig nieuwe keuring te gebeuren door de nieuw aangestelde keurder en op kosten van de eigenaar.   

 

Art.8: Kosten die altijd ten laste van de eigenaar zijn

Volgende kosten worden nooit gesubsidieerd:

-          Kosten om afvalwater naar de straatriolering te brengen, tenzij er voordien geen enkele mogelijkheid was om het afvalwater vooraan aan te sluiten (bv. in het geval men nu loost in een gracht achteraan de woning of in een sterfput).  Ook als blijkt dat de bestaande situatie in slechte staat is en moet vernieuwd worden. 

-          Kosten voor installaties die verplicht zijn omwille van geldende regels in Ranst of ingevolge een omgevingsvergunning (bv. septische put, regenwaterput, vetafscheider, verluchting van het private afvalwatersysteem…)

-          Afkoppelingswerken in het geval er in de omgevingsvergunning al een gescheiden stelsel opgelegd werd.

-          Hergebruikinstallaties om regenwater nuttig toe te passen (bv. regenwaterpomp).

Op uitdrukkelijke vraag van de eigenaar en mits akkoord van Aquafin, kan Aquafin werken vermeld in onderhavig artikel uitvoeren na opname in de offerte als aanvullende werken.

 

Art. 9: Opvolging van keuringsattesten en belasting niet-optimale afkoppeling

§1. Eén jaar na de voorlopige oplevering van een rioleringsproject (of na de beëindiging van omgevingsvergunningsplichtige bouwwerken), moeten de keuringsattesten overgemaakt zijn aan de Vlaamse Milieumaatschappij.

§2. Indien er in een lopend dossier na twee aanmaningen van Water-link geen geldig keuringsattest kan aangeleverd worden, wordt het dossier als openstaand beschouwd.

§3. Openstaande dossiers komen in aanmerking voor toepassing van de gemeentelijke belasting op het niet optimaal afkoppelen van de private hemelwaterafvoer.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

24. Toekenning premie voor personen met incontinentie- of stomazorg - subsidiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het subsidiereglement inzake de premie incontinentie- of stomazorg goed voor de periode 2026-2031.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 19 april 2021 met de goedkeuring van het subsidiereglement voor de toekenning van een premie voor jonge gezinnen en voor personen met incontinentie of stomazorg.

Het besluit van de gemeenteraad van 15 december 2025 met de goedkeuring van het retributiereglement voor de selectieve inzameling van huisvuil en gft met diftar, voor papier en karton, voor PMD en grofvuil.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, lid 2, 23° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.

De artikels 3, 7, 1° en 9, lid 1 van de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

Ieder trekker van een toelage moet de toelage gebruiken voor het doel waarvoor zij is toegekend. Zo niet, moet de trekker de toelage terugbetalen.

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)

De gemeenteraadsbeslissing van 11 september 2006 over de beheersoverdracht aan IGEAN milieu en veiligheid inzake het ophalen van huishoudelijk afval.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijkomende motivering:

Het wegen van het afval zorgt voor een eerlijke toepassing van het principe “de vervuiler betaalt". Door het principe “de vervuiler betaalt” toe te passen, worden inwoners aangezet afvalstoffen die niet worden voorkomen of hergebruikt, maximaal te sorteren aan de bron.

In alle gemeenten van het samenwerkingsgebied van IGEAN milieu & veiligheid wordt hetzelfde retributie- en diftarsysteem toegepast om afvaltoerisme binnen de regio te vermijden.

De retributies worden geïnd via het voorschottensysteem waarvan de gebruikte dienstverlening zal afgehouden worden. De voorschotten moeten worden betaald op een rekening van de gemeente.

Jonge ouders en personen met incontinentieproblemen en stomazorg hebben veel luierafval, wat weegt op de diftarkost voor huisvuil. IGEAN biedt de mogelijkheid aan om door middel van een verhoging van het diftarsaldo tweemaal per jaar een toelage te geven op basis van lijsten die door de gemeente worden aangeleverd. De gemeente wil van deze mogelijkheid gebruik maken om genoemde doelgroepen te ondersteunen door voor volgende categorieën van inwoners te voorzien in een financiële tegemoetkoming:

-          personen met incontinentieproblemen en stomazorg (na voorlegging medisch attest)

-          gezinnen met kinderen jonger dan 3 jaar die in begeleiding zijn bij het OCMW én die recht hebben op leefloon of leefloonequivalent

-          gezinnen met kinderen jonger dan 3 jaar die in begeleiding zijn bij het OCMW én die stappen ondernemen in het afbetalen van hun schulden

De subsidie is bedoeld om de afvalkosten ingevolge deze aandoeningen te drukken. Dit heeft als doel de zelfredzaamheid te verhogen, met name in het kader van het recht op gelijke kansen. Bewoners van residentiële voorzieningen komen niet voor de toelage in aanmerking vanwege de verschillende situatie waarin deze personen zich bevinden, met name op het vlak van zelfredzaamheid.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Subsidie aan inwoners voor incontinentiemateriaal en pampers

Actie:

Ranst, samen sterk en gezond

Ramingnummer:

RA001053

Uitgave:

€ 60.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

§1. De gemeenteraad keurt voorliggend subsidiereglement goed ter ondersteuning van de individuen met een stijgende afvalkost ten gevolge van incontinentie- en luiermateriaal omwille van medische aandoeningen of het hebben van zeer jonge kinderen die in een financieel kwetsbaar gezin opgroeien.

§2. Dit reglement bepaalt de voorwaarden om in aanmerking te komen voor ondersteuning in afvalpreventie en afvalbeheer van luiers en incontinentiemateriaal door middel van een verhoging van het diftarsaldo.

Het diftarsaldo is het systeem van voorschotten die IGEAN via facturatie aanrekent aan de gezinnen om de retributie voor de inzameling en verwerking van restafval en gft-afval te voldoen.

§3. Met gegevens die verstrekt worden in het kader van de aanvraag en van dit reglement, wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.

§4. Het reglement geldt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Art. 2:

§1. Er wordt een tegemoetkoming voorzien door een verhoging van het diftarsaldo voor elk kind jonger dan 3 jaar van wie een ouder in begeleiding is bij OCMW Ranst én recht heeft op leefloon of leefloonequivalent.

§2. Er wordt een tegemoetkoming voorzien door een verhoging van het diftarsaldo voor elk kind jonger dan 3 jaar van wie een ouder in begeleiding is bij OCMW Ranst én stappen onderneemt in het afbetalen van zijn/haar schulden.

§3. Als het kind waarvan sprake in §1 en §2 van dit artikel opgroeit in co-ouderschap en beide ouders aan de voorwaarden voldoen, hebben beide ouders recht op de helft van de tegemoetkoming.

§4. Er wordt een jaarlijkse tegemoetkoming voorzien door een verhoging van het diftarsaldo voor inwoners met incontinentie- of stomaproblemen die woonachtig zijn in onze gemeente. Personen die verblijven in een residentiële voorziening zijn echter uitgesloten.

§5. De tegemoetkoming wordt toegekend als aan de voorwaarden van artikel 3 is voldaan.

 

Art. 3:

§1. De toekenning van de tegemoetkoming verloopt naargelang de doelgroep overeenkomstig volgende paragrafen.

§2. Ouders van kinderen die op 1 januari van het betrokken jaar jonger zijn dan 3 jaar, en die begeleid worden door OCMW Ranst én recht hebben op een leefloon of leefloonequivalent, of die stappen zetten om hun schulden af te betalen, krijgen automatisch een verhoging van hun diftarsaldo.

Deze verhoging zal gebeuren door IGEAN op basis van door zorg en welzijn Ranst aangeleverde lijsten.

§3. Inwoners met permanente incontinentie- of stomaproblemen kunnen een aanvraag tot tegemoetkoming indienen nadat een dokter met een verklaring bevestigt dat ze permanente incontinentie- of stomaproblemen kennen.

Tweemaal per jaar zal de helft van het jaarlijks subsidiebedrag door IGEAN aan het diftarsaldo worden toegevoegd; in het begin van het jaar en halverwege het jaar. Voor de berekening van het eerste saldo zal het aantal resterende maanden van het semester geteld worden.

De saldoverhoging zal gebeuren voor het adrespunt waar de betrokken inwoner woonachtig is.

§4. Inwoners met tijdelijke incontinentie- of stomaproblemen kunnen jaarlijks een aanvraag tot tegemoetkoming indienen mits het correct invullen van een aanvraagformulier en het toevoegen van een verklaring van een dokter die bevestigt dat betreffende burger incontinentie- of stomaproblemen kent.

Tweemaal per jaar zal de helft van het jaarlijks subsidiebedrag door IGEAN aan het diftarsaldo worden toegevoegd; in het begin van het jaar en halverwege het jaar. Voor de berekening van het eerste saldo zal het aantal resterende maanden van het semester geteld worden.

De saldoverhoging zal gebeuren voor het adrespunt waar de betrokken inwoner woonachtig is.

§5. De aanvraag vermeld in de §3 en §4 gebeurt via het formulier dat daarvoor ter beschikking wordt gesteld via de website van de gemeente Ranst (www.ranst.be) en ook te bekomen is tijdens de openingsuren aan het onthaal van de afdeling zorg en welzijn te Schildesteenweg 16, 2025 Oelegem.

 

Art. 4:

De gemeenteraad verleent volgende gemeentelijke tegemoetkoming door een verhoging van het diftarsaldo:

-          € 60 per jaar aan ouders van kinderen die op 1 januari van het betrokken jaar jonger zijn dan 3 jaar en van wie de ouders in begeleiding zijn bij OCMW Ranst én recht hebben op leefloon of leefloonequivalent of stappen ondernemen in het afbetalen van hun schulden.

-          € 60 per jaar aan personen ingeschreven in de gemeente met incontinentie- of stomaproblemen omwille van een medische aandoening (vb. incontinentie, nierdialyse, stomapatiënten) na voorlegging van een medisch attest.

 

Art. 5:

Het besluit van de gemeenteraad van 19 april 2021 met de goedkeuring van het subsidiereglement voor de toekenning van een premie voor jonge gezinnen en voor personen met incontinentie of stomazorg, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

25. Financiële steun voor projecten voor ontwikkelingssamenwerking - subsidiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het subsidiereglement financiële steun voor projecten in het kader van ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2026-2031 goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 houdende de goedkeuring van de aanpassing van het subsidiereglement GROS

De besluiten van de gemeenteraad van 22 juni 2020, 21 september 2020 en 15 februari 2021 met de goedkeuring van het lokaal relanceplan post covid-19

 

Juridisch kader:

Artikel 41, lid 2, 23° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.

De Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Uitbetaling financiële steun aan organisaties actief op het vlak van ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2026-2031

Actie:

Ranst faciliteert

Ramingnummer:

RA000787

Uitgave:

€ 300.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Stemverklaring:

Het gemeenteraadslid, Johan De Ryck (N-VA) verwijst naar de vele belastingsverhogingen maar een duidelijk daling van het budget voor ontwikkelingssamenwerking verminderen jullie van €65.000 naar €50.000. In het beleidsprogramma staat echter dat de “Samenwerking met organisaties in ontwikkelingssamenwerking verder wordt geoptimaliseerd en gericht op concrete projecten.” Hierdoor zal de N-VA zich onthouden.

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

3 tegen: Luc Redig (Groen), Annelies Creten (Groen) en Kurt De Belder (Groen)

6 onthoudingen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1:Algemene bepalingen.

§1. Binnen de perken van het krediet, daartoe goedgekeurd op het budget, wordt financiële steun verleend volgens de normen en voorwaarden die hierna worden vastgesteld

-          aan in de gemeente Ranst gevestigde natuurlijke personen of verenigingen

-          aan plaatselijke afdelingen van nationale initiatieven of organisaties met een duidelijk omschreven structuur en werking binnen de gemeente Ranst.

-          aan het door de Gros voorgedragen internationaal project om gedurende 3 jaar op te volgen.

§2. Overeenkomstig de bepalingen van dit reglement gaat het college van burgemeester en schepenen over tot toekenning van de financiële steun

§3. De personen of groepen moeten zich onderwerpen aan eventuele controlemaatregelen van het college van Burgemeester en schepenen of van een afvaardiging van de themaraad Gros.

§4. Financiële steun worden verleend aan:

-          Initiatieven / groepen die sensibilisering en vorming nastreven

-          Projectsteun voor Ranstse personen, organisaties en projecten die actief zijn in Derde Wereldlanden.

-          Projectsteun voor 1 internationaal project.

§5. De financiële steun kan volgende vormen aannemen:

-          Sensibilisering

-          Steun aan plaatselijke projecten

-          Ondersteuning internationale projecten

-          Eenmalige projecten

-          Noodhulp / wederopbouw

§6. Het krediet ingeschreven in het budget van het dienstjaar wordt verdeeld volgens volgende verdeelsleutel (met als basis het referentiebedrag van € 51.000).

§7. Met gegevens die verstrekt worden in toepassing van dit reglement wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.

 

Instelling

bedrag

Gros-leden

€ 41.000

Niet-Gros

 

-          Noodhulp-wederopbouw:

€ 2.000

-          Eenmalige projecten

€ 1.500

-          nationaal erkende ngo’s voor ontwikkelingssamenwerking

€ 2.000

-          Sensibilisering

€ 500

-          Gros-project

€ 3.000

-          Totaal:

€ 9.000

Totaal

€ 50.000

 

De bedragen worden naar beneden afgerond tot op de “eenheid".

Alle bedragen worden pro rata vermeerderd of verminderd indien het voorziene budget verhoogd. of verlaagd wordt ten opzichte van het referentiebedrag van € 50.000.

 

Art. 2: Subsidiëring GROS-leden

§1. Voor de als plaatselijke erkende projecten van  leden van de Gros wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 41.000.

§2. Aanvraagformulier/ informatieve tekst:

Bij elke aanvraag tot subsidiëring dient naast het ingevulde aanvraagformulier een informatieve tekst gevoegd te worden, rekening houdend met onderstaande criteria - Criteria voor erkenning project – en/of sensibiliseringssteun -:

  1. Binding van de aanvrager met de gemeente Ranst.
  2. Werking in de gemeente Ranst.
  3. Inhoud en/of doel van het project of van de projecten.
  4. Sensibiliseringsactiviteit (algemeen of in functie van het project).
  5. Duurzaamheid (continuïteit) van het project.
  6. Invloed van de organisatie in Ranst op de werking in het projectland.
  7. Financiële controle van de organisatie in Ranst over het project.
  8. Eigen inzameling van financiële middelen.
  9. Betrokkenheid lokale bevolking in het projectland bij het project.
  10. Toekomstvisie project.
  11. Concrete realisaties. + geplande activiteiten
  12. Rechtstreekse contacten met het project.

Indien de Ranstse organisatie via een partnerorganisatie werkt worden dezelfde criteria onderzocht m.b.t. de partnerorganisatie.

Elke aanvraag wordt door de themaraad Gros geëvalueerd op basis van onderstaande criteria. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke eigenschappen van het project of de activiteit, en met de wijze waarop aan het criterium wordt voldaan.

Het is dus niet noodzakelijk om aan alle criteria uit onderstaande lijst te voldoen met uitzondering van criterium 1 en 2.

§3. Opvolgingsdossier:

Het opvolgingsdossier dient elk jaar bij de financiële steunaanvraag te worden gevoegd.

Het bevat de volgende gegevens:

-          Een financieel verslag van inkomsten en uitgaven van de Ranstse organisatie.

-          Een korte beschrijving van de evolutie van de werking van de Ranstse organisatie.

-          Een korte beschrijving van de evolutie van het project

§4.Beoordelingsformulier :

De Gros zal per aanvraag een beoordelingsformulier opmaken ter kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen.

§5.Verdeling financiële steun aan de Gros – leden:

-          Bij de verdeling van de projectsteun wordt rekening gehouden met de inhoudelijke kwaliteit van het project, de relatie van de vereniging tot het project, de sensibiliseringsactiviteiten in Ranst, en de fondsen die de vereniging zelf inzamelt.

      De toegekende financiële steun wordt als volgt verdeeld:

-          55 % van het totale budget voor projectsteun is voorzien voor Zuidwerking

        40 % wordt gelijkmatig verdeeld onder de leden van de Gros

        10 % wordt verdeeld onder de leden die een specifiek project steunen dat ze opvolgen en waarover ze geïnformeerd worden (= ‘eigen project’)

        5 % wordt verdeeld onder de leden die een project zelf beheren (= ‘eigen beheer’)

-          45 % van het totale budget voor projectsteun is bedoeld voor Noordwerking

        20 % wordt verdeeld onder de leden rekening houdend met de sensibiliseringsactiviteiten in Ranst

        25 % wordt verdeeld onder de leden rekening houdend met het bedrag aan fondsen dat de Ranstse vereniging zelf inzamelt.

-          Toegepaste verdeelsleutels:

Voor elk onderdeel van het budget voor projectsteun wordt per vereniging een verdelingscode (VC) ingevoerd. De verhouding tussen deze verdelingscode en de som van alle VC’s bepaalt welk aandeel van het budget aan de vereniging wordt toegekend. Vereniging dient geïnterpreteerd te worden als aangesloten lid en kan dus ook een particulier persoon of organisatie zijn.

        Inhoudelijk gedeelte ( 40 % van het projectbudget). Elke vereniging krijgt eenzelfde bedrag voor het inhoudelijke gedeelte.

        Eigen project ( 10 % van het projectbudget). De VC is 1 of 0 naargelang de vereniging een eigen project heeft of niet. D.w.z. of ze een specifiek project opvolgt.

        Eigen beheer ( 5 % van het projectbudget). De VC is 1 of 0 naargelang de vereniging het project zelf beheert of niet. Om een VC van 1 te bekomen moet er voldaan worden aan de volgende vier criteria:

       Het project wordt door de Ranstse vereniging bestuurd.

       De hoofdzetel van de vereniging bevindt zich in Ranst

       Het initiatief voor de ondersteuning van het project gaat uit van de Ranstse vereniging.

       Er is een financiële controle over het project vanuit onze gemeente.

        Sensibiliseringsacties in Ranst ( 20 % van het projectbudget). De VC toegekend aan een vereniging bedraagt 0,1,2 of 5.

       VC = 0 : geen sensibiliseringsactiviteit te Ranst in het referentiejaar.

       VC = 1 : één sensibiliseringsactiviteit te Ranst in het referentiejaar.

       VC = 2 : twee of meer sensibiliseringsactiviteiten te Ranst in het betrokken jaar.

       VC = 5 : Ranstse afdeling van 11.11.11

        Eigen fondsenwinning door Ranstse vereniging ( 25 % van het projectbudget). De toegekende VC kan variëren van 0 tot 5. Basis voor de toekenning is het bedrag dat de leden hebben overgemaakt vanuit Ranst aan het project.

       Van 0 tot € 1.000   VC = 0

       Van € 1.000 tot € 5.000  VC = 1

       Van € 5.000 tot € 10.000  VC = 2

       Van € 10.000 tot € 15.000  VC = 3

       Van € 15.000 tot € 20000  VC = 4

       +20.000 €    VC = 5

 

Art. 3: Financiële steun aan niet Gros-leden.

§1. Noodhulp / wederopbouw: Er wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 2.000. Per weerhouden oproep voor noodhulp wordt er een bedrag van min € 750 en maximaal € 1.000 voorzien.

Noodhulp kan zowel verstrekt worden voor internationaal erkende rampen via een NGO werkzaam in het getroffen gebied, als voor kleinschalige rampen die de infrastructuur of werkingsmiddelen van de projecten van de Gros – leden hebben getroffen. Niet alleen natuurrampen maar ook humanitaire rampen kunnen in aanmerking komen voor noodhulp.

Bij natuurrampen met zware materiële schade voor de bevolking heeft de Gros gekozen om  noodhulp te verstrekken onder de vorm van wederopbouwsteun.

De uitbetaling van de noodhulp gebeurt na goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen

§2. Eénmalige projecten: Er wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 1.500 te verdelen onder de ingediende projecten met een max. van € 700.

In het kader van de eenmalige projectsteun kunnen naast de leden van de Gros ook andere Ranstse organisaties of personen wonende in Ranst, in hun project ondersteund worden.  Deze actie moet aansluiten bij de thematiek van de ontwikkelingssamenwerking

Personen die van deze projectfinanciële steun wensen gebruik te maken, moeten voor 1 juli van het dienstjaar een aanvraag bij de Gros indienen, samen met een kostenraming.

De Gros beoordeelt deze aanvraag .

Financiële steun kan enkel ten goede komen aan het project. Groeps – of inleefreizen komen niet in aanmerking. Na de besteding van de financiële steun dient verslag uitgebracht worden aan de Gros.

§3. Voor één of meerdere nationaal erkende ngo’s voor ontwikkelingssamenwerking of plaatselijke erkende verenigingen voor mondiale (internationale) samenwerking wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 2.000. Het college van burgemeester en schepenen verdeelt het bedrag  van € 2.000 tussen de organisaties.

§4. Sensibilisering door derden: Voor activiteiten rond vorming en sensibilisering door andere verenigingen dan de Gros wordt jaarlijks een bedrag voorzien van € 500 met een max. van € 200 per activiteit rekening houdend met de volgende voorwaarden:

-          De sensibiliserings-– en of vormingsinitiatieven dienen zich te richten tot de inwoners van de gemeente Ranst

-          Niet Gros– leden kunnen sensibiliseringssteun ontvangen voor acties die aansluiten bij de thematiek van ontwikkelingssamenwerking (duurzame ontwikkelingsdoelen). Deze financiële steun staan los van andere subsidiëring.

-          Verenigingen die een beroep doen op deze financiële steun moeten erkende Ranstse verenigingen zijn.

Verenigingen die van deze sensibiliseringssteun gebruik wensen te maken, moeten minstens  1 maand na de activiteiten een aanvraag bij de Gros indienen, samen met de reële kost.

De Gros beoordeelt de aanvraag en deelt haar advies mee aan het college van burgemeester en schepenen.

§5. Ondersteuning eigen Gros - project :

Een door de Gros gekozen internationaal project wordt jaarlijks ondersteund met een financiële steun van € 3.000.

De NGO die het uitgekozen project ondersteunt, bezorgt de Gros voldoende informatie om de Ranstse bevolking jaarlijks op de hoogte te kunnen houden van de evolutie van het desbetreffende project.

Projectcriteria:

-          tegemoetkomen aan één van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s)

-          met een lange termijn visie van minstens 5 jaar, zodat een evaluatie door de Gros en het college van burgemeester en schepenen mogelijk is

-          betrokkenheid van de mensen ter plaatse

-          samenwerking met lokale of buitenlandse NGO’s

-          indienen van een jaarlijks financieel verslag

De Gros brengt advies uit aan het college van burgemeester en schepenen omtrent het weerhouden project. Na goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen kan de financiële steun worden uitbetaald.

 

Art. 4: Slotbepalingen

§1. De vaststelling en verdeling van de financiële steun gebeurt uiterlijk per 1 december van het jaar met uitzondering van Noodhulp (wanneer deze zich voordoet).

§2. Elke aanvraag voor financiële steun bevat het rekeningnummer waarop deze moet gestort worden en dient ondertekend te zijn door 2 leden van de vereniging of de aanvrager.

§3 Alle verenigingen dienen een financieel verslag op te maken en verantwoordingsstukken voor te leggen. De Gros vraagt deze verslagen op samen met de aanvraag voor nieuwe financiële steun. De Gros beoordeelt deze op hun correctheid en volledigheid en legt deze documenten samen met de berekening van de nieuwe financiële steun voor aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 5: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en geldt tot 31 december 2031 en vervangt het reglement van 28 juni 2021 dat wordt opgeheven vanaf voormelde datum van inwerkingtreding.

 

Art. 6: Uitvoering

Het college van burgemeester en schepenen wordt verder gelast met de uitvoering van dit besluit.

 

Art. 7: Toezicht

Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht als bepaald in artikel 326-335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokale bestuur.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

26. Opritten, toegangen, inbuizingen en overwelvingen - reglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt een reglement goed aangaande de aanleg van toegangen en opritten over het openbaar domein of in de berm, alsook de overwelving of inbuizing van baangrachten.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraad keurde op 26 juni 2017 het reglement “Inbuizingen en afwerking grachten” goed.

Voorgesteld wordt om voormeld reglement op te heffen vanaf 1 januari 2026 en vanaf die datum te vervangen door voorliggend reglement aangaande de aanleg van toegangen en opritten over het openbaar domein of in de berm, alsook de overwelving of inbuizing van baangrachten.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, lid 2, 2° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden.

Artikel 6.5. van het nieuw burgerlijk wetboek

Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander veroorzaakt.

Artikel 34, §§ 1 en 2 van het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen

De gemeente is belast met het beheer van de gemeentewegen en het vrijwaren van de publieke doorgang over de volledige breedte van de gemeenteweg. Zij kan er te allen tijde onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan uitvoeren, zoals onder meer het herstel van het wegdek, het snoeien van overhangende takken, het garanderen van een adequate waterhuishouding en het herstellen van wegzakkende bermen.

De gemeente kan te allen tijde versperringen of andere belemmeringen die de toegang, het gebruik of het beheer van de gemeenteweg hinderen of verhinderen, verwijderen of laten verwijderen.

Artikel 286, §1, 1°, 287 en 288  van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester maakt de reglementen en de verordeningen van de gemeenteraad bekend via de webtoepassing van de gemeente, binnen tien dagen nadat ze genomen zijn en met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt en de datum waarop ze zijn aangenomen. Zij treden in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan, tenzij het anders bepaald is.

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Voorwerp, inwerkingtreding en geldingsduur

§1. De gemeenteraad keurt voorliggend reglement goed aangaande de aanleg van toegangen en opritten over het openbaar domein of in de berm, alsook de overwelving of inbuizing van baangrachten.

§2. Dit reglement treedt voor onbepaalde duur in werking op 1 januari 2026 en vervangt het reglement “Inbuizingen en afwerking grachten” zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2017, dat vanaf voormelde datum van inwerkingtreding wordt opgeheven.

 

Art. 2: Toelating van de gemeente

§1. Toelating van de gemeente is altijd nodig voor de aanleg van opritten en toegangen in de berm van de openbare weg en over openbaar domein, alsook voor de inbuizing of overwelving van baangrachten.

§2. De toelating van de gemeente blijft verplicht aan te vragen na het bekomen van andere toelatingen en vergunningen zoals bedoeld in artikel 3.

 

Art. 3: Andere toelatingen en vergunningen

§1. Tenzij er volgens de betrokken regelgeving een vrijstelling geldt, moet er voor de aanleg van een toegang of oprit naar hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woningen en andere gebouwen, agrarische bedrijfsgebouwen in agrarisch gebied, of installaties van algemeen nut een omgevingsvergunning worden bekomen via https://www.vlaanderen.be/omgevingsvergunning.be.

Hetzelfde geldt voor de inbuizing of overwelving van baangrachten.

§2. Voor de aanleg van een inrit en/of voor aanpassing van boordstenen in de berm van een gewestweg (in Ranst zijn dat de N14 en de N116), moet er bovendien steeds vooraf een toelating worden bekomen bij het Agentschap Wegen & Verkeer via https://wegenenverkeer.be/adviezen-vergunningen.

Hetzelfde geldt voor de inbuizing of overwelving van baangrachten bij gewestwegen.

 

Art. 4: De aanvraag voor toelating

§1. De toelating van de gemeente bedoeld in artikel 2, moet minimaal vier weken voor dag van de beoogde aanvang van de werken worden aangevraagd via www.ranst.be/melding-of-vraag-aan-gemeente-ranst.

Bij de aanvraag moet een omschrijving van de werkzaamheden en de vermoedelijke uitvoeringsdatum worden gevoegd.

§2. Wanneer het onmogelijk is voor de aanvrager om de aanvraag en/of alle bijbehorende documenten in te dienen via elektronisch meldingsformulier www.ranst.be/melding-of-vraag-aan-gemeente-ranst, gelden volgende contactgegevens:

-          Email: technische.dienst@ranst.be

-          Post:  Gemeente Ranst

  t.a.v. Technische Dienst

  Gustaaf Peetersstraat 7

  2520 Broechem

-          Afgifte ter plekke tijdens de openingsuren (zie www.ranst.be/technische-dienst):

  Onthaal technische dienst

  Van den Nestlaan 110

  2025 Broechem

Als indieningsdatum geldt de datum van ontvangst van de email, de postdatum of een afgiftebewijs dat ter plekke zelf door de aanvrager wordt opgevraagd.

§3. Met gegevens die verstrekt worden in het kader van de aanvraag en van dit reglement, wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.

 

Art. 5: Uitdrukkelijke of stilzwijgende toelating

§1. Wanneer één of meerdere van volgende omstandigheden zich voordoen, moet de aanvrager de uitdrukkelijke toestemming van de gemeente afwachten:

-          er wordt afgeweken van voorliggend reglement; 

-          de aanleg houdt het inbuizen of overwelven van een gracht in;

-          er is een voet- of fietspad aanwezig;

-          er een aanpassing van de boordstenen nodig;

-          het gaat niet om de enige oprit of toegang tot het perceel;

-          de gewenste oprit is breder dan:

        vier meter voor een enkele, vrij liggende oprit;

        drie meter per inrit bij gekoppelde inritten gedeeld met buur, of zes meter voor de twee gekoppelde inritten samen.

In alle andere gevallen mag het uitblijven van tegenbericht binnen vier weken vanaf de dag van de aanvraag opgevat worden als stilzwijgende toelating.

§2. Bij toelating kunnen in elk geval bijkomende voorwaarden opgelegd worden.

De toelating geldt onder voorbehoud van het blijvend voldoen aan dit reglement.

De toelating kan worden ingetrokken, hetzij wegens het niet respecteren van dit reglement, hetzij wanneer intrekking noodzakelijk blijkt in het algemeen belang.

De toelating vervalt samen met het verval van de eventuele omgevingsvergunning.

 

Art. 6: Specifieke toelatingsvoorwaarden overwelving of inbuizing baangracht

§1. De maximale toegestane breedte wordt beperkt tot vier meter per inbuizing/overwelving of acht meter samen in het geval van gekoppelde toegangen of inritten gedeeld met de buur.

Deze paragraaf geldt behoudens uitzonderlijke, gemotiveerde toelating van de gemeente in door de aanvrager behoorlijk verantwoorde gevallen.

§2. Bij toelating kunnen bijkomende technische voorwaarden opgelegd worden, zoals het voorzien van kopmuren, inspectieschouwen...

§3. De gemeente weigert de aanvraag als niet voldaan wordt aan noodzakelijke technische voorwaarden, waaronder:

-          De overwelving of inbuizing moet voldoende groot zijn om het opwaarts afstromende debiet te kunnen afvoeren.

-          De plaatsing van de inbuizing moet in een volledig geruimde grachtbodem gebeuren, zonder dat er schade wordt toegebracht aan de grachtkanten en de nutsleidingen.

-          De overgang van het open grachtprofiel naar de overwelving of inbuizing moet zo worden afgewerkt dat uitspoeling niet mogelijk is.

-          De aanvrager moet de goede staat en werking van de inbuizing of overwelving garanderen door een goede afwatering te vrijwaren en de constructie in het algemeen belang in goede staat te onderhouden.

§4. De gemeente zal de toelating weigeren indien de inbuizing of overwelving:

-          de goede werking van het watersysteem zou ondermijnen;

-          een schadelijk effect zou hebben op het milieu, met inbegrip van onder meer de gezondheid van de mens en de veiligheid van de vergunde of vergund geachte gebouwen en infrastructuur, gelegen buiten afgebakende overstromingsgebieden, op het duurzaam gebruik van water door de mens, op de fauna, de flora, de bodem, de lucht, het water, het klimaat, het landschap en het onroerend erfgoed, een achteruitgang in de toestand van een waterlichaam, alsmede de samenhang tussen een of meer van deze elementen;

-          indruist tegen de beginselen van het integraal waterbeleid, inclusief de zorg voor waterafhankelijke natuur;

-          ongewenste vernatting van landbouwgebieden buiten VEN en SBZ veroorzaakt.

 

Art. 7: Algemene uitvoeringsvoorwaarden

§1. De uitvoering dient te gebeuren in standaard grijze betonklinkers (afmetingen 22 x 11 x 8) of conform de plaatselijke verkavelingsvoorschriften.

Het vorige lid geldt tenzij er andere materialen voorgeschreven werden bij de toelating van de gemeente of in de eventuele omgevingsvergunning.

§2. De werken moeten uitgevoerd worden volgens de regels van de kunst. De aanvrager mag hiervoor een aannemer naar keuze aanstellen.

§3. Alle kosten voor de aanleg en het desgevallend aanpassen van boordstenen zijn ten laste van de aanvrager.

§4. De aanvrager is in elk geval aansprakelijk voor schade veroorzaakt bij of omwille van de werken.

 

Art. 8: Specifieke uitvoeringsvoorwaarden inbuizing en overwelving baangrachten

§1. In landelijk gebied waar er eventueel geen verharding wordt voorzien over de inbuizing, dient de berm in goede staat gehouden te worden.

§2. Het is in elk geval verboden:

-          Afvalwater- of hemelwaterleidingen aan te sluiten op een inbuizing of overwelving;

-          Baangrachten geheel of gedeeltelijk te dempen of te beschoeien;

-          Struiken en bomen aan te planten op de strook openbaar domein voor en achter de gracht.

 

Art. 9: Handhaving

Het zonder vrijstelling of omgevingsvergunning of het in strijd met een omgevingsvergunning aanleggen van een toegang of oprit of overwelven of inbuizen van een baangracht is een stedenbouwkundig misdrijf en wordt bestraft overeenkomstig artikel 6.2.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Art. 10: Aansprakelijkheid beschadigingen openbaar domein

Wie in strijd met voorliggend reglement opritten, verhardingen, overwelvingen of inbuizingen aanbrengt, kan onder meer aansprakelijk worden gesteld voor het beschadigen van het openbaar domein en/of het aanbrengen van versperringen of andere belemmeringen die de toegang, het gebruik of het beheer van de gemeenteweg hinderen.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

27. Verlenging Projectvereniging Erfgoed Voorkempen 2026-2031, beleidsplannen en meerjarenbegrotingen Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst en Erfgoedcel 2027-2032 - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan de verlening van de projectvereniging Erfgoed Voorkempen voor 2026-2031, de wijziging van de statuten en de beleidsplannen en meerjarenbegroting voor 2027-2032 van de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst en de Erfgoedcel van Erfgoed Voorkempen.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het Regionaal Landschap de Voorkempen (RLDV) is al jarenlang de partner voor gemeenten inzake natuur, landschap, erfgoed etc.

In 2015 beslisten een aantal lokale besturen binnen het werkingsgebied van het Regionaal Landschap de Voorkempen om een Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) op te richten. Het Regionaal Landschap is geen intergemeentelijk samenwerkingsverband zoals beschreven in het decreet lokaal bestuur, daarom waren het Regionaal Landschap en haar gemeenten genoodzaakt om een nieuw intergemeentelijk samenwerkingsverband op te richten. Dit werd de projectvereniging ‘Erfgoed Voorkempen’.

Het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2015 met de oprichting en deelname aan de projectvereniging Erfgoed Voorkempen. De werking van de projectvereniging ging van start in 2016.

Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 met de verlenging van het lidmaatschap van de Projectvereniging Erfgoed Voorkempen voor een periode van 6 jaar te beginnen vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025. Bij aanvang van deze beleidsperiode waren Essen, Kalmthout, Kapellen, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Wuustwezel en Zoersel lid van de projectvereniging. In de loop van de voorbije jaren zijn ook Brasschaat, Brecht, Malle, Schoten en Zandhoven voor hun onroerend erfgoed de facto bij de IOED aangesloten.

In 2020 beslisten een aantal lokale besturen om onder dezelfde projectvereniging Erfgoed Voorkempen een Erfgoedcel op te richten. Voor de Erfgoedcel werd een convenant gesloten met het Departement Cultuur, Jeugd en Media in het kader van het Cultureel Erfgoeddecreet.

Volgende gemeenten maken momenteel deel uit van de projectvereniging Erfgoed Voorkempen: Brasschaat, Brecht, Essen, Kalmthout, Kapellen, Malle, Ranst, Schoten, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Wuustwezel, Zandhoven en Zoersel. Behalve Kapellen zijn alle gemeenten lid van de Erfgoedcel.

In 2025 werd de volgende beleidsperiode 2027-2032 voorbereid. De Raad van Bestuur keurde de nieuwe beleidsplannen van Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst en Erfgoedcel goed in zitting van 24 september 2025.

 

Juridisch kader:

Artikel 40 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden van gemeentelijk belang.

Artikel 41, lid 2, °4  van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het oprichten van en het toetreden tot rechtspersonen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.

Artikel 389 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Met het oog op de gemeenschappelijke behartiging van doelstellingen van gemeentelijk belang kunnen twee of meer gemeenten samenwerkingsverbanden tot stand brengen met of zonder rechtspersoonlijkheid, met of zonder beheersoverdracht.

Artikel 401, leden 1-3 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De projectvereniging wordt opgericht voor een periode van ten hoogste zes jaar op grond van gemeenteraadsbeslissingen die daarover genomen zijn binnen een tijdsbestek van twee maanden. Tijdens de duur die is vastgesteld bij de oprichting van een projectvereniging, is geen uittreding mogelijk.

De projectvereniging kan opeenvolgende keren verlengd worden voor een termijn die telkens niet langer mag zijn dan zes jaar, overeenkomstig de beslissingen die de deelnemende gemeenten ten gunste van de verlenging hebben genomen voor het verstrijken van de termijn. Bij gebrek aan instemming van alle betrokken gemeenten of bij het uitblijven van een of meer beslissingen wordt de projectvereniging ontbonden.

Artikel 403 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De wijzigingen in de statuten behoeven de instemming van de deelnemende gemeenten, overeenkomstig de procedure die in de statuten is bepaald.

Artikel 18 van de statuten van Projectvereniging Erfgoed Voorkempen

De wijzigingen van de statuten, inclusief een eventuele uitbreiding van de doelstelling, en de toetreding van nieuwe leden behoeven de instemming van alle deelnemers, op basis van een gemeenteraadsbeslissing.

Het Onroerend Erfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het Onroerend Erfgoedbesluit van 16 mei 2014

Het Cultureel Erfgoeddecreet van 23 december 2021

 

Motivering:

De huidige projectvereniging blijft behouden en wordt verlengd voor zes jaar, van 1 januari 2026 tot 31 december 2031.

De bestaande werking van de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst wordt verlengd en uitgebreid voor de periode 2027-2032. Alle leden van de projectvereniging zijn vanaf dan ook officieel aangesloten bij de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst. Hiervoor werd een beleidsplan goedgekeurd door de Raad van Bestuur van 24 september 2025. Dit beleidsplan ligt nu voor aan de betrokken lokale besturen.

De bestaande werking van de Erfgoedcel wordt verlengd voor de periode 2027-2032. Hiervoor werd een beleidsplan goedgekeurd door de Raad van Bestuur van 24 september 2025. Dit beleidsplan ligt nu voor aan de betrokken lokale besturen.

Na goedkeuring door de gemeenteraden kan Erfgoed Voorkempen subsidies aanvragen bij Vlaanderen voor de nieuwe beleidsperiode.

 

Bijlagen:

Begeleidende nota 2027-2032 Projectvereniging Erfgoed Voorkempen

Bijlage 1: achtergrond projectvereniging Erfgoed Voorkempen

Bijlage 2: 20251027 statuten Erfgoed Voorkempen

Bijlage 3: beleidsplan Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst

Bijlage 4: meerjarenbegroting Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst 2027-2032

Bijlage 5: beleidsplan Erfgoedcel

Bijlage 6: meerjarenbegroting Erfgoedcel 2027-2032

 

Besluit:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de verlenging van de deelname aan de Projectvereniging Erfgoed Voorkempen voor de periode 2026-2031 goed.

 

Art. 2:

De gemeenteraad keurt de gewijzigde statuten projectvereniging Erfgoed Voorkempen periode 2026-2031 goed.

 

Art. 3:

De gemeenteraad keurt de verderzetting en uitbreiding van de huidige Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst werking goed.

 

Art. 4:

De gemeenteraad keurt het beleidsplan en de meerjarenbegroting van de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst Erfgoed Voorkempen voor de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2032 goed.

 

Art. 5:

De gemeenteraad keurt de verderzetting van de huidige Erfgoedcel werking (cultureel erfgoedconvenant) goed.

 

Art. 6:

De gemeenteraad keurt het beleidsplan en de meerjarenbegroting van de Erfgoedcel Erfgoed Voorkempen voor de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2032 goed.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

28. Fluvius Antwerpen - aangepaste agenda en mandaat algemene vergadering 17 december 2025  - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad neemt kennis van de wijzigingen in de dagorde en besluit geen andersluitend gemeenteraadsbesluit te nemen met betrekking tot de algemene vergadering dan hetgeen reeds is goedgekeurd in de gemeenteraad van 20 oktober 2025.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeente Ranst neemt deel aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius.

De gemeenteraad duidde op 20 januari 2025  als vertegenwoordiger Ludo Janssens, gemeenteraadslid en Fons Huysmans, gemeenteraadslid als plaatsvervanger aan.

De uitnodiging van 18 september 2025 werd opgeroepen om deel te nemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Antwerpen die op 17 december 2025 plaatsheeft in Vestar, Van Diepenbeeckstraat 12, te 2018 Antwerpen.

De gemeenteraad mandateerde op 20 oktober 2025 de gemeentelijke vertegenwoordiger op de algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius van 17 december 2025 om alle agendapunten goed te keuren.

Op 24 november 2025 ontving de gemeente Ranst een nazending van de opdrachthoudende vereniging Fluvius. Hiermee informeerde de opdrachthoudende vereniging Fluvius de gemeente Ranst dat de Raad van Bestuur van Fluvius Antwerpen in zijn vergadering van vrijdag 21 november 2025 heeft beslist om in te gaan op de vraag van verschillende gemeenten om de voorgestelde wijzigingen aan de statuten met betrekking tot de activiteit warmte, niet te behandelen op de eerstkomende Buitengewone Algemene Vergadering. Deze gemeenten wensen eerst bijkomende verduidelijking en toelichting bij dit dossier te ontvangen.

De statutenwijzigingen blijft op de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering staan, maar de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de activiteit warmte zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd. De overige voorgestelde wijzigingen los van de activiteit warmte zullen dus wel ter goedkeuring worden voorgelegd. De huidige geldende tekst van de artikelen met betrekking tot de activiteit warmte blijft met andere woorden van toepassing.

Concreet betekent dit voor het agendapunt 2. ‘Statutenwijzigingen’ het volgende:

a. Kennisneming bijzonder verslag van de Raad van Bestuur opgesteld overeenkomstig artikel 6:86 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV);

 Deze kennisneming blijft geagendeerd.

 

b. Kennisneming bijzonder verslag van de Raad van Bestuur opgesteld overeenkomstig artikel 6:87 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV)

=> Deze kennisneming blijft geagendeerd maar het onderdeel met betrekking tot de wijziging van de rechten verbonden aan de aandelen Aw is zonder voorwerp geworden, gezien in de finaal voorgestelde statutenwijzigingen de artikelen met betrekking tot de activiteit warmte niet ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.

 

c. Kennisneming voorafgaand niet-bindend advies Vlaamse Regering d.d. 23 juli 2025;

=> Deze kennisneming blijft geagendeerd.

 

d. Goedkeuring voorstel van statutenwijzigingen (inclusief de wijziging van het voorwerp); => Conform het Decreet Lokaal Bestuur zullen de voorgestelde wijzigingen aan de statuten en aan de bijlagen artikelsgewijs ter goedkeuring worden voorgelegd, behalve de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de activiteit warmte. De artikelen 9 punt 7, 29ter, het nieuwe artikel 29quater, het artikel 30 punt 4b van de statuten en de artikelen 11 en 15 van de bijlage 3 met betrekking tot de activiteit warmte zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd.

 

e. Vaststelling van de opschortende voorwaarden met betrekking tot de statutenwijzigingen;

=> Deze vaststelling is zonder voorwerp geworden.

 

f. Verlenen van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om de al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden met betrekking tot het agendapunt 1 vast te stellen;

=> Deze volmachtverlening is zonder voorwerp geworden.

 

g. Verlenen van een machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met mogelijkheid van subdelegatie om de statuten inclusief de bijlagen te coördineren.

=> Deze volmachtverlening zal ter goedkeuring worden voorgelegd.

 

Juridisch kader:

Artikel 41 en 432 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad is bevoegd voor het oprichten van en het toetreden tot rechtspersonen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen

De vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient herhaald te worden voor elke algemene vergadering.

 

Bijkomende motivering:

Het eerder genomen gemeenteraadsbesluit van 20 oktober 2025 met betrekking tot de wijziging van de statuten, de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van 17 december 2025 en het mandaat verleend aan de vertegenwoordiger voor Ranst voor deze Buitengewone Algemene Vergadering blijft onverkort van toepassing.

Aangezien er artikelsgewijs wordt gestemd over de wijzigingen van de statuten blijft het eerder genomen gemeenteraadsbesluit geldig voor de wijzigingen die wel aan de Buitengewone Algemene Vergadering ter goedkeuring zullen worden voorgelegd. De wijzigingen met betrekking tot de activiteiten warmte zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd.

 

Bijlagen:

Het schrijven van Fluvius van 18 september 2025 waarbij werd opgeroepen om deel te nemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Antwerpen die op 17 december 2025 plaatsheeft in Vestar, Van Diepenbeeckstraat 12, te 2018 Antwerpen inclusief agenda en bijhorende documenten

Het schrijven van Fluvius van 24 november 2025  waarin werd meegedeeld dat de voorgestelde wijzigingen aan de statuten met betrekking tot de activiteit warmte, niet zullen worden behandeld op de Buitengewone Algemene Vergadering van 17 december 2025.

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de wijzigingen in de dagorde van de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius die zal gehouden worden op 17 december 2025 in Vestar, Van Diepenbeeckstraat 12, te 2018 Antwerpen.

 

Art.2:

De gemeenteraad besluit geen andersluidend gemeenteraadsbesluit te nemen met betrekking tot de algemene vergadering dan hetgeen reeds is goedgekeurd in de gemeenteraad van 20 oktober 2025.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

29. Overeenkomst en vertegenwoordiging Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs regio Lier - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de deelname van de gemeente Ranst als deelnemende gemeente aan de Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier goed, inclusief de overeenkomst Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier waarbij schepen Katlijn Hofmans afgevaardigd wordt als lid van het beheerscomité en schepen Tine Muyshondt als plaatsvervangend lid.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Door de gemeenteraad werd in samenkomst van 21 oktober 2019 de oprichting, overeenkomst en vertegenwoordiging Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier goedgekeurd. De stad Lier is beherende gemeente, deelnemende gemeenten zijn Berlaar, Boechout, Lint, Malle, Nijlen, Zandhoven, Ranst. In dezelfde gemeenteraad werden aansluitend afspraken tussen gemeente Ranst en vzw VOR met betrekking tot de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs en de vormingsinitiatieven goedgekeurd.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, lid 2, °4  van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor het oprichten van en het toetreden tot rechtspersonen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.

Artikel 40 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden van gemeentelijk belang.

Artikel 389 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Met het oog op de gemeenschappelijke behartiging van doelstellingen van gemeentelijk belang kunnen twee of meer gemeenten samenwerkingsverbanden tot stand brengen met of zonder rechtspersoonlijkheid, met of zonder beheersoverdracht.

Artikel 392, leden 1 en 3 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Twee of meer gemeenten kunnen een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid vormen om, zonder beheersoverdracht, een welbepaalde doelstelling van gemeentelijk belang te verwezenlijken. Deze samenwerkingsverbanden heten interlokale verenigingen.

Artikel 5 van de overeenkomst interlokale vereniging deeltijds kunstonderwijs regio Lier

Door elke gemeenteraad wordt een lid van het college van burgemeester en schepenen afgevaardigd, alsmede een vervangend lid met hetzelfde mandaat ingeval van afwezigheid van het effectief lid. De leden van het beheerscomité worden afgevaardigd voor de periode van een bestuurslegislatuur, onverminderd de mogelijkheid van de gemeenteraden het mandaat van hun vertegenwoordigers in te trekken en onverminderd de beëindiging van rechtswege van het mandaat van de leden van het beheerscomité zodra zij hun betreffende politieke mandaat verliezen. De leden blijven evenwel lid van het beheerscomité tot het moment dat er in hun vervanging is voorzien. In geval van algehele vernieuwing van de gemeenteraden duiden de deelnemende gemeenten in de eerste drie maanden volgend op het jaar van de verkiezingen de nieuwe bestuurders aan. Zij treden aan vanaf het ogenblik van hun aanstelling.

 

Bijkomende motivering:

Bij de start van de nieuwe bestuursperiode wordt gevraagd een aangepaste overeenkomst ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.

Aanpassingen zijn onder meer de toetreding van de gemeente Wommelgem en de aanpassing in de tabel lesuren/directie uren omdat het aantal lesuren in Wommelgem bij aanvang zal beperkt zijn (art. 9 §2), de mogelijkheid die voorzien wordt om een supplementaire bijdrage van leerlingen te vragen (art. 19 § 1) en duidelijkere en meer concrete afspraken inzake veiligheid, preventie en welzijn (Titel 7). De met de vzw VOR gemaakte afspraken blijven ook in de toekomst lopen.

Conform de overeenkomst heeft de gemeente Ranst, recht op een vertegenwoordiger in het beheerscomité van de interlokale vereniging die lid moet zijn van het college van burgemeester en schepenen. In de gemeenteraad van 20 januari 2025 werd Katlijn Hofmans aangeduid als effectief lid voor het beheerscomité en Tine Muyshondt als plaatsvervanger.

Aan de gemeenteraad wordt voorgelegd de aangepaste overeenkomst goed te keuren en de aanstelling lid beheerscomité te bevestigen.

 

Financiële gevolgen:

Het afsluiten van de "Overeenkomst Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier" heeft geen bijkomende financiële implicaties. De betalingen die voorheen in functie van het kunstonderwijs via de vzw VOR verliepen zullen nu rechtstreeks door de gemeente Ranst ten voordele van de beherende gemeente worden uitgevoerd.

 

Bijlagen:

Overeenkomst Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier (de aanpassingen staan in het rood)

Vraag  en toelichting inzake goedkeuring overeenkomst

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art.1:

De gemeenteraad keurt de deelname van de gemeente Ranst als deelnemende gemeente aan de Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier samen met de stad Lier, schoolbestuur van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans en van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten, en de gemeenten Berlaar , Boechout, Lint, Malle, Nijlen,  Wommelgem en Zandhoven als deelnemende gemeenten goed.

 

Art. 2:

De gemeenteraad keurt de overeenkomst Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier" goed zoals vastgesteld in bijlage.

 

Art. 3:

De gemeenteraad bevestigt de beslissing aanduiding dd. 20 januari 2025 van schepen Katlijn Hofmans als effectief lid voor het beheerscomité van de interlokale vereniging en schepen Tine Muyshondt als plaatsvervangend lid.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

30. Dagelijks bestuur, visum en toetredingsbeslissingen raamovereenkomsten - reglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad beslist over de definitie van dagelijks bestuur en de voorwaarden inzake de visumplicht.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 16 december 2019 stelde de gemeenteraad het begrip dagelijks bestuur vast, alsook de categorieën van verrichtingen die uitgesloten zijn van de visumverplichting.

Voorgesteld wordt om voormeld reglement op te heffen vanaf 1 januari 2026 en vanaf die datum te vervangen door voorliggend reglement over het begrip dagelijks bestuur, de voorwaarden inzake de visumplicht en de delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van toetreding tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders.

 

Juridisch kader:

Art. 41, lid 2, 8° en 10° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het definiëren van het begrip ‘dagelijks bestuur' is een exclusieve  bevoegdheid van de gemeenteraad en bepaalt de gevallen waarin het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten buiten diegene waarin de raad deze bevoegdheden nominatief aan het college van burgemeester en schepenen heeft toevertrouwd en buiten de dwingende en onvoorziene omstandigheden bedoeld in artikel 56, §4 van het decreet lokaal bestuur.

Art. 41, lid 1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad kan bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

Art. 266 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.

De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.

Art. 99 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

De volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:

1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;

2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;

4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;

5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;

6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.

Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.

In afwijking van het eerste lid, 3°, kunnen de aanstellingen van één jaar of meer in de volgende gevallen wel uitgesloten worden van de visumverplichting:

1° een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

2° een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Advies:

De financieel directeur wnd. adviseert positief over de in dit besluit voorgestelde nadere voorwaarden waaronder de controle in het kader van het visum wordt uitgeoefend, alsook over de voorgestelde categorieën van verrichtingen die worden uitgesloten van de visumplicht.

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

9 tegen: Luc Redig (Groen), Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Annelies Creten (Groen), Zoe Helsen (N-VA), Kris Wouters (N-VA) en Kurt De Belder (Groen)

 

Art. 1:

De gemeenteraad neemt met ingang van 1 januari 2026 voorliggend reglement aan over de invulling van het begrip dagelijks bestuur, de voorwaarden en uitzonderingen inzake de visumplicht en de delegatie van de toetreding tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders.

 

Art. 2:

Ongeacht of zij een uitgave beogen op het exploitatiebudget of het investeringsbudget, behoren overheidsopdrachten tot het “dagelijks bestuur” wanneer zij geraamd en geplaatst worden voor een bedrag gelijk aan of onder het drempelbedrag exclusief btw voor plaatsing van leveringen en diensten middels onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking zoals bedoeld in artikel 90, lid 1, 1° van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.

Het in het vorige lid bedoelde bedrag evolueert automatisch mee naar aanleiding van de periodieke herziening door de bevoegde overheden. Voor de periode 2026-2027 bedraagt de drempel € 140.000 excl. btw.

Opdrachten worden geraamd aan de hand van de ramingsregels voor overheidsopdrachten.

Wanneer het gunningsbedrag onverwacht boven de drempel landt, kan enkel gegund worden nadat de raad de plaatsingswijze en de lastvoorwaarden heeft bevestigd.

 

Art. 3:

Voor financiële verbintenissen met uitgaande netto-kasstroom wordt tijdig - bij voorkeur twee weken voor het agenderen van de beslissing - visum gevraagd aan de financieel directeur. De stukken van het dossier worden vanaf de aanvraag ter beschikking gesteld van de financieel directeur.

Volgende financiële verbintenissen met uitgaande netto-kasstroom worden vrijgesteld van de visumplicht:

  1. De aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van minder dan één jaar.

Contracten van onbepaalde duur of vervangingscontracten zonder specifieke duurtijd worden gelijkgesteld met een aanstelling van meer dan één jaar.

Bij opeenvolgende contracten voor dezelfde persoon wordt de totale duur in aanmerking genomen.

  1. Aanstellingen in het kader van artikel 60, §7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  2. Tewerkstelling voor maximaal vier jaar ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan vermeld in punt 2, in het kader van de opdrachten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
  3. Uitgaven met betrekking tot het recht op maatschappelijke integratie, in het bijzonder het toekennen van een leefloon of een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie.
  4. Verbintenissen waarvan het bedrag niet hoger is dan dertigduizend euro.
  5. Verbintenissen van onbepaalde duur waarvan het jaarlijkse bedrag niet hoger is dan vijftienduizend euro.
  6. Investeringssubsidies waarvan het bedrag niet hoger is dan tienduizend euro.

Het bedrag bedoeld in punt 5 is steeds het drempelbedrag excl. btw voor overheidsopdrachten van beperkte waarde bedoeld in artikel 92 van de Wet van 2016 inzake overheidsopdrachten. De raming van de opdracht gebeurt aan de hand van de ramingsregels voor overheidsopdrachten en evolueert automatisch mee met de aanpassing van het drempelbedrag door de bevoegde overheden, doch steeds binnen een vork van 30.000 euro tot het decretale maximum, vandaag 50.000 euro. Het bedrag bedoeld in punt 6 bedraagt steeds de helft van het bedrag bedoeld in punt 5.

 

Art. 4:

De gemeenteraad vertrouwt de bevoegdheid om toe te treden tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders toe aan het college van burgemeester en schepenen. De afname van de raamovereenkomsten blijft onderworpen aan de regels inzake dagelijks bestuur.

 

Art. 5:

Voorliggend reglement heft vanaf haar inwerkingtreding op 1 januari 2026 het reglement op van de gemeenteraad van 16 december 2019 over het begrip dagelijks bestuur en vaststelling van welke categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur uitgesloten zijn van de visumverplichting.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

31. Gecoördineerde rechtspositieregeling - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de gecoördineerde rechtspositieregeling van toepassing op het OCMW- en gemeentepersoneel, die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed en gaat van kracht vanaf 1 januari 2026

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 15 december 2008 met de goedkeuring van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel zoals gewijzigd op de gemeenteraad van 26 april 2010, 19 december 2011, 18 maart 2013, 16 december 2013, december 2015, 19 december 2016, 17 december 2018, 24 juni 2019, 20 september 2021, 16 oktober 2023 en 18 november 2024.

Tijdens het MAT van 17 oktober 2025 heeft de dienst HRM de voorgestelde wijzigingen aan de rechtspositieregeling toegelicht.

Het protocol van de syndicale organisaties opgesteld op 7 november 2025 en ondertekend door de verschillende syndicale organisaties die aanwezig waren op het overleg.

 

Juridisch kader:

De Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

Het Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

Artikel 40, §3, 41, 2°, 186 en 286-288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Deze reglementen hebben onder meer betrekking op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente. Het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en het bepalen van straffen en administratieve sancties bij de overtreding van die reglementen kan niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.

De gemeenteraad stelt de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel vast.

De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel is van rechtswege van toepassing op het personeelslid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient en dat een betrekking bekleedt die ook bestaat bij de gemeente.

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de rechtspositieregeling vast voor:

-          het specifiek personeel, waaronder wordt verstaan het personeel dat een betrekking bekleedt die niet bestaat in de gemeente die het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bedient

-          de maatschappelijk werker, vermeld in artikel 183, § 1

-          het voltallige personeel van de verzorgende, verplegende en dienstverlenende instellingen en diensten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, waarvan de werking gebaseerd is op federale of gewestelijke financiering met bijbehorende werkings- en erkenningsregels en voor het voltallige personeel van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat ingezet wordt voor activiteiten die hoofdzakelijk verricht worden in mededinging met andere marktdeelnemers.

De burgemeester maakt de reglementen en de verordeningen van de gemeenteraad, van het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester bekend via de webtoepassing van de gemeente.

De bekendmaking van de lijst van de besluiten, vermeld in artikel 285, en van de besluiten, vermeld in artikel 286, gebeurt binnen tien dagen nadat ze genomen zijn, met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt. Voor de besluiten bevat de bekendmaking ook de datum waarop ze zijn aangenomen. De webtoepassing van de gemeente vermeldt de wijze waarop het publiek inzage kan krijgen in de besluiten die op de lijst zijn vermeld, en vermeldt ook de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid, vermeld in artikel 326. Als de toezichthoudende overheid een besluit heeft vernietigd, wordt ook van die vernietiging melding gemaakt.

De reglementen en verordeningen, vermeld in artikel 286, § 1, 1° en 2°, en de reglementen, vermeld in artikel 286, § 2, 1° en 2°, treden in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan, tenzij het anders bepaald is.

De burgemeester maakt de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel en de wijzigingen ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente.

De voorzitter van het vast bureau maakt de afwijkingen van de rechtspositieregeling van het personeel overeenkomstig artikel 186, § 2, en de wijzigingen ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente.

Het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel.

 

Adviezen:

-          Akkoord van het managementteam van 17 oktober 2025

-          Protocol van akkoord van de syndicale organisaties van 7 november 2025

 

Bijkomende motivering:

Samen met het lokaal bestuur van Wommelgem hebben we onze rechtspositieregelingen naast elkaar gelegd, waar mogelijk op elkaar afgestemd en gemoderniseerd in het kader van het nieuwe decreet rechtspositieregeling. Daarbij hebben we niet alleen de inhoud geactualiseerd, maar ook de structuur grondig herzien.

 

De grootste wijzigingen zijn:

 

-          Naast de bestaande wervingsprocedures – externe aanwerving, bevordering, interne mobiliteit en externe mobiliteit – worden drie nieuwe mogelijkheden toegevoegd: permanente oproep, gezamenlijke aanwervingsprocedure en selectiepool of getrapte selectie.

-          Het diploma blijft belangrijk, maar is niet langer de enige toegangspoort. Kandidaten zonder het vereiste diploma kunnen toch deelnemen indien zij relevante beroepservaring hebben én een capaciteitstest met succes afleggen. Deze aanpak bestond vroeger al, maar enkel uitzonderlijk en op basis van vooraf vastgelegde objectieve criteria. Nu wordt dit structureel mogelijk gemaakt, zodat talent niet verloren gaat.

-          Waar vroeger een selectiecommissie uit minstens drie leden moest bestaan, waarvan één derde extern, is er nu de mogelijkheid om een commissie samen te stellen uit minimaal twee deskundigen, waarbij steeds iemand aanwezig is met inhoudelijke expertise over de functie. Externe deskundigen zijn niet langer verplicht.

-          Selectietechnieken op maat: Ook hier is er meer flexibiliteit. Vroeger was het aantal technieken per niveau vastgelegd: voor niveau A en B minimaal twee technieken, voor C, D en E minimaal één. Nu wordt gekozen voor minstens één selectietechniek, met in de praktijk een streven naar twee.

-          Vrijstelling van proeven: Kandidaten kunnen een vrijstelling krijgen voor bepaalde proeven wanneer zij maximaal drie jaar geleden een vergelijkbare proef met succes hebben afgelegd bij het bestuur, of een capaciteitsproef bij dit of een ander bestuur.

-          De geldigheidsduur van de wervingsreserve is aangepast: waar deze vroeger tot vijf jaar geldig bleef, is dat nu maximaal één jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met nog een jaar.

-          Meer aandacht voor opvolging vanaf dag één: nieuwe medewerkers krijgen een duidelijk inwerktraject met vaste opvolgmomenten (starterstraject).

-          Feedbacktraject: medewerkers die langer dan 12 maanden in dezelfde functie werken, krijgen minstens één keer per jaar een feedbackgesprek. Bij ernstige bezorgdheden over het functioneren wordt een knipperlichttraject opgestart, met duidelijke stappen: een opstartgesprek met afspraken en opvolggesprekken om vooruitgang te meten.

-          Bevordering: verplichte anciënniteit vervalt. Vroeger was een minimum aantal dienstjaren vereist om bevordering te krijgen. Nu kan sneller doorgroei plaatsvinden, op voorwaarde dat een bevorderingsproef wordt gehaald.

-          Opdrachthouderschap: dit houdt in dat bovenop het huidige takenpakket tijdelijk een extra opdracht of project wordt opgenomen, waardoor de functie effectief zwaarder wordt. Deze regeling bestond al in de vorige RPR, maar was toen beperkt tot functies op niveau A, B en C. In de nieuwe RPR is dit uitgebreid naar alle niveaus, zodat iedereen binnen de organisatie de kans krijgt om tijdelijk extra verantwoordelijkheid op te nemen.

-          Verloning: ervaring bij de overheid wordt niet langer automatisch overgenomen. Net zoals ervaring in de privésector of als zelfstandige, wordt alleen relevante ervaring meegenomen. Bij elke indiensttreding wordt beoordeeld of de ervaring inhoudelijk aansluit bij de functie. Op basis daarvan wordt beslist of deze ervaring meetelt voor niveauanciënniteit en/of schaalanciënniteit.

-          Theoretisch budget voor toekomstige voordelen: in de RPR is een kader voorzien voor een theoretisch budget, zodat de bevoegde overheid later kan bepalen welke voordelen medewerkers kunnen kiezen.

-          Uniforme regeling voor verlof en feestdagen: alle medewerkers krijgen 35 vakantiedagen per jaar (20 wettelijke dagen en 15 bijkomende dagen) en 14 feestdagen. Vroeger beschikten de bijzondere diensten van het OCMW slechts over 26 dagen en 11 feestdagen. Nu geldt één uniforme regeling. De aanvullende feestdag van 2 november is vervangen door de laatste zondag van januari.

-          Bij ziekte tijdens vakantie kan verlof op vraag worden omgezet naar ziektedagen, op voorwaarde dat een geldig medisch attest wordt voorgelegd. Indien vakantie door ziekte of afwezigheid niet kan worden opgenomen, mogen tot 20 wettelijke vakantiedagen worden overgedragen naar het volgende jaar. Deze niet-opgenomen dagen worden uitbetaald aan het einde van het vakantiejaar waarin ze normaal hadden moeten worden opgenomen. Daarna kunnen deze dagen, binnen 15 maanden na het einde van dat vakantiejaar, onbetaald worden opgenomen.

 

Bijlagen:

Protocol van akkoord van de syndicale organisaties van 7 november 2025

Gecodificeerde rechtspositieregeling voor OCMW- en gemeentepersoneelsleden - versie 13

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de gecoördineerde rechtspositieregeling van toepassing op het OCMW- en gemeentepersoneel, die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed en gaat van kracht vanaf 1 januari 2026.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Punt bijlagen/links RPR_-_15_december_2025.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

32. Gecoördineerde versie arbeidsreglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het gecoördineerde arbeidsreglement voor het personeel van de gemeente Ranst zoals bijgevoegd in bijlage bij dit besluit goed. Het arbeidsreglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2009 met de goedkeuring van het arbeidsreglement van het gemeentepersoneel zoals gewijzigd op de gemeenteraad van 16 december 2013, 16 maart 2015, 21 december 2021 en 18 november 2024.

Tijdens het MAT van 17 oktober 2025 heeft de dienst HRM de voorgestelde wijzigingen aan de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement toegelicht.

Het protocol van de syndicale organisaties opgesteld op 7 november 2025 en ondertekend door de verschillende syndicale organisaties die aanwezig waren op het overleg.

 

Juridisch kader:

De Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.

Het Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.

De wet van 8 april 1965 betreffende de arbeidsreglementen.

De wet van 18 december 2002 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen heeft het toepassingsgebied van de arbeidsreglementen uitgebreid tot de publieke sector.

Artikel 40, §3, 41, 2° en 286-288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Deze reglementen hebben onder meer betrekking op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

De burgemeester maakt de reglementen en de verordeningen van de gemeenteraad, van het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester bekend via de webtoepassing van de gemeente.

De bekendmaking van de lijst van de besluiten, vermeld in artikel 285, en van de besluiten, vermeld in artikel 286, gebeurt binnen tien dagen nadat ze genomen zijn, met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt. Voor de besluiten bevat de bekendmaking ook de datum waarop ze zijn aangenomen. De webtoepassing van de gemeente vermeldt de wijze waarop het publiek inzage kan krijgen in de besluiten die op de lijst zijn vermeld, en vermeldt ook de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid, vermeld in artikel 326. Als de toezichthoudende overheid een besluit heeft vernietigd, wordt ook van die vernietiging melding gemaakt.

De reglementen en verordeningen, vermeld in artikel 286, § 1, 1° en 2°, en de reglementen, vermeld in artikel 286, § 2, 1° en 2°, treden in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan, tenzij het anders bepaald is.

 

Adviezen:

-          Akkoord van het managementteam van 17 oktober 2025

-          Protocol van akkoord van de syndicale organisaties van 7 november 2025

 

Bijkomende motivering:

Het arbeidsreglement vormt een aanvulling op de rechtspositieregeling en bevat extra bepalingen voor het personeel, zoals werkroosters, welzijnsvoorschriften, tijdsregistratie, deontologie... Het arbeidsreglement is geactualiseerd om volledig in lijn te zijn met de nieuwe rechtspositieregeling. De wijzigingen zijn vooral gericht op gelijkvormigheid, actualisatie en correcte terminologie, zonder grote inhoudelijke veranderingen. De bestaande bijlagen blijven ongewijzigd.

 

Bijlagen:

Protocol van akkoord van de syndicale organisaties van 7 november 2025

Arbeidsreglement voor OCMW- en gemeentepersoneelsleden

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

§1. De gemeenteraad keurt het gecoördineerde arbeidsreglement voor het personeel van de gemeente Ranst zoals bijgevoegd in bijlage bij dit besluit goed. Het arbeidsreglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026.

§2. Het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel zoals goedgekeurd in zitting van 18 november 2024 wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.

 

Art. 2:

Het aangepaste arbeidsreglement wordt door de dienst HRM kenbaar gemaakt aan alle personeelsleden en aan de gewestelijke Arbeidsinspectie - Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal Overleg.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Punt bijlagen/links AR_15_december_2025_(2).pdf Download
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

33. Kerkbestuur OLV Geboorte Broechem - aanvraag borgstelling renovatie elektrische installaties, verlichting, verwarming en het herschilderen van binnenmuren en buitenschrijnwerk - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de waarborg van de lening voor het Kerkbestuur Onze-Lieve-Vrouw Broechem goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De Onze-Lieve-Vrouwkerk (OLV) Geboorte te Broechem is beschermd bij Koninklijk Besluit van 30 mei 1936.

De kerkfabriek OLV Geboorte, Gemeenteplein 18a te 2520 Ranst, diende op 19 november 2014 een aanvraag in voor een restauratiepremie voor werken. De renovatiewerken bestaan uit: het vernieuwen van de elektrische installatie en de verlichting, het vernieuwen van de verwarming en het herschilderen van vooral binnenmuren en buitenschrijnwerk.

De Vlaamse minister bevoegd voor onroerend erfgoed kende op 19 april 2022 een restauratiepremie toe van maximaal €167.164,76 aan de kerkfabriek OLV Geboorte Broechem voor het uitvoeren van de bovengenoemde restauratiewerken.

Om de werken te bekostigen dient er voor een bedrag van € 750.000 een lening te worden afgesloten. In het meerjarenplan 2026-2031 van OLV Geboorte Broechem, dat goedgekeurd werd in de gemeenteraad van 15 september 2025, is door de Kerkfabriek van OLV Geboorte Broechem een lening van € 750.000 ingepland voor het uitvoeren van de renovatie.

Aan Belfius werd gevraagd om een kredietvoorstel uit te werken, met een looptijd van 20 jaar en met een vaste rentevoet. Op 24 oktober 2025 bezorgde Belfius een voorstel aan de kerkfabriek.

Het kerkbestuur OLV Broechem beslist in zitting van 12 november 2025 een lening van €750.000 aan te gaan bij Belfius met een looptijd van 20 jaar met het verzoek dat de gemeente deze lening waarborgt.

 

Juridisch kader:

Artikel 2 §1 en § 2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur:

De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers en verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden. Ze betrekken de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid en zorgen voor openheid van bestuur.

De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.

Artikel 40 §1 en §2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur:

Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2, §1 en §2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.

Artikel 52/1 §1 van het erkenningsdecreet van 22 oktober 2021 over lokale geloofsgemeenschappen:

De gemeentebesturen passen de tekorten bij van de exploitatie van de kerkfabrieken en dragen bij in de investeringen in de gebouwen van de eredienst.

 

Bijlagen:

Aanvraag borgstelling

Brief van Belfius van 24 oktober met zijn bijlagen.

Bijlage 1: Algemene voorwaarden

Bijlage 2: Ondertekend besluit kerkraad

Bijlage 3: Indicatieve aflossingstabel

Bijlage 4: Formule voor de berekening van de verbrekingsvergoeding

Bijlage 5: Formule voor de berekening van de IRS-rentevoet

Bijlage 6: Model waarborgbesluit te nemen door gemeente Ranst

 

Besluit met:

21 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Kevin Helsen (Pit), Guido Wittocx (N-VA), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Jörg Welz (N-VA), Annelies Creten (Groen), Zoe Helsen (N-VA), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Kris Wouters (N-VA), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

1 onthouding: Luc Redig (Groen)

 

Art. 1:

De gemeenteraad verklaart zich onvoorwaardelijk en onherroepelijk hoofdelijk borg te stellen voor de terugbetaling van alle bedragen die door de kredietnemer verschuldigd zouden zijn ten gevolge van het krediet wat betreft zowel het kapitaal als de intresten (verwijlinteresten inbegrepen), de reserveringscommissie, de onkosten en de bijhorigheden.

 

Art. 2:

De gemeenteraad machtigt Belfius Bank op het debet van haar betaalrekening, met waarde van hun vervaldag, om het even welke bedragen te boeken, verschuldigd door de kredietnemer in het kader van dit krediet en die nog mochten onbetaald blijven na een tijdsverloop van 30 dagen, berekend vanaf de vervaldag. Het waarborggevend bestuur zal hiervan op de hoogte gehouden worden door middel van een afschrift van de correspondentie aan de kredietnemer.

 

Art. 3:

De gemeente verbindt zich, tot de eindvervaldatum van dit krediet en haar eigen kredieten bij Belfius Bank alle nodige maatregelen te nemen om de storting te verzekeren op haar rekening geopend bij deze maatschappij, van al de sommen die er op dit ogenblik gecentraliseerd worden, hetzij uit hoofde van de wet (o.a. haar aandeel in het gemeentefonds en in elk ander fonds dat dit zou vervangen of aanvullen, de opbrengst van de gemeentelijke opcentiemen op de rijks-, gewest- en provinciebelastingen, alsmede de opbrengst van gemeentebelastingen geïnd door de staat of het gewest), hetzij uit hoofde van een overeenkomst, en dit niettegenstaande elke eventuele wijziging in de manier van de inning van deze inkomsten.

 

Art. 4:

De gemeenteraad machtigt Belfius Bank ertoe deze inkomsten aan te wenden tot dekking van de bedragen die door de kredietnemer, uit welke hoofde ook, mochten verschuldigd zijn en die aan de gemeente aangerekend worden

 

Art. 5:

Deze door de gemeenteraad gegeven machtiging geldt als onherroepelijke delegatie in het voordeel van Belfius Bank.

 

Art. 6:

De gemeente kan zich niet beroepen noch op de bepalingen van eventuele overeenkomsten tussen zichzelf en de kredietnemer, noch op om het even welke beschikking om haar verplichtingen uit hoofde van deze borgstelling niet uit te voeren. De gemeente ziet af van het voorrecht van uitwinning en van elke indeplaatsstelling in de rechten van Belfius Bank en van elk verhaal tegen de kredietnemer, tegen elke medeschuldenaar of medeborg, zolang Belfius Bank niet volledig is terugbetaald in kapitaal, interesten, kosten en bijhorigheden. De gemeente staat aan Belfius Bank het recht toe om aan de kredietnemer alle uitstel, voordelen en schikkingen toe te kennen die Belfius Bank geschikt acht. De gemeente verklaart uitdrukkelijk dat de borgtocht gehandhaafd blijft, tot beloop van de hierboven vermelde bedragen, welke wijzigingen Belfius Bank en/of de kredietnemer ook mogen aanbrengen aan de bedragen en/of modaliteiten van het aan de kredietnemer toegekende krediet. Belfius Bank wordt uitdrukkelijk ontslagen van de verplichting de gemeente kennis te geven van de wijzigingen waarvan hierboven sprake. Er wordt ten overvloede bepaald dat de gemeente eveneens verzaakt aan het voordeel van artikel 2037 van het Belgisch Burgerlijk Wetboek, volgens hetwelk de borg ontslagen is wanneer door toedoen van de schuldeiser, de indeplaatsstelling ten gunste van de borg niet meer tot stand kan komen. Aangezien de kredietnemer zich verbonden heeft, o.m. in geval van liquidatie, onmiddellijk het totaal bedrag van zijn schuld, zowel wat kapitaal als intresten, reserveringscommissie, onkosten en bijhorigheden betreft, aan Belfius Bank terug te betalen, bevestigt de gemeenteraad de hierboven aangegane verbintenissen, in verband met de betaling van de bedragen, die door Belfius Bank uit dien hoofde zullen gevorderd worden. Mochten voormelde ontvangsten ontoereikend zijn voor de betaling van de verschuldigde bedragen die aan de gemeente zullen aangerekend worden dan gaat ze de verbintenis aan, bij Belfius Bank het bedrag te storten nodig om de vervallen schuld volledig af te betalen.

Bij gehele of gedeeltelijke laattijdige betaling van de verschuldigde bedragen, zijn de interesten voor laattijdige betaling en de vergoeding voor invorderingskosten van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd, berekend volgens de wettelijke rentevoet die van toepassing is bij betalingsachterstand bij handelstransactie.

 

Art. 7:

Indien deze waarborg ten voordele van Belfius Bank op een later tijdstip verhoogd, verlengd, of op enige andere manier gewijzigd dient te worden, wordt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente uitdrukkelijk gemachtigd om deze beslissing te nemen krachtens artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur. Dit besluit is onderworpen aan de toezichthoudende overheid zoals voorzien in de toepasselijke decreten en besluiten.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

34. Protestantse kerk Boechout - budget 2026 en meerjarenplan 2026-2031 - kennisname

 

Omschrijving:

De gemeenteraad neemt kennis van het meerjarenplan 2026-2031 en het budget 2026 van de Protestantse kerk te Boechout.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 1 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 en het budget 2026 van de protestantse kerk Boechout bezorgd aan de gemeente Ranst door het gemeentebestuur van Boechout.

 

Juridisch kader:

Artikelen 41 tot en met 43 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten:

Deze artikelen regelen de procedure voor het administratief toezicht door de gemeente op beslissingen van de kerkraad. Na de vernieuwing van de gemeenteraad en de kerkraad dient opnieuw een meerjarenplan opgemaakt te worden alsook een budget voor het volgende jaar. De gemeenteraad heeft 100 dagen na het advies van het representatief orgaan de tijd om deze documenten goed te keuren.

Als de gebiedsomschrijving van een parochie zich uitstrekt over het grondgebied van meer dan één gemeente, verstuurt de gemeenteraad van de gemeente waar de hoofdkerk van de parochie zich bevindt, zijn besluit ook onmiddellijk naar de overige gemeente of gemeenten.

Hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten

Deze artikelen regelen het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken.

Het besluit van de gemeenteraad van Boechout als kerkgemeente van 24 november 2025 waarbij het meerjarenplan 2026-2031 van de Protestantse Kerk wordt goedgekeurd en kennis wordt genomen van het budget 2026 van de Protestantse kerk te Boechout.

 

Bijlagen:

Gemeenteraadsbesluit Boechout Protestantse Kerk MJP2026-2031 24 november 2025

Schrijven gemeente Boechout 1 december 2025

Budget 2026 Protestantse Kerk Boechout

Meerjarenplan 2026-2031 Protestantse Kerk Boechout

Strategische nota bij het MJP 2026-2031 Protestantse Kerk Boechout

 

Besluit:

Enig artikel:

De gemeenteraad neemt kennis van het meerjarenplan 2026-2031 en het budget 2026 van de Protestantse kerk te Boechout.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

35. Toetreden aankoopcentrale Stad Brugge - Raamovereenkomst voor het verlenen van ICT consultancy - bestek nr. BRUGGE-2024-024-SVC - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van Stad Brugge goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het meerjarenplan 2026-2031 voorziet in middelen voor aankoop en vervanging van de bestaande software (RA000078), en hardware (RA000079), Consultancy dienst informatica (RA000076), Eenmalige aankopen (RA000073), Beheer en optimalisatie van de bestaande software en licenties (RA000072), Inrichten mobiel loket (RA000067), vernieuwing van serverinfrastructuur (RA000080). Ter ondersteuning van deze activiteiten past voorliggende toetreding tot de aankoopcentrale "Raamovereenkomst voor het verlenen van consultancy", geplaatst door Stad Brugge middels bestek "2025-2031 04 consultancy - BRUGGE-2024-024-SVC". De gemeente mag van deze raamovereenkomst gebruik maken.

 

Juridisch kader:

Art. 40 §2 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen. De gemeenteraad heeft de volheid van bevoegdheid en is exclusief bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten

Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en latere wijzigingen

Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen

Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen

 

Bijkomende motivering:

Een aankoopcentrale is een aanbestedende overheid die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht. De aanbestedende overheid die beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren. Deze aansluiting verplicht de gemeente niet tot een effectieve plaatsingen van een opdracht, noch van afname van het raamcontract. Als aangeslotene bij de aankoopcentrale kan de gemeente rechtstreeks opdrachten plaatsen bij de opdrachtnemer, conform het bestek, aan wie de aankoopcentrale de opdracht heeft gegund.

De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar en kan driemaal stilzwijgend verlengd worden voor telkens één jaar. De officiële aanvangsdatum van de overeenkomst is vastgesteld op 15 juli 2025.

De opdracht 'Raamovereenkomst voor het verlenen van consultancy' bestaat uit drie percelen:

-          Perceel 1: Consultancy software ontwikkeling, automatisering en data - Geen interesse

-          Perceel 2: Consultancy systeembeheer

        Het perceel betreft het leveren van diensten op vlak van systeembeheer, gericht op back-end systeeminfrastructuur. Het inroepen van externe consultants kan zijn op basis van korte losse technische opdrachten, ad hoc interventies bij calamiteiten (op afroep) maar kan ook gebeuren op projectbasis. In de meeste gevallen betreft het opdrachten die tijdig op voorhand kunnen ingepland worden.

        Gegunde partij: Inetum Realdolmen

-          Perceel 3: Consultancy security

        Het perceel betreft het leveren van diensten rond security en cybersecurity. De consultants kunnen ingeschakeld om ondersteuning te bieden op vlak van beveiligingsarchitectuur, cybersecurity, inschatten van risico, ondersteuning bij calamiteiten,  ethical hacking en pen-testen, aanbod van een security operations center diensten en ondersteuning van EDR/XDR tools. Specifieke hardware gebonden security devices en (virtuele) appliances en bijbehorende ondersteuning zitten hier niet in vervat. 

        Gegunde partij: Inetum Realdolmen

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Toetreden aankoopcentrale Raamovereenkomst voor het verlenen van consultancy van de Stad Brugge

Actie:

Ranst werkt

Ramingnummer:

RA000067, RA000072, RA000073, RA000076, RA000078, RA000079, RA000080

Uitgave

niet van toepassing

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Selectieleidraad

Bestek

Gunningsverslag

Gunningsbeslissing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge  voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor het verlenen van consultancy' - Perceel 2 Consultancy systeembeheer die door de aankoopcentrale gegund zijn aan Inetum RealDolmen Belgium, bedrijvenlaan 4, 2800 Mechelen (0429.037.235), goed

 

Art. 2:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge  voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor het verlenen van consultancy Perceel 3 Consultancy security die door de aankoopcentrale gegund zijn aan Inetum RealDolmen Belgium, bedrijvenlaan 4, 2800 Mechelen (0429.037.235), goed

 

Art. 3:

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van desbetreffende opdrachten.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

36. Toetreden aankoopcentrale Stad Brugge - Raamovereenkomst voor aankoop van multimedia uitrusting -  goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van Stad Brugge goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het meerjarenplan 2026-2031 voorziet in middelen voor aankoop en vervanging van de bestaande software (RA000078), Eenmalige aankopen (RA000073), Beheer en optimalisatie van de bestaande software en licenties (RA000072), Aankoop en Vervanging van bestaande hardware (RA000079), Vernieuwing serverinfrastructuur (RA000080) en Informaticamateriaal scholen (RA00091, RA000094 en RA000095). Hierin past voorliggende toetreding tot de aankoopcentrale "Raamovereenkomst voor de aankoop van multimedia uitrusting", geplaatst door Stad Brugge. De gemeente mag van deze raamovereenkomst gebruik maken.

 

Juridisch kader:

Art. 40 §2 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen. De gemeenteraad heeft de volheid van bevoegdheid en is exclusief bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten

Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en latere wijzigingen

Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen

Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen

 

Bijkomende motivering:

Een aankoopcentrale is een aanbestedende overheid die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht. De aanbestedende overheid die beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren. Deze aansluiting verplicht de gemeente niet tot een effectieve plaatsingen van een opdracht, noch van afname van het raamcontract. Als aangeslotene bij de aankoopcentrale kan de gemeente rechtstreeks opdrachten plaatsen bij de opdrachtnemer, conform het bestek, aan wie de aankoopcentrale de opdracht heeft gegund.

De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar en kan driemaal stilzwijgend verlengd worden voor telkens één jaar. De officiële aanvangsdatum van de overeenkomst is vastgesteld op 1 augustus 2025.

Deze opdracht betreft het leveren en installeren van grote schermen, smartboards & touch screens, beamers en uitrusting voor video-conference. In een aantal gevallen betreft het ook de totaalinrichting van bijvoorbeeld. een vergaderzaal (o.a. het voorzien van de montage, de schermen, de aansturing, benodigde bekabeling en bijbehorende geluidsinstallaties) museale omgeving alsook systemen en schermen voor beschikbaarheid van (vergader)zalen. De aankoopcentrale heeft desbetreffende opdracht toegewezen aan PLAY AV NV.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Toetreden aankoopcentrale Raamovereenkomst voor de aankoop van multimedia uitrusting van de Stad Brugge

Actie:

Ranst werkt

Ramingnummer:

RA000072, RA000073, RA000078, RA000079, RA000080, RA00091, RA000094, RA000095

Uitgave

niet van toepassing

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Selectieleidraad

Bestek

Gunningsverslag

Gunningsbeslissing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge  voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor de aankoop van Multimedia uitrusting'  door de aankoopcentrale gegund is aan PLAY AV NV venecoweg 2, 9810 Nazareth (0451.840.945), goed

 

Art. 2:

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van desbetreffende opdrachten.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

37. Toetreden aankoopcentrale Stad Brugge - Raamovereenkomst voor aankoop van Systeeminfrastructuur - bestek nr. BRUGGE-2025-002-SVC - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van Stad Brugge goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het meerjarenplan 2026-2031 voorziet in middelen voor aankoop en vervanging van de bestaande software (RA000078), Consultancy dienst informatica (RA000076), Eenmalige aankopen (RA000073), Beheer en optimalisatie van de bestaande software en licenties (RA000072), Aankoop en vervanging hardware (RA000079), Vernieuwing serverinfrastructuur (RA000080). Hierin past voorliggende toetreding tot de aankoopcentrale "Raamovereenkomst voor de aankoop van Systeeminfrastructuur", geplaatst door Stad Brugge middels bestek "2025-2031 - 05 systeeminfrastructuur - BRUGGE-2025-002-SVC". De gemeente mag van deze raamovereenkomst gebruik maken.

 

Juridisch kader:

Art. 40 §2 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen. De gemeenteraad heeft de volheid van bevoegdheid en is exclusief bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten

Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en latere wijzigingen

Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen

Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen

 

Bijkomende motivering:

Een aankoopcentrale is een aanbestedende overheid die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht. De aanbestedende overheid die beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren. Deze aansluiting verplicht de gemeente niet tot een effectieve plaatsingen van een opdracht, noch van afname van het raamcontract. Als aangeslotene bij de aankoopcentrale kan de gemeente rechtstreeks opdrachten plaatsen bij de opdrachtnemer, conform het bestek, aan wie de aankoopcentrale de opdracht heeft gegund.

De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar en kan driemaal stilzwijgend verlengd worden voor telkens één jaar. De officiële aanvangsdatum van de overeenkomst is vastgesteld op 3 oktober 2025.

De opdracht 'Raamovereenkomst voor de aankoop van Systeeminfrastructuur' bestaat uit vier percelen:

-          Perceel 1: Netwerkinfrastructuur - (verwacht vanaf november 25)

-          Perceel 2: Draadloze infrastructuur - (verwacht vanaf november 25)

-          Perceel 3: ICT-Servers-Storage

        Dit perceel betreft het leveren, installeren en ondersteunen van meerdere (enterprise) merken servers, storage, backup en toebehoren (san switchen / embedded tools /datacentercomponenten). Contracten voor clouddiensten zoals Azure of AWS zijn buiten scope.

        Gegunde partij: Inetum Realdolmen

-          Perceel 4: Security infrastructuur 

        In dit perceel voorzien we het leveren, installeren en ondersteunen van securityinfrastructuur zoals fysische en/of virtuele security oplossingen (o.a. firewalls) en netwerk access control oplossingen alsook het aanbod van bijbehorende monitoring- of managementsoftware. Hierbij wordt ook de bijbehorende embedded tools en de nodige consultancy aangeboden in functie van implementatie en support.

        Gegunde partij: NTT Belgium

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Toetreden aankoopcentrale Raamovereenkomst voor de aankoop van Systeeminfrastructuur van de Stad Brugge

Actie:

Ranst werkt

Ramingnummer:

RA000072, RA000073, RA00007, RA000078, RA000079, RA000080

Uitgave

niet van toepassing

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Bestek

Gunningsverslagen

Gunningsbeslissing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge  voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor de aankoop van Systeeminfrastructuur' - Perceel 3 ICT-Servers-Storage door de aankoopcentrale gegund is aan Inetum RealDolmen Belgium, bedrijvenlaan 4, 2800 Mechelen (0429.037.235), goed

 

Art. 2:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Stad Brugge  voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor de aankoop van Systeeminfrastructuur' Perceel 4 Security infrastructuur die door de aankoopcentrale gegund is aan NTT Belgium, telecomlaan 5/7, 1931 Diegem (0425.907.303), goed

 

Art. 3:

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van desbetreffende opdrachten.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

38. Toetreden aankoopcentrale Vlaamse gemeenschap en Stad Brugge - Raamovereenkomst voor het leveren van ICT-werkplekapparatuur -  goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van Stad Brugge goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het meerjarenplan 2026-2031 voorziet in middelen voor Aankoop en vervanging van de bestaande hardware (RA000079), ICT materiaal scholen (RA000091, RA000094 en RA000095), Beheer en optimalisatie van de bestaande software en licenties (RA000072), Vernieuwing serverinfrastructuur (RA000080), alsook aankopen die niet onder investeringen vallen (RA000073). Hierin past voorliggende toetreding tot de aankoopcentrale "Raamovereenkomst voor het leveren van werkplekapparatuur", gekend als opdracht nr. 2024/HFB/MPMO122524, geplaatst door de Vlaamse gemeenschap en de Stad Brugge. De gemeente mag van deze raamovereenkomst gebruik maken.

 

Juridisch kader:

Art. 40 §2 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen. De gemeenteraad heeft de volheid van bevoegdheid en is exclusief bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten

Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en latere wijzigingen

Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen

Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen

 

Bijkomende motivering:

Een aankoopcentrale is een aanbestedende overheid die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht. De aanbestedende overheid die beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren. Deze aansluiting verplicht de gemeente niet tot een effectieve plaatsingen van een opdracht, noch van afname van het raamcontract. Als aangeslotene bij de aankoopcentrale kan de gemeente rechtstreeks opdrachten plaatsen bij de opdrachtnemer, conform het bestek, aan wie de aankoopcentrale de opdracht heeft gegund.

De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar en kan driemaal stilzwijgend verlengd worden voor telkens één jaar. De officiële aanvangsdatum van de overeenkomst is vastgesteld op 16 april 2025.

Deze opdracht omvat de levering van ICT-werklekapparatuur en bijbehorende diensterverlening. Onderhavige opdracht is toegewezen door de aankoopcentrale aan Dustin nv.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Toetreden aankoopcentrale Raamovereenkomst voor het leveren van ICT-werkplekapparatuur van de Vlaamse Gemeenschap en de Stad Brugge

Actie:

Ranst werkt

Ramingnummer:

RA000072, RA000073, RA000079, RA000080, RA000091, RA000094, RA000095

Uitgave

niet van toepassing

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Bestek

Gunningsverslag

Gunningsbeslissingen

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de toetreding tot de aankoopcentrale van de Vlaamse Gemeenschap en de Stad Brugge voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor het leveren van ICT-werkplekapparatuur' door de aankoopcentrale gegund is aan Dustin Belgium nv, Wingepark 5a 3110 Rotselaar (0841.648.610), goed

 

Art. 2:

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van desbetreffende opdrachten.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

39. Toetreding aankoopcentrale opdrachtencentrale vzw

 

Omschrijving:

Toetreding aankoopcentrale opdrachtencentrale vzw voor de gemeente Ranst

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Instellingen die onderworpen zijn aan de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden steeds vaker geconfronteerd met complexere technisch-administratieve uitdagingen en toenemende eisen op het vlak van vakspecifieke kennis. Samenwerking op het gebied van overheidsopdrachten en/of het aanbieden van facilitaire diensten genereert positieve schaaleffecten en synergieën.

Opdrachtencentrale vzw is een organisatie die streeft naar kwaliteit en toegevoegde waarde bij de administratieve ontzorging rond overheidsopdrachten. Door daarbij het ambitieniveau te leggen op high level procurement zijn ze een interessante partner.

Door de toetreding tot de opdrachtencentrale vzw kan de gemeente Ranst gebruik maken van de diensten en leveringen die ze faciliteren op vlak van overheidsopdrachten.

 

Juridisch kader:

De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen (art. 40, §2 Decreet Lokaal Bestuur), eventueel samen te lezen met artikel 41 Decreet Lokaal Bestuur.

Art. 2,6°-8° en 47 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

Dit zijn de bepalingen rond de aankoopcentrales zijn terug te vinden

Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

 

Bijkomende motivering:

Het toetreden tot opdrachtencentrale vzw biedt ons een strategische opportuniteit om efficiëntie en flexibiliteit in ons aankoopproces te verhogen. Dit sluit aan bij een ambitie om moderne, kostenbewuste, en duurzame oplossingen te implementeren in onze werking. Het gebruik van raamovereenkomsten via de aankoopcentrale creëert opportuniteiten zonder verplichting tot afname. Opdrachtencentrale vzw is een aankoopcentrale die heel wat (potentieel interessante) raamcontracten beschikbaar heeft voor hun leden. Deze aansluiting verplicht de gemeente niet tot effectieve afname van de verschillende raamcontracten.

Momenteel hebben ze 23 lopende raamcontracten.

 

Financiële gevolgen:

Het lidmaatschap is geheel gratis en er is geen enkele afnameverplichting van de opdrachten die in de markt worden geplaatst.

 

Bijlagen:

Aanbestedende overheid en Aankoopcentrale - One pager

Actuele lopende raamcontracten

Inschrijvingsformulier

Advies GD&A advocaten Opdrachtencentrale vzw 15 maart 2024

Schorsing toetredingsbeslissing PZ Brussel-Zuid 18 november 2024

 

Besluit met:

1 stem voor: Annelies Creten (Groen)

22 tegen: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Kevin Helsen (Pit), Guido Wittocx (N-VA), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Kris Wouters (N-VA), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt met ingang vanaf heden de toetreding van de gemeente Ranst tot de opdrachtencentrale vzw, goed.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

40. Organisatie van openbare kermissen - reglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement inzake de organisatie van kermissen goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 18 november 2019 nam de gemeenteraad het huidige reglement over de organisatie van kermissen aan.

Voorgesteld wordt om genoemd reglement vanaf 1 januari 2026 op te heffen en integraal te vervangen door voorliggend reglement over de organisatie van kermissen.

 

Juridisch kader:

Artikel 2, §2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad oefent de bevoegdheden uit zie eraan worden toevertrouwd door de wet of het decreet.

Artikel 40, §3 en 41, lid 2, 2° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Deze reglementen kunnen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente. Het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, is een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

Artikel 41 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad kan bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen

De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

Het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Bijlagen:

Kermisplan Ranst-centrum van 12 augustus 2025

Kermisplan Broechem-centrum van 9 september 2025

Kermisplan Oelegem-centrum van 25 februari 2025

Kermisplan Oelegem parking Parochiezaal van 22 juli 2025

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Algemene bepalingen

§1. De gemeenteraad voert vanaf 1 januari 2026 voorliggend reglement in inzake de organisatie van kermissen, kermisactiviteiten en ambulante activiteiten inzake kermisgastronomie.

Het reglement van 18 november 2019 over de organisatie van kermissen wordt vanaf die datum opgeheven.

§2. Als kermis wordt beschouwd elke manifestatie ingericht of voorafgaand toegelaten door de gemeente om, op vastgestelde plaatsen en tijdstippen, de uitbaters van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie, die er producten of diensten aan de consument verkopen, samen te brengen.

Als kermisactiviteit wordt beschouwd elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten aan de consument in het kader van de uitbating van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie.

§3. Op kermisactiviteiten buiten de openbare kermissen is artikel 15 van voorliggend reglement van toepassing.

§4. Dit reglement is niet van toepassing op pretparken, noch op vaste kermisattracties of private kermissen.

§5. Wanneer er in dit reglement verwezen wordt naar “de burgemeester”, wordt daaronder begrepen “de burgemeester, zijn afgevaardigde, of de concessionaris. ”

§6. Met gegevens die verstrekt worden naar aanleiding van de toepassing van dit reglement wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend voor de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.

 

Art. 2: Plaatsen en tijdstippen van de openbare kermissen

§1. De gemeente richt op het openbaar domein volgende openbare kermissen in:

-          Ranst, centrum

        zondag 12 mei of zondag na 12 mei (za-zo-ma)

        laatste zondag van augustus (vrijdag, zaterdag, zondag, maandag en dinsdag)

-          Broechem, centrum

        tweede zondag na Pinksteren

        zondag 8 september of zondag na 8 september

-          Oelegem, centrum

        Zondag voor Aswoensdag –  (zondag, maandag en dinsdag)

-          Oelegem, parking Parochiezaal, Venusstraat

        laatste zondag van juli

Genoemde data gelden onder voorbehoud van uitoefening van de bevoegdheid vermeld in de volgende paragraaf.

§2. De gemeenteraad geeft volmacht aan het college van burgemeester en schepenen om de data voor de kermissen nader te bepalen.

De standplaatsen ingenomen ter gelegenheid van voornoemde kermissen mogen niet langer bezet worden dan gedurende de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde periodes.

§3. De gemeenteraad vertrouwt het opstellen en wijzigen van de plannen van de standplaatsen van de openbare kermissen toe aan het college van burgemeester en schepenen.

De plannen van de kermissen zoals bepaald in de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen van de hieronder opgegeven data, gelden onder voorbehoud van de uitoefening van de bevoegdheid vermeld in het vorige lid:

-          Het kermisplan Ranst-centrum van 12 augustus 2025

-          Het kermisplan Broechem-centrum van 9 september 2025

-          Het kermisplan Oelegem-centrum van 25 februari 2025

-          Het kermisplan Oelegem parking Parochiezaal van 22 juli 2025

 

Art. 3: Voorwaarden inzake toewijzing standplaatsen

§1. De standplaatsen op een openbare kermis worden toegewezen aan de houders van een ondernemingsnummer dat kermisactiviteiten toelaat via de persoon die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt.

§2. Deze persoon moet desgevallend de stukken voorleggen die de volgende zaken aantonen:

-          de uitbater is behoorlijk gedekt door verzekeringspolissen voor burgerlijke aansprakelijkheid en brandrisico's;

-          de uitbater beschikt over een bewijs van de identificatie met de kentekenplaat van de kermisattractie of uitgebate vestiging als ze zich op eigen kracht voortbeweegt of van het voertuig dat de kermisattractie of uitgebate vestiging vervoert Rondtrekkende ambulante handel;

-          als het een kermistoestel met voortbeweging van personen, aangedreven door een niet-menselijke energiebron betreft voldoet het toestel aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 18 juni 2003 betreffende de uitbating van kermistoestellen;

-          als het een speeltoestel betreft: de attractie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen;

-          de vestiging van kermisgastronomie en de personen die er werken voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de volksgezondheid.

§3. De burgemeester kan altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs voorlegt.

 

Art. 4: Verhouding abonnement – losse plaatsen

§1. De standplaatsen op de openbare kermissen worden toegewezen hetzij voor de duur van de kermis, hetzij per abonnement. Het abonnement is de regel.

De toewijzing voor de duur van de kermis is mogelijk:

-          in geval van absolute noodzaak;

-          wanneer de verplichtingen onafscheidelijk zijn verbonden aan de hernieuwing van de kermis (bijvoorbeeld introductie van nieuwe attracties).

§2. De standplaatsen per abonnement worden toegewezen aan de uitbater die eenzelfde standplaats op een abonnementsplaats heeft verkregen gedurende drie opeenvolgende jaren.

Voor de berekening van de termijn, worden de opeenvolgende jaren van verkrijging van de standplaats door de overlater verrekend in het voordeel van de overnemer, op voorwaarde dat er geen onderbreking was bij de overname.

De regel van drie jaar geldt niet wanneer de standplaats werd verkregen naar aanleiding van een opschorting van het abonnement. Deze beperking is echter niet van toepassing op de persoon die daarna de nieuwe overnemer is geworden van de standplaats.

 

Art. 5: Toewijzingsregels voor standplaatsen op de openbare kermissen

§1. Wanneer een standplaats vrijkomt, zal de burgemeester deze vacature bekend maken door publicatie van een kennisgeving via de gemeentelijke website www.ranst.be.

De kandidaturen worden digitaal ingediend volgens de voorschriften en binnen de termijn voorzien in de kennisgeving van de vacature. Kandidaturen die hieraan niet voldoen, worden niet weerhouden.

§2. Voor de vergelijking van de kandidaturen onderzoekt de burgemeester of voldaan is aan de voorwaarden inzake toewijzing vermeld in artikel 3 van dit reglement.

De standplaatsen worden toegewezen op basis van één of meer van de volgende criteria:

-          de aard van de attractie of van de vestiging;

-          de technische specificaties van de attractie of van de vestiging;

-          de graad van veiligheid van de attractie of van de vestiging;

-          de aantrekkingskracht van de attractie of van de vestiging;

-          de deskundigheid van de uitbater, van de “aangestelde – verantwoordelijken” en van het tewerkgesteld personeel;

-          desgevallend, de nuttige ervaring;

-          de ernst en het zedelijk gedrag van de kandidaat.

Als de burgemeester op basis van deze criteria geen onderscheid tussen de kandidaturen kan maken, is een loting mogelijk.

Het openen van de kandidaturen, hun vergelijkend onderzoek, de controle van de voorwaarden en de gemotiveerde beslissing tot toewijzing van de standplaats worden opgenomen in een proces-verbaal.

Deze kan geraadpleegd worden overeenkomstig de bepalingen van de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten.

§3. De burgemeester deelt zowel aan de kandidaat die de standplaats toegewezen kreeg als aan elke niet weerhouden kandidaat de beslissing die hem aanbelangt mee op een van de volgende wijzen:

- bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,

- bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,

- per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding

 

Art. 6: Register of plan van de toegewezen standplaatsen

Een plan of register wordt bijgehouden waarin voor elke toegewezen standplaats de volgende zaken worden vermeld:

-          de situering van de standplaats;

-          de toewijzingsmodaliteiten van de standplaats;

-          het ondernemingsnummer;

-          de aard van de attractie of van de vestiging die de standplaats inneemt of die op de standplaats toegelaten is met vermelding van de technische specificaties;

-          de plaats waar volgende gegevens worden bijgehouden;

-          de duur van het gebruiksrecht of het abonnement;

-          de naam, voornaam, adres van de persoon aan wie of door tussenkomst van wie de standplaats toegewezen werd;

-          desgevallend, het maatschappelijk doel van de rechtspersoon aan wie de standplaats toegewezen werd  en het adres van haar maatschappelijke zetel;

-          de prijs van de standplaats behalve wanneer deze uniform werd vastgesteld;

-          desgevallend, de identificatie van de overlater en de datum van de overdracht.

 

Art. 7: Spoedprocedure

Er kan een spoedprocedure worden toegepast als er in de vijftien dagen voorafgaand aan de opening van de kermis standplaatsen vacant blijven omdat zij niet konden worden toegewezen per gewone procedure (cf. artikel 5 van dit reglement), of omdat ze ondertussen vacant zijn geworden, of ten gevolge van hun niet-bezetting wegens de afwezigheid van hun houder.

De spoedprocedure verloopt als volgt:

  1. de burgemeester raadpleegt de door hem gekozen kandidaten. Hij richt zich, in de mate van het mogelijke, tot verscheidene kandidaten per voorziene standplaats;
  2. de kandidaturen worden ingediend hetzij per duurzame drager tegen ontvangstbewijs, hetzij schriftelijk tegen ontvangstbewijs;
  3. de burgemeester gaat over tot de toewijzing van de standplaatsen overeenkomstig de bepalingen opgenomen in artikel 5, §2, eerste en tweede lid van dit reglement;
  4. de burgemeester stelt een proces-verbaal op dat per vacature of onbezette standplaats de kandidaten vermeldt die hun kandidatuur hebben ingediend;
  5. indien meerdere kandidaten naar eenzelfde standplaats dingen, geeft de burgemeester in het proces-verbaal de motivatie van zijn keuze aan;
  6. de burgemeester deelt aan iedere kandidaat, hetzij bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding, hetzij bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding, hetzij per duurzame drager (bijv. fax of e-mail) met ontvangstmelding, de beslissing mede die hem aanbelangt.

Het plaatsen van kermisattracties of vestigingen van uitbaters waaraan een standplaats werd toegewezen op basis van de spoedprocedure, kan leiden tot aanpassingen aan het plan van de kermis, voor zover deze beperkt blijven en nauwkeurig worden gemotiveerd door de technische noodzakelijkheden van de toevoeging van de nieuwkomers op het kermisterrein.

De aanpassingen zullen onderworpen worden aan de goedkeuring van het eerstvolgende college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 8: Duur abonnement

Het abonnement heeft een duur van vijf jaar en wordt na afloop stilzwijgend verlengd behalve in geval van opschorting (cf. artikel 9) of afstand (cf. artikel 10) van het abonnement.

De houder van het abonnement kan, op gemotiveerd verzoek, het abonnement voor een kortere duur verkrijgen. Deze aanvraag wordt ingewilligd bij de stopzetting van de activiteiten aan het einde van de loopbaan. Indien zij omwille van andere motieven aangevraagd wordt, hangt het af van de beoordeling van de burgemeester, van zijn afgevaardigde of van de concessionaris.

 

Art. 9: Opschorten abonnement

§1. De houder van het abonnement kan het abonnement opschorten wanneer hij tijdelijk ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen door ziekte of ongeval op grond van een medisch attest, dan wel door overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond.

De opschorting gaat in onmiddellijk na de bekendmaking van de ongeschiktheid en eindigt op de dertigste dag volgend op de bekendmaking van het hernemen van de activiteiten.

Indien de opschorting één jaar overschrijdt, moet zij minstens dertig dagen voor het begin van de kermis hernieuwd worden.

§2. De houder van het abonnement kan het abonnement opschorten wanneer hij over een abonnement beschikt voor een andere kermis die op hetzelfde ogenblik plaats heeft.

De opschorting moet worden bekend gemaakt tenminste drie maanden voor de begindatum van de kermis, en mag geen drie opeenvolgende jaren overschrijden.

§3. De vraag tot opschorting moet gebeuren:

-          bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,

-          of bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,

-          of per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding

De burgemeester bevestigt de ontvangst ervan.

§4. De opschorting impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit de overeenkomst voortkomen.

 

Art. 10: Afstand abonnement

§1. De houder van het abonnement kan van het abonnement afstand doen:

-          bij de vervaldag van het abonnement, mits een opzegtermijn van tenminste drie maanden;

-          bij de stopzetting van zijn activiteiten, mits een opzegtermijn van tenminste drie maanden.

-          indien hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen omwille van redenen vermeld in artikel 9, §1. De afstand gaat in onmiddellijk na de bekendmaking van de ongeschiktheid.

§2. De houder kan een vervroegde beëindiging van zijn abonnement aanvragen voor andere motieven dan deze vermeld in §1. De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris beslissen over deze aanvraag.

§3. De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent, kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg, afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.

De vraag tot afstand dient te gebeuren:

-          bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,

-          of bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,

-          of per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding

De burgemeester bevestigt de ontvangst ervan.

 

Art. 11: Schorsing en opzegging van het abonnement

§1. De burgemeester kan het abonnement intrekken of opschorten wanneer de titularis van de standplaats niet langer voldoet aan de wettelijke verplichtingen betreffende de uitoefening van kermisactiviteiten of aan deze die van toepassing zijn op de betrokken attractie of vestiging.

De burgemeester kan het abonnement intrekken of opschorten wanneer de titularis van de standplaats andere, aantoonbaar relevante wettelijke bepalingen niet naleeft.

§2. De beslissing tot schorsing wordt genomen nadat betrokkene gehoord werd of nadat betrokkene zonder geldige reden niet in is gegaan op de uitnodiging om te worden gehoord.

§3. De beslissing wordt gemotiveerd en betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs. Ze treedt in werking zonder vooropzeg.

 

Art. 12: Overdracht standplaats

§1. De overdracht van een standplaats is toegelaten aan de overnemer die in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven is voor het uitbaten van een kermisattractie of een vestiging van kermisgastronomie en die de specialisatie met dezelfde technische specificaties van de overlater voortzet op de overgedragen standplaats.

Een wijziging van specialisatie of technische specificatie is in uitzonderlijke gevallen mogelijk na voorafgaande toelating van de burgemeester.

§2. De inname van de overgedragen standplaats door de overnemer is pas toegelaten als de burgemeester heeft vastgesteld dat de overnemer voldoet aan de bepalingen van artikel 3 van dit reglement.

§3. Binnen het eerste jaar na de overdracht kan een standplaats niet opnieuw worden overgedragen, behalve na de expliciete goedkeuring van de burgemeester.

 

Art. 13: Voorwaarden inzake inname standplaatsen

De standplaatsen die zijn toegewezen aan de personen, vermeld in artikel 3 van dit reglement, kunnen ingenomen worden door de volgende personen:

  1. de personen, vermeld in artikel 3 van dit reglement, die een kermisactiviteit uitoefenen;
  2. de personen die belast zijn met het dagelijks bestuur van een rechtspersoon aan wie de standplaats is toegewezen;
  3. de echtgenoot of echtgenote of wettelijk samenwonende partner van de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen, voor de uitoefening van de kermisactiviteit voor eigen rekening;
  4. de feitelijke vennoten van de natuurlijke persoon of een maatschap aan wie de standplaats is toegewezen, die een kermisactiviteit voor eigen rekening uitoefenen;
  5. de personen die de kermisactiviteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de natuurlijke personen, maatschap of rechtspersonen, vermeld in punt 1° tot en met 4°.

De personen, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 5°, kunnen de standplaatsen innemen die toegewezen zijn aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon of maatschap voor wiens rekening of wiens dienst ze de kermisactiviteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats is toegewezen.

 

Art. 14: Vooropzeg bij opheffing standplaatsen

§1. Wanneer de openbare kermis of een deel van de standplaatsen definitief wordt opgeheven, geldt een termijn van vooropzeg aan de houders van een standplaats per abonnement

Deze termijn bedraagt twaalf maanden wanneer de houder definitief zijn abonnement verliest.

Deze termijn bedraagt zes maanden in het geval van een definitieve verhuizing van de openbare kermis of een deel ervan en de houder zijn abonnement behoudt.

§2. In gevallen van absolute noodzakelijkheid kunnen de termijnen vermeld in §1 ingekort worden.

 

Art. 15: Voorwaarden toewijzing en inname standplaatsen buiten openbare kermissen

§1. De toewijzing en inname van standplaatsen op het openbaar domein buiten openbare kermissen kan enkel aan en door personen die voldoen aan de voorwaarden voorzien in, respectievelijk de artikels 3 en 13.

§2. De inname van standplaatsen op het openbaar domein is onderworpen aan de retributie zoals bepaald in het retributiereglement over het gebruik van het openbaar domein van 15 december 2025.

§3. Op de aanvraag, registratie, beslissingen is het reglement ambulante handel en kermisactiviteiten buiten openbare markten en openbare kermissen van 15 december 2025 van toepassing op de wijze daarin omschreven.

Bijkomend aan de personen vermeld in dat reglement, zijn de personen vermeld in artikel 16 van voorliggend bevoegd om naar aanleiding van de aanvraag of bij periodieke controles de stukken op te vragen die bewijzen dat voldaan werd aan de voorwaarden vermeld in §1 van dit artikel.

 

Art. 16: Controle

De personen belast met de praktische organisatie van de openbare kermissen en de kermisactiviteiten op het openbaar domein, hiertoe aangesteld door de burgemeester, zijn gemachtigd om de documenten vermeld in artikel 3 van dit reglement te controleren.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

41. Ambulante handel en kermisactiviteiten op openbaar domein buiten de openbare markten en kermissen - reglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het reglement inzake ambulante handel en kermisactiviteiten op openbaar domein buiten de openbare markten en kermissen

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeente is bevoegd voor het organiseren van ambulante handel en kermissen op het openbaar domein die plaatsvinden buiten de context van openbare markten en openbare kermissen.

Voorgesteld wordt om voorliggend reglement inzake ambulante handel en kermisactiviteiten op openbaar domein buiten de openbare markten en kermissen goed te keuren met het oog op inwerkingtreding op 1 januari 2026.

 

Juridisch kader:

Artikel 2, §2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad oefent de bevoegdheden uit die eraan worden toevertrouwd door de wet of het decreet.

Artikel 40, §3 en 41, lid 2, 2° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Deze reglementen kunnen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente. Het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, is een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

Artikel 41 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad kan bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen

De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

Het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie

De artikels 285, §1, 1°; 286, §1, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De burgemeester publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de gemeenteraad bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de gemeenteraad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1: Voorwerp, inwerkingtreding en duur van het reglement

§1. De gemeenteraad voert een reglement in voor de uitoefening van ambulante en kermisactiviteiten op de openbare weg, op de andere plaatsen van het openbaar domein, op standplaatsen grenzend aan de openbare weg en op de commerciële parkingplaatsen, georganiseerd buiten de openbare markten en kermissen.

§2. Dit reglement treedt voor onbepaalde duur in werking op 1 januari 2026.

 

Art. 2: Ambulante handel in de gemeente

De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten op het grondgebied van de gemeente en buiten de vestigingen van de verkoper wordt pas toegelaten als de verkoper al de volgende elementen aantoont:

  1. de uitoefening van de ambulante activiteiten in kwestie wordt behoorlijk gedekt door verzekeringspolissen voor burgerlijke aansprakelijkheid en in voorkomend geval tegen brandrisico's;
  2. bij de uitoefening van een ambulante activiteit waarbij voeding wordt verkocht, wordt voldaan aan de reglementaire voorwaarden voor de volksgezondheid.

De stukken die bewijzen dat voldaan wordt aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden voorgelegd:

  1. aan de burgemeester of zijn afgevaardigde naar aanleiding van de aanvraag tot toekenning van een standplaats, alsook bij periodieke en steekproefsgewijze controles;
  2. op elk verzoek van de personen vermeld in artikel 11, §1, van de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, en artikel 44 en 45 van het Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.

 

Art. 3: Ambulante handel op het openbaar domein 

De uitoefening van ambulante activiteiten op de openbare weg, op de andere plaatsen van het openbaar domein, op standplaatsen grenzend aan de openbare weg en op de commerciële parkingplaatsen, is slechts toegelaten overeenkomstig voorliggend reglement.

Met de openbare weg worden gelijkgesteld: de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, de winkelgalerijen, de stations-, luchthaven- en metrohallen en de plaatsen waar kermissen doorgaan.

 

Art. 4: Rondtrekkende ambulante handel

Voorliggend reglement is eveneens van toepassing op ambulante activiteiten op rondtrekkende wijze. Hierbij verplaatst de handelaar zich langs een traject waarbij een verkooppunt telkens voor een korte stoptijd wordt ingenomen en de stoptijd beperkt is tot de duur van de directe transactie(s), waarna het traject onmiddellijk verdergezet wordt.

Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld in de bepalingen over rondtrekkende ambulante handel, zijn de bepalingen met betrekking tot de standplaatsen niet van toepassing op de rondtrekkende ambulante handel.

 

Art. 5: Kermisactiviteiten buiten openbare kermissen

§1. Als kermisactiviteit wordt beschouwd elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten aan de consument in het kader van de uitbating van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie.

§2. De toewijzing en inname van standplaatsen voor kermisactiviteiten op het openbaar domein en langs de openbare weg buiten openbare kermissen kan enkel aan, respectievelijk door personen die voldoen aan de voorwaarden voorzien in de artikels 3 en 13 van het reglement van 15 december 2025 over de organisatie van kermissen.

Met de openbare weg worden gelijkgesteld: de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, de winkelgalerijen, de stations-, luchthaven- en metrohallen en de plaatsen waar kermissen doorgaan.

§3. Op de aanvraag, registratie, beslissingen zijn de artikelen 7 tot en met 13 van voorliggend reglement van toepassing. Hierbij wordt ‘ambulante handel’ of ‘ambulante activiteiten’ gelezen als ‘kermisactiviteiten of ambulante activiteiten inzake kermisgastronomie’.

De personen vermeld in artikel 17 zijn bevoegd om naar aanleiding van de aanvraag of bij periodieke controles de stukken op te vragen die bewijzen dat voldaan werd aan de voorwaarden vermeld in §2 van dit artikel.

De gevolgen van vaststellingen bedoeld in artikel 19 van voorliggend reglement, zijn van toepassing op kermisactiviteiten en ambulante activiteiten inzake kermisgastronomie’.

 

Art. 6: Toewijzingsvoorwaarden met betrekking tot de aanvragers van standplaatsen

De standplaatsen op het openbaar domein als bedoeld in Artikel 3, kunnen enkel worden toegewezen aan ondernemingen met een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen die de ambulante activiteit toelaat, via de persoon die de onderneming rechtsgeldig kan vertegenwoordigen.

De stukken die bewijzen dat voldaan wordt aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid, worden voorgelegd aan de burgemeester of zijn afgevaardigde naar aanleiding van de aanvraag tot toekenning van een standplaats, alsook bij periodieke en steekproefsgewijze controles.

Standplaatsen kunnen occasioneel ook toegewezen worden aan wie niet beroepsmatig producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt met het oog op de verkoop.

 

Art. 7: Voorwaarden met betrekking tot het innemen van toegewezen standplaatsen

§1. De toegewezen standplaatsen kunnen slechts worden ingenomen na voldoen van de retributie zoals die desgevallend van toepassing is op grond van het retributiereglement inzake het privaat gebruik van het openbaar domein voor bepaalde activiteiten van 15 december 2025.

Zij kunnen bovendien enkel ingenomen worden door:

  1. de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen;
  2. de verantwoordelijken van het dagelijks bestuur van een rechtspersoon aan wie de standplaats is toegewezen;
  3. de feitelijke vennoten van de natuurlijke persoon of een maatschap aan wie de standplaats is toegewezen, die een ambulante activiteit voor eigen rekening uitoefent;
  4. de echtgenoot of echtgenote of de wettelijk samenwonende partner van de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen, voor de uitoefening van een ambulante activiteit voor eigen rekening;
  5. de personen die een ambulante activiteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de natuurlijke persoon, maatschap of rechtspersoon, vermeld in 1° tot en met 4°.

De personen, vermeld in het tweede lid, 2° tot en met 5°, kunnen de standplaatsen innemen die toegewezen zijn aan de natuurlijke persoon, maatschap of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst ze de activiteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats is toegewezen.

Wie niet beroepsmatig producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt, kan ook een toegewezen standplaats innemen.

§2. De stukken die bewijzen dat voldaan wordt aan de voorwaarden vermeld in §1 worden voorgelegd aan de burgemeester of zijn afgevaardigde bij de aanvraag en bij periodieke en steekproefsgewijze controles.

 

Art.8: Voorafgaande machtiging

§1. De toewijzing en inname van een standplaats op het openbaar domein is onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de burgemeester.

§2. De aanvraag moet gebeuren minstens drie weken voor de datum van beoogde inname en via de gemeentelijke website www.ranst.be/ambulante-handel.

§3.De betaling van de retributie die desgevallend verschuldigd is op grond van het retributiereglement inzake het privaat gebruik van het openbaar domein voor bepaalde activiteiten van 15 december 2025, moet bij bevestiging van de aanvraag gebeuren.

Elke toelating  vervalt automatisch bij niet-betaling van de desgevallend verschuldigde retributie.

§4. Wanneer het onmogelijk is voor de aanvrager om de aanvraag en/of alle bijbehorende documenten in te dienen via het elektronisch meldingsformulier, gelden volgende contactgegevens:

-          Email: secretariaat@ranst.be

-          Post:  Gemeente Ranst, t.a.v. Secretariaat, Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Broechem

-          Afgifte ter plekke tijdens de openingsuren (zie https://www.ranst.be/dienst-secretariaat): Onthaal (t.a.v. secretariaat), Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Broechem

Als indieningsdatum geldt de datum van ontvangst van de email, de postdatum of een afgiftebewijs dat ter plekke zelf door de aanvrager wordt opgevraagd.

§5. Ambulante handelaars dienen bij hun aanvraag tot toelating voor ambulante handel op het aanvraagformulier aan te duiden of zij gebruik wensen te maken van een aansluitkast voor elektriciteit. Het gebruik van een aansluitkast is enkel mogelijk als er op de toegelaten standplaats een aansluitkast aanwezig is. Het gebruik wordt geregeld overeenkomstig het retributiereglement van 15 december 2025 voor de terbeschikkingstelling van aansluitkasten elektriciteit voor kermissen, openluchtevenementen en ambulante handel.

§6. Met gegevens die verstrekt worden in het kader van de aanvraag en van dit reglement, wordt omgegaan in overeenstemming met de geldende regelgeving en met respect voor de rechten die daarin aan de gegevensverstrekker worden toegekend. Zij worden enkel aangewend in het met het oog op de doelstelling van onderhavig reglement en niet langer bewaard dan nodig.

 

Art. 9: Aard en duur van de toewijzing van standplaatsen

De standplaatsen die kunnen worden toegewezen, zijn niet vooraf bepaald. Zij kunnen worden aangevraagd en toegewezen hetzij van dag tot dag, hetzij per abonnement:

-          Met toewijzing ‘van dag tot dag’ wordt bedoeld: éénmalige toewijzing van een standplaats voor inname op maximaal tien vooraf opgegeven data.

-          Met toewijzing ‘per abonnement’ wordt bedoeld: toewijzing voor één jaar en verlengbaar voor telkens een jaar met het oog op regelmatige inname op vooraf aangevraagde en goedgekeurde vaste dagen en tijdstippen.

De verlenging van een abonnement gaat slechts in na het opnieuw voldoen van de desgevallend verschuldigde retributie vermeld in Artikel 7, §1, lid 1.

 

Art. 10: Volgorde registratie en toewijzing van standplaatsen

§1. De aanvragen voor standplaatsen worden geregistreerd en toegewezen in de chronologische volgorde van hun indiening.

Het tijdstip van indiening wordt bepaald door verzending van het elektronisch formulier, dan wel de postdatum, de ontvangst per email of door het moment van afgifte terplekke aan het onthaal van het gemeentehuis.

Bij afgifte terplekke vraagt betrokkene zelf om een gedateerd en ondertekend afgiftebewijs.

§2. Wanneer twee of meerdere aanvragen voor eenzelfde standplaats en voor onverenigbare tijdstippen gelijktijdig ingediend worden, wordt de volgorde van toewijzing bij loting bepaald.

Als het exacte uur van indiening voor één of meer aanvragen op dezelfde datum niet kan worden vastgelegd, worden de betrokken aanvragen beschouwd als gelijktijdig ingediend.

§3. In afwijking van de vorige twee paragrafen, wordt bij toewijzing van een standplaats per abonnement voorrang gegeven aan:

-          aanvragen als gevolg van de opheffing of een vooropzeg van een standplaats door de gemeente, tenzij in geval van toepassing van Artikel 19;

-          aanvragen als gevolg van het verlies van een loting, als bedoeld in lid één van §2.

 

Art. 11: Beslissing over de aanvraag voor een standplaats

§1. De beslissing van de burgemeester om een standplaats al dan niet toe te wijzen, wordt onmiddellijk aan de aanvrager meegedeeld, en zo mogelijk middels het bij de aanvraag gekozen communicatiemiddel.

Als de beslissing positief is, vermeldt ze de aard van de producten of de diensten die de aanvrager gemachtigd is te verkopen, alsook de plaats, de datum en de duur van de verkoop.

Als de beslissing geheel of gedeeltelijk negatief is, motiveert ze de beslissing op grond van een of meerdere van genoemde redenen in de volgende paragraaf.

§2. De burgemeester kan, om redenen van openbare orde of volksgezondheid, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van Boek IX van het Wetboek van economisch recht, de verkoop van bepaalde producten en diensten of categorieën van producten of diensten tijdens de uitoefening van ambulante activiteiten verbieden, hetzij in het algemeen, hetzij gedeeltelijk in functie van de plaats van de activiteit.

De burgemeester kan eveneens beperkingen opleggen die betrekking hebben op de uren van uitoefening van het geheel of van een gedeelte van die activiteiten.

§3. Behoudens grondig gemotiveerde uitzondering, weigert de burgemeester een aanvraag per abonnement als dezelfde onderneming reeds vier standplaatsen met een lopend abonnement toegewezen heeft gekregen in de gemeente.

 

Art. 12: Intrekken beslissing en opheffing standplaats

De burgemeester kan een beslissing over een standplaats intrekken of aanpassen als niet voldaan wordt aan de voorwaarden gestipuleerd in voorliggend reglement, of om de redenen vermeld in §2 en §3 van Artikel 11. Zo de omstandigheden die hebben geleid tot de beslissing dit toelaten, wordt een redelijke termijn in acht genomen voor de communicatie en implementatie van de beslissing.

Wanneer een gemotiveerde beslissing in het algemeen belang of op grond van de redenen vermeld in §2 van Artikel 11 leidt tot de definitieve of tijdelijke opheffing van een per abonnement toegewezen standplaats, wordt een opzeg in acht genomen van minstens drie maanden, tenzij dringende en dwingende redenen van algemeen belang, openbare gezondheid of veiligheid zulk een wachtperiode niet toelaten. De houder van het abonnement op een opgeheven standplaats, krijgt in elk geval voorrang bij een nieuwe aanvraag voor een andere, beschikbare abonnementsplaats.

De communicatie van de in dit artikel bedoelde beslissingen gebeurt bij aangetekende zending en bij voorkeur eveneens via het door de begunstigde van de machtiging of de houder van het abonnement gekozen communicatiemiddelen bij diens aanvraag overeenkomstig Artikel 8.

 

Art. 13: Verenigbare tijdstippen en seizoensgebonden activiteiten voor standplaatsen

Eenzelfde standplaats, zelfs indien per abonnement toegewezen, kan worden toegewezen aan verschillende ambulante handelaars voor zover de tijdstippen van inname verenigbaar zijn. Dit kan ook het gevolg zijn van het eventuele seizoensgebonden karakter van de ambulante activiteiten.

 

Art. 14: Voorafgaande machtiging rondtrekkende ambulante handel

Om een rondtrekkende ambulante activiteit uit te oefenen, dient de ambulante handelaar voorafgaand een aanvraag in bij de burgemeester overeenkomstig Artikel 8, waarbij aangetoond wordt dat voldaan is aan Artikel 2 en Artikel 6. Personen vermeld in het laatste lid van laatstgenoemd artikel, kunnen echter geen toelating krijgen voor een rondtrekkende ambulante activiteit.

 

Art. 15: Aard en duur van de toelating rondtrekkende ambulante handel

Bij de aanvraag mag de rondtrekkende ambulante handelaar een vooraf bepaalde route of zone opgeven. De toelating kan worden aangevraagd en ingewilligd hetzij van dag tot dag, hetzij per abonnement.

-          Toelating van ‘van dag tot dag’ houdt een éénmalige machtiging in voor uitvoering op maximaal tien in de aanvraag opgegeven data.

-          De toelating voor één jaar en met stilzwijgende verlenging voor telkens een jaar machtigt tot uitvoering op vooraf aangevraagde vaste tijdstippen verspreid over meer dan tien data per jaar.

Enkel de personen vermeld in Artikel 7, §1, leden 1 en 2 mogen de toegelaten ambulante activiteit uitoefenen. Het voldoen aan deze voorwaarde dient dit overeenkomstig, §2 van hetzelfde artikel te worden aangetoond.

 

Art. 16: Beslissing over aanvraag rondtrekkende ambulante handel

§1. De beslissing over de aanvraag rondtrekkende ambulante handel wordt genomen en meegedeeld overeenkomstig Artikel 11.

§2. Het college van burgemeester en schepenen kan op gemotiveerde wijze beslissen dat een bepaalde route of straat definitief of voor een bepaalde duur niet meer in aanmerking komt voor ambulante handel.

Rondtrekkende handelaars waarvan de gemeente de contactgegevens heeft ingevolge een aanvraag overeenkomstig  Artikel 8, worden via het bij de aanvraag gekozen communicatiemiddel op de hoogte gebracht.

 

Art. 17: De afgevaardigde van de burgemeester

Tenzij de burgemeester hiervoor uitdrukkelijk een personeelslid heeft aangeduid per burgemeestersbesluit, is de afgevaardigde van de burgemeester een personeelslid van de gemeentelijke dienst ‘secretariaat' tot wiens gewoonlijk takenpakket de verwerking van de aanvragen voor ambulante handel behoort. Of, bij afwezigheid van dat personeelslid, het vervangend personeelslid.

 

Art. 18: Bevoegdheden van de afgevaardigde

De burgemeester en de afgevaardigde zijn bevoegd om bij de ambulante handelaars de bewijsstukken op te vragen waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de relevante voorwaarden vermeld in voorliggend reglement.

De burgemeester of de afgevaardigde kan bewijsstukken opvragen naar aanleiding van de aanvraag tot toekenning of toestemming bedoeld in Artikel 8 en Artikel 14, alsook bij periodieke en steekproefsgewijze controles.

 

Art. 19: Gevolgen van vaststellingen

Een vaststelling door de burgemeester of diens afgevaardigde dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden bedoeld in lid 1 van Artikel 17, of een weigering om de nodige bewijsstukken voor te leggen, kan leiden tot een intrekking of aanpassing van de beslissing als vermeld in Artikel 12.

Naargelang de aard van de vaststelling, wordt doorverwezen naar de personen die vermeld worden in artikel 11, §1 van de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, en artikel 44 en 45 van het Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

42. Aanvaarding schenking onroerend goed - goedkeuring

 

Omschrijving:

Aanvaarding schenking onroerend goed Oelegem - perceel gelegen Den Winkel.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Door het college van burgemeester en schepenen werd op 12 augustus 2025 beslist opdracht te geven tot opmaak van een volledig dossier in voorbereiding van een door de gemeenteraad te nemen beslissing inzake aanvaarding van een schenking. De motivatie werd in deze beslissing geschetst als volgt. "Op 24 juli 2025 ontvingen wij een aanbod van schenking van de broers en zussen Vandenbulcke eigenaars van het perceel gelegen Ranst - Oelegem, Den Winkel, kadastraal gekend als sectie C nr. 127/P/0000 met een benaderende oppervlakte van 30 m². De eigenaars willen het perceel schenken aan de gemeente omdat zij willen voorkomen dat de eigendomssituatie door verdere vererving complexer zou worden. Aanvankelijk werd gesproken over voorwaarden maar na overleg werd door de familie beslist dat deze niet langer door hen zouden worden gesteld. Het betreft een perceel met een beperkte oppervlakte en belast met een servitude naar achterliggende huizen.

Het verwerven van het perceel is voor de gemeente zeer interessant omdat het een waardevolle schakel is voor de aanleg van nutsvoorzieningen in het kader van de rioleringswerken Everhoek." Ondertussen werd de oppervlakte volgens meting vastgesteld op 43 m². Vermits de gemeente belang heeft bij het verwerven van het perceel wordt voorgesteld alle kosten ten laste te nemen. Notaris associatie Rochtus - Meesters heeft ondertussen het dossier samengesteld en de ontwerpakte opgemaakt. Aan de gemeenteraad wordt voorgelegd de schenking te aanvaarden en de akte goed te keuren.

 

Juridisch kader:

Artikel 56, § 1 van het decreet van 22 februari 2017 over het lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen bereidt de beraadslagingen en de besluiten van de gemeenteraad voor, en voert deze besluiten uit.

Artikel 41, lid 2, 12° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is bevoegd voor het definitief aanvaarden van schenkingen en het aanvaarden van legaten.

 

Adviezen:

Mail dd. 1 juli 2025 van Heidi Van der Weehe, afdelingshoofd Publieke Ruimte en Ontwikkeling.

Het aangeboden perceel is de toegang - servitude naar achtergelegen woningen. Bij rioleringswerken dienen voor de subsidiërende en vergunningsverlenende instantie, hier de VMM, alle huizen in het projectgebied aangesloten te worden.

Specifiek voor deze achtergelegen huizen brengt dit mee dat op de grens met het openbaar domein een put moet voorzien worden waar deze huizen hun privé aansluiting op eigen kosten naartoe moeten brengen. deze put kan omwille van de aanwezige beek en de grote hoogteverschillen niet op de Oudstrijdersstraat aangelegd worden. De afwatering van de put gaat naar de Creyboschlaan.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Dossierkosten bij gratis grondafstand (notaris, landmeter, ...)

Actie:

Ranst creëert en onderhoudt wegen, paden en pleinen

Ramingnummer:

RA000169

Uitgave:

€ 2.000 (inclusief btw)

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Oelegem schenking perceel Den Winkel - ontwerpakte

Oelegem schenking perceel Den Winkel HYP staat

Oelegem schenking perceel Den Winkel HYP staat aanvraag

Oelegem schenking perceel Den Winkel uittreksel kadastrale legger

Oelegem schenking perceel Den Winkel bodemattest

Oelegem schenking perceel Den Winkel - GIS

Oelegem schenking perceel Den Winkel opmetingsplan

Oelegem schenking perceel Den Winkel schattingsverslag

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad besluit de schenking van het perceel gelegen te Ranst 2de afdeling Oelegem - Den Winkel, sectie C nr. 127/P/0000 benaderende oppervlakte volgens kadaster 30 m², oppervlakte volgens meting 43 m², te aanvaarden.

 

Art. 2:

De gemeenteraad besluit de aanstelling van notaris associatie  Rochtus - Meester , kantoor houdende te Zandhoven, Langestraat 48, te bevestigen.en de opgemaakte ontwerpakte goed te keuren.

 

Art.3:

De gemeenteraad besluit de opgemaakte ontwerpakte goed te keuren en alle met de schenking gepaard gaande kosten ten laste te nemen gezien het nut voor de gemeente inzake verwerving van het perceel.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

43. Verwerving onroerend goed in het kader van wegenis- en rioleringswerken - Oostmalsesteenweg - goedkeuring

 

Omschrijving:

Goedkeuring van de aankoop van een stuk grond met een oppervlakte van 788 m², gelegen in Emblem, Oostmalsesteenweg, kadastraal gekend als 4de afdeling, sectie A, 137K

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

In het kader van de aanleg van riolering aan de Oostmalsesteenweg in 2520 Emblem werd in het college van burgemeester en schepen van 26 oktober 2023 beslist om over te gaan tot het aankopen van 3 percelen voor de aanleg van een ecologisch bufferbekken.

De percelen zijn kadastraal gekend als 4de afdeling, sectie A, perceelnummers 136K, 136G, 137V.

Voor het perceel 4de afdeling, sectie A, perceelnummer 137K werd een koopovereenkomst afgesloten en een overeenkomst 'uitwinning'.

De kosten worden gedragen door de gemeente.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, 11° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is bevoegd voor de daden van beschikking over onroerende goederen.

Artikel 279, §1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad worden ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

Artikel 101 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming

Aktes voor de overdracht van gronden vermelden de inhoud van het bodemattest.

Voor het sluiten van een overeenkomst over de overdracht van gronden moet de overdrager bij de OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver.

Artikel 21, 1° van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen

Aktes voor onteigeningen door de gemeenten en aktes ter uitvoering van het Vlaams decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 en bijbehorende uitvoeringsbesluiten, zijn vrijgesteld van het recht op geschriften.

Artikel 2.9.6.0.3, 1° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

De overdrachten in der minne van onroerende goederen voor het algemeen belang aan de gemeenten zijn vrijgesteld van registratierechten.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Dossierkosten bij gratis grondafstand (notaris, landmeter, ...)

Actie:

Ranst creëert en onderhoudt wegen, paden en pleinen

Ramingnummer:

RA000169

Uitgave:

€20.000 (inclusief btw)

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Bijkomende motivering:

Voor de rioleringswerken aan de Oostmalsesteenweg is een bufferbekken noodzakelijk. De rioolbeheerder had een stuk grond op het oog in landbouwgebied ter hoogte van de Kreupelstraat en de Dorpsbeek. Het stuk grond is opgedeeld in 3 percelen. De onderhandelaar van de rioleringsbeheerder (Aquafin) heeft op basis van het schattingsverslag de onderhandelingen gestart en met 2 eigenaars een akkoord gevonden op basis van de prijs zoals vastgesteld in het schattingsverslag. Beide aktes worden binnenkort verleden nadat de gemeenteraad eind oktober 2024 en oktober 2025 de ontwerpaktes en aankoop het goedgekeurd. Met de derde eigenaar vond de onderhandelaar geen akkoord en werden de onderhandelingen overgelaten aan het gemeentebestuur. De eigenares had twee eisen: enerzijds dezelfde prijs als haar familielid in absoluut bedrag en anderzijds de passage dat bij een doorverkoop de meerwaarde aan haar zou toevertrouwd worden aangezien ze vreesde dat de gemeente het perceel zou omvormen tot woongebied. De tweede voorwaarde is geen probleem omdat de strook gereserveerd is voor het bufferbekken en omdat de omvorming tot woongebied in realiteit niet mogelijk is. De afwijking van het schattingsverslag is een ander verhaal. Met inbegrip van de wederbeleggingsvergoeding stijgt de grondprijs van €16,5 per m2 naar €21,5 of een stijging met circa 25%. Nominaal is de stijging beperkt tot €4.000. Dit perceel is echter cruciaal omdat het midden in het gebied ligt voor de realisatie van een bufferbekken. Een bijkomende uitgave van circa €4.000  is dan ook te verantwoorden omdat de tijdsinvestering en financiële investering voor de realisatie van de onteigening meermaals de uitgave van €4.000 overtreffen. In dit kader heeft de administratie namens de algemeen directeur om het compromis te aanvaarden en de verkoopsbelofte te ondertekenen met de opschortende voorwaarde van goedkeuring door de gemeenteraad.

 

Bijlagen:

Ontwerpakte opgemaakt door Notaris Rochtus en Meesters in Zandhoven

Kadastrale legger afgeleverd op 18 april 2025

Bodemattest afgeleverd op 25 januari 2024

Opmetingsplan opgemaakt door landmeter Kris Mertens op 14 februari 2024

Hypothecair getuigschrift

Schattingsverslag

Koopovereenkomst

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de aankoop van een stuk grond met een oppervlakte van 788 m², gelegen in Emblem, Oostmalsesteenweg, kadastraal gekend als 4 afdeling, sectie A, nr. 137K door Delphina Van den Eynde, Dorpstraat 30 in 2520 Ranst voor een bedrag van €17.683,98 zoals bepaald in de akte als aankoopprijs en de uitwinningschade.

 

Art. 2:

De aankoop kadert in het openbaar belang. De aangekochte grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.

 

Art. 3:

De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de gemeente.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

44. Procedure vaststelling rooilijn Safipad Emblem - Lier -  voorlopige vaststelling - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad legt de rooilijn, ligging, breedte en uitrusting van de gemeenteweg Safipad Emblem - Lier voorlopig vast.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Dit besluit beoogt de voorlopige vaststelling van het ontwerp-rooilijnplan opgesteld naar aanleiding van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van volgende gemeenteweg:  Safipad Emblem - Lier.

Bijgevoegd ontwerpplan bevat de actuele en toekomstige rooilijn, de kadastrale vermelding van sectie, nummers en oppervlakte van de getroffen percelen en onroerende goederen, de namen van de eigenaars, de eventuele achteruitbouwstrook en waardevermeerderingen- en verminderingen, alsook nutsleidingen die op private grond zullen komen te liggen.

Na voorlopige vaststelling volgt de aankondiging en mededeling van het openbaar onderzoek, waarbij het ontwerp-rooilijnplan en voorliggend besluit gedurende dertig dagen beschikbaar worden gemaakt voor inzage bij de gemeentelijke diensten en op de website. Eventuele adviezen, opmerkingen en bezwaren worden verzameld en verwerkt met het oog op de definitieve vastlegging van de rooilijn binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek.

Op 4 november 2025 keurde het college van burgemeester en schepen de opmaak van het rooilijnplan Safipad in kader van studie fietstunnel Lier onder R16 naar Ranst goed.

 

Juridisch kader:

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (“Decreet lokaal bestuur”)

En in het bijzonder volgende bepalingen:

Artikel 2, §2, lid 2 van het Decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenten de bevoegdheden uitoefenen die hen door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.

Artikel 41, 9° en 11° van het Decreet lokaal bestuur bepalen dat de gemeenteraad bevoegd is voor beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt, alsook voor de daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b).

Het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen (“Gemeentewegendecreet”)

En in het bijzonder volgende bepalingen:

De artikels 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet omschrijven de doelstellingen van het decreet en de principes voor wijzigingen aan het wegennet.

Artikel 8 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat niemand een gemeenteweg kan aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad.

Artikel 11 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat gemeenten de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vastleggen in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond en volgens de procedure bepaald in de artikels 16 tot 19 van hetzelfde decreet.

Artikel 13, §5 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat de gemeenteraad kan beslissen om grondstroken met betrekking tot dewelke de gemeente al dertig jaar bezitshandelingen stelt waaruit duidelijk haar wil blijkt om er eigenaar van te worden, zonder financiële vergoeding of toepassing van minder- en meerwaarden op te nemen in het openbaar domein.

De artikels 17 tot 19 van het Gemeentewegendecreet omschrijven de rol van het college van burgemeester en schepenen in de voorbereiding van rooilijnplannen, de elementen die een rooilijnplan moet bevatten, het verloop van de procedure van voorlopige en definitieve vastlegging door de gemeenteraad, alsook de organisatie van het openbaar onderzoek door het college van burgemeester en schepenen en de wijze van publicatie en kennisgeving van de beslissing en het rooilijnplan.

De artikels 24 en 25 van het Gemeentewegendecreet bevatten bepalingen over de beroepsprocedure tegen het besluit tot definitieve vaststelling van een rooilijn of opheffing van een gemeenteweg.

Artikel 28 van het Gemeentewegendecreet bevat principes voor de vaststelling van minder- en meerwaarden die ontstaan bij de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, alsook de uitoefening van tegenspraak en de mogelijkheid voor de gemeenteraad om de betrokken principes uit te werken in een reglement of kader. Eveneens bepaalt het artikel dat de regeling rond minder- en meerwaarden geen afbreuk doet aan de mogelijkheid van opname in het openbaar domein van artikel 13, § 5 en van het opleggen van de last van kosteloze grondafstand uit artikel 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (“Omgevingsvergunningendecreet”)

En in het bijzonder volgende bepalingen:

De artikels 31 en 31/1 van het Omgevingsvergunningendecreet bevatten nadere bepalingen over de gemeenteraadsbeslissing in gevallen waarbij een omgevingsvergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing omvat van een gemeenteweg, en met betrekking tot de mogelijkheid, wijze en termijn om tegen dit besluit een georganiseerd administratief beroep in te stellen bij de Vlaamse Regering in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing.

Artikel 75 van het Omgevingsvergunningendecreet omschrijft de mogelijkheid voor de bevoegde overheid om aan een omgevingsvergunning lasten te verbinden, alsook de verplichting om de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, integraal op te nemen in de vergunning.

De gemeenteraadsbeslissing van 16 oktober 2023 ter goedkeuring van het reglement minder- en meerwaarden en het reglement waarborg bij bepaalde lasten in natura

En in het bijzonder de artikelen 1 en 2, die voornoemde reglementen bevatten, alsook de collegebesluiten die uitvoering geven aan artikel 3.

 

Bijkomende motivering:

De voorgestelde aanpassing van de rooilijn kadert in de decretale doelstelling van artikel 3 van het gemeentewegendecreet om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren. Dit omvat onder meer de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau. De aanleg van een veilige fietsverbinding Lier - Oelegem kadert in de te verwezenlijken beleidsdoelstellingen 'Voetgangers en fietsers hebben voorrang binnen een evenwichtig mobiliteitsnetwerk', 'Ranst optimaliseert haar verkeersbeleid' en 'Ranst creëert en onderhoudt wegen, paden en pleinen' en ligt bovendien op het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF). Door de uitbouw van de fietsverbinding wordt er ook gewerkt aan de Modal Shift zoals vooropgesteld door de Vlaamse Regering en de Vervoerregio.

 

Bijlagen:

Ontwerp-rooilijnplan

 

Besluit:

Art. 1:

De gemeenteraad stelt het bij dit besluit gevoegde ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voor de gemeenteweg Safipad Emblem - Lier voorlopig vast.

 

Art. 2:

De gemeenteraad beslist om bovenvermelde gemeenteweg na verwerving op te nemen in het openbaar domein.

 

Art. 3:

De gemeenteraad beslist het college te gelasten het openbaar onderzoek op te starten en te doorlopen.

Het openbaar onderzoek wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 17 van het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Punt bijlagen/links 1. Ontwerp rooilijnplan.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

45. Verplichting tot het aanvragen van een conformiteitsattest - verordening - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad stelt de verordening voor de verplichting van het conformiteitsattest vast.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeente Ranst heeft het project 'intergemeentelijke werking lokaal woonbeleid' in het kader van de zelfstandige groepering onderschreven en maakt deel uit van de Intergemeentelijke Vereniging Lokaal Woonbeleid (IVLW) Midden.

Tijdens de zitting van 24 juni 2019 heeft de gemeenteraad het subsidiedossier goedgekeurd, waardoor de gemeente akkoord is gegaan met het toetreden tot de werking van de IVLW en het uitvoeren van de verplichte en aanvullende activiteiten, zoals vermeld in het BVR lokaal woonbeleid van 16 november 2018. Door het onderschrijven van het subsidiedossier engageert de gemeente zich ervoor minstens volgende activiteiten uit te voeren:

-          Verplichte activiteit 2_3: een strategie uitwerken over de toepassing van de gemeentelijke instrumenten voor de bewaking van de kwaliteit van het woningpatrimonium

-          Aanvullende activiteit 2_2: Een verordening vaststellen en toepassen waarbij het conformiteitsattest verplicht wordt gesteld in bepaalde situaties

-          Aanvullende activiteit 2_3: Een verordening vaststellen en toepassen waarbij de geldigheidsduur van het conformiteitsattest beperkt wordt, en woningen met dergelijk conformiteitsattesten opvolgen

Voormelde activiteiten werden besproken op volgende fora:

-          Het lokaal woonoverleg op 18 juni 2025;

-          De stuurgroep IVLW Midden op 19 juni 2025;

-          Het huisvestingsambtenarenoverleg IVLW Midden van 24 juni 2025.

De gemeente Ranst stelt het belang van een goede woningkwaliteit in huurwoningen voorop.

De huurwoningen op het grondgebied moeten voldoen aan de minimale veiligheids- en kwaliteitsnormen van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Het lokaal bestuur kiest ervoor om middels voorliggende verordening een verplichting op het conformiteitsattest in te voeren voor huurwoningen en bepaalt een GAS-boete voor inbreuken tegen deze verordening.

De huisvestingsambtenaar stelt de inbreuken vast. De deskundige managementondersteuning treedt op als vervangster van de huisvestingsambtenaar.

Personeelsleden van opdrachthoudende vereniging IGEAN Milieu & Veiligheid worden aangeduid als sanctionerend ambtenaar.

 

Juridisch kader:

De artikels 2, §2, lid 2; 40, §1 en 41, lid 1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad beschikt over volheid van bevoegdheden en is exclusief bevoegd ten aanzien van de bevoegdheden die hen door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.

Artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet

De gemeenteraad kan gemeentelijke administratieve straffen en sancties opleggen overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

De artikels 2, §1; 6, §3 en 21, §1, 1° van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

De gemeenteraad kan straffen of administratieve sancties bepalen voor de inbreuken op zijn reglementen of verordeningen, tenzij voor dezelfde inbreuken door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, straffen of administratieve sancties worden bepaald.

De sanctionerend ambtenaar wordt door de gemeenteraad aangewezen en kan niet tegelijkertijd de persoon zijn die, de inbreuken vaststelt en de persoon die de bemiddelingsprocedure leidt. Hij kan tevens door meerdere gemeenten worden aangewezen.

De inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties kunnen worden vastgesteld door  de gemeenteambtenaren die voldoen aan de door de Koning vastgelegde minimumvoorwaarden, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad inzake de selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid, en die daartoe door de gemeenteraad worden aangewezen.

Artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

De sanctionerend ambtenaar wordt aangewezen door de gemeenteraad en kan een personeelslid zijn van een opdrachthoudend intergemeentelijk samenwerkingsverband.

Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie

Artikel 3.6, §1 en 3.2, §1, 1° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

De conformiteit van een woning die verhuurd wordt of te huur of ter beschikking gesteld wordt als hoofdverblijfplaats of voor de huisvesting van een of meer studenten, kan blijken uit het conformiteitsattest dat de burgemeester afgeeft op eigen initiatief of op verzoek.

De gemeenteraad kan, bij verordening, na over de definitieve ontwerptekst een voorafgaand, niet-bindend advies te hebben ingewonnen bij de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, het conformiteitsattest verplicht stellen en bepalen dat zolang niet aan die verplichting is voldaan, een jaarlijks terugkerende verplichting wordt opgelegd om dat attest aan te vragen.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

Het ministerieel besluit van 17 februari 2020: Goedkeuring IVLW Midden;

 

Adviezen:

-          het advies van het Agentschap Wonen in Vlaanderen van 30 september 2025.

 

Bijkomende motivering:

Woningen opgenomen op het leegstandsregister:

In de praktijk valt op dat woningen die opgenomen zijn op het leegstandsregister en die opnieuw geactiveerd worden op de woningmarkt door te huurstelling of ter beschikkingstelling, nadien regelmatig niet-conform worden bevonden na een klacht of melding van gebreken door de nieuwe bewoner. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn om panden van het ene probleem naar het andere te verschuiven. Dit kan makkelijk voorkomen worden door de verplichting voor het aanvragen van een conformiteitsonderzoek ook in te voeren voor panden die opgenomen zijn in het leegstandsregister, ongeacht hun leeftijd.

Verval conformiteitsattesten:

Voor woningen waarvoor in het verleden al een conformiteitsattest afgeleverd werd, maakt VLOK, de woningkwaliteit-database van de Vlaamse overheid, automatisch een melding aan wanneer dit attest komt te vervallen. De dienst omgeving ontvangt een bericht over dit verval. Ook voor deze woningen is het aanbevolen de verplichting in te voeren om wanneer zij op het moment van verval te huur gesteld of ter beschikking gesteld worden, een nieuw conformiteitsattest aan te vragen, ongeacht de leeftijd van de woningen.

Beperkte geldigheidsduur:

Voor woningen waarin er 5 of meer gebreken categorie 1 werden vastgesteld maar die toch conform zijn, voorziet de wetgeving dat een conformiteitsattest afgeleverd wordt waarvan de geldigheidsduur in de tijd beperkt is. Op die manier kan op kortere termijn opgevolgd worden of deze gebreken geen aanleiding hebben gegeven tot grotere problemen en motiveren we houders zakelijk recht, (onder-)verhuurders en ter beschikkingstellers om zo veel mogelijk gebreken weg te werken. Het is dan ook aanbevolen om deze beperkte geldigheidsduur mee op te nemen in de verordening.

GAS voorzien:

De mogelijkheid voor gemeenten om een conformiteitsattest te verplichten, is een belangrijk instrument voor het lokale woningkwaliteitsbeleid. De kwaliteit van het te huur gestelde en ter beschikking gestelde woningpatrimonium in de gemeente kan op die manier in kaart gebracht worden, bewaakt en opgevolgd worden. De verplichting legt de verantwoordelijkheid bij de houders van het zakelijk recht, de ter beschikkingstellers en de (onder-)verhuurders en vormt een aansporing en aanmoediging om bewust om te gaan met de minimale kwaliteit van de woning die ze verhuren of  te huur- of ter beschikking stellen.

Om de verplichting meer draagkracht te geven, wenst de gemeente de verplichting te handhaven via een gemeentelijke administratieve sanctie.

Door een recente wijziging aan de Vlaamse Codex Wonen kunnen gemeenten een jaarlijks terugkerende aanvraagverplichting voorzien. Zolang aan de verplichting om over een geldig conformiteitsattest te beschikken niet is voldaan, kan opgelegd worden dat er jaarlijks een conformiteitsattest moet worden aangevraagd. Het niet aanvragen van dit attest kan dan (jaarlijks) gesanctioneerd worden met een gemeentelijke administratieve sanctie GAS, zijnde een gemeentelijke administratieve geldboete van maximaal 500 euro.

De gemeente wenst gebruik te maken van deze mogelijkheid.

 

Bijlagen:

Het advies van het Agentschap Wonen in Vlaanderen van 30 september 2025.

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad voert met voorliggende verordening vanaf 1 januari 2026 de verplichting in tot het voorleggen van een conformiteitsattest.

 

Art. 2:

Elk natuurlijke persoon of rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of (onder)verhuurder een woning te huur stelt, verhuurt of ter beschikking stelt, moet een geldig conformiteitsattest kunnen voorleggen.

Bij verhuur wordt het conformiteitsattest ten laatste verplicht gesteld op de dag dat de huurovereenkomst wordt ondertekend om de huurder maximaal te informeren vooraleer hij zich juridisch verbindt tot bepaalde verplichtingen.

Bij terbeschikkingstelling moet het conformiteitsattest ten laatste op de eerste dag van de terbeschikkingstelling beschikbaar zijn.

Bij te huurstelling, moet het conformiteitsattest op de eerste dag van de te huurstelling aanwezig zijn.

 

Art. 3:

§1. De verplichting wordt gefaseerd ingevoerd voor alle nieuwe te huurstellingen, verhuringen of ter beschikkingstellingen en op basis van de leeftijd van de huurwoning:

-          Vanaf 1 januari 2026: woningen van 40 jaar en ouder;

-          Vanaf 1 januari 2030: woningen van 30 jaar en ouder.

De leeftijd van de woning wordt vastgesteld aan de hand van het bouwjaar.

§2. Voor woningen die op het moment van te huurstelling, verhuur of ter beschikkingstelling opgenomen zijn in het leegstandsregister wordt de verplichting ingevoerd vanaf 1 januari 2026, ongeacht de leeftijd van de woning.

§3. Voor woningen te huur of ter beschikking worden gesteld en waarvoor reeds een conformiteitsattest werd afgeleverd voor de inwerkingtreding van deze verordening, geldt de verplichting om bij verval van het oorspronkelijk conformiteitsattest een nieuw conformiteitsattest aan te vragen, ongeacht de leeftijd van de woning.

 

Art. 4:

Zolang niet aan de verplichting vermeld in art. 1 en 2 voldaan is, geldt een jaarlijkse terugkerende verplichting om het conformiteitsattest aan te vragen. De aanvraag wordt ten laatste ingediend op de verjaardag van de dag waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of (onder)verhuurder bij aangetekend schrijven in kennis is gesteld dat hij niet over het verplichte conformiteitsattest beschikt. Als ontvangstdatum van het aangetekend schrijven geldt de eerste werkdag na de verzending.

Wanneer een bestaand conformiteitsattest vervalt tijdens de periode van verhuring, ter beschikkingstelling of te huurstelling, begint de jaarlijkse aanvraagverplichting te lopen op de dag van dat verval.

 

Art. 5:

De geldigheidsduur van een conformiteitsattest voor zelfstandige woningen en kamerwoningen is afhankelijk van het aantal gebreken in categorie 1 op het technisch verslag:

-          kleiner of gelijk aan 4 gebreken is 10 jaar

-          groter of gelijk aan 5 gebreken is 5 jaar

 

Art. 6:

De kostprijs van het conformiteitsonderzoek is vastgelegd in het gemeentelijk retributiereglement voor diverse diensten.

 

Art. 7:

Inbreuken op bepalingen van deze verordening kunnen gesanctioneerd worden met een administratieve sanctie conform de procedure vervat in artikel 4 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Alle houders van het zakelijk recht of (onder)verhuurders zijn hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot de betaling van de GAS-boete.

 

Art. 8:

In uitvoering van artikel 21, §1, 1° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een  gemeentelijke administratieve sanctie, worden volgende personen aangeduid als vaststellers voor het lokaal bestuur:

-          Mevrouw Sara Fransen

-          Mevrouw Enola Horemans

In uitvoering van artikel 6, §3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboetes en tot inning van de boetes in uitvoering van de GAS-wet, worden volgende personen aangeduid als sanctionerend ambtenaar van het lokaal bestuur:

-          Mevrouw Lobke Goormans

-          Mevrouw Hilde Boydens

-          De heer Nils Vanhees

-          Mevrouw Ellen van den Heuvel

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

46. Gratis grondafstand - Processieweg 40 - goedkeuring

 

Omschrijving:

Goedkeuring van een gratis grondafstand met een oppervlakte van 19,38 m², gelegen in 2520 Ranst, Processieweg 40, kadastraal gekend als 1 afdeling, sectie C, deel van nr. 102 N3.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 9 april 2024 diende De Lie Philip, Oudebareellei 43 in 2170 Antwerpen, een omgevingsvergunningsaanvraag in voor een grond gelegen aan Processieweg 40 in 2520 Ranst.

Het perceel is kadastraal gekend als: afdeling 1, sectie C, perceelnummer 102 N3.

De aanvraag heeft betrekking tot het herbouwen van een eengezinswoning en een bijgebouw.

Het dossiernummer in het omgevingsloket is 2024044373.

Deze ontwikkeling impliceert een aanpassing aan de bestaande grens met het openbaar domein.

Bij Koninklijk Besluit van 21 februari 1961 werd het rooilijnplan vastgelegd.

De omgevingsvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 13 juni 2024 aan Philip De Lie, voor de grond gelegen in 2520 Ranst, Processieweg 40.

De voorwaarden uit de stedenbouwkundige vergunning waaruit blijkt dat de gronden vallende binnen de ontworpen rooilijn gratis afgestaan moeten worden aan de gemeente en dat alle hieraan verbonden kosten (notaris, landmeter, ...) ten laste zijn van de gemeente.

Het opmetingsplan opgemaakt door Tom Peeters, landmeter in 2830 Willebroek op 15 oktober 2024 waaruit blijkt dat de over te dragen grond een oppervlakte heeft van 19,38 m².

Het bodemattest afgeleverd door OVAM op 14 april 2025.

Het uittreksel uit de kadastrale legger en het kadastraal plan afgedrukt via de website www.e-notariat.be op 11 april 2025 waaruit blijkt dat het perceel kadastraal gekend is als 1ste afdeling, sectie C, perceelnummer 102 N3.

Het ontwerp van notariële akte opgemaakt door Notaris Rochtus-Meesters met standplaats in 2240 Zandhoven.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, 11° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is bevoegd voor de daden van beschikking over onroerende goederen.

Artikel 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

De bevoegde overheid kan aan een omgevingsvergunning lasten verbinden. Die lasten vinden hun oorsprong in het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit die vergunning haalt en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich moet nemen. De bevoegde overheid neemt de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg integraal op in de vergunning.

Artikel 279, §1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad worden ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

Artikel 101 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming

Aktes voor de overdracht van gronden vermelden de inhoud van het bodemattest.

Voor het sluiten van een overeenkomst over de overdracht van gronden moet de overdrager bij de OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver.

Artikel 21, 1° van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen

Aktes voor onteigeningen door de gemeenten en aktes ter uitvoering van het Vlaams decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 en bijbehorende uitvoeringsbesluiten, zijn vrijgesteld van het recht op geschriften.

Artikel 2.9.6.0.3, 1° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

De overdrachten in der minne van onroerende goederen voor het algemeen belang aan de gemeenten zijn vrijgesteld van registratierechten.

Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 7 november 2013 over de gratis grondafstand bij stedenbouwkundige vergunningen

Voor meergezinswoningen vanaf 3 woongelegenheden en verkavelingen betaalt de aanvrager de kosten. In alle andere gevallen betaalt de gemeente de kosten.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Dossierkosten bij gratis grondafstand (notaris, landmeter, ...)

Actie:

Ranst creëert en onderhoudt wegen, paden en pleinen

Ramingnummer:

RA000169

Uitgave:

€ 1.300 (inclusief btw)

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Bijlagen:

Ontwerpakte opgemaakt door Notaris Rochtus-Meesters in 2240 Zandhoven

Kadastrale legger afgeleverd op 11 april 2025

Bodemattest afgeleverd op 14 april 2025

Opmetingsplan opgemaakt door landmeter Tom Peeters in 2830 Willebroek op 15 oktober 2024

Hypothecair getuigschrift

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de gratis grondafstand goed van een stuk grond met een oppervlakte van 19,38 m², gelegen in 2520 Ranst, Processieweg 40, kadastraal gekend als 1 afdeling, sectie C, deel van nr. 102 N3 door Smet Bart en Jacobs Muriel, wonende Verbrandelei 52 in 2160 Wommelgem.

 

Art. 2:

De grondafstand kadert in het openbaar belang. De afgestane grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.

 

Art. 3:

De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de gemeente.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

47. Gratis grondafstand - Schelkenshof - goedkeuring

 

Omschrijving:

Goedkeuring van een gratis grondafstand met een oppervlakte van 287,80 m², gelegen in Broechem, Schelkenshof, kadastraal gekend als 3de afdeling, sectie C, deel van nr. 349Y

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 24 augustus 2023 diende Rik De Keyser, Merksplassesteenweg 18 in 2310 Rijkevorsel, een omgevingsvergunningsaanvraag in voor een grond gelegen aan Schelkenshof in 2520 Broechem.

Het perceel is kadastraal gekend als: afdeling 3, sectie C, perceelnummer 349Y.

De aanvraag heeft betrekking tot het bouwen van drie woningen.

Het dossiernummer in het omgevingsloket is 2023106908.

Deze ontwikkeling impliceert een aanpassing aan de bestaande grens met het openbaar domein.

Het openbaar onderzoek liep van 7 oktober 2023 tot 5 november 2023.

Het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2023 met de vaststelling van de rooilijn op 6 meter uit de wegas voor de omgevingsvergunningsaanvraag van Rik De Keyser voor een perceel gelegen aan Schelkenshof in 2520 Broechem, kadastraal gekend als afdeling 3, sectie C, perceelnummer 349Y.

De omgevingsvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 18 januari 2024 aan Rik De Keyser, voor de grond gelegen in Broechem, Schelkenshof.

De voorwaarden uit de stedenbouwkundige vergunning waaruit blijkt dat de gronden vallende binnen de ontworpen rooilijn gratis afgestaan moeten worden aan de gemeente en dat alle hieraan verbonden kosten (notaris, landmeter, ...) ten laste zijn van de ontwikkelaar.

Het opmetingsplan opgemaakt door René Goris, landmeter-expert in Ranst op 8 oktober 2025 waaruit blijkt dat de over te dragen grond een oppervlakte heeft van 287,80 m²

Het bodemattest afgeleverd door OVAM op 4 juni 2025.

Het uittreksel uit de kadastrale legger en het kadastraal plan afgedrukt via de website www.e-notariat.be op 4 november 2025 waaruit blijkt dat het perceel kadastraal gekend is als 3de afdeling, sectie C, perceelnummer 349Y.

Het ontwerp van notariële akte opgemaakt door notaris Van Kerkhoven met standplaats in Ranst.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, 11° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is bevoegd voor de daden van beschikking over onroerende goederen.

Artikel 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

De bevoegde overheid kan aan een omgevingsvergunning lasten verbinden. Die lasten vinden hun oorsprong in het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit die vergunning haalt en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich moet nemen. De bevoegde overheid neemt de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg integraal op in de vergunning.

Artikel 279, §1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad worden ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

Artikel 101 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming

Aktes voor de overdracht van gronden vermelden de inhoud van het bodemattest.

Voor het sluiten van een overeenkomst over de overdracht van gronden moet de overdrager bij de OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver.

Artikel 21, 1° van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen

Aktes voor onteigeningen door de gemeenten en aktes ter uitvoering van het Vlaams decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 en bijbehorende uitvoeringsbesluiten, zijn vrijgesteld van het recht op geschriften.

Artikel 2.9.6.0.3, 1° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

De overdrachten in der minne van onroerende goederen voor het algemeen belang aan de gemeenten zijn vrijgesteld van registratierechten.

Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 7 november 2013 over de gratis grondafstand bij stedenbouwkundige vergunningen

Voor meergezinswoningen vanaf 3 woongelegenheden en verkavelingen betaalt de aanvrager de kosten. In alle andere gevallen betaalt de gemeente de kosten.

 

Bijlagen:

Ontwerpakte opgemaakt door notaris Van Kerkhoven in Ranst

Kadastrale legger afgeleverd op 4 november 2025

Bodemattest afgeleverd op 4 juni 2025

Opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert René Goris in Ranst op 8 oktober 2025

Hypothecair getuigschrift

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de gratis grondafstand goed van een stuk grond met een oppervlakte van 287,80 m², gelegen in Broechem, Schelkenshof, kadastraal gekend als 3de afdeling, sectie C, deel van nr. 349Y door Immo RDK, Merksplassesteenweg 18 in 2310 Rijkevorsel.

 

Art. 2:

De grondafstand kadert in het openbaar belang. De afgestane grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.

 

Art. 3:

De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de aanvrager.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

48. Gratis grondafstand - Sint Gummarusstraat 9 - goedkeuring

 

Omschrijving:

Goedkeuring van een gratis grondafstand met een oppervlakte van 92,50 m², gelegen in 2520 Emblem, Sint Gummarusstraat, kadastraal gekend als 4 afdeling, sectie C, deel van nr. 48P.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 12 mei 2025 diende Dils Tessa, Sint Gummarusstraat 9 in 2520 Emblem, een omgevingsvergunningsaanvraag in voor een grond gelegen aan Sint Gummarusstraat 9 in 2520 Emblem.

Het perceel is kadastraal gekend als: afdeling 4, sectie C, perceelnummer 48P.

De aanvraag heeft betrekking tot het bouwen van een veranda.

Het dossiernummer in het omgevingsloket is 2025053681.

Het rooilijnplan werd door Koninklijk Besluit op 14 september 1971 vastgesteld.

De omgevingsvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 17 juli 2025 aan Tessa Dils, voor de grond gelegen in  2520 Emblem, Sint Gummarusstraat 9.

De voorwaarden uit de stedenbouwkundige vergunning waaruit blijkt dat de gronden vallende binnen de ontworpen rooilijn gratis afgestaan moeten worden aan de gemeente en dat alle hieraan verbonden kosten (notaris, landmeter, ...) ten laste zijn van de gemeente.

Het opmetingsplan opgemaakt door Stan De Schutter, landmeter in 2520 Ranst op 11 augustus 2025 waaruit blijkt dat de over te dragen grond een oppervlakte heeft van 92,50 m².

Het bodemattest afgeleverd door OVAM op 29 juli 2025.

Het uittreksel uit de kadastrale legger en het kadastraal plan afgedrukt via de website www.e-notariat.be op 24 juli 2025 waaruit blijkt dat het perceel kadastraal gekend is als 4de afdeling, sectie C, perceelnummer 48P.

Het ontwerp van notariële akte opgemaakt door Notaris Rochtus-Meesters met standplaats in 2240 Zandhoven.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, 11° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is bevoegd voor de daden van beschikking over onroerende goederen.

Artikel 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

De bevoegde overheid kan aan een omgevingsvergunning lasten verbinden. Die lasten vinden hun oorsprong in het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit die vergunning haalt en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich moet nemen. De bevoegde overheid neemt de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg integraal op in de vergunning.

Artikel 279, §1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad worden ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

Artikel 101 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming

Aktes voor de overdracht van gronden vermelden de inhoud van het bodemattest.

Voor het sluiten van een overeenkomst over de overdracht van gronden moet de overdrager bij de OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver.

Artikel 21, 1° van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen

Aktes voor onteigeningen door de gemeenten en aktes ter uitvoering van het Vlaams decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 en bijbehorende uitvoeringsbesluiten, zijn vrijgesteld van het recht op geschriften.

Artikel 2.9.6.0.3, 1° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

De overdrachten in der minne van onroerende goederen voor het algemeen belang aan de gemeenten zijn vrijgesteld van registratierechten.

Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 7 november 2013 over de gratis grondafstand bij stedenbouwkundige vergunningen

Voor meergezinswoningen vanaf 3 woongelegenheden en verkavelingen betaalt de aanvrager de kosten. In alle andere gevallen betaalt de gemeente de kosten.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Dossierkosten bij gratis grondafstand (notaris, landmeter, ...)

Actie:

Ranst creëert en onderhoudt wegen, paden en pleinen

Ramingnummer:

RA000169

Uitgave:

€ 1.300 (inclusief btw)

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Bijlagen:

Ontwerpakte opgemaakt door Notaris Rochtus-Meesters in 2240 Zandhoven

Kadastrale legger afgeleverd op 24 juli 2025

Bodemattest afgeleverd op 29 juli 2025

Opmetingsplan opgemaakt door landmeter Stan De Schutter in 2240 Zandhoven op 11 augustus 2025

Hypothecair getuigschrift

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de gratis grondafstand goed van een stuk grond met een oppervlakte van 92,50 m², gelegen in 2520 Emblem, Sint Gummarusstraat 9, kadastraal gekend als 4 afdeling, sectie C, deel van nr. 48P door Dils Tessa, Sint Gummarusstraat 9 in 2520 Emblem.

 

Art. 2:

De grondafstand kadert in het openbaar belang. De afgestane grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.

 

Art. 3:

De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de gemeente.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

49. Gratis grondafstand - Vlotstraat 46 - goedkeuring

 

Omschrijving:

Goedkeuring van een gratis grondafstand met een oppervlakte van 6 m², gelegen in 2520 Oelegem, Vlotstraat 46 , kadastraal gekend als 2 afdeling, sectie C, deel van nr. 500V3.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 18 maart 2024 diende Gevaert Glenn, Vlotstraat 46 in 2520 Oelegem, een omgevingsvergunningsaanvraag in voor een grond gelegen aan Vlotstraat 46 in 2520 Oelegem.

Het perceel is kadastraal gekend als: afdeling 2, sectie C, perceelnummer 500 V3.

De aanvraag heeft betrekking tot verbouwen van een woning.

Het dossiernummer in het omgevingsloket is 2024040731.

Deze ontwikkeling impliceert een aanpassing aan de bestaande grens met het openbaar domein.

Het besluit van de gemeenteraad van 2 mei 1939 met de vaststelling van de rooilijn op 6,75 meter uit de wegas voor de omgevingsvergunningsaanvraag van Gevaert Glenn voor een perceel gelegen aan Vlotstraat 46 in 2520 Oelegem, kadastraal gekend als afdeling 2, sectie C, perceelnummer 500 V3.

De omgevingsvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 27 juni 2024 aan Glen Gevaert, voor de grond gelegen in Oelegem, Vlotstraat 46.

De voorwaarden uit de stedenbouwkundige vergunning waaruit blijkt dat de gronden vallende binnen de ontworpen rooilijn gratis afgestaan moeten worden aan de gemeente en dat alle hieraan verbonden kosten (notaris, landmeter, ...) ten laste zijn van de gemeente.

Het opmetingsplan opgemaakt door Glenn Bertels, landmeter in 2160 Wommelgem op 9 april 2025 waaruit blijkt dat de over te dragen grond een oppervlakte heeft van 6 m².

Het bodemattest afgeleverd door OVAM op 5 maart 2025.

Het uittreksel uit de kadastrale legger en het kadastraal plan afgedrukt via de website www.e-notariat.be op 28 februari 2025 waaruit blijkt dat het perceel kadastraal gekend is 2de afdeling, sectie C, perceelnummer 500 V3.

Het ontwerp van notariële akte opgemaakt door Notaris Rochtus - Meesters met standplaats in Zandhoven.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, 11° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is bevoegd voor de daden van beschikking over onroerende goederen.

Artikel 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

De bevoegde overheid kan aan een omgevingsvergunning lasten verbinden. Die lasten vinden hun oorsprong in het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit die vergunning haalt en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich moet nemen. De bevoegde overheid neemt de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg integraal op in de vergunning.

Artikel 279, §1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad worden ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

Artikel 101 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming

Aktes voor de overdracht van gronden vermelden de inhoud van het bodemattest.

Voor het sluiten van een overeenkomst over de overdracht van gronden moet de overdrager bij de OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver.

Artikel 21, 1° van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen

Aktes voor onteigeningen door de gemeenten en aktes ter uitvoering van het Vlaams decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 en bijbehorende uitvoeringsbesluiten, zijn vrijgesteld van het recht op geschriften.

Artikel 2.9.6.0.3, 1° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

De overdrachten in der minne van onroerende goederen voor het algemeen belang aan de gemeenten zijn vrijgesteld van registratierechten.

Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 7 november 2013 over de gratis grondafstand bij stedenbouwkundige vergunningen

Voor meergezinswoningen vanaf 3 woongelegenheden en verkavelingen betaalt de aanvrager de kosten. In alle andere gevallen betaalt de gemeente de kosten.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Dossierkosten bij gratis grondafstand (notaris, landmeter, ...)

Actie:

Ranst creëert en onderhoudt wegen, paden en pleinen

Ramingnummer:

RA000169

Uitgave:

€ 1.300 (inclusief btw)

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Bijlagen:

Ontwerpakte opgemaakt door Notaris Rochtus - Meesters in Zandhoven

Kadastrale legger afgeleverd op 28 februari 2025

Bodemattest afgeleverd op 5 maart 2025

Opmetingsplan opgemaakt door landmeter Glenn Bertels in Wommelgem op 9 april 2025

Hypothecair getuigschrift

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de gratis grondafstand goed van een stuk grond met een oppervlakte van 6 m², gelegen in 2520 Oelegem, Vlotstraat 46, kadastraal gekend als 2 afdeling, sectie C, deel van nr. 500 V3 door Gevaert Glenn.

 

Art. 2:

De grondafstand kadert in het openbaar belang. De afgestane grond wordt ingelijfd in het openbaar domein.

 

Art. 3:

De kosten van het verlijden van de akte en de eventuele (gedeeltelijke) doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen zijn ten laste van de gemeente.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

50. Politiereglement beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5) - politiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad beslist over de invoering van een politiereglement voor beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5) en duidt de sanctionerende ambtenaren aan.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Bij aanname van het politiereglement op 16 december 2019 besloot de gemeenteraad tot de invoering van gemeentelijke administratieve (GAS-)sancties, en dit onder meer voor inbreuken tegen stilstaan en parkeren (GAS 4).

Sinds 1 februari 2021 bestaat voor de gemeenten ook de mogelijkheid om in hun reglementen of verordeningen administratieve geldboetes te bepalen voor beperkte snelheidsovertredingen op plaatsen waar de snelheid gelimiteerd is tot 30 of 50 km per uur (GAS 5).

Voorgesteld wordt om van deze mogelijkheid gebruik te maken door voorliggend politiereglement betreffende de beperkte snelheidsovertredingen goed te keuren en personeelsleden van opdrachthoudende vereniging IGEAN Milieu & Veiligheid aan te duiden als sanctionerend ambtenaar.

 

Juridisch kader:

De artikels 2, §2, lid 2; 40, §1 en 41, lid 1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad beschikt over volheid van bevoegdheden en is exclusief bevoegd ten aanzien van de bevoegdheden die hen door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.

Artikel 135, §2, 1° van Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988  

De gemeente is bevoegd voor alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen.  

Artikel 119, lid 1 van Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988  

De gemeenteraad maakt de gemeentelijke politieverordeningen.

Artikel 29quater Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer

§1. De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen administratieve geldboetes bepalen voor beperkte snelheidsovertredingen in welk geval die overtredingen niet strafrechtelijk worden bestraft.

§2. De gemeenteraden kunnen alleen administratieve geldboetes als vermeld in paragraaf 1 bepalen als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:

1° het betreft een overschrijding van de toegelaten maximumsnelheid met niet meer dan 20 kilometer per uur;

2° de snelheidsovertredingen worden begaan op een plaats waar de snelheid beperkt is tot 30 of 50 kilometer per uur;

3° het gaat om snelheidsovertredingen vastgesteld volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 62, met uitzondering van het zesde en achtste lid, met automatisch werkende toestellen als vermeld in hetzelfde artikel, die volledig worden gefinancierd door de lokale overheid;

4° de snelheidsovertreding wordt begaan door meerderjarige natuurlijke personen, vermoed of aangeduid overeenkomstig artikel 67bis en 67ter;

5° er wordt niet gelijktijdig een andere overtreding vastgesteld.

De Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijk administratieve sancties

Artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

De sanctionerend ambtenaar wordt aangewezen door de gemeenteraad en kan een personeelslid zijn van een opdrachthoudend intergemeentelijk samenwerkingsverband.

De artikels 41, lid 2, 22° en 398, §1  van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is exclusief bevoegd voor de beslissingen met betrekking tot deelname in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Beslissingen over beheersoverdracht gebeuren overeenkomstig de statuten van het intergemeentelijk samenwerkingsverband.

 

Bijkomende motivering:

De sanctionerend ambtenaar moet door de gemeenteraad worden aangeduid en kan een personeelslid zijn van een opdrachthoudende vereniging. De statuten van IGEAN Milieu & Veiligheid bepalen dat “Juridische en technische ondersteuning inzake handhaving evenals de daarbij horende communicatie en het initiëren, coördineren en realiseren van nieuwe initiatieven inzake gemeentelijke administratieve sancties” door de gemeenteraad aan de verenging kunnen worden toevertrouwd.

In uitvoering hiervan heeft de gemeente reeds een beheersoverdracht gedaan aan IGEAN Milieu & veiligheid voor het optreden als sanctionerend ambtenaar en het behandelen van de GAS-dossiers. Ingevolge voorliggende beslissing zullen ook de beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5) gesanctioneerd worden met een gemeentelijke administratieve geldboete waarvoor men eveneens een beroep zal doen op de sanctionerend ambtenaren van IGEAN.

Volgende personeelsleden van IGEAN Milieu & Veiligheid voldoen aan de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete:

-          Mevrouw Lobke Goormans

-          Mevrouw Hilde Boydens

-          De heer Nils Vanhees

-          Mevrouw Ellen van den Heuvel

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Inkomsten uit beperkte snelheidsovertredingen GAS-5 (via IGEAN)

Actie:

Ranst optimaliseert haar verkeersbeleid

Ramingnummer:

RA001389

Inkomst:

€ 1.125.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Besluit met:

17 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

5 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1: Algemene bepaling

De gemeenteraad keurt voorliggende politieverordening goed betreffende de beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5) en voert hiermee  de gemeentelijke administratieve sancties in voor de bestraffing van de beperkte snelheidsovertredingen krachtens artikel 29 quater van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, verder Wegverkeerswet genoemd, volgens de procedure zoals hierin bepaald.

 

Art. 2: Toepassingsgebied

Op basis van deze politieverordening en conform artikel 29 quater van de Wegverkeerswet, kunnen gemeentelijke administratieve sancties opgelegd worden voor beperkte snelheidsovertredingen wanneer cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Het betreft een snelheidsovertreding waarbij de toegelaten maximumsnelheid met niet meer dan 20 kilometer per uur is overschreden (na correctie met de technische tolerantiemarge);
  2. Het betreft een snelheidsovertreding begaan op een plaats waar de snelheid beperkt is tot 30 of 50 kilometer per uur;
  3. Het betreft een snelheidsovertreding vastgesteld volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 62 van de Wegverkeerswet, met uitzondering van het zesde en achtste lid, met automatisch werkende toestellen, die volledig worden gefinancierd door de lokale overheid;
  4. Het betreft een snelheidsovertreding begaan door een meerderjarige natuurlijke persoon of door een rechtspersoon.
  5. Het betreft een snelheidsovertreding waarbij niet gelijktijdig een andere overtreding wordt vastgesteld.

 

Art. 3: Administratieve geldboete

§1. De sanctionerende ambtenaar kan overeenkomstig dit reglement bij wijze van administratieve sanctie overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete voor de beperkte snelheidsovertredingen.

§2. De bedragen van de administratieve geldboetes die van toepassing zijn op de beperkte snelheidsovertredingen zijn gelijk aan de bedragen die de Vlaamse Regering bepaalt ter uitvoering van artikel 65, §1, tweede lid van de Wegverkeerswet.

§3. De administratieve geldboete wordt betaald op de wijze die in het betalingsverzoek is bepaald.

 

Art. 4: Verloop administratieve procedure

De procedure wordt in artikel 29quater §4 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer volledig uiteengezet.

 

Art. 5: Beslissing om een administratieve geldboete op te leggen

De beslissing om een administratieve geldboete op te leggen, heeft uitvoerbare kracht als ze definitief geworden is. De voormelde beslissing is definitief op een van de volgende tijdstippen:
1° dertig dagen na de kennisgeving van de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid van artikel 29 quater, als er geen beroep is aangetekend;

2° dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vierde lid van artikel 29 quater, als er geen beroep is aangetekend.

 

Art. 6: Strafrechtelijke procedure bij niet-vervulling voorwaarden

Als de sanctionerend ambtenaar tijdens de procedure vaststelt dat de voorwaarden om een administratieve geldboete op te leggen niet vervuld zijn, brengt hij de vaststeller van de overtreding daarvan op de hoogte zodat de strafrechtelijke procedure kan worden gevolgd.

 

Art. 7: Sanctionerend ambtenaar

De sanctionerend ambtenaar, aangesteld door de gemeenteraad, staat in voor en waakt over de verwerking en afhandeling van de dossiers omtrent de beperkte snelheidsovertredingen die het voorwerp uitmaken van voorliggend reglement. De sanctionerend ambtenaar neemt in volledige onafhankelijkheid de beslissingen.

 

Artikel 8. Vaststeller

De vaststelling van de beperkte snelheidsovertredingen moet gebeuren door de bevoegde personen, vermeld in artikel 3 van het Koninklijk besluit 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

 

Art. 9. Beroepsprocedure

Tegen een beslissing van de sanctionerend ambtenaar waarbij een administratieve geldboete wordt opgelegd, kan de overtreder, binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing beroep aantekenen bij de politierechtbank. De politierechtbank oordeelt over de wettelijkheid en de proportionaliteit van de opgelegde administratieve geldboete. Hij kan de opgelegde administratieve geldboete bevestigen of herzien. De beslissing van de politierechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.

 

Art. 10: Identificatie bestuurder van het voertuig

Indien de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de artikel 67 bis en 67ter van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer van toepassing.

 

Art. 11: Sanctionerend ambtenaar

In uitvoering van artikel 6, §3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboetes en tot inning van de boetes in uitvoering van de GAS-wet en voor de verwerking van de overtredingen in het kader van artikel 29quater van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, worden volgende personen aangeduid als sanctionerend ambtenaar van het lokaal bestuur:

-          Mevrouw Lobke Goormans

-          Mevrouw Hilde Boydens

-          De heer Nils Vanhees

-          Mevrouw Ellen van den Heuvel

 

Art. 12: Inwerkingtreding en bekendmaking

Het politiereglement betreffende de beperkte snelheidsovertredingen treedt in werking op 1 januari 2026.

Het wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Een uittreksel van onderhavige gemeenteraadsbeslissing wordt aan de sanctionerend ambtenaar van IGEAN bezorgd, alsook aan de korpschef van de politiezone, de griffie van de politierechtbank van Antwerpen en de procureur des Konings.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

51. Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen vzw Cultuurconnect en het Gemeentebestuur Ranst - addendum - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt het addendum voor verlenging van de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek met Cultuurconnect goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraad keurde op 26 februari 2018  de overeenkomst betreffende de voortzetting van de aansluiting van de bibliotheek op de omgeving van het Provinciaal Bibliotheeksysteem met Cultuurconnect goed.

De gemeenteraad besloot op 16 december 2019 in te tekenen op het ééngemaakt bibliotheeksysteem en de Basistructuur Digitale Bibliotheek, zoals vastgelegd in de overeenkomst tussen Cultuurconnect en gemeente Ranst.

De overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen Cultuurconnect en de bibliotheken loopt af eind 2025.

 

Juridisch kader:.

Artikel 40, §1 en §2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2, §1 en §2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.

Artikel 6, §4 van het decreet van 23 juni 2023 tot structurele subsidiëring van kernorganisaties om de digitale transformatie van de cultuursector aan te sturen

De Vlaamse Regering subsidieert Cultuurconnect op voorwaarde dat Cultuurconnect als strategische doelstelling heeft cultuurorganisaties, met de klemtoon op openbare bibliotheken en cultuur- en gemeenschapscentra, te ondersteunen bij hun digitale transformatie om op die manier bij te dragen aan de ontwikkeling van een toekomstgerichte cultuurpraktijk. Om de strategische doelstelling, vermeld in het eerste lid, uit te voeren zorgt Cultuurconnect voor een kwalitatieve exploitatie van de digitale bibliotheek.

Artikel 31 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

Een opdracht die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende overheden wordt gesloten, valt buiten het toepassingsgebied van deze wet, wanneer de opdracht uitvoering geeft  aan samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende overheden om openbare diensten te verlenen met het oog op de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen,  de invulling van die samenwerking uitsluitend berust op overwegingen in verband met het openbaar belang; en de deelnemende aanbestedende overheden op de open markt niet meer dan 20 % van de onder die samenwerking vallende activiteiten voor hun rekening nemen.

De overeenkomst tussen Cultuurconnect vzw en het gemeentebestuur van Ranst betreffende de voortzetting van de aansluiting van de openbare bibliotheek op de omgeving van het Provinciaal Bibliotheeksysteem, goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2019.

 

Bijkomende motivering:

De basisinfrastructuur digitale bibliotheek is een dienstverlening voor alle Nederlandstalige openbare bibliotheken in Vlaanderen en Brussel en bestaat uit het bibliotheeksysteem (Wise), het platform voor de bibliotheekwebsites, de centrale databank Open Vlacc met catalografische beschrijvingen en Bib Analytics.

De overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen Cultuurconnect en de bibliotheken loopt af eind 2025. Het addendum voorziet een verlenging van deze overeenkomst voor één jaar. Na deze periode kan de overeenkomst nog twee jaar stilzwijgend verlengd worden, tot uiterlijk eind 2028. Op die manier streeft Cultuurconnect naar een continuering van de basisinfrastructuur en daarmee voldoende tijd om de toekomst van de basisinfrastructuur vorm te geven. Verder voegt dit addendum een artikel inzake Interbibliothecair leenverkeer (IBL) toe aan de Overeenkomst.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Deelname basisinfrastructuur digitale bibliotheek

Actie:

Ranst faciliteert levenslang leren

Ramingnummer:

RA000083

RA000085

Uitgave:

€ 27.289 / periode 2026-2031

€ 49.380 / periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlage:

Addendum voor verlenging van de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het addendum voor verlenging van de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek met Cultuurconnect goed en machtigt de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur tot ondertekening.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

52. Instap Velotheek Op Wielekes - samenwerkingsovereenkomst - goedkeuring

 

Omschrijving:

Instap Velotheek Op Wielekes - goedkeuring

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 3 december 2018 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn de verderzetting van KINA goed in de huidige juridische vorm van welzijnsvereniging overeenkomstig het decreet lokaal bestuur.

KINA coördineert sinds 2019 het kinderfiets-uitleensysteem Velotheek Op Wielekes in een samenwerking met vier lokale besturen met bij haar aangesloten OCMW's (Malle, Schilde, Zandhoven en Zoersel) en enkele uitvoerende partners. Het systeem werkt op basis van ontlening van geschonken fietsen aan goedkope abonnementsprijzen om de kost van steeds aangepaste, leeftijdsgeschikte kinderfietsen te verzachten voor gezinnen. Tegelijk creëert het project sociale tewerkstelling voor wat betreft taken zoals het onderhoud van de fietsen.

De gemeenten nemen de financiering van het project op zich, terwijl KINA wv de coördinatie en promotie voert. De uitvoering van de dienstverlening gebeurt door de overige niet-gemeentelijke partijen Bethanië en De Enter vzw (kringwinkel).

Het vast bureau van 4 november 2025 keurde de principiële beslissing goed om de instap tot Velotheek Op Wielekes voor te bereiden om zo ook Ranstse gezinnen vanaf 2026 de kans te geven om voordelig kinderfietsen te ontlenen.

Aangezien het de gemeente is die partij wordt bij de samenwerkingsovereenkomst, wordt nu ook de eigenlijke beslissing tot instap voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

Juridisch kader:

Artikel 2, §§1 en 2, lid 1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers en verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden.
Ze betrekken de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid en zorgen voor openheid van bestuur.
De gemeenten zijn bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.

De artikels 40, §1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden van vermeld in artikel 2, §1 en §2.

Artikel 387 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Gemeenten kunnen onderling overeenkomsten sluiten.

 

Bijkomende motivering:

Projectomschrijving

Velotheek Op Wielekes is een uitleendienst voor kinderfietsen en creëert tegelijk sociale tewerkstelling: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt herstellen er gedoneerde fietsen.

Kinderen groeien snel en hebben daardoor vaak een grotere fiets nodig. Elke keer investeren in een aangepast model is zowel economisch als ecologisch niet interessant. De uitleendienst biedt goed onderhouden tweedehandsfietsen op maat van elk kind (tussen 2 en 12 jaar). Velotheek Op Wielekes is een samenwerking van:

- de gemeenten Malle, Zoersel, Schilde en Zandhoven;

- de organisaties KINA wv, Bethanië en De Enter (kringwinkel).

Ontleningsvoorwaarden

Elke inwoner kan een kinderfiets lenen aan € 30 per jaar. Lidmaatschap voor tweede en volgende kinderen bedraagt € 20 per jaar. Daarnaast wordt een eenmalige waarborg van € 20 per fiets gevraagd. Personen met een UiTPAS kansentarief krijgen 50% korting op het lidgeld en de waarborg. Het hoofddepot van de Velotheek, waar alle fietsen staan gestockeerd, bevindt zich in Zoersel op het terrein van Bethanië.

Voordelen van toetreding

Allereerst sluit dit initiatief nauw aan bij de doelstellingen van duurzame mobiliteit. Door in te zetten op een systeem van gedeelde kinderfietsen wordt de circulaire economie gestimuleerd: fietsen krijgen een langere levensduur en gezinnen hoeven niet telkens nieuwe exemplaren aan te schaffen. Dit levert niet alleen een bijdrage aan de reductie van afval en CO₂-uitstoot, maar versterkt ook het beleid rond klimaatneutraliteit. Daarnaast heeft het project een uitgesproken sociaal karakter. Niet elk gezin beschikt over de nodige middelen om een fiets aan te kopen die aansluit bij de leeftijd van hun kind. Dankzij Op Wielekes krijgt elk kind de kans om te leren fietsen, zich veilig te verplaatsen en plezier te beleven, ongeacht de financiële situatie van het gezin. Als lokaal bestuur kunnen we zo actief bijdragen aan gelijke kansen en sociale inclusie. Ook op het vlak van gezondheid en welzijn biedt deelname voordelen. Fietsen stimuleert beweging, bevordert de verkeersvaardigheid van kinderen en draagt bij tot een gezonde levensstijl. We investeren hierbij in het welzijn van onze jonge inwoners. We zouden bovendien instappen in een goed werkend project dat eveneens tewerkstellingsmogelijkheden biedt voor kwetsbare personen die moeilijk aansluiting vinden op de reguliere arbeidsmarkt.

Projectplan en kosten

Om het proces van voorbereiding tot toetreding te ondersteunen, vraagt KINA om een urenpakket van 15 uur (90 euro/uur x 15 = € 1.350) aan te kopen. Het urenpakket werd goedgekeurd door het vast bureau van 4 november 2025. De jaarlijkse kost voor toetreding bedraagt € 3.375,80. Vanuit het samenwerkingsverband zelf wordt vooropgesteld de instap voorlopig te beperken tot één jaar met het oog op een evaluatie van de impact op de huidige werking en draagkracht van het systeem. In september 2026 zal de evaluatie van het project opnieuw worden voorgelegd aan het vast bureau om een definitieve beslissing te nemen voor de legislatuur.

KINA bezorgde ons een projectplan, addendum en samenwerkingsovereenkomst. De huidige samenwerkingsovereenkomst is echter niet meer up-to-date (Selab is geen partner meer, elk bestuur ondertekende apart,...) en zal worden bijgewerkt in 2026. Na goedkeuring wordt verder overleg georganiseerd voor de praktische kant van de instap.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Instap Velotheek Op Wielekes KINA

Actie:

Ranst faciliteert

Ramingnummer:

RA001535

Uitgave:

€ 3.375,80 per jaar (inclusief btw)

Visumnummer:

Niet van toepassing

 

Bijlagen:

Projectplan ondersteuning toetreding Velotheek Ranst

Addendum projectplan coördinatie Velotheek Ranst

Samenwerkingsovereenkomst Velotheek Ranst

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het projectplan, het addendum en de samenwerkingsovereenkomst voor de instap bij Velotheek Op Wielekes goed en machtigt de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur tot ondertekening.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

53. Verkoop woning De Voortstraat 8 - goedkeuring

 

Omschrijving:

Verkoop woning De Voortstraat 8

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Door het college van burgemeester en schepenen werd op 25 januari 2024 beslist opdracht te geven tot onderzoek naar de optimale ontwikkeling van het perceel De Voortstraat 8 in Emblem. De staat van het gebouw, inrichting en nutsvoorzieningen maakten dat het niet geschikt was voor verhuring. De aanzienlijke investeringen die daartoe nodig waren maakten dat ontwikkeling en verkoop in het vooruitzicht werden gesteld. Voorstel dat thans wordt geformuleerd is de woning in de huidige staat te verkopen. De mogelijkheden van een gezamenlijke ontwikkeling met het aanpalend perceel van de Kerkfabriek werden bij het onderzoek mee in overweging genomen. De waterhuishouding op de percelen bleek van die aard dat in dat perspectief geen meerwaarde kon worden gecreëerd. Voorgesteld wordt dan ook het perceel De Voortstraat 8, kadastraal gekend onder 4de afdeling Emblem B/0192/F met een oppervlakte van 2.208 m², te verkopen. Aansluitend ligt een perceel eigendom van de Kerkfabriek, perceel dat als het ware een geheel uitmaakt met het perceel van de gemeente - tuinzone. De gemeente heeft er belang bij dat bij verkoop ook voor het perceel eigendom van de Kerkfabriek, kadastraal gekend onder 4de afdeling Emblem B/0193/E met een oppervlakte van 2.000 m², een optimale opbrengst wordt gehaald. Vandaar dat wordt voorgesteld de verkoop houdende notaris opdracht te geven om de verkopen apart maar zo aansluitend bij elkaar als mogelijk te laten plaatsvinden. Hiermee komt de gemeente ook tegemoet aan de vraag door de Kerkraad gesteld in uitvoering van beslissing van 3 september 2025.

De verkoop kan plaatsvinden op basis van de waarde vastgesteld in het schattingsverslag dd. 20 mei 2025 opgemaakt door landmeter - expert Marijn Palmans, hetzij minimaal € 405.000. Verdere verkaveling van dergelijke watergevoelige gebieden, waar naar onder voorbehoud in het schattingsverslag werd verwezen, is volgens onze omgevingsambtenaar niet mogelijk. Dat maakt de eventueel mogelijke realisatie van een meerwaarde zoals aangehaald niet realistisch. Voorgesteld wordt de verkoop te laten plaatsvinden via het biedingsplatform van de notarissen - Biddit en het kantoor van de geassocieerde notarissen Rochtus en Meesters, Langestraat 48 bus 1 aan te stellen als verkoop houdend notaris.

 

Juridisch kader:

Artikel 56 § 1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen bereidt de beraadslagingen en de besluiten van de raad voor maatschappelijk welzijn voor.

Artikel 41 § 11 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is bevoegd voor de daden van beschikking over onroerende goederen behalve bepaalde uitzonderingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/3 van 3 mei 2019 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van erkende erediensten.

Het bestuur heeft een geldig en recent schattingsverslag nodig voor de objectieve waardebepaling van de onroerende goederen. Het schattingsverslag is geldig als het is opgesteld door een landmeter expert als vermeld in artikel 296 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Het schattingsverslag is recent als het niet ouder is dan twee jaar. De geschatte prijs (of de schattingsprijs) is de minimum- of maximumprijs voor de onroerende transactie tenzij het bestuur kan motiveren waarom hiervan wordt afgeweken.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Pastorij Emblem - Verkoop

Actie

Ranst beheert haar patrimonium zonder maatschappelijk doel

Ramingnummer:

RA001267

Inkomst:

€ 405.000

Visum

niet van toepassing

 

Bijlagen:

Schattingsverslag perceel De Voortstraat 8.

Beslissing Kerkraad 3 september 2025.

Standpunt omgevingsambtenaar gemeente Ranst.

 

Besluit met:

16 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Luc Redig (Groen), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Annelies Creten (Groen), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst), Kurt De Belder (Groen) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

 

Art. 1:

De gemeenteraad besluit het perceel De Voortstraat 8 kadastraal gekend onder 4de afdeling Emblem B/0192/F met een oppervlakte van 2.208 m² openbaar te verkopen. De verkoop kan pas plaatsvinden als de waarde vastgesteld in het schattingsverslag opgemaakt door landmeter expert Marijn Palmans , bedrag minimaal € 405.000, wordt behaald.

 

Art.2:

De gemeenteraad besluit het in artikel 1 omschreven goed te verkopen via het online platform Biddit met als verkoop houdend notariskantoor Rochtus en Meesters te Zandhoven.

 

Art.3:

De gemeenteraad besluit in te stemmen goedkeuring te hechten aan de vraag van de Kerkraad om de verkoop optimaal aansluitend met het aanpalend perceel eigendom van de Kerkfabriek te laten plaatsvinden.

 

Art.4:

De gemeenteraad besluit de heer Roel Vermeesch, voorzitter, en de heer Wim Van der Schoot, algemeen directeur, te machtigen om de gemeente te vertegenwoordigen bij de notariële verplichtingen die voortvloeien uit deze beslissing. De verkoop zal plaatsvinden na goedkeuring van de akte in de gemeenteraad.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Gemeenteraad van maandag 15 december 2025

 

 

54. Weg- en rioleringswerken en aanleg fietspaden Oostmalsesteenweg (project 22.210B “Aansluiting Viersel deel Ranst” en RAN3004) - lastvoorwaarden en plaatsingswijze - goedkeuring

 

Omschrijving:

De gemeenteraad keurt de lastvoorwaarden en plaatsingswijze goed voor de overheidsopdracht voor weg- en rioleringswerken Oostmalsesteenweg.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De gemeenteraad heeft in het strategische meerjarenplan 2026-2031 de actie 'Ranst creëert en onderhoudt wegen, paden en pleinen' met ramingsnummer RA000898 goedgekeurd voor het project 'weg- en rioleringswerken en aanleg fietspaden Oostmalsesteenweg'.

De kosten voor deze werken in de Oostmalsesteenweg worden geraamd op € 7.620.585,48 inclusief btw waarbij het aandeel voor de gemeente Ranst geraamd wordt op € 1.284.288,83 inclusief btw. Bijkomend prefinanciert de gemeente Ranst via een module 13 voor het Vlaamse gewest een geraamd bedrag van € 3.929.692,02 inclusief btw.

De lastvoorwaarden voor dit project worden omschreven in het bij dit besluit gevoegde bestek.

 

Juridisch kader:

Artikel 41, 10° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de wijze van gunning en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten

Artikel 1 en 2 van het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 houdende de vaststellingen van het begrip ‘dagelijks bestuur’

De uitgaven met een waarde tot 75.000 euro excl. btw van het exploitatiebudget behoren tot het “dagelijks bestuur”.

De uitgaven van het investeringsbudget met een waarde tot en met 50.000 euro excl. btw behoren tot het “dagelijks bestuur”

De wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken en latere wijzigingen.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Weg- en rioleringswerken en aanleg fietspaden Oostmalsesteenweg: gemeentelijke aandeel + prefinancieren fietspadsubsidies + ereloon

Actie:

Ranst creëert en onderhoudt wegen, paden en pleinen

Ramingnummer:

RA000898

Raming:

totale raming € 7.620.585,48 inclusief btw waarvan gemeentelijk aandeel:

prefinaciering via module 13: € 3.929.692,02 inclusief btw (€ 3.247.679,35 excl. btw)

andere delen: € 1.284.288,83 inclusief btw (€ 1.061.395,73 excl. btw)

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

- Raming der werken - beknopt overzicht opgemaakt door Antea Group op 11 december 2025

- Bestek

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De gemeenteraad keurt de lastvoorwaarden zoals omschreven in het bij dit besluit gevoegde bestek van Antea Group goed voor de realisatie van het project 'weg- en rioleringswerken en aanleg fietspaden Oostmalsesteenweg'. De totale kostprijs voor dit project wordt geraamd op € 7.620.585,48 inclusief btw waarvan het aandeel voor de gemeente Ranst geraamd wordt op € 1.284.288,83 inclusief btw. De gemeente Ranst prefinanciert voor het Vlaamse gewest, via een module 13, ook een bedrag van € 3.929.692,02 inclusief btw.

 

Art. 2:

De gemeenteraad keurt goed dat bovengenoemde opdracht via Aquafin wordt geplaatst bij wijze van de openbare procedure.

Publicatiedatum: 19/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.